Meer
Publicatiedatum: 15-07-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Kadernota 2019

Inleiding

Conform artikel 5 van de Financiële Verordening gemeente Boxmeer bieden wij u hierbij de Kadernota 2019 aan. Deze nota behandelt de kaders van het financiële beleid voor de periode 2020-2023. De Kadernota vormt de basis voor de begroting 2020, zoals deze in het najaar behandeld zal worden. Hiermee wordt de gemeenteraad in een vroegtijdig stadium betrokken bij de door het college gedachte beleidsontwikkelingen en worden verassingen en tijds- en andere prioriteitsproblemen bij het vaststellen van de begroting zoveel als mogelijk beperkt.

In de Kadernota 2019 wordt de richting bepaald voor het komende begrotingsjaar 2020 en het meerjarenperspectief 2021-2023. In deze Kadernota is rekening gehouden met het coalitieakkoord 2018-2022. Tevens wordt ingegaan op het door uw raad vastgestelde Raadsprogramma 2018-2022.

De Nederlandse economie keert terug naar een standaard groeitempo volgens het Centraal Planbureau in het Centraal Economisch Plan 2019. De betrekkelijk hoge groei van de afgelopen jaren is voorbij. De wind uit het buitenland doet de economie afkoelen. Onzekerheden die al enige tijd boven de wereldeconomie hingen –zoals het handelsbeleid van de V.S., de Brexit en de staat van de Chinese economie- hebben nu hun weerslag in de reële economie. De afkoeling is vooral terug te zien in de Nederlandse uitvoer, die in 2019 en 2020 beduidend minder hard groeit dan in de afgelopen jaren. Ook de investeringen en particuliere consumptie groeien minder hard. De totale binnenlandse bestedingen blijven op peil doordat het expansieve begrotingsbeleid grotendeels compenseert voor de lagere groei van particuliere bestedingen. Na groeipercentages van boven de 2% wordt voor 2019 en 2020 een bbp-groei van 1,5% voorzien.

De cijfers van het CBS laten zien dat waar de centrale overheid een groeiend overschot optekent, lokale overheden steeds verder in zwaar weer komen. Onder meer door de enorme stijging van de vraag van jeugdhulp, zonder compensatie van het Rijk, gaven gemeenten in 2018 meer uit dan ze binnenkregen. Ook de beperkende maatregelen bij de WMO doen hier geen goed. De VNG vindt dat de budgetten voor de jeugdzorg moeten aansluiten op de kosten. Pas dan zullen gemeenten financiële ruimte krijgen voor andere belangrijke opgaven, zoals bijvoorbeeld de energietransitie waar gemeenten ook voor staan. De tekorten in het sociaal domein werken immers door in alle hoeken van de gemeentebegroting. De VNG heeft overleg met het kabinet om de noodzaak van extra geld voor het sociaal domein duidelijk te maken. De besluitvorming over de voorjaarsnota van het kabinet is voorzien eind april. Dan bepaalt het kabinet waar ze extra geld in wil investeren. Er zijn echter ook bij het Rijk meer wensen dan geld, bijvoorbeeld voor defensie, onderwijs, klimaat enzovoort. Bij het verschijnen van de Meicirculaire (eind mei) zal meer duidelijkheid komen of de gemeenten compensatie krijgen van de tekorten.

De Provincie Noord-Brabant hanteert met betrekking tot het financieel toezicht het uitgangspunt dat de gemeente in aanmerking komt voor het reguliere repressieve toezicht wanneer de begroting 2020 reëel en structureel sluitend is. Mocht dit niet het geval zijn, dan dient de meerjarenbegroting 2021-2023 voldoende aannemelijk te maken dat dit evenwicht uiterlijk in 2023 wordt bereikt. Daarnaast dient zowel de jaarrekening 2018 (15 juli) als de begroting 2020 inclusief meerjarenprogramma (15 november) tijdig te zijn ingezonden. Echter op het moment dat de gemeenten Cuijk, Boxmeer en Sint Anthonis het herindelingsontwerp vaststellen gaat van rechtswege het preventief financieel arhi-toezicht in. Dit toezicht blijft van kracht tot de ingangsdatum van de gemeentelijke herindeling. De Provincie wijst besluiten aan die de goedkeuring van de Provincie behoeven. Het betreft besluiten die kunnen leiden tot nieuwe uitgaven, verlaging van bestaande inkomsten en vermindering van vermogen. Bij die besluiten wordt door de toezichthouder beoordeeld of deze besluiten invloed (kunnen) hebben op de financiële positie van de huidige en/of nieuw te vormen gemeente.

Coalitieakkoord 2018-2022

Het Coalitieakkoord 2018-2022 is u aangeboden in de raadsvergadering van 14 juni 2018. CDA, LOF en VDB/LO willen in deze bestuursperiode een aanvang nemen met een aantal landelijke ontwikkelingen die ook voor de gemeente Boxmeer actueel worden. Versneld gasloos bouwen, duurzaamheid, de energietransitie, bestrijding van wateroverlast, maar ook de vergrijzing en ontgroening en de daarmee onder druk gekomen leefbaarheid in de kernen zijn uitdagingen die opgepakt moeten worden. Zorg, eenzaamheid, dementie zijn onderwerpen die het welzijn en de kwaliteit van leven bepalen en voor onze inwoners ingrijpende en verstrekkende gevolgen kunnen hebben.

Daarnaast wil Boxmeer een begin maken met de participatie-samenleving en de kernen- of meervoudige democratie. Het Coalitieakkoord is in 8 thema’s verder uitgewerkt:

  • Bestuur en Ondersteuning
  • Openbare werken
  • Economie en Ruimtelijke ontwikkeling
  • Financiën
  • Leefbaarheid
  • Sociale Zaken en werkgelegenheid
  • Duurzaamheid, klimaatadaptatie en innovatie
  • Veiligheid, vergunningverlening, toezicht en handhaving.

Raadsprogramma

Aanleiding

De Raad van Boxmeer heeft een Raadsprogramma opgesteld om vanuit een gezamenlijk gevoelde verantwoordelijkheid voor de inwoners aan de slag te gaan en zoveel als mogelijk gezamenlijk op te trekken. Op 25 en 26 oktober 2018 is door de raadsleden tijdens een interactieve werkconferentie hiermee een start gemaakt. Tijdens deze bijeenkomst zijn onderstaande thema’s door de groep als geheel geselecteerd. Basis daarvoor vormden de verkiezingsprogramma’s van de verschillende in de Raad vertegenwoordigde partijen, het coalitieakkoord van mei 2018 en de handreiking global goals van de VNG 2018.

Nadere toelichting

In de werkconferentie zijn zes thema’s als speerpunt benoemd waarover uniform een standpunt is bepaald en waar ook overeenstemming is, om in deze raadsperiode tot verwezenlijking van onderdelen daarvan te komen. De bijbehorende stippen op de horizon zijn door ter plekke samengestelde groepjes geformuleerd. Per stip is een aantal acties geformuleerd waarmee uitvoering gegeven wordt aan het benoemde streven. De acties zijn geprioriteerd, belangrijkste acties staan bovenaan. Aan het college is een reactie gevraagd en op basis daarvan zijn de thema’s en acties nader uitgewerkt. Waar mogelijk is door het college een voorstel van tijdstip en wijze van oppakken toegevoegd per actiepunt.

Natuurlijk komt een Raadsprogramma niet in een vacuüm tot stand. Bij sommige thema’s is er sprake van al langer lopend beleid, soms heeft het college al een voorstel over benoemde thema’s in voorbereiding en soms worden zaken vanuit de landelijke overheid verplicht, waar dat eerder nog niet het geval was. Met dit Raadsprogramma spreekt de Raad van Boxmeer uit welke thema’s hij de komende jaren zo belangrijk vindt dat hij die nauwgezet gaat volgen.

Leefbaarheid

1. Streven naar evenwichtige demografische opbouw.

  • De gemeente kijkt wat een evenwichtige verdeling van demografische opbouw is en houdt hierbij de realiteit voor ogen;
  • De gemeente straalt gastvrijheid in haar dienstverlening uit.

De gemeente Boxmeer is geen krimpgemeente, wel is sprake van vergrijzing. De gemeente zorgt, samen met de verenigingen, dorps- en wijkraden c.q. de inwoners voor een goed klimaat waarin verenigingen kunnen blijven floreren. De dorps- en wijkaccommodaties zijn voor het overgrote deel bij de tijd. Toegankelijkheid van de gebouwen is reeds of wordt verbeterd.

In deze raadsperiode heeft het college het initiatief genomen om een zogenaamde “nieuwe inwoners bijeenkomst” te organiseren. Alle mensen die zich het afgelopen jaar in de gemeente Boxmeer hebben gevestigd, zijn uitgenodigd. Het college wil graag met deze mensen kennismaken en met hen in gesprek over wat het wonen in onze gemeente zo prettig maakt en wat het nog fijner kan maken.

Eind september wordt een open dag georganiseerd waar alle inwoners van onze gemeente welkom zijn en hun stem kunnen laten horen.

2. Burgerinitiatieven toejuichen, stimuleren en faciliteren.

  • De gemeente stelt een convenant op met inwoners;
  • Wijkconsulenten maken knelpunten zichtbaar;
  • De gemeente deelt haar kennis en zorgt ervoor dat inwoners bij de gemeente terecht kunnen met initiatieven en dat zij ook initiatieven zullen initiëren;
  • De gemeente probeert altijd met mensen mee te werken;
  • De gemeente brengt verenigingen met elkaar in contact;
  • Bij burgerinitiatieven wordt de Raad betrokken.
  1.  

We stimuleren burgerinitiatieven die de leefbaarheid bevorderen. Hierdoor worden bijvoorbeeld de WMO innovatiemiddelen aangewend. Elk burgerinitiatief wordt positief ontvangen en als iets niet kan, wordt gekeken wat er wel kan. Het college staat open voor elk initiatief. Op deze manier blijft onze mooie gemeente leefbaar en houden we voorzieningen, samen met de inwoners, in stand. Het woningbouwprogramma en de prestatie afspraken met de woningstichting worden integraal aangevlogen vanuit de portefeuillehouders Ruimte en Sociaal Domein. De gemeente Boxmeer ziet zich als ‘smeerolie’ wanneer initiatieven vanuit kernen en wijken ontstaan en zal de Raad over nieuwe initiatieven informeren en waar mogelijk betrekken.

Door regelmatig contact met de buurtverbinders van “Ons Thuus”, Sociom, bezoeken aan wijk- en dorpsraden, contact met de diverse verenigingen worden eventuele knel- of aandachtspunten duidelijk. Ook wordt hier kennis gedeeld over initiatieven uit de diverse kernen. Een voorbeeld hiervan is de zorg coöperatie in Oeffelt.

De afspraak is gemaakt dat bij een burgerinitiatief de raad wordt geïnformeerd. De verwachting is dan ook, dat gedurende deze raadsperiode u met enige regelmaat zal worden geïnformeerd of betrokken.

Wonen

1. Meer huurwoningen in alle kernen.

  • Er moet meer gebouwd worden, zowel op het gebied van huur als koop;
  • De afspraken met de woningbouwvereniging moeten beter nageleefd worden en strenger gecontroleerd worden (ook door de Raad).

Er zijn prestatieafspraken gemaakt over de hoeveelheid huurwoningen in de kernen. Dit is door middel van een memo aan de Raad op 10 december 2018 kenbaar gemaakt. Nadrukkelijk is het de bedoeling om op basis van een concrete behoefte de woningvoorraad te beheren en daar waar dus woningen extra nodig zijn deze toe te voegen. In de prestatieafspraken met de corporaties wordt ieder jaar stilgestaan bij de ontwikkeling van de vraag in relatie tot het aanbod. Ook het woonwensenonderzoek dat de gemeente Boxmeer in februari/maart heeft uitgevoerd is een belangrijk instrument om te bekijken in hoeverre de woningvoorraad in de wijken en kernen op orde is. Daarnaast vinden  er gesprekken plaats met commerciële partijen die mogelijk invulling kunnen geven om te investeren in de huurmarkt; met name middenhuur.

Komend jaar zullen de uitkomsten van het woonwensenonderzoek gedeeld worden met het jongerenforum. En zijn jongeren benaderd hun mening te geven. Het is belangrijk dat juist zij mede betrokken zijn, zij zijn immers de toekomst van onze gemeente. Hoe denken zij dat Boxmeer er uit moet gaan zien? Aan welke woonvormen hebben zij behoefte? Voor de ouderen onder ons is dit afgelopen jaar gebeurd, deze woonwensen zullen ook getoetst worden aan de uitkomsten van het woonwensenonderzoek.

De voortgang van de woonontwikkelingen wordt tweemaal per jaar aan de Raad gecommuniceerd, waarbij aansluiting is gezocht bij het regionale voor- en najaarsoverleg.

De eerste terugkoppeling is voorzien in het kader van de Grondnota 2019 ( mei/juni 2019) en bij de tweede Berap ( eind 2019).

2. Bouwen in alle kernen met alternatieve woonvormen (voor jong en oud) en kwalitatief goede woonomgeving.

  • De gemeente geeft ruimte aan verschillende woonvormen. Hierbij moet gedacht worden aan Tiny Houses, hofjes, pre-mantelzorgwoningen, ouderproof wonen;
  • De gemeente onderzoekt op welke manieren zij soepeler om kan gaan met procedures in bestemmingsplannen en hierbij buiten de kaders durft te denken.

De gemeente Boxmeer staat open voor initiatieven van derden voor het bouwen van betaalbare (tijdelijke) woonvormen. Bij de beantwoording van de motie M21 ‘alternatieve woonvormen’ in mei zal het college van B&W ingaan op een aantal concrete initiatieven. In de basis bieden onze plannen mogelijkheden voor alternatieve woonvormen. Daarnaast willen we in de prestatieafspraken met corporaties voor 2020 inzetten om ook in de (kleine) kernen in te zetten op tijdelijke woonvormen als de demografische ontwikkelingen daarom vragen.

De bestemmingsplannen in Boxmeer zijn over het algemeen flexibel en ‘makkelijk’ aan te passen bij een veranderende vraag. Als iets toch niet direct binnen de kaders past heeft de gemeente een quickscan-traject op basis waarvan wordt gekeken of een ontwikkeling in te passen is. Belangrijk bij flexibiliteit is dat er concreet wordt gekeken naar de haalbaarheid van plannen en dat er afspraken worden gemaakt met initiatiefnemers om ook daadwerkelijk te realiseren. Met het intrekkingsbeleid van planologische mogelijkheden en vergunningen is het mogelijk om strakker te sturen op de realisatie doordat we ontwikkelingen die niet van de grond komen plaatsmaken voor wel realistische initiatieven.

Belangrijk om te benoemen is dat ook de behoefte aan pré-mantelzorgwoningen wordt onderzocht.

Kernendemocratie

1. Lokaal doen wat kan, bovenlokaal wat moet.

  • De gemeente krijgt één centraal aanspreekpunt in de persoon van de coördinator dorps- en wijkraden;
  • Er wordt een wegwijzer gemaakt waarin de verschillende procedures voor burgerparticipatie helder worden weergegeven;
  • Inwoners worden vroegtijdig in een proces ingelicht over de gang van zaken;
  • Er wordt bij inwoners gepeild op welke manier en waarover zij inspraak willen hebben in de gemeente;
  • Bij initiatieven van inwoners wordt ook de representativiteit ervan meegenomen.

Het thema Kernendemocratie wordt ingebed in de organisatie. Kernendemocratie is een middel om te komen tot bestuurlijke vernieuwing/burgerparticipatie. De wijk- en dorpsradencoördinator is het centrale aanspreekpunt. Vanuit de Wijk- en Dorpsraden zelf  is een werkgroep met dit thema aan de slag. De bevindingen van die werkgroep zullen meegenomen worden in het plan van aanpak m.b.t. kernendemocratie dat door Seinstra v.d. Laar wordt opgesteld. Er komt een voorstel naar de Raad m.b.t. de kaders omtrent kernendemocratie/burgerparticipatie waarbij de participatieladder als basis wordt gebruikt. U kunt, in het licht van de herindeling, in het vierde kwartaal, een uitgewerkt voorstel verwachten.

2. Meer vraaggericht (van onder naar boven) dan aanbodgericht.

  • Er wordt een jongerenforum opgericht;
  • Ook binnen de gemeentelijke organisatie wordt de omslag gemaakt om meer vraaggericht te werken dan aanbodgericht;
  • Er wordt een prijsvraag voor het beste burgerinitiatief georganiseerd;
  • Er moet een evenwichtige vertegenwoordiging van de dorpen zijn. Dit kan onder andere door bijvoorbeeld het democratisch legitiem maken van dorpsraden.

Het jongerenforum is in oprichting. De werkgroep vanuit de raad heeft inmiddels kaders opgesteld. De jongeren zullen binnenkort in de raadsvergadering en door de gemeenteraad worden benoemd.

De gemeentelijke organisatie is voor het overgrote deel vraaggericht. Vragen van de burger worden voor zover mogelijk binnen wet- en regelgeving positief beantwoord. Wanneer het niet past in het wettelijk kader wordt met de inwoner meegedacht over hoe het dan wel gerealiseerd kan worden.

Samen met de wijk- en dorpsraden en in het kader van de kernendemocratie, wordt onderzocht of de dorps- en wijkraden een democratische legitimiteit kunnen krijgen.

Met de inwoners wordt onderzocht of hier behoefte aan is, of dat de kernendemocratie op een andere manier vorm kan krijgen. Belangrijk punt is de evenwichtige vertegenwoordiging uit alle dorpen en kernen. Hierover ontvangt de raad voor het herindelingsbesluit een plan van aanpak van Seinstra Van de Laar (zie ook kernendemocratie).

De door de raad gevraagde prijsvraag voor het “beste burgerinitiatief” vraagt om een nadere uitwerking. Dit zal samen met de raad gebeuren. Hierbij is vooral van belang dat er aandacht is voor een goed verwachtigingenmanagement, zodat de inzenders niet teleurgesteld gaan worden.

Toezicht en Handhaving

1. Toezicht beter berusten.

  • Zorg voor goed opgeleide, professionele toezichthouders en houd de expertise up-to-date;
  • De gehele buitendienst moet ingezet worden voor toezicht: iedereen kan dienen als ogen & oren voor handhaving. Het is niet alleen de taak van de BOA’s;
  • Zorg voor stevige handhaving, dat werkt ook preventief;
  • Toezicht wordt qua menskracht uitgebreid;
  • Bij inzet van externen voor toezicht moet wel gewerkt worden vanuit de gemeentelijke visie;
  • Zorg voor meer voorlichting.
  1.  

Ten behoeve van het thema Toezicht en Handhaving wordt voorgesteld om in het vierde kwartaal van 2019 een werkbijeenkomst te organiseren. In deze werkbijeenkomst zal van gedachte worden gewisseld over de aangehaalde onderwerpen uit het Raadsprogramma (beter toerusten toezicht, flexibele prioritering en maatwerk) en de onderwerpen uit het coalitieakkoord, zoals prioritering, capaciteit, eventuele actualisatie van het beleid/ taken/ deregulering, waarbij in de kadernota het thema (uitbreiden van) toezicht uit het Raadsprogramma reeds is opgenomen en de Verordening Kwaliteit VTH Omgevingsrecht het kader vormt voor de kwaliteit van de Wabo-taken door de gemeente en in opdracht daarvan handelende (omgevings)diensten.

De mening van de raad dat de gehele buitendienst kan worden ingezet als ogen & oren voor handhaving, wordt door het college gedeeld. Het daadwerkelijk handhaven kan niet bij iedere medewerker worden neergelegd, omdat dit specifieke kennis en vaardigheden c.q. competenties vraagt.

2. Flexibeler prioriteren en zorgen voor maatwerk.

  • Er wordt een roadmap handhaving opgesteld en besproken in de Raad, zodat de Raad vanuit een visie keuzes kan maken ten aanzien van handhaving. Hierbij is horeca in het buitengebied een expliciet aandachtspunt;
  • Veel voorkomende overtredingen (excessen) worden duidelijk zichtbaar gemaakt in rapportages, zodat er sneller op geacteerd kan worden;
  • Het uitvoeringsprogramma wordt met de Raad gedeeld en geëvalueerd;
  • Ga met bewoners in gesprek over de benodigde prioriteiten voordat een roadmap wordt opgesteld.
  1.  

De visie op handhaving wordt met de raad besproken en vastgesteld Naar verwachting in het vierde kwartaal van dit jaar. Hierin zal ook aandacht zijn voor de benodigde capaciteit. De ambtelijke organisatie werkt volgens het vastgestelde handhavingsbeleid en conform een jaarlijks uitvoeringsplan. Op basis waarvan aan de raad elk kwartaal zal worden gerapporteerd.

Duurzaamheid

1. Meer duurzaamheid is hard nodig.

  • Stimuleren en faciliteiten van duurzaamheidsmaatregelen door inwoners en verenigingen. Hierbij kan het gaan om opwekken van zonne-energie, realiseren van groene daken, installeren van warmtepompen etc. hiertoe zetten we in op:
    • Creëren van financieringsfaciliteiten voor inwoners en verenigingen, eventueel op wijkniveau
    • Faciliteiten van informatieoverdracht en –uitwisseling tussen bewoners/collectieven/bedrijven
    • Begeleidende communicatie
  • De gemeente richt een informatiecentrum in;
  • Duurzaamheidsplannen van innovatieve bedrijven worden ter inspiratie opgehaald en gepresenteerd;
  • De gemeente maakt zich hard voor beter openbaar vervoer en stimuleert het gebruik hiervan;
  • Er komt een plan Verduurzaming Buitengebied;
  • De gemeente stelt een lange termijnagenda duurzaamheid op;
  • Oprichten van een energiecoöperatie naar Overloons model;
  • Mogelijk maken van toiletten met regenwatervoorziening;
  • Inrichten van een warmtekrachtcentrale;
  • Plaatsen van zonnecellen op platte bedrijfsdaken.

De lange termijn duurzaamheidsagenda uit het Raadsprogramma (1.6) komt samen in de actualisatie van het duurzaamheidsplan, de Regionale Energie Strategie (RES) en de ontwikkeling van een gemeentelijk warmteplan (transitievisie warmte) die de aankomende twee jaar op de agenda staan.

De energietransitie: deze trajecten leggen op verschillende niveaus vast hoe de gemeente Boxmeer de aankomende jaren de transitie moet gaan maken naar duurzame energie en warmte. De verduurzaming van het buitengebied (1.7) komt niet als apart onderdeel aan bod. Aankomende jaren wordt kritisch gekeken naar het buitengebied in het kader van de opwek van duurzame energie, de energiemix. Deze opwekking gaat onder andere plaatsvinden in het buitengebied. Hiervoor ontwikkelt de gemeente Boxmeer kaders. In het proces van de RES neemt de regio Noord Oost Brabant (NOB) alle realistische mogelijkheden voor duurzame energie en warmte mee, wanneer een warmtekrachtcentrale een realistische optie is wordt deze meegenomen in de onderzoeken (1.9). Projecten van deze schaalgrootte pakken we regionaal op.

Projecten duurzaamheidsplan 2016-2020: Met ingang van 1 maart 2019 kunnen inwoners en verenigingen een duurzaamheidslening aanvragen, waarmee de gemeente duurzaamheidsmaatregelen voor huizen en verenigingsgebouwen stimuleert en faciliteert (1.1). Voor wat betreft water met regenwatervoorziening bestaat de mogelijkheid om de ‘verordening duurzaamheidslening particulieren gemeente Boxmeer’ aan te passen (1.8). Informatie over duurzame maatregelen aan huis geeft het energieloket Brabant Woon Slim. Ook organiseert de gemeente verschillende energiecafés waar inwoners en bedrijven informatie ophalen en uitwisselen (1.3). Daarnaast laat de gemeente Boxmeer zich continu informeren door innovatieve lokale bedrijven.

Actualisatie duurzaamheidsplan: In aanloop naar de actualisatie van het duurzaamheidsplan onderzoekt  het college de mogelijkheid tot het inrichten van een mobiel informatiecentrum voor duurzaamheid in combinatie met een woonwinkel (1.2). Het duurzaamheidsplan passen we aan de nieuwste ontwikkelingen aan. Zo werd onlangs bekend dat er in Land van Cuijk sprake is van transport schaarste op het elektriciteitsnet. Projecten met duurzame energie kunnen de komende jaren alleen op kleine schaal opgestart worden.

Het grootschalig plaatsen van zonnecellen op platte bedrijfsdaken is om deze reden dan ook niet mogelijk (1.10). Nog actiever gaan we ons richten op het plaatsen van zonnecellen bij particulieren en kleine ondernemers, bijvoorbeeld door middel van collectieve inkoop. Deze transport schaarste maakt ook het opzetten van energiecoöperaties, gelijk aan die van Overloon, niet mogelijk. Wel kan een energiecoöperatie zich richten op het organiseren van collectieve inkoop en kleinschalige projecten (minder dan 200 panelen). Net als bij Overloon zal de gemeente hierbij faciliterende en ondersteunende rol op zich nemen (1.7). Door het organiseren van energiecafés trachten wij inwoners met gelijke interesse samen te brengen waardoor nieuwe lokale initiatieven kunnen ontstaan.

 Openbaar vervoer (1.4):  Het is voor het college niet duidelijk welk beeld de Raad hier van openbaar vervoer heeft: De Maaslijn? Die kent zo zijn eigen dynamiek. Waarbij de gemeente Boxmeer zich inderdaad hard maakt en de verantwoordelijke instanties aanspreekt voor het oplossen van knelpunten c.a. De rol van de gemeente om het gebruik te stimuleren is beperkt. Wat hier binnen wel past is het vergroten van de P&R-capaciteit bij het station. We zouden verder nog kunnen nadenken over het verder verbeteren van fietsroutes naar de stations. We gaan er vanuit dat er voorlopig voldoende stallingsplaatsen voor fietsen zijn.

Of gaat het de Raad om het busvervoer? Hierbij moet worden gewaakt voor overdreven verwachtingen. De provincie heeft in samenspraak met deskundigen en reizigers een nieuwe OV-visie opgesteld, die in december 2018 door Provinciale Staten is vastgesteld. Deze visie ‘Gedeelde mobiliteit is maatwerk’ speelt in op de opkomst van mobiliteit als dienst en de nieuwe technieken die het mogelijk maken om eenvoudiger, anders en flexibel te reizen. Het delen van voertuigen wordt meer gemeengoed, e-bikes zijn in toenemende mate een alternatief voor vervoer naar werk of school en gebruik van data maakt dat vervoer steeds meer op maat verzorgd kan worden.

In de nieuwe visie zet de provincie de kaders uiteen voor de ontwikkeling van gedeelde mobiliteit. Dit is het huidig openbaar vervoer, maar ook nieuwe vormen zoals deelsystemen, flexconcepten, meerijden, enzovoorts. Slimme oplossingen in de dunner bevolkte gebieden. Het OV in die gebieden staat onder druk. https://www.brabant.nl/dossiers/dossiers-op-thema/verkeer-en-vervoer/openbaar-vervoer/vernieuwing-ov

Als de gemeente Boxmeer het gebruik van het OV echt wil stimuleren, kan ook worden gedacht aan push-maatregelen om het autogebruik te ontmoedigen.

Het college ziet nog meer kansen bij de uitwerking van het aspect mobiliteit vanuit duurzaamheid. In principe valt hier meer te halen, vanuit de 4 V’s: voorkomen (van verplaatsingen), verkorten, vervangen (auto door fiets bijv.), verschonen (van de auto).

Wat kan de gemeente als werkgever zelf doen (voorbeeldgedrag voor een werkgeversaanpak)?

 Planning Raad:

  • Actualisatie duurzaamheidsplan – september 2019 in Gemeenteraad (uitvoeringsprogramma III Klimaatbestendig Land van Cuijk 2030 wordt opgenomen in het duurzaamheidsplan)
  • Concept RES– september/oktober 2019 in Gemeenteraad
  • Definitieve RES – april 2020 in Gemeenteraad
  • Warmteplan – september 2021 in Gemeenteraad

Bovenstaande plannen kennen elk een eigen planning. Per plan wordt uitgewerkt wat de benodigde middelen en formatie zijn en op welke manier externe partijen betrokken worden.

2. Duurzaamheid wordt integraal in beleid opgenomen en daaraan wordt getoetst.

  • In alle Raadsvoorstellen wordt een duurzaamheidsparagraaf opgenomen;
  • Aan elk hoofdstuk van de begroting wordt een paragraaf duurzaamheid toegevoegd.

Inmiddels is gerealiseerd dat in de raadsvoorstellen en begrotingshoofdstukken waar dat relevant is, een duurzaamheidsparagraaf is opgenomen.

Verkeersveiligheid

1. Afstemming en inrichting beleid is primair gericht op fietsers en voetgangers.

  • Fiets- en voetpaden worden zoveel mogelijk gescheiden;
  • Zorg voor goede verlichting;
  • Kwetsbare deelnemers/langzaam verkeer heeft altijd voorrang;
  • Bij verkeersplannen moet onderscheid gemaakt worden naar verschillende verkeersstromen: scholen/recreatie/fietsroutes.

Landelijk Verbeterprogramma Overwegen (LVO): Toelichting door Prorail over het programma Landelijk Verbeterprogramma Overwegen (LVO). Er is binnen het LVO-programma een integrale probleemanalyse van de overweg St.Anthonisweg/Spoorstraat opgesteld. Doel van de integrale analyse is om inzicht te krijgen in de huidige situatie en de weg- en spoor gerelateerde knelpunten van de overweg en het creëren van integrale oplossingsrichtingen voor het verbeteren van deze overweg en haar omgeving. Uit de studie zijn het verleggen van de fietsroute Schilderspad naar de Rembrandt van Rijnstraat en het deels verdubbelen van het spoor vanaf de overweg richting het noorden, als kosteneffectief naar voren gekomen. In de kadernota 2019 is voor 2021 een bedrag van € 2.400.000 opgenomen. Vanuit het LVO neemt het Rijk 50% van de kosten voor haar rekening. Daarnaast draagt de Provincie 25% van de kosten. Blijft een netto investering voor de gemeente Boxmeer over van € 624.000.

In de memo van het college Z/19/682270 – D/19/757609 / RIS 2019-M-459 over de rapportage enquête verkeersveiligheidsbeleid 2018/2019 is de Raad over bovengenoemd onderwerp geïnformeerd.

Gemeentelijk verkeersveiligheidsbeleid: een toelichting op het huidig gemeentelijk verkeersveiligheidsbeleid is vastgelegd in de tussentijdse evaluatie en actualisatie van het verkeersveiligheidsplan Boxmeer 2013-2017, vastgesteld door de Raad op 30 juni 2016. Hieraan gekoppeld het meerjarig uitvoeringsprogramma 2016-2019.

Veilige fietsroutes Boxmeer: Er is een onderzoek verricht waarbij het vastgestelde fietsroutenetwerk is geactualiseerd. Het netwerk is op wegvak- en kruispuntniveau getoetst. Conform motie M 613 zijn drie locaties nader uitgewerkt: de Molenweg tussen Groeningen en Vierlingsbeek, Maasstraat buiten de kom in Sambeek en de Spoorstraat met specifiek de oversteek van het Schilderspad en de spoorwegovergang Sint Anthonisweg.

Gescheiden fiets- en voetpaden (1.1): De gemeente Boxmeer volgt zoveel mogelijk de CROW-richtlijnen; dit is op 18 januari 2018 in werksessie aan de Raad toegelicht. In een onderzoek (hierboven onder veilige fietsroutes beschreven) zijn aanbevelingen aangenomen. In de kadernota 2019 zijn hiertoe investeringsbedragen opgenomen.

Goede verlichting (1.2): De gemeente Boxmeer heeft een Beleidsplan Openbare Verlichting. De ingezette strategie is om het totale areaal de komende jaren om te vormen naar LED. Schoolroutes moeten goed verlicht zijn. Bij projecten wordt de verlichting integraal meegenomen. In het buitengebied is het beleid erop gericht om terughoudend te zijn met verlichting. Slechts beperkt accentverlichting op kruisingen en T-splitsingen te plaatsen. Vanuit veiligheidsoverwegingen kan extra verlichting worden overwogen. Indien geen OV-kabel aanwezig is kan verlichting met zonnepanelen een optie zijn. Wel is het noodzakelijk dat voldoende middelen beschikbaar zijn. Jaarlijks is een minimaal investeringsniveau noodzakelijk van € 150.000 voor het vervangen van de bestaande verlichting. In 2019 is vanuit financiële overwegingen besloten slechts € 75.000 beschikbaar te stellen. Verder moet verlichting budgettair binnen de projecten worden opgenomen. Bij de Molenweg (2019) en Maasstraat Sambeek (2021) is dat o.a. het geval.

Kwetsbare deelnemers/langzaam verkeer heeft altijd voorrang (1.3): We nemen aan dat bedoeld wordt dat de gemeente veel aandacht heeft voor de kwetsbare verkeersdeelnemers. Dit is vanzelfsprekend een belangrijk uitgangspunt bij beheer en inrichting openbare ruimte. Als het letterlijk is bedoeld, dan moet worden opgemerkt dat langzaam verkeer, juist vanwege de eigen veiligheid, niet altijd voorrang heeft. Ook hier wordt zoveel mogelijk de CROW-richtlijnen gevolgd en het is bijna altijd maatwerk op de locatie.

Verschillende verkeersstromen (1.4): Scholen/recreatie/fietsroutes. Recent is een enquête uitgevoerd onder het Burgerpanel-plus en onder de middelbare scholieren. De Raad is over de resultaten met een memo geïnformeerd (RIS 2019-M-459). Ook bij de uitwerking van de motie ´veilige fietsroutes´ is daar al verder invulling aan gegeven. Binnen het uitvoeringsplan Toerisme en Recreatie is de afgelopen periode veel geïnvesteerd in de recreatieve fietsroutes. De Raad is over de voortgang van het uitvoeringsplan middels memo Z/18/674944 - D/18/719154 / RIS 2018-M-392.

2. Actievere inventarisatie, prioritering en uitvoering met terugkoppeling naar de Raad.

  • Onwenselijke verkeerssituaties worden niet alleen door dorpsraden geïnventariseerd, maar ook door inwoners. Hiertoe wordt jaarlijks een oproep aan inwoners gedaan;
  • Er worden meer snelheidsbeperkende maatregelen genomen. We wachten niet tot er sprake is van excessen;
  • Bij aanpak van verkeerssituaties wordt ook rekening gehouden met toekomstige ontwikkelingen op en nabij de betreffende locatie;
  • De Raad ontvangt ieder kwartaal een rapportage.

Onwenselijke verkeerssituaties worden niet alleen door dorpsraden geïnventariseerd (2.1), maar ook door inwoners. Hiertoe wordt jaarlijks een oproep aan inwoners gedaan. Om aan deze wens van de Raad invulling te geven en inderdaad proactief te handelen en niet te wachten tot er ongevallen gebeuren, heeft het college de enquête verkeersveiligheid 2018-2019 uitgevoerd. Bij de inventarisatieronde voor het Werk in Uitvoering (WIU) is aan de wijk/ en dorpsraden extra gevraagd aandacht te hebben voor verkeersveiligheid en eventuele wensen en-of knelpunten aan te geven.

Er worden meer snelheid beperkende maatregelen genomen (2.2): Dit betreft altijd maatwerk. Naast onze eigen waarnemingen ontvangen we ook regelmatig meldingen van o.a inwoners. Kleine aanpassingen pakken we snel op. Gaat het over grotere investeringen dan moet dit gestructureerd een plaats krijgen binnen onze Planning&Control-cyclus. Daarbij zal altijd een afweging van prioriteiten plaatsvinden.  Hieraan is invulling geven door het WIU-proces gekoppeld aan onze P&C-cyclus.

De Raad ontvangt ieder kwartaal een rapportage (2.4): De terugkoppeling naar de Raad is opgenomen in de WIU-proces die is gekoppeld aan de P&C-cyclus. Mogelijk dat dit nog beter kan worden ingericht binnen de P&C-cyclus. Hoe moet deze rapportage eruit zien? We horen graag suggesties.

3. Knelpunten direct aanpakken.

  • Eenvoudige maatregelen worden direct uitgevoerd. Hiervoor wordt een specifiek budget in de begroting gereserveerd;
  • Algemeen erkende knelpunten worden zo snel mogelijk opgepakt, ook zonder dat er ongevallen hebben plaatsgevonden. Hiertoe wordt een knelpuntenlijst opgesteld;
  • Er wordt zo snel mogelijk gezorgd voor fietspadverlichting op de Molenweg;
  • De gemeente onderzoekt of de mogelijkheden voor ‘mijngemeente-app’ kunnen worden uitgebreid, zodanig dat onveilige situaties of knelpunten laagdrempelig kunnen worden gemeld;
  • Bij het uitvoeren van eenvoudige maatregelen worden inwoners betrokken.

Eenvoudige maatregelen worden direct uitgevoerd (3.1 en 3.2):  Algemeen erkende knelpunten worden zo snel mogelijk opgepakt, ook zonder dat er ongevallen hebben plaatsgevonden. Hiertoe wordt een knelpuntenlijst opgesteld. Landelijk loopt het proces Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 dat inzet op een meer risico gestuurde aanpak. We volgen de landelijke ontwikkelingen rondom het SPV en liften mee met het Brabantse verkeersveiligheidsplan en zullen ons gemeentelijk-beleid daarop afstemmen. De portefeuillehouder verkeer  is vanuit de regionale samenwerking verkeersveiligheidsambassadeur.

Eenvoudige maatregelen worden direct uitgevoerd. Hiervoor wordt een specifiek budget in de begroting gereserveerd. Met de invulling van de motie ´Doen´ is structureel € 20.000 opgenomen hiervoor. De Raad is middels memo Z/19/683361 - D/19/758472 / RIS 2019-M-461 hierover geïnformeerd.

Er wordt zo snel mogelijk gezorgd voor fietspadverlichting op de Molenweg (3.3): De Molenweg wordt niet voorzien van een fietspad en krijgt dus ook geen “fietspadverlichting”. De bestaande verlichting wordt “geoptimaliseerd” (term uit memo aan de Raad over Uitvoeringsprogramma verkeersveiligheid 2017/2018 van 23 januari 2018); houdt in dat extra verlichting wordt geplaatst (kosten €35.000).

Uitbreiding ‘Mijngemeente-app’(3.4): Momenteel wordt onderzocht hoe de applicatie ´Melddesk´ hierop moet worden aangepast. Wel is het de verwachting dat dit veel meer werk zal gaan opleveren. We hebben in 2018 al een toename van het aantal meldingen gezien. We merken dat onze inwoners de gemeente steeds beter/makkelijker weten te vinden. Op zich willen we dat ook, betrokken inwoners en gratis advies. Of er dan ook sprake is van echte onveiligheid of het een onveiligheidsgevoel betreft is maar de vraag. Verkeersveiligheid begint bij jezelf. Het is bekend dat 90% van de ongelukken worden veroorzaakt door gedrag. De inrichting van de weg is slechts een beperkte factor. De gemeente Boxmeer kan niet alles oplossen. 

Bij het uitvoeren van eenvoudige maatregelen worden inwoners betrokken (3.5): Het college is van mening dat dit nu al gebeurt. Vaak ontstaan er een soort van ´keukentafel gesprekken´ met aanwonenden, wijk- en dorpsraden en/of andere belanghebbenden. Ook al betreft het vaak kleine maatregelen, dit neemt erg veel tijd en daarmee capaciteit in beslag. Wil de Raad de ambitie rondom verkeersveiligheid nog verder opschroeven dan zal dat met de huidige beschikbare formatie niet mogelijk zijn. We denken met de huidige werkwijze voldoende invulling te geven aan het betrekken van onze inwoners, maar zitten nu wel op de grens voor de ambtelijke capaciteit. Ambities prima maar daar horen ook de benodigde instrumenten bij om daar invulling aan te kunnen geven. Personele capaciteit is er daar een van.

Vervolg

Het college begrijpt dat alle benoemde thema’s, thema’s zijn waarin de voltallige raad zich kon en kan vinden. Vanzelfsprekend kunnen de diverse fracties hun eigen prioriteiten stellen. Het college heeft de door de raad benoemde zaken verder uitgewerkt en waar mogelijk voorzien van acties en maatregelen.

Er zullen door de raad de nog keuzes gemaakt moeten worden, waardoor de prioritering aangepast kan of moet worden. Reden waarom het college er voor gekozen heeft het Raadsprogramma te verwerken in de kadernota. In deze nota komen ambities en financiën samen en is het aan de raad, als vertegenwoordiging van onze inwoners, daar de juiste afweging in te maken. Er valt wat te kiezen!

Het college zal, vanzelfsprekend en met plezier, de raadsbesluiten uitvoeren.

Financiële positie

Financiële positie

De begroting van de gemeente Boxmeer is reeds jaren structureel en reëel sluitend. De Provincie Noord-Brabant heeft ook inhoudelijk geen opmerkingen. Berenschot beoordeelt de financiële positie van de gemeente Boxmeer in het rapport Verkenning Bestuurlijke Toekomst Land van Cuijk uit 2017 als net voldoende, maar bijzonder kwetsbaar, vooral qua solvabiliteit en netto schuldquote. De financiële mogelijkheden om tegenvallers op te vangen of te investeren worden als beperkt beoordeeld.

Oorzaak van de daling van de solvabiliteit en de toename van de netto schuldquote in de periode 2010-2015 wordt veroorzaakt door forse investeringen in de grondexploitatie, onderwijsvoorzieningen, gemeentehuis en centrumvoorzieningen. Een bewuste keuze om het voorzieningenniveau en centrumfunctie van de gemeente Boxmeer te verbeteren. Vanaf 2015 zien wij dat de financiële positie van Boxmeer zich gestaag verbeterd. Vanaf 2015 heeft de schuldquote zich verbeterd van 1,32 naar 1,17 (31-12-2018) en de solvabiliteit van 0,25 naar 0,29. De ratio financieel weerstandsvermogen bedraagt per 31-12-2018 5,92 en is daarmee uitstekend te noemen.

De schuldenpositie en solvabiliteit blijven uiteraard een punt van aandacht, waarbij gestreefd wordt de positieve lijn voort te zetten. En inderdaad is  de ruimte om te investeren beperkt en moeten keuzes gemaakt worden. Maar naar onze mening is dit niet vreemd bij de lagere overheid.

In het Coalitieakkoord 2018-2022 zijn ten aanzien van de belastingdruk de navolgende uitgangspunten opgenomen:

  • OZB stijgt niet meer dan het landelijke geldende inflatiepercentage;
  • Afvalstoffenheffing is kostendekkend;
  • Rioolheffing stijgt alleen als dat noodzakelijk is voor de uitvoering van onvermijdelijke en dringende aanpassingen als gevolg van de klimaataanpassingen.

De atlas van de lokale lasten 2019 (bron: www.coelo.nl)  laat voor meerpersoonshuishouden in de gemeente Boxmeer een belastingdruk zien van €717 per jaar. Dit is een stijging van 5,1% ten opzichte van 2018. Het landelijke gemiddelde bedroeg in 2019 €740 per jaar. Voor 2020 verwachten wij de volgende ontwikkelingen:

  • Voor de maximale OZB stijging wordt het inflatiepercentage CPI-jaarmutatie juli van het CBS. De CPI-inflatie maart bedraagt 2,83%;
  • Voor de afvalstoffenheffing 2020 dient rekening te worden gehouden met de stijging die opgenomen is in de concept-begroting 2020 van BCA van €182.000. Op basis hiervan zou de stijging van de afvalstoffenheffing 2020 ten opzichte van 2019 €14 bedragen;
  • In de raadsvergadering van 26-10-2017 heeft de gemeenteraad ingestemd met de actualisatie van het kostendekkingsplan VGRP en aanpak wateroverlast. In dit plan is opgenomen dat de rioolheffing in 2020 en 2021 jaarlijks met 3,6% stijgt en daarna jaarlijks met 1,4%.