Paragrafen

Overzicht lokale heffingen

Algemeen

Vanaf de begroting 2017 moet de gemeente in deze paragraaf een overzicht van baten en lasten opnemen voor de heffingen waarbij sprake is van het verhalen van kosten.

Regelgeving

De verplichting is bij besluit van 5 maart 2016 in het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten (BBV) opgenomen. De paragraaf betreffende de lokale heffingen cf. artikel 10, onderdeel c van het BBV bevat ten minste:

  1. de geraamde belastinginkomsten;
  2. het beleid ten aanzien van de lokale heffingen;
  3. een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd;
  4. een aanduiding van de lokale lastendruk;
  5. een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.

Naast de algemene uitkering uit het gemeentefonds en de specifieke uitkeringen van het Rijk zijn de lokale heffingen het belangrijkste deel van de gemeentelijke inkomsten. De lokale heffingen bestaan uit de gemeentelijke belastingen, rechten en retributies.

Lokale heffingen worden onderscheiden in heffingen waarvan de besteding ongebonden dan wel gebonden is.

 

Ongebonden Lokale Heffingen

Ongebonden lokale heffingen (OZB, forensenbelasting, toeristenbelasting en reclamebelasting) worden tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend, omdat zij niet aan een inhoudelijk begrotingsprogramma zijn gerelateerd.

De besteding is immers niet gebonden aan een bepaalde taak.

Exploitatie Rekening 2019 Begroting 2020 na 2e berap Rekening 2020 Begroting 2020 -/- Rekening 2020
Programma 3 - Ec. ontw. en ruimt. ord.
Thema Economie en Vestigingsklimaat
69351010 Woonforensenbelasting -47.302 -46.417 -50.536 4.119
69361010 Toeristenbelasting -297.487 -75.000 -88.765 13.765
Totaal Thema Economie en Vestigingsklimaat -344.790 -121.417 -139.301 17.884
Programma 4 - Financiën
Thema WOZ en Belastingen
69311010 O.Z.B.: Gebruikersheffing -1.084.226 -1.098.835 -1.110.233 11.398
69321010 O.Z.B.: Eigenaarsheffing Woningen -3.551.481 -3.666.054 -3.672.739 6.685
69321012 O.Z.B.: Eigenaarsheffing Niet-Woningen -1.582.231 -1.593.505 -1.592.394 -1.111
69341020 Riolering groene hoofdstructuur -1.023 -1.023 -1.023 0
69341025 Riolering Helderse Duinen -4.993 -4.993 -4.993 0
69341030 Riolering buitengebied Beugen -139 -139 -139 0
69341035 Campings / buitengebied -3.999 -3.999 -3.999 0
69381010 Reclamebelasting -74.521 -74.181 -75.601 1.420
Totaal Thema WOZ en Belastingen -6.302.613 -6.442.729 -6.461.121 18.392

Gebonden Lokale Heffingen

Gebonden Heffingen zoals de afvalstoffenheffing en de rioolheffing, worden verantwoord op het betreffende programma en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend.

Exploitatie Rekening 2019 Begroting 2020 na 2e berap Rekening 2020 Begroting 2020 -/- Rekening 2020
Programma 7 - Duurzaamheid en klimaatad.
Thema Afval en Circulaire economie
67251010 Afvalstoffenheffing -2.194.905 -2.311.696 -2.312.419 723
67251020 Reiniging -53.292 -53.702 -49.072 -4.630
Totaal Thema Afval en Circulaire economie -2.248.197 -2.365.398 -2.361.491 -3.907
Thema Klimaat en Riolering
67261010 Rioolheffing: opbrengst -3.011.564 -2.895.427 -3.254.073 358.646
Totaal Programma 7 - Duurzaamheid en klimaatad. -5.259.761 -5.260.825 -5.615.564 354.739

Leges en overige Heffingen

Voor het betalen van rechten en retributies verricht de gemeente diensten. De kosten van de gemeentelijke dienstverlening worden doorberekend in de tarieven. Door efficiënt te werken willen wij deze kosten zoveel mogelijk beperken. De kosten die wij maken worden, via het profijtbeginsel, zoveel mogelijk betaald door de gebruiker.

Exploitatie Rekening 2019 Begroting 2020 na 2e berap Rekening 2020 Begroting 2020 -/- Rekening 2020
Programma 0 - Bestuur en Ondersteuning
Thema Burgerzaken en Verkiezingen
60041010 Leges: Burgerzaken -390.283 -371.000 -321.742 -49.258
Programma 2 - Openbare Werken
Thema Werk in uitvoering
67321010 Begrafenisrechten -72.491 -75.000 -51.853 -23.147
Programma 3 - Ec. ontw. en ruimt. ord.
Thema Economie en Vestigingsklimaat
63103030 Terrassen-/standplaatsvergunningen -17.831 0 -6.325 6.325
Thema Recreatie en Toerisme
65604035 Kermis: staanplaatsvergoedingen -28.850 -27.450 0 -27.450
Thema Ruimtelijke ord. en Volkshuisv.
68103020 Leges aanpassingen bestemmingsplannen -130.743 -60.000 -88.497 28.497
Totaal Programma 3 - Ec. ontw. en ruimt. ord. -177.424 -87.450 -94.823 7.373
Programma 6 - Sociale zaken en werkgel.
Thema WMO
66621020 Parkeervergunningen -12.231 -7.500 -12.944 5.444
Programma 8 - VTH
Thema VTH Omgevingsrecht
60038010 Leges APV, drank, stook e.a. vergunning -31.411 -25.750 -22.563 -3.187
68231010 Omgevingsvergunning -579.685 -627.500 -654.394 26.894
Totaal Thema VTH Omgevingsrecht -611.096 -653.250 -676.957 23.707

Beleid

Het Coalitieakkoord 2018-2022 is een akkoord dat op hoofdlijnen is opgesteld en geeft richting. Het laat ruimte voor nadere invulling en concretisering. Die nadere invulling en concretisering is tot stand gebracht tijdens een werkconferentie van de Raad en het College medio september/oktober 2018. Dat heeft geleid tot een raadsprogramma voor de komende 4 jaar dat tevens een basis legt voor de jaren ná 2022.

Deze paragraaf geeft inzicht in de hoogte en ontwikkeling van de lokale heffingen. Ook wordt een vergelijking gemaakt met gegevens van de Provincie Noord-Brabant. Tot de lokale lasten horen de belastingen, retributies evenals kwijtscheldingen.

In het coalitieakkoord 2018-2022 worden voor de lokale heffingen de volgende uitgangspunten gehanteerd:
1. OZB stijgt niet meer dan het landelijk geldende inflatiepercentage.
2. Afvalstoffenheffing is kostendekkend.
3. Rioolheffing stijgt alleen als dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de onvermijdelijke en dringende aanpassingen als gevolg van klimaatverandering.

Verdere uitgangpunten betreffen:
• Belastingdruk is gebaseerd op de COELO-berekening.
• Inflatiepercentage is gebaseerd op CBS jaarmutatie juli 2019 =2,5% https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83131NED/table?graphtype=Table&ts=1503652742402

 

Tarieven en Leges

Bij het opstellen van de tarieven en de leges wordt er in de gemeente Boxmeer gebruikt gemaakt van de handreiking Kostenonderbouwing uitgebracht door de VNG en de notitie Overhead. In deze notities wordt onderscheid gemaakt in directe lasten en indirecte lasten.

Uitgangspunt is dat de gemeente de integrale kosten via de heffingen in rekening kan brengen. Dat zijn de directe kosten vermeerderd met een redelijke opslag voor de overhead. Voor het bepalen van die redelijke overhead werd onder het oude BBV aangesloten bij de manier waarop in de begroting de overhead werd toegerekend. Door de wijziging in de voorschriften kan dat niet meer. De overhead kan alleen buiten de begroting om aan de tarieven worden toegerekend

De berekeningen van de tarieven en leges bestaan uit een tweetal onderdelen: directe lasten en indirecte lasten

- directe lasten:  zijn activiteiten die in een meer dan zijdelings verband staan met de zorgplichten of dienstverlening. Het zijn alle kosten die u kunt toerekenen buiten de lasten van de overhead (inclusief rente) en de btw.

- indirecte lasten: zijn ondersteunende activiteiten. Die activiteiten hebben een verband met de taken waarvoor de heffing in rekening wordt gebracht en  bestaan uit de overhead en de toe te rekenen btw.

Voor beide lasten geldt, dat de toerekening gebaseerd moet zijn op een beargumenteerde keuze.

In de notitie overhead geeft de commissie BBV een toelichting op de overhead in de nieuwe systematiek. Artikel I, tweede lid onder I van het wijzigingsbesluit definieert overhead als volgt: Overheadkosten: Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. 

In het BBV zijn geen voorschriften opgenomen over hoe u de overhead aan de tarieven moet toerekenen. De keuze daarover is aan de gemeenteraad. De commissie BBV eist dat de gemeenteraad die keuze vastlegt. Formeel is dat als volgt geregeld:

Stellige uitspraak: Bij de berekening van de tarieven moet de methodiek voor de toerekening van overhead worden opgenomen in de financiële verordening. Stellige uitspraken van de commissie BBV zijn bindend voor de gemeente. Voor het vastleggen van de methodiek moet de verordening worden gewijzigd. Dat is een bevoegdheid  van de gemeenteraad.

Op taakveld 0.4 staan de kosten van de overhead. De kosten van dit taakveld kunnen dus deels worden meegenomen in de tarieven. Voor alle duidelijkheid, dus niet in de begroting maar extracomptabel in het overzicht dat in de paragraaf lokale heffingen wordt opgenomen.

In de notitie overhead stelt de commissie BBV de eis dat de overhead op consistente wijze wordt toegerekend. Wij leggen die voorwaarde zo uit dat er één methodiek moet zijn voor alle heffingen; niet voor elke heffing een andere methodiek.

Dat kan behoorlijke consequenties hebben voor de tarieven. De aard van de te verhalen kosten verschilt per heffing waardoor het aandeel van de overhead ook verschilt. Maar omdat de toerekening bij elke heffing op consistente (lees: dezelfde) wijze moet, kunnen de verschillen niet meer in de toerekening tot uiting worden gebracht. De commissie BBV geeft twee voorbeelden van methoden om de opslag voor de overhead te bepalen: 1. een methodiek gebaseerd op personeelslasten en 2. een op basis van de omvang van de taakvelden.

In Boxmeer is er gekozen voor Systematiek 1.

Een uitwerking van het voorbeeld personeelslasten ziet er, gesimplificeerd, als volgt uit:

((Personeelslasten taakveld)/ (totale personeelslasten alle taakvelden exclusief overhead)) x overhead = opslag taakveld

In deze benadering wordt de overhead volledig omgeslagen naar rato van de personele kosten. Om die systematiek ‘zuiver’ te houden, moet de bovenstaande formule worden gepreciseerd. Naast de personeelslasten moet ook de ‘inhuur derden’ meetellen in de berekening. Zonder die component zou de toerekening van overhead beïnvloed worden door de keuze of de activiteiten door eigen of door ingehuurd personeel worden gedaan.

De formule wordt dus: ((Personeelslasten taakveld + inhuur derden taakveld)/ (totale personeelslasten)).

 

Ongebonden Lokale Heffingen

Ongebonden Lokale Heffingen bestaan uit Onroerende zaakbelastingen, Toeristenbelasting, Forensenbelasting, Baatbelastingen en Reclamebelastingen.

  • Onroerendezaakbelastingen

De onroerendezaakbelastingen (OZB) worden geheven over de waarde van de onroerende zaken in de gemeente, de zogenoemde WOZ-waarde. De OZB vormen de grootste ‘eigen’ inkomstenbron van gemeenten.

De gemeentewet onderscheidt twee belastingen:

1.Een eigenaarsbelasting zowel van woningen als niet woningen geheven

  • Belastingplichtigen: eigenaren van huizen, kantoren, winkels, fabrieken, installaties en onbebouwde grond(onroerende zaken);
  • Belastbaar feit: eigenaar zijn van een onroerende zaak op 1 januari;
  • Heffingsmaatstaf: WOZ-waarde van de onroerende zaak;
  • Tarief: percentage van de WOZ-waarde; differentiatie naar woningen en niet-woningen.

2. Een gebruikersbelasting, alleen geheven van niet-woningen:

  • Belastingplichtigen: gebruiker niet-woningen;
  • Voorwerp belasting: gebruiker zijn op 1 januari;
  • Heffingsmaatstaf: WOZ-waarde van de onroerende zaak; - Tarief: percentage van de WOZ-waarde.

De gemeente is verantwoordelijk voor het vaststellen van haar OZB tarief. De grondslag daarvoor is de WOZ waarde. Het beheersbaar houden van lokale lasten, betekent dat het product van OZB tarief en WOZ waarde voor het totaal van de gemeenten niet sterker dan de bestuurlijk overeengekomen zogeheten macronorm mag stijgen.

Macronorm OZB-tarieven

De limitering van OZB-tarieven is per 1 januari 2008 afgeschaft. Het kabinet heeft wel het voorbehoud gemaakt dat de opbrengst voor de OZB landelijk beperkt moest blijven. Daartoe is een macronorm ingesteld die de maximale opbrengststijging voor alle gemeenten voor een bepaald jaar aangeeft. Als de ontwikkeling van de lokale lasten tot overschrijding van die norm leidt, kan het Rijk ingrijpen via correctie van het volume van het gemeentefonds. 

In het Coalitieakkoord staat dat de OZB niet meer stijgt dan het landelijke geldende inflatiepercentage. Afgelopen jaren is hiervoor de jaarmutatie consumentenprijsindex van juli van het CBS gebruikt. Voor 2020 bedraagt de CPI juli 2019 2,5%. Conform de Kadernota 2019 is voor 2020 een stijging van de OZB van 2% voorzien. Dit stijgingspercentage blijft dus binnen de CPI van juli 2019.

Voornoemde wijzigingen leiden tot de percentages zoals genoemd in het volgende overzicht.

Percentage van de heffingsmaatstaf (WOZ-waarde) voor berekening OZB:

Percentage OZB 2020 2019 %
Eigenarenbelasting      
-Woningen 0,1154% 0,1162% -0,01%
-Niet Woningen 0,233% 0,2288% 0,02%
Gebruikersbelasting      
-Niet Woningen 0,1831% 0,1794% 0,02%

• Toeristenbelasting
Het tarief 2020 toeristenbelasting bedroeg € 1,18 per persoon per overnachting (tarief 2019 € 1,16). In 2020 zijn er een tweetal kohieren opgeboekt voor een bedrag van € 88.765. In 2019 zijn er aanslagen opgelegd voor een bedrag van € 297.487. Het verschil in opbrengsten heeft te maken met de overheidsmaatregelen rondom het Corona virus. 


• Forensenbelasting
De forensenbelasting volgt de beleidslijn van de tariefontwikkeling van de OZB. Het tarief 2020 is 0,6019%. Het tarief 2019 bedroeg 0,5901%. De opbrengst 2020 bedroeg € 50.536 waarbij de opbrengst 2019 € 47.302 bedroeg.


• Baatbelasting
Uit milieu hygiënische overwegingen heeft de gemeenteraad besloten tot aanleg van riolering in het buitengebied. Om een deel van de investeringskosten terug te ontvangen, zijn tot dusverre vier baatbelastingen ingevoerd voor de panden die door deze aanleg gebaat zijn:
- Baatbelasting riolering Helderse Duinen (vanaf 1995)
- Baatbelasting riolering Groene Hoofdstructuur (vanaf 1995)
- Baatbelasting riolering Buitengebied (vanaf 1997)
- Baatbelasting riolering Buitengebied Beugen eerste fase (vanaf 1998)
Belastingplichtig is de eigenaar van een onroerende zaak die op 1 januari is aangesloten of aansluitbaar is op de gemeentelijke riolering in het gebied zoals aangegeven in de belastingverordeningen.


• Reclamebelasting
Met ingang van 2013 is een reclamebelasting ingevoerd. De opbrengst 2020 bedroeg € 75.601 (2019 € 74.521). De totale invorderingskosten 2020 bedragen € 841. De netto-opbrengst ad € 87.793 is doorbetaald aan de Stichting Centrummanagement. In dit bedrag is ook een bedrag uit 2019 verrekend.
In de raadsvergadering van 12 december 2019 a.s. zijn de belastingverordeningen 2020 door uw Raad vastgesteld o.b.v. de hertaxatiewaarden die op dat moment bekend waren. 

 

Gebonden Lokale Heffingen

De Heffingen worden, zoals al besproken,  onderverdeeld in:

Gebonden Lokale Heffingen

Afvalstoffenheffing

Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (Stb. 1994, 80). De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt geheven ter zake van het feitelijk gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt:

a. degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht feitelijk gebruik maakt van het perceel;

b. ingeval een gedeelte van een perceel voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.

Gelet op de huidige beleidslijn wordt uitgegaan van een 100 % kostendekkendheid van de reinigingsheffingen. De Bestuurscommissie Afval heeft besloten in 2019 het tarief voor de blauwe opdrukzak te verhogen van € 1,25 naar €1,50. Dit tarief is voor 2020 gehandhaafd.

De totale kosten Afvalstoffenheffing en Reiniging 2020 bedragen € 2.361.491. O.b.v 12.600 aansluitingen houdt dat in een tarief van € 187,20 voor de afvalstoffenheffing inclusief reiniging. Voor 2020 heeft er een storting in de voorziening Reiniging plaatsgevonden van € 138.308.

In de Raad van 12 december 2019 zijn de afzonderlijke belastingverordeningen 2020 behandeld door de Raad.

Afval        
Kosten taakveld incl omslagrente 2.313.744,51      
Inkomsten taakveld excl. heffingen  -430.392,53      
Netto kosten taakveld      1.883.351,98  
Toe te rekenen kosten:        
Overhead incl. omslagrente  211.138,57      
BTW    267.000,00      
         478.138,57  
Totale kosten       2.361.490,55  
Opbrengst heffingen     -2.361.490,55  
Dekking       - 100,00%

Rioolrecht

Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:

1. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en

2. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.

1. De belasting wordt geheven:

  1. van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel; en van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder te noemen: gebruikersdeel.

  2.  met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
  3. met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker aangemerkt:
    1. degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;
    2. ingeval een gedeelte van een perceel - niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4 - voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.

In het najaar van 2015 is het nieuwe Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2019 in uw raad behandeld. In de raad van 26 oktober 2017 heeft een actualisatie plaatsgevonden als gevolg van de aanpak wateroverlast. In de raad van december 2017 zijn de tarieven allemaal opnieuw vastgesteld. In dit voorstel staat dat de rioolrechten vanaf 2019 stijgen met 3,6% tot en met 2021 en daarna tot en met 2048 jaarlijks met 1,4%. Voor 2020 heeft er een storting in de voorziening riolering plaatsgevonden van
€ 309.528.

In de Raad van 12 december 2019 zijn de afzonderlijke belastingverordeningen door de Raad behandeld. In deze vergadering is het tarief voor 2020 vastgesteld op een bedrag van € 109,42 voor het eigenarendeel (€ 104,41 in 2019). De aanslagen voor het aansluitrecht zijn meegenomen in de gecombineerde aanslagen welke in eigen beheer worden opgelegd en geïnd. Voor het aansluitrecht zijn er 13.640 objecten in de heffing betrokken (2019 13.416). De opbrengst 2020 bedroeg € 1.492.496.

Het afvoerrecht voor 2020 is in dezelfde raadsvergadering vastgesteld op €1,03 per m3 geloosd afvalwater (2019 € 0,98). Het afvoerrecht wordt middels een opslag op waterverbruik door Brabant Water gefactureerd en geïncasseerd. Het aantal m3 water bedroeg ongeveer 1.455.050 m3. De opbrengst 2020 bedroeg € 1.498.702 inclusief kwijtscheldingen..

Grootverbruikers afvoerrecht worden rechtstreeks door de gemeente aangeslagen. De opbrengst 2020 bedroeg € 262.876. Dit is iets hoger dan de geraamde opbrengst. Ten opzichte van 2019 is de opbrengst € 10.000 hoger. Dit wordt met name verklaard door de hogere tarieven.

Riool        
Kosten taakveld incl. omslagrente 2.432.683,63      
Inkomsten taakveld excl. heffingen -10.223,80      
Netto kosten taakveld     2.422.459,83  
Toe te rekenen kosten:        
Overhead incl. omslagrente 444.613,64      
BTW   387.000,00      
        831.613,64  
Totale kosten       3.254.073,47  
Opbrengst heffingen     -3.254.073,47  
Dekking       - 100,00%

 

Leges

Leges

Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor:

  1. het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten;
  2. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument;

Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst of van de Nederlandse identiteitskaart of het reisdocument, dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht. De bevoegdheid tot het heffen van leges is vastgelegd in de Gemeentewet. Aan de legestarieven is het uitgangspunt verbonden, dat er kostendekkende tarieven aan ten grondslag liggen. In de raadsvergadering van 13 december 2018 is een voorstel tot aanpassing van de legestarieven 2019 via de belastingverordening behandeld.

Voor een aantal tarieven geldt een landelijk maximum.

Wonen en bouwen      
Kosten taakveld incl omslagrente 707.522,88    
Inkomsten taakveld excl. heffingen -      
Netto kosten taakveld   707.522,88  
Toe te rekenen kosten:      
Overhead incl. omslagrente 468.970,21    
BTW   -      
      468.970,21  
Totale kosten     1.176.493,09  
Opbrengst heffingen   -654.121,45  
Dekking     522.371,64 55,60%

 

Burgerzaken      
Kosten taakveld incl omslagrente 1.034.599,42    
Inkomsten taakveld excl. heffingen -      
Netto kosten taakveld   1.034.599,42  
Toe te rekenen kosten:      
Overhead incl. omslagrente 564.914,67    
BTW   -      
      564.914,67  
Totale kosten     1.599.514,09  
Opbrengst heffingen   -344.304,81  
Dekking     1.255.209,28 21,53%

 

Begraafrechten      
Kosten taakveld incl omslagrente 132.296,35    
Inkomsten taakveld excl. heffingen -      
Netto kosten taakveld   132.296,35  
Toe te rekenen kosten:      
Overhead incl. omslagrente 1.085,88    
BTW   -      
      1.085,88  
Totale kosten     133.382,23  
Opbrengst heffingen   -51.852,85  
Dekking     81.529,38 38,88%

 

Belastingdruk

COELO Belastingdruk

1. Gegevens 2020 betreffen het onderzoek van COELO inzake lokale lastendruk 2020.

2. Reinigingsheffing: Op basis van 100% kostendekking bedraagt het tarief 2020 € 187,20 per aansluiting (2018 € 180,36). In de jaarrekening 2020 is een bedrag van € 138.308 aan de voorziening onttrokken. Conform de begroting 2020 van BCA blijft het tarief van de blauwe zak gehandhaafd op € 1,50.

3. Rioolrecht: In de raadsvergadering van 26 oktober 2017 heeft de gemeenteraad ingestemd met de actualisatie van het kostendekkingsplan en aanpak wateroverlast. In dit kostendekkingsplan is opgenomen dat de rioolheffing voor 2018 met 3% stijgt, vervolgens vanaf 2019 tot en met 2021 met jaarlijks 3,6% en daarna tot en met 2048 jaarlijks met 1,4%.

4. OZB: In het Coalitieakkoord staat dat de OZB niet meer stijgt dan het landelijke geldende inflatiepercentage. Afgelopen jaren is hiervoor de jaarmutatie consumentenprijsindex van juli van het CBS gebruikt. Voor 2020 bedraagt de CPI juli 2018 2,5%.

Conform de Kadernota 2019 is voor 2020 een stijging van de OZB van 2% voorzien. Dit stijgingspercentage blijft dus binnen de CPI juli 2019. 

De lokale belastingdruk wordt gebaseerd op de COELO berekening 2020. 

De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de lastendruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van de landelijk gemiddelde lastendruk.

  Boxmeer 2019 Mutatie 2020
Boxmeer 2020 Nederland 2020
Reinigingsheffing meerpersoonshuishouden: Tarief + 16 zakken 198 +3,0% 204 287
Rioolrecht 237 +3,6% 245 196
OZB 282 +0,7% 290 289
Totaal 717 +3,1% 739 772

Dit is de lastendruk van het verantwoordingsjaar 2020 ten opzichte van de landelijk gemiddelde lastendruk in het verantwoordingsjaar 2019 uitgedrukt in een percentage. https://www.waarstaatjegemeente.nl/dashboard/Besluit-Begroting-en-Verantwoording/

Belastingcapaciteit: 739/772 x 100%=95,72%.

 

Kwijtschelding

De burger kan in aanmerking komen voor (gedeeltelijke) kwijtschelding van gemeentelijke belastingen wanneer hij of zij geen vermogen heeft en niet voldoende inkomen heeft om de gemeentelijke belastingen te kunnen betalen. De gemeente beoordeelt ieder verzoek om kwijtschelding apart op basis van de landelijke berekeningsgrondslag. Kwijtscheldingsregels zijn wettelijk vastgelegd in de Invorderingswet 1990, de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 en de Leidraad Invordering 2008. De gemeente Boxmeer heeft gekozen voor een ruime toepassing van kwijtschelding en hanteert de maximale kwijtscheldingsnorm van 100% van gemeentelijke belastingen Afvalstoffenheffing en Rioolrecht.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Aanwezige risico's

De gemeente Boxmeer heeft gekozen voor een systematische en cyclische aanpak bij risicomanagement. De risico’s zijn in juni 2018 opnieuw geïnventariseerd en beoordeeld op basis van stemming. Dit resulteert in een vernieuwde top 10 met ingang van 2019. Deze stemming is tevens de basis voor de begroting 2020. Hieronder worden de top 10 risico’s beschreven met inschatting van het financiële risico.

 

1 Financiële gevolgen Decentralisaties in het Sociale domein 2020

Begroot financieel risico: € 2.373.975 (kans is 4,6 maal 500.000)

Jaarrekening financieel risico: € 0

 De gemeenten zijn de eerstverantwoordelijke overheid laag voor de onderwerpen werk, maatschappelijke ondersteuning en jeugdzorg. De gemeenten kregen per 1 januari 2015 op grond van de nieuwe WMO, Jeugdwet en Participatiewet deze brede integrale verantwoordelijkheid voor het sociale domein. De kern van de decentralisatieoperatie is onveranderd en is erop gericht dat de burger die het nodig heeft ondersteuning krijgt die aansluit bij zijn persoonlijke situatie en behoeften. Met de decentralisaties zijn grote bedragen gemoeid en de decentralisaties gaan gepaard met aanzienlijke ombuigings-taakstellingen. Vanaf de decentralisatie is er discussie geweest tussen rijksoverheid en gemeenten over de toereikendheid van de budgetten. 

Risico’s:

  1. Door een efficiencykorting wordt voor onvoldoende financiële compensatie gezorgd die past bij de over te hevelen taken;
  2. De verdeling van het macrobudget over de gemeenten sluit niet aan bij de spreiding van de kosten onder de gemeenten, met een mogelijke afwijking in zowel positieve als negatieve zin;
  3. Met de taakoverheveling wordt beleidsvrijheid van uitvoering te veel beperkt door van rijkswege opgelegde regels en verantwoordingstaken.

Voor het onderdeel Werk zal een gedeelte van het risico terecht komen bij het Werkvoorzieningsschap. De deelnemende gemeenten staan garant voor exploitatietekorten.

 

WMO

Vanaf 2020 komt er een abonnementstarief van € 19,00 per maand voor huishoudens die gebruik maken van de Wmo voorzieningen.

Het uitgangspunt van de wet is dat mensen zo lang mogelijk thuis moeten blijven wonen en het gegeven dat mensen steeds ouder worden zorgt ervoor dat er een steeds groter beroep gedaan wordt op de Wmo-voorzieningen. De mogelijkheden voor intramurale voorzieningen in de WLZ blijven zeer beperkt, wat ook weer leidt tot meer Wmo aanvragen.

Voor de toekomst zal er rekening gehouden moeten worden met een risico van € 465.323 ongeveer 10% van een deel van de begroting Wmo van 2020

Het Wmo beleid is in 2020 uitgevoerd binnen de begrote middelen. Voor 2021 zal er rekening moeten worden gehouden met een financieel risico. De gevolgen van de invoering van het abonnementstarief werken naar verwachting nog door in 2021.

 

Jeugdzorg

Met ingang van 1 januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de jeugdzorg. De inkoop van jeugdzorg (Zorg in Natura) gebeurt voor de gezamenlijke gemeenten in Brabant Noordoost door de gemeente ’s-Hertogenbosch.

In het Land van Cuijk wordt, voor wat betreft het Basisteam Centrum Jeugd en Gezin (de toekenning van Zorg in Natura, Persoonsgebonden Budget, preventie en eerste lijn zorg) de financiële en administratieve werkprocessen en de beleidsmatige afstemming intensief samengewerkt. Daarvoor is door de gezamenlijk gemeenten in het Land van Cuijk een Dienstverleningsovereenkomst afgesloten (DVO).

Jeugdzorg wordt ingekocht op basis van het inkoopbesluit jeugdhulp 2017-2020. In 2019 heeft er een bijstelling plaatsgevonden van de beleidsuitgangspunten en het budgettair kader specialistische jeugdhulp Zorg In Natura (ZIN). In 2019 hebben we te maken gehad met een stijgende vraag naar jeugdhulp en vermindering van de inkomsten vanuit het Rijk. Voor 2020 zijn extra middelen door het Rijk toegezegd, echter de vraag naar Jeugdhulp en de daaraan gekoppelde kosten blijven stijgen. Daarom houden wij vooralsnog blijvend rekening met het ingeschatte risico van 20%. Voor de berekening van het risico wordt als uitgangspunt de begroting van 2020 van € 6.993.642 genomen. Voor de gemeente Boxmeer komt dit neer op een risico van  € 1.398.728.

Op termijn worden er inverdieneffecten verwacht als gevolg van de uitvoering van het project “Urgente transformatieopgaven; opbouw, ombouw, afbouw”.

Jeugdzorg is in 2020 uitgevoerd binnen de begrote middelen. Voor 2021 blijft het risico bestaan.

 

Participatiewet

Met de inwerkingtreding van de Participatiewet zijn twee nieuwe doelgroepen naar de gemeenten overgekomen, te weten de Wajongers en de nieuwe SW. De Participatiewet is nog steeds aan verandering onderhevig. Het kabinet heeft een breed offensief gepubliceerd om mensen met een beperking aan het werk te helpen. Het is echter nodig om wijzigingen aan te brengen in de participatiewet en ziektewet waardoor het proces rondom loonkostensubsidie in relatie tot de ziektewet versimpeld wordt. Hierdoor is het voor 2020 onvoldoende in te schatten wat de gevolgen zijn.

Bij een eventueel tekort op Buig uitkering, hiervan worden de bijstandsuitkeringen betaald, kan de gemeente onder voorwaarden een beroep doen op de vangnetuitkering. Vanaf 2019 is de getrapte vergoeding als volgt: het tekort tot 7,5% wordt niet vergoed en komt voor rekening van de gemeente, het tekort tussen 7,5% en 12,5% wordt voor 50% vergoed vanuit het vangnet en het tekort vanaf 12,5% wordt voor 100% vergoed vanuit de vangnet. Dit komt neer op een maximaal eigen risico van 10%. Als uitgangspunt voor de berekening van het risico wordt de Buiguitkering van 2019 genomen, 10% van € 5.099.241 is € 509.924.

De inwerkingtreding van de Participatiewet zijn twee nieuwe doelgroepen naar de gemeenten overgekomen, te weten de Wajongers en de nieuwe SW. De Participatiewet is nog steeds aan verandering onderhevig. Het kabinet heeft een breed offensief gepubliceerd om mensen met een beperking aan het werk te helpen. Het is echter nodig om wijzigingen aan te brengen in de participatiewet en ziektewet waardoor het proces rondom loonkostensubsidie in relatie tot de ziektewet versimpeld wordt. Hierdoor is het voor 2020 onvoldoende in te schatten wat de gevolgen zijn.

Bij een eventueel tekort op Buig uitkering, hiervan worden de bijstandsuitkeringen betaald, kan de gemeente onder voorwaarden een beroep doen op de vangnetuitkering. Vanaf 2019 is de getrapte vergoeding als volgt: het tekort tot 7,5% wordt niet vergoed en komt voor rekening van de gemeente, het tekort tussen 7,5% en 12,5% wordt voor 50% vergoed vanuit het vangnet en het tekort vanaf 12,5% wordt voor 100% vergoed vanuit de vangnet. Dit komt neer op een maximaal eigen risico van 10%. Als uitgangspunt voor de berekening van het risico wordt de Buiguitkering van 2019 genomen, 10% van € 5.099.241 is € 509.924.

Het Participatiebeleid is in 2020 uitgevoerd binnen de begrote middelen. De uitvoering van de Participatiewet brengt ook voor 2021 risico’s met zich mee.

 

2. Klimaatadaptatie

Begroot financieel risico: € 2.300.000 (kans is 4,6 maal 500.000)

Jaarrekening financieel risico: € 2.300.000

 Toelichting:

Het risico dat de gemeente Boxmeer onverwachte financiële tegenvallers kent om maatregelen te treffen tegen de effecten van klimaatverandering. De financiële inschatting van het risico is gebaseerd op  de uitslag van de stemming  van de risico’s voor het onderdeel kans en effect.

Klimaatverandering heeft gevolgen voor mens, dier en milieu. Klimaatverandering heeft onder meer de volgende gevolgen:

  • Overstromingen door stijgende zeespiegel en extreem weer
  • Minder drinkwater beschikbaar door droogte
  • Onvoldoende zoet water door extreme droogte
  • Slechte oogsten door zout water
  • Te weinig koelwater voor elektriciteitscentrales
  • Meer algenbloei in zwemwater door hogere temperatuur
  • Biodiversiteit verandert door klimaatverandering

De noodzakelijkheid van een klimaatbestendige inrichting is zo langzamerhand zonneklaar. Door hoosbuien veroorzaakte schades en overlast,  hoog oplopende temperaturen drukken iedereen, beheerders en bewoners, met de neus op de feiten. Voor gemeenten en waterschappen speelt nu vooral de vraag: wat zijn de opties en hoeveel kost het? Niet voor niets is op Prinsjesdag 2017, een separaat Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie verschenen.

In het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Plan (VGRP) dat is vastgesteld zijn aanpassingen in de openbare ruimte gepland en financieel vertaald waarbij de eerste 10 jaren concreet zijn.

 

3. Informatievoorziening

Begroot financieel risico: € 270.000

Jaarrekening financieel risico: € 287.000

 Toelichting:

Informatie dient beschikbaar en integer te zijn (informatie is juist, volledig en actueel) en niet in handen komen van derden die hiertoe niet zijn geautoriseerd (vertrouwelijkheid). De financiële inschatting van het risico is gebaseerd op  de loonsom  van functionarissen die nodig zijn om herstelwerkzaamheden uit te voeren. Het risico van te late, onjuiste of oneigenlijke informatieverstrekking aan haar inwoners, medewerkers en ander belanghebbende met als vervolg risico overtreding van de AWB, reputatieschade en indirecte financiële gevolgen.

In het jaarverslag inzake informatieveiligheid en privacy hebben we gerapporteerd over de preventie maatregelen en de feitelijke voorvallen. Alle voorvallen waren beheersbaar binnen de bedrijfsvoering, het risico is € 287.000.

 

4. Lagere Algemene Uitkering

Begroot financieel risico: € 412.500

Jaarrekening financieel risico: € 53.000   

Toelichting:

De jaarlijkse groei van het gemeentefonds wordt bepaald door de normeringssystematiek.

Dat betekent dat de jaarlijkse groei van het gemeentefonds is gekoppeld aan de groei van de rijksuitgaven. Extra uitgaven, bezuinigingen, mee- en tegenvallers op de rijksbegroting hebben in deze systematiek direct invloed op de omvang van het gemeentefonds.

Hoeveel geld de individuele gemeente uit het gemeentefonds ontvangt is afhankelijk van de kenmerken en belastingcapaciteit van de gemeente. Het achterblijven van bijvoorbeeld aantal inwoners, uitkeringsgerechtigden of woningen leidt tot een structureel tekort aan inkomsten. De algemene uitkering voor 2020 is op basis van de meicirculaire 2019 geraamd op € 35.819.988. Voor het bepalen van het financieel risico wordt de behoedzaamheidsnorm gehanteerd.

Op basis van informatie bij de meicirculaire 2020 schatten wij een korting in van 16 punten wat voor 2020 overeenkomt met een bedrag van € 412.500.

De algemene uitkering wordt jaarlijks bij de 1e en 2e algemene begrotingsbijstelling bijgesteld als gevolg van diverse circulaires (mei, september, december) die wij ontvangen van het Rijk. Bij raadsmemo wordt u periodiek geïnformeerd over de financiële gevolgen van deze circulaires. Zo hebben wij u op 6 januari jl. geïnformeerd over de gevolgen van de decembercirculaire 2020. Op basis van één van de laatste specificaties (nr. 9)  over 2020 komt de algemene uitkering uit op een bedrag van € 46.402.276. De definitieve uitkering 2020 wordt pas enkele jaren na afloop van het jaar vastgesteld. Het risico op eventuele toekomstige bijstellingen wordt voorzichtigheidshalve geschat op 2 punten dat overeenkomt met een bedrag van  € 53.000. Het totale risico is derhalve € 53.000.

 

5. Personeel

Begroot financieel risico: € 913.880

Jaarrekening financieel risico: € 759.230

Toelichting:

Het risico dat het personeelsbeheer uitkomsten heeft die de organisatie en of haar medewerkers kunnen schaden en of het risico dat gedrag of handelen van medewerkers die de organisatie kan schaden.

Hierbij zijn de volgende aspecten van belang:

  • -onevenwichtige opbouw van het personeelsbestand(vergrijzing) € 38.510 en  kennisverlies en stagnatie in dienstverlening als gevolg van langdurig verzuim/vergrijzing/ontslag 5,61% van de loonkosten €15.312.306  is € 859.020.

Jaarrekening voor beide risico’s samen is het bedrag € 726.610.

  • gedrag op handelen van medewerkers die de organisatie kan schaden € 16.350.

De stand van het risico voor de jaarrekening is € 32.620.

 

6. Rampenbestrijding, crisisbeheersing

Begroot financieel risico: € 1.161.000

Jaarrekening financieel risico: € 0

Toelichting:

Gelet op de ligging van de Gemeente Boxmeer bij een rivier, snelwegen en een spoorlijn, de aanwezigheid van industrie en een vliegveld in de buurt wordt de kans op een ramp groter. Het financiële risico van de gevolgen van de ramp kan zeer groot zijn. Secundair is een politieke risico aanwezig van het niet goed uitvoeren van de crisisbeheersing. Ook weersomstandigheden kunnen leiden tot situaties waarin we bevolkingszorg moeten opstarten. De financiële inschatting van het risico is gebaseerd op  de uitslag van de stemming  van de risico’s voor het onderdeel kans en effect.

In 2020 zijn er geen rampen geweest zodat het werkelijke risico is € 0.

 

7. Contractenbeheer

Begroot financieel risico: € 55.500

Jaarrekening financieel risico: € 55.500

Toelichting:

Het risico van contractenbeheer. Het risico van rechten en verplichtingen welke uit contracten en overeenkomsten voortvloeien (inkoop- en aanbestedingscontracten, huur en verhuurcontracten).

Voorbeelden zijn een leverancier die niet levert of en daardoor kosten worden gemaakt in de juridische procedures en of inzetten van alternatieve leveranciers om alsnog geleverd te krijgen. Een hoger indexeringsbedrag dan geraamd.

Het risico is bepaald op € 50.000 gebaseerd op 1,5 promille van de gemiddelde contractwaarde op jaarbasis (€ 37.000.000).

 

8. Treasury

Begroot financieel Risico: € 132.000

Jaarrekening financieel risico: € 0

Toelichting:

Treasury (Liquiditeiten beleid en beheer). Het risico dat de gemeente haar financiering te duur aantrekt, of te risicovol belegt.
De bepaling van het rente risico wordt vastgesteld op 1 % van het begrote financieringstekort 2020 van € 13.198.471 is € 131.987.

Het financieringstekort 2020 hebben we opgelost met het aantrekken van kasgeldleningen. Aangezien we ook in 2020 nog steeds te maken hebben met negatieve rente is hier geen sprake van risico. Het totale risico is derhalve nihil.

 

9. Grondvoorraad

Begroot financieel risico: € 5.183.480

Jaarrekening financieel risico: € 4.321.420

Toelichting:

  • Gemeente Boxmeer kent onverwachte financiële tegenvallers en/of kan haar beleid niet realiseren.
  • Gronden niet verkocht kunnen worden

In de Grondnota 2019 is per complex een uitgebreide toelichting opgenomen, waarbij de risico’s worden toegelicht. Daarbij zijn de volgende risico’s te onderscheiden:

Marktrisico’s, risico’s m.b.t. planologische procedure, planschaderisico, risico’s archeologie, procesrisico m.b.t. afwikkeling overeenkomsten, aanbestedingsrisico’s, afzetrisico’s.

Conform de IFLO-norm bedraagt het begrote risico grondexploitatie 10% van € 51.834.793 is € 5.183.480.

Gelet op de grondnota 2020 bedraagt het financieel risico voor de jaarrekening 10% van € 43.214.189 is € 4.321.420.

 

10. Juridische Claims

Begroot financieel Risico: € 690.000

Jaarrekening financieel Risico: € 0

Toelichting:

Het risico van juridische claims als gevolg van onrechtmatig genomen besluiten. De financiële inschatting van het risico is gebaseerd op  de uitslag van de stemming  van de risico’s voor het onderdeel kans en effect.

De werkelijke uitgaven op de post rechtskundig advies zijn minder dan het begrote bedrag op deze post hierdoor is het financiële risico voor de jaarrekening € 0.

 

Totaal van de top 10 risico's

Het totaal van de top 10 risico’s van de begroting 2020 bedraagt € 13.492.335

Het totaal van de top 10 risico’s van de jaarrekening 2020 bedraagt € 7.776.150

Naast de top 10 risico’s zijn er nog 11 risico’s in kaart gebracht.

Op basis van de risico-inventarisatie en actualisatie zijn deze risico’s

Voor de begroting  2020 € 2.281.210

Voor de jaarrekening 2020 € 1.065.540

Daarnaast zijn er risico’s bepaald die niet nader zijn uitgewerkt. Voor deze risico’s berekenen wij 1% van de hierboven berekende begrote risico’s 2020 € 15.773.545 is € 157.735.

Voor de Jaarrekening 2020 is het bedrag van de risico’s die niet berekend zijn 1% van € 8.461.690 is € 88.420.

Het totaal van de risico inventarisatie (top tien plus overige risico’s) bedraagt:

Op basis van de risico-inventarisatie en actualisatie zijn deze risico’s:

Voor de begroting  2020 € 15.931.280

Voor de jaarrekening 2020 € 8.930.110

 

Beschikbare weerstandscapaciteit

 

De beschikbare weerstandscapaciteit omvat de financiële middelen en mogelijkheden van de gemeente Boxmeer om financiële tegenvallers als gevolg van risico’s op te vangen zonder het bestaande beleid te hoeven aan te passen.

Het BBV maakt onderscheid tussen incidentele en structurele weerstandscapaciteit. In het Gemeenschappelijk Toezichtkader 2020 (GTK 2020) van de provincies is voor een uniforme wijze van toepassing nader gedefinieerd welke componenten gerekend mogen worden tot de structurele en incidentele weerstandscapaciteit.

  1. De structurele weerstandscapaciteit heeft betrekking op het vermogen om onverwachte tegenvallers structureel in de lopende begroting op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande taken. De middelen die dat vermogen bepalen zijn:
    • de resterende (onbenutte) belastingcapaciteit;
    • onvoorzien structureel;
    • structurele begrotingsruimte.
  2. De incidentele weerstandscapaciteit heeft betrekking op het vermogen om onverwachte tegenvallers incidenteel in de begroting op te vangen, zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van taken op het geldende niveau. De middelen die dat vermogen bepalen zijn:
    • algemene reserve;
    • onvoorzien incidenteel;
    • stille reserves;
    • incidentele begrotingsruimte.

In het verleden rekenden wij de bestemmingsreserves waarvoor geen directe verplichtingen bestonden tot de incidentele weerstandscapaciteit. Het GTK 2020 geeft deze mogelijk niet. Indien het specifieke bestedingsdoel van algemene aard is of dat de middelen al voor langere tijd beschikbaar zijn zonder dat er zicht is op daadwerkelijke uitvoering van de beoogde bestemming kan de gemeenteraad besluiten deze middelen over te hevelen naar de algemene reserve en tellen deze middelen mee in de incidentele weerstandscapaciteit.

Ten aanzien van de stille reserves is in het GTK 2020 bepaald dat het waardeverschil tussen de actuele marktwaarde en de boekwaarde kan worden meegenomen in de incidentele weerstandscapaciteit. Hierbij dient de actuele marktwaarde reëel onderbouwd te zijn. Voorts mag de stille reserve geen gebruiksnut meer te hebben voor de gemeente en moet deze op korte termijn beschikbaar te kunnen komen.

In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de weerstandscapaciteit van de gemeente Boxmeer op 1 januari 2020 (x € 1.000).

Weerstandscapaciteit     Begroting 2020 Rekening 2020    
1. Belastingcapaciteit 1.809 1.833
2. Onvoorzien structureel 146 0
3. Structurele begrotingscapaciteit / Resultaat 2020 structureel 8 0
Weerstandscapaciteit structureel 1.963 1.833
4. Algemene reserves 14.358 13.119
5. Onvoorzien incidenteel 0 0
6. Stille reserves 22.121 21.483
7.  Incidentele begrotingscapaciteit / Resultaat 2020 incidenteel 96 6.055
Weerstandscapaciteit incidenteel 36.575 40.657
Weerstandscapaciteit Totaal 38.538 42.490

 

1) Belastingcapaciteit: de Financiële-verhoudingswet bepaalt dat de eigen inkomsten van de gemeente, wil zij in aanmerking komen voor een aanvullende uitkering op basis van artikel 12 Fvw, een bepaald redelijk peil dient te hebben. De eigen inkomsten bestaan hierbij uit de OZB, de rioolheffingen en de afvalstoffenheffingen. De laatste twee zijn in Boxmeer kostendekkend. Het percentage van de WOZ-waarde voor toelating tot artikel 12 is voor het jaar 2020 vastgesteld op 0,1853%. Het werkelijke gemiddelde percentage 2020 (meetpunt) van de gemeente Boxmeer komt uit op 0,1447%. Dit betekent een ruimte van 0,0406% afgezet tegen de totale waarde 2020 van € 4.514.801.000 (waarde woningen+ waarde niet woningen eigenaar + waarde niet woningen gebruiker) = € 1.833.009.

4) Algemene reserves: de algemene reserve bedraagt per 31-12-2020 € 13.119.447.

6) Stille reserves: op dit moment heeft de gemeente Boxmeer 577 hectare landbouwgrond in vaste pacht (6-jarige pacht) uitgegeven. De waarde van deze grond is ongeveer € 2,90/m2. Dat komt neer op een waarde van € 16.733.000. In korte pacht (jaarlijkse pacht) heeft de gemeente op dit moment 125 hectare. Deze grond heeft een wat hogere waarde van ongeveer € 3,80/m2. Dit komt neer op een waarde van € 4.750.000. In totaal € 21.483.000. De prijzen per m2 zijn afgeleid van een vrije verkoopprijs van landbouwgrond van € 6,50/m2 en gebaseerd op reële marktprijzen. Gezien de geringe verhandelbaarheid van de overige gemeentelijke eigendommen (exclusief grondbedrijf) en de aantasting van het functioneren van de gemeente bij verkoop van die eigendommen (bijvoorbeeld gebouwen), is besloten deze eigendommen niet mee te nemen in de berekening van de stille reserves.

7) Het resultaat 2020 bedraagt € 6.054.919. Dit resultaat wordt hier volledig als incidenteel beschouwd.

 

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit:

Ratio weerstandsvermogen = beschikbare weerstandscapaciteit / benodigde weerstandscapaciteit.

Voor 1 januari 2020 was de ratio weerstandsvermogen op begrotingsbasis 2,42.

Voor 31 december 2020 is de ratio weerstandsvermogen op rekeningbasis 4,76.

Waardering

Ratio

Betekenis

A

> 2,0

Uitstekend

B

1,4 – 2,0

Ruim voldoende

C

1,0 – 1,4

Voldoende

D

0,8 – 1,0

Matig

E

0,6 – 0,8

Onvoldoende

F

< 0,6

Ruim onvoldoende

Gegeven de ratio van 4,76 betekent dit voor Boxmeer dat het weerstandsvermogen uitstekend is. Ten opzichte van 2019 (rekeningsbasis)  is de ratio van de weerstandscapaciteit licht toegenomen met 0,02 (4,74 in 2019).

Let wel: De rapportage omtrent het weerstandsvermogen is een momentopname. Nieuwe projecten, economische ontwikkelingen en investeringsbeslissingen kunnen het risicoprofiel negatief of positief beïnvloeden waardoor het weerstandsvermogen een andere waardering krijgt.

 

Kengetallen financiële positie

Een deugdelijke en transparante begroting is in het belang van de horizontale controle door de raad op de financiële positie van de gemeente. Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van de gemeente.

Om dit te bereiken is het BBV bij besluit van 15 mei 2015 gewijzigd, waarbij is voorgeschreven dat de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing de volgende kengetallen bevat: netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte geldleningen, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit. Het college dient vervolgens een beoordeling te geven van de kengetallen in hun onderlinge verhouding in relatie tot de financiële positie. De wijze van berekening en presentatie is vastgelegd in een ministeriële regeling d.d. 9 juli 2015.

Rekening 2020 Verloop van de kengetallen    
       
Kengetallen Rekening 2019 Begroting 2020 (P) Rekening 2020
Netto schuldquote 1,01 1,25 0,94
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 0,97 1,19 0,89
Solvabiliteitsratio 0,29 0,27 0,31
Structurele exploitatieruimte 0,06 0,01 0,08
Grondexploitatie 0,40 0,43 0,35
Belastingcapaciteit 0,97 0,99 0,96

Beoordeling financiële positie

In de toelichting op het Besluit tot wijziging van het BBV wordt terecht opgemerkt dat een afzonderlijk kengetal nog weinig zegt over hoe de financiële positie moet worden beoordeeld. De kengetallen zullen altijd in hun samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie van de gemeente.

Netto schuldquote/ netto schuldquote exclusief verstrekte leningen

De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om een inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in – als exclusief doorgeleende gelden weergegeven.

Solvabiliteitsratio

Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente.

Grondexploitatie

Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Bij de beoordeling van de schuldquote is het van belang om de beoordelen of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project is uitgevoerd.

Structurele exploitatieruimte

Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van leningen) te dekken.

Belastingcapaciteit

De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller kan worden bijgestuurd in de eigen inkomsten. De belastingcapaciteit van de gemeente wordt berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t te vergelijken met het landelijk gemiddelde in jaar t-1 en uit te drukken in een percentage.

Financiële positie gemeente Boxmeer

Ten opzichte van voorgaande jaren is de schuldquote verbeterd, met name als gevolg van de verbetering van de grondexploitatie in 2020 en verbetering van de eigen middelen.

Het positieve kengetal Structurele exploitatieruimte laat zien dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder rente en aflossing) te dekken. De solvabiliteitsratio is gelijk gebleven aan 2019 maar ligt enigszins onder het landelijke gemiddelde. Het kengetal belastingcapaciteit laat zien dat de Boxmeerse tarieven licht onder het landelijke gemiddelde zitten.

In totaal laten de kengetallen bij de jaarrekening 2020 een positief beeld  en een positieve ontwikkeling zien van de financiële positie van de gemeente Boxmeer. Voor de nabije toekomst verwachten wij dat deze ontwikkeling zich voortzet. Met name is er aandacht voor verbetering van de schuldquote en reservepositie.

Onderhoud kapitaalgoederen

Algemeen

De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen geeft een dwarsdoorsnede van de begroting. Lasten van onderhoud komen op diverse programma’s voor. Met het onderhoud van kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Indien er bedragen worden genoemd is dit exclusief de personele component. Een helder en volledig beeld is van belang voor een goed inzicht in de financiële positie.

Het betreft onderhoud van kapitaalgoederen voor:

  • Wegen
  • Openbare verlichting
  • Groen
  • Riolering / water
  • Gebouwen

Per onderdeel wordt ingegaan op de volgende zaken:

  1. het beleidskader
  2. de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties
  3. de vertaling van de financiële consequenties in de begroting en de realisatie in het jaar 2020

 

Wegen

1. Actuele en geldende beleidskader:

Het IBOR-beleidsplan (Integraal Beheer Openbare Ruimte) voor technisch en verzorgend onderhoud van wegen en groen is in 2011 vastgesteld en nog steeds geldig. In dit plan zijn 4 eindbeelden en/of beheerbeelden beschreven. De hoogste kwaliteit is A+ en de laagste is C. Zowel wegen als groen worden onderhouden/verzorgd op basis van een vastgesteld beeld, dat is kwaliteit B. De verzorging (vegen en onkruidbestrijding) van de verhardingen geschiedt nog steeds op kwaliteit B. Uit de laatste inspectie (najaar 2019) is gebleken dat de technische kwaliteit van de verhardingen ligt op het vastgestelde niveau B.

2. De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties:

Voor onderhoud € 1.050.000 waarvan € 100.000 voor klein onderhoud.

3. De vertaling van de financiële consequenties in de begroting en de realisatie in het jaar 2020:

Voor wegen is in de jaarrekening een bedrag uitgegeven van € 736.000 voor groot/klein onderhoud (€ 552.000 voor groot onderhoud en € 184.000 voor klein onderhoud). Voor bermen is € 68.900 en civieltechnische kunstwerken is € 10.750 uitgegeven.

De afgelopen 2 tot 3 jaren hebben we flink moeten indexeren (ruim 9 %) en de prijzen stijgen op dit moment fors. Hier dienen we in de begroting 2022 rekening mee te houden.

Tevens is in 2020 € 822.250 voor reconstructie wegen, € 700.000 voor verstevigen  bermen en € 25.000 voor civieltechnische kunstwerken in het investeringsschema vrijgemaakt. Dit is conform de door de raad vastgestelde beheerstrategie voor wegen.

 

Openbare verlichting

1. Het actuele en geldende beleidskader:
Het Beleidsplan Openbare Verlichting 2016-2025 is in 2016 geactualiseerd voor de periode 2016-2025. De beleidskeuzes hebben hoofdzakelijk betrekking op het vernieuwen en verduurzamen van de verlichting middels het vervangen van verouderde armaturen door omvorming naar LED-verlichting alsmede het dimmen van de verlichting in de nachtelijke uren volgens een bepaald dimregime.

2. De uit het beleidskader 2016-2025 voortvloeiende financiële consequenties:
a. Onderhoudskosten:
Voor energiekosten € 108.000. Voor klein onderhoud € 37.000 (t.b.v. het herstellen van vernielingen en het opheffen van storingen),
Voor de storting voorziening € 41.000 (t.b.v. schilderen en remplace).
Voor het schadeverhaal € 7.000,
b. Investeringen (armaturen en lichtmasten) € 85.000.

3. De vertaling van de financiële consequenties in de begroting en de realisatie in het jaar 2020:

a. onderhoudskosten:
De energiekosten zijn geraamd op € 89.182, in 2020 zijn de werkelijke kosten € 98.900.
Voor klein onderhoud is € 37.000 geraamd (t.b.v. het herstellen van vernielingen en het opheffen van storingen), werkelijk is € 46.550 uitgegeven.
De storting in de voorziening bedraagt € 41.000 (t.b.v. schilderen en remplace)
Voor schadeverhaal is rekening gehouden met € 7.000, werkelijk is € 975 ontvangen voor schades.
b. Investeringen in 2020 (armaturen en lichtmasten) geraamd € 78.750 (excl. loonkosten € 3.750), daarvan is € 3.750 besteed.

In 2019 is een extra investeringsbedrag van € 315.900 opgenomen voor het vervangen van 1.215 armaturen. Hiervan is nu € 291.100 besteed. Daarnaast is in 2020 geen groepsremplace uitgevoerd.

Lampen en armaturen
Net zoals in de voorbije beleidsperiode is het voornemen om in begrotingsjaar 2020 armaturen ouder dan 25 jaar, alsmede de armaturen met niet energiezuinige lampen (zoals SOX-armaturen), te vervangen door LED-verlichting met dimmer. Deze activiteit komt ten laste van reeds eerder beschikbaar gesteld investeringskredieten 2019 en 2020.

Lichtmasten
Veel lichtmasten zijn al 50 tot 60 jaar oud, dit betekent dat deze theoretisch op de korte termijn vervangen dienen te worden. In de praktijk blijkt echter dat de meeste lichtmasten nog in een redelijke staat verkeren. Er worden dan ook maar zeer beperkt lichtmasten vervangen.

De gemeente Boxmeer confirmeert zich aan de Nederlandse Praktijk Richtlijn (NPR 13291:2017-ter vervanging “Richtlijn voor Openbare Verlichting ROVL-2011”) van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV) alsmede met de geldende NEN-normen voor elektriciteitsinstallaties. Er is geen achterstallig onderhoud met betrekking tot de openbare verlichting.

 

Groen

1. Het actuele en geldende beleidskader:

a. het IBOR-beleidsplan (Integraal Beheer Openbare Ruimte) dat in 2011 is opgesteld voor technisch en verzorgend onderhoud van wegen en groen. In dit plan zijn 4 eindbeelden en/of beheerbeelden beschreven.
De hoogste kwaliteit is A+ en de laagste is C (Kwaliteitscatalogus Openbare ruimte (CROW). Net zoals bij de wegen wordt het groen onderhouden/verzorgd op basis van het vastgesteld beeldkwaliteitsniveau B. Kwaliteitsniveau B is opgenomen in het groenonderhoudsbestek 2019-2022.

b. De bomen worden beheerd conform het Boombeheerplan 2016-2025. Hierin staat vermeld wanneer welke straten aan de buurt zijn. Jaarlijks wordt er door de afdeling een inspectie-, snoei- en onderhoudsplan opgesteld.

c. Speelvoorzieningen (zijn een onderdeel van het IBOR-beleidsplan): maandelijks worden alle voorzieningen gecontroleerd en onderhouden zodat ze voldoen aan de regels van het attractiebesluit.

2. De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties:

a. Voor onderhoud openbare ruimte € 803.000;

b. Voor het beheren van de bomen € 66.000;

c. Voor onderhouden van de speeltoestellen € 13.000;

3. De vertaling van de financiële consequenties in de begroting en de realisatie in het jaar 2020:

a. Voor onderhoud van de openbare ruimte is in de exploitatie begroting € 802.981 beschikbaar. Dit budget is gesplitst in € 673.781 voor groen onderhoud, werkelijke uitgaven € 732.575 en € 78.200 voor zwerfvuil onderhoud. Voor openbaar groen zijn de werkelijke uitgaven in 2020 € 732.575, en voor zwerfvuil € 88.665. Voor onderhoud aan wadi’s is € 50.000 geraamd, werkelijke kosten zijn, € 53.830.

b. Voor het beheren van de bomen is in de exploitatie begroting € 66.000 beschikbaar, werkelijk is uitgegeven € 65.844. Als gevolg van de droge zomer is € 60.500 extra geraamd voor het onderhoud (o.a. extra water geven), werkelijk is € 77.424 uitgegeven. In 2020 werd € 125.000 geïnvesteerd in het vervangen van bomen.

c. Voor het onderhouden van de speeltoestellen is in de exploitatie begroting € 13.000 beschikbaar, werkelijk is uitgegeven € 13.749. In 2020 wordt € 50.000 geïnvesteerd in het vervangen van speelvoorzieningen.

 

Natuur en Landschap

1. Het actuele en geldende beleidskader:

a. Het Beleidsplan Bosbeleids- en beheerplan 2014-2024 is in 2013 geactualiseerd. De actualisatie heeft hoofdzakelijk betrekking op het neerleggen van functie accenten in bosgebieden (recreatie, natuur en houtproductie). Deze functie accenten vormen de basis voor de bepalen van beheermaatregelen bij de uitvoering het  bosbeheer.

b. Het beheer van natuurterrein wordt uitgevoerd volgens de Leidraad beheer landschapselementen gemeente Boxmeer 0.2 en beheerplannen zoals deze zijn opgesteld voor de EVZ’s.

c. Het beheer van de Maasheggen is via een contract ondergebracht bij VNC. Dit contract liep in 2020 af.  Met de UNESCO status voor het Maasheggengebied, ontstaat er door alle partijen werkzaam in het gebied een nieuw elan. Dit gestuurd vanuit het Uitvoeringsprogramma Noordelijke Maasvallei. Een onderdeel hiervan is kavelruil, waarbij hagen kunnen worden verplaatst en nieuwe hagen kunnen worden aangeplant. Ook komt cultuurhistorie terug in de vorm van het terugbrengen van historische hekken met veldnamen. Het streven is te komen tot een éénduidig gestructureerd beheer voor het gehele gebied.

d. Het beheer van de bermen wordt is ingedeeld naar wegtype. Gebiedsontsluitingswegen worden gemaaid waarbij het maaisel wordt afgevoerd (verschralingsbeheer). Bermen van de overige wegen worden geklepeld, dit maaisel wordt niet afgevoerd.

e. Het beheer van de sloten is afgestemd op de keur van het Waterschap Aa en Maas (alle schouw en bermsloten) worden 1x per jaar geveegd. Wadi sloten worden 2x per jaar geveegd.

2. De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties:

a. Bosbeheer:

- € 52.500 voor beheer en onderhoud bossen incl. heffingen verzekeringen en contributies

- € 54.000 inkomsten vanuit de houtoogst en € 27.800 subsidiebijdrage SNL

b. natuurterrein:  

- € 44.000 beheer en onderhoud natuur terrein

- € 20.000 voor bijdrage Stika

c. Maasheggen: € 16.500

d. Berm beheer: € 88.500

e. Sloten:

- € 5.000 duikers en sloten uitdiepen

- € 16.000 schouwsloten vegen

- € 73.000 bermsloten

3. De vertaling van de financiële consequenties in de begroting en de realisatie in het jaar 2020:

a. bosbeheer

- € 6.400 plankosten (werkelijke kosten € 6.999)

- € 6.600 vaste lasten (werkelijke kosten € 8.604)

- € 49.900 bosbeheer: beheerskosten (werkelijke kosten € 50.214)

- € 6.800 bosverjonging (werkzaamheden worden in 2021 uitgevoerd, in 2020 zijn de werkelijke kosten € 0)

- € 27.800 houtoogst (werkelijke inkomsten € 40.633)

- € 36.755 Rijksbijdrage SNL inkomsten (werkelijke inkomsten € 36.888)

b. natuurterrein

- € 44.000 beheer en onderhoud natuur terrein (werkelijke kosten € 44.460)

- € 11.520 Voor bijdrage nieuw gebiedscontract (In 2020 is het oude gebiedscontract afgelopen, het restant bedrag van € 51.975 wordt ingezet voor het nieuwe gebiedscontract 2020 - 2024)

c. Maasheggen € 21.500 (werkelijke kosten € 15.601, bestedingsvoorstel is gedaan voor in 2020 niet uitgevoerde werkzaamheden)

d. Berm beheer € 109.200 (werkelijke kosten € 109.704)

e. Sloten

- € 5.000 duikers en sloten uitdiepen (werkelijke kosten € 2.671)

- € 16.000 schouwsloten vegen (werkelijke kosten € 14.333)

- € 83.000 bermsloten (werkelijke kosten € 74.368, bestedingsvoorstel is gedaan voor in 2020 niet uitgevoerde werkzaamheden)

 

Riolering / Water

1. het actuele en geldende beleidskader:
het actuele beleidskader voor riool en water is het in 2020 vastgestelde Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2020-2024

2. De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties:
a. 0,77 miljoen euro voor onderhoud (voornamelijk klein onderhoud aan vrij verval riolen, onderhoud gemalen en IBA’s, onderzoekskosten en stroomkosten);
b. 0,73 miljoen euro voor investeringen (vervangingen, groot onderhoud gemalen en IBA’s).

3. De vertaling van de financiële consequenties in de begroting en de realisatie in het jaar 2020:
a. In de begroting is voor onderhoud, conform het VGRP, voor het jaar 2020 € 457.000 opgenomen. Om de onderhoudskosten te stabiliseren, mogelijk te verminderen, blijft de focus gericht op a) meer samen met zowel het waterschap als de aanliggende gemeenten en b) op innovatie en onderzoek;
b. Voor 2020 zijn er vooralsnog, vanwege de goede kwaliteit, weinig nieuwe investeringen opgenomen, wel is er voor  € 2.470.000 voor veel kleine tot middel grote waterprojecten en € 4.945.000 voor Hoogkoor en ander grote werken opgenomen.

 

Gebouwen

Gemeentelijke accommodaties

1.Actueel beleidskader:

Per gemeentelijke accommodaties is een MJOP opgesteld. In een cyclus van 5 jaar worden de MJOP’s van alle gemeentelijke accommodaties bijgesteld en geactualiseerd (conform BBV). In 2020 zijn 6 MJOP’s geactualiseerd en waren alle overige MJOP’s nog voldoende actueel.

2.Het van toepassing zijnde kwaliteitsniveau:

Het aangegeven onderhoud is noodzakelijk voor de instandhouding van de accommodaties. Het MJOP is een planningsinstrument. Per jaar wordt bekeken welke onderhoud het meest dringend dan wel noodzakelijk is. Deze prioritering wordt jaarlijks vastgelegd binnen het onderhoudsbudget op de kostenplaats gebouwen.

3. De vertaling van de financiële consequenties in de begroting:

In de begroting 2020 is er voor onderhoud en instandhouding van de gemeentelijke accommodaties een bedrag opgenomen van bijna € 1.200.000. Het betreft onderhoud aan de sporthallen, de gemeenschaps- en jeugdhuizen en de monumenten. Dit is inclusief de bijstellingen van € 300.000 voor extra onderhoudskosten van monumenten en € 274.970 voor onderhoud van het gemeenschapshuis De Pit in Overloon. In totaal is € 885.530 aan onderhoud uitgegeven. Een onderschrijding van € 310.800. Het onderhoud van De Pit vindt plaats in 2021. Er zal verzocht worden om het begrote bedrag van € 274.970 over te hevelen naar 2021. Van het extra bedrag voor Monumenten resteert € 200.000. Hiervoor zal eveneens een voorstel tot overheveling gedaan worden met de behandeling van de jaarrekening 2020.
Na aftrek van de posten die in 2021 besteed zullen worden ontstaat een bruto overschrijding van € 164.170. Hiertegenover staat echter een ontvangst inzake de Specifieke uitkering Sport (Spuk) van € 61.080. Ook is er voor de instandhouding van de molens € 30.280 meer subsidie ontvangen dan begroot. Per saldo resteert in 2020 een netto overschrijding van € 72.810 op het onderhoud van deze accommodaties.

 

Financiering

Algemeen

De Wet financiering decentrale overheden (Wet FIDO) stelt regels aan de financieringsfunctie van gemeenten en biedt een kader voor de beheersing van de risico’s die uit deze functie voortvloeien.

Voor de gemeente Boxmeer is deze regelgeving vertaald in een ‘treasurystatuut’ dat door de gemeenteraad is vastgesteld op 22 april 2015. In dit statuut is de bestuurlijke infrastructuur voor de uitvoering van de treasuryfunctie vastgelegd.

In het treasurystatuut worden allereerst het begrippenkader en de doelstellingen van de treasuryfunctie geformuleerd. Deze worden vervolgens geconcretiseerd voor verschillende deelgebieden van treasury: risicobeheer, gemeentefinanciering en kasbeheer. Daarna worden de organisatorische randvoorwaarden van de treasuryfunctie weergegeven. Daarbij ligt het accent op de helderheid betreffende de verdeling van de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Tot slot worden de uitgangspunten vastgelegd voor de informatie die noodzakelijk is om het gehele proces beheersbaar en meetbaar te maken en te houden.

 

Financieringsbeleid

Het financieringsbeleid is er op gericht om zo lang mogelijk de uitgaven met “kort geld” te financieren en pas vaste leningen aan te trekken wanneer dat noodzakelijk is. Wij streven er naar de benodigde leningen tegen zo laag mogelijke kosten aan te trekken en tegelijkertijd de renterisico’s te beheersen. Door een goede liquiditeitenraming proberen we dit zo goed mogelijk in beeld te brengen. De liquiditeitsbehoefte in onze gemeente gedurende de periode 2019 t/m 2022 wordt in belangrijke mate bepaald door de geplande investeringen. De ontwikkelingen op de kapitaalmarkt  van kortlopende  en langlopende financieringsmiddelen zijn ook medebepalend voor het moment waarop een lening wordt aangetrokken. In 2020 is het niet nodig geweest om langlopende geldleningen af te sluiten.

 

Schatkistbankieren

Eind 2013 is de Wet Hof (Houdbare overheidsfinanciën) in werking getreden. Hierin is opgenomen dat het Rijk en de medeoverheden een gelijkwaardige inspanningsplicht hebben om de begrotingseisen te respecteren. De gelijkwaardige inspanning wordt uitgedrukt in een macronorm voor het EMU-saldo van de medeoverheden gezamenlijk.  Op basis van de Wet Verplicht schatkistbankieren zijn decentrale overheden (o.a. gemeenten) verplicht om hun overtollige middelen in de schatkist bij het ministerie van Financiën aan te houden. Dit houdt in dat geld en vermogen niet bij banken en instellingen buiten de schatkist mogen worden gehouden. Overtollige middelen mogen alleen in rekeningcourant en via deposito's bij de schatkist worden aangehouden of onderling worden uitgeleend aan andere decentrale overheden.

Dit verplicht schatkist-bankieren is ingesteld om de overheidsschuld terug te dringen.

Om het dagelijks kasbeheer te vereenvoudigen, is er een drempelbedrag dat buiten de rijksschatkist mag worden gehouden. De hoogte van het drempelbedrag is afhankelijk van de omvang van de begroting, met een minimum van € 250.000. Het drempelbedrag voor de gemeente Boxmeer bedraagt € 625.000 in 2020.

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000)
(1) Drempelbedrag           625      
    Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
(2) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen           592          734          678          513
(3a) = (1) > (2) Ruimte onder het drempelbedrag           33             -             -         112
(3b) = (2) > (1) Overschrijding van het drempelbedrag             -         109           53             -
(1) Berekening drempelbedrag
    Verslagjaar      
(4a) Begrotingstotaal verslagjaar      83.305      
(4b) Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen      83.305      
(4c) Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat             -      
(1) = (4b)*0,0075 + (4c)*0,002 met een minimum van €250.000 Drempelbedrag          625      
(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
    Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
(5a) Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil)      53.859     66.759     62.344     47.173
(5b) Dagen in het kwartaal           91           91           92           92
(2) - (5a) / (5b) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen          592         734         678         513

Uit bovenstaand staatje blijkt dat wij gedurende het jaar regelmatig geld in de schatkist hebben aangehouden. De rente die we hiervoor hebben ontvangen is nihil.

 

Rente ontwikkelingen

Geldmarkt

Om de ontwikkeling van de geldmarktrente te volgen, wordt vaak naar de Euribor tarieven gekeken. De Euribor tarieven zijn de gemiddelde rente tarieven waartegen een groot aantal Europese banken elkaar leningen in euro’s verstrekken.

De Euribor tarieven gelden als basistarief (maatstaf) voor allerlei andere renteproducten, zoals renteswaps, rentefutures, spaarrekeningen en hypotheken. Dat is dan ook de reden dat zowel professionals als particulieren de ontwikkeling van de Euribor tarieven nauwlettend in de gaten houden.

Onderstaand een overzicht van de 3-maands euribor rente van de afgelopen jaren.

02-02-2021   - 0,546%

02-01-2020    - 0,379%

02-01-2019    - 0,310%

02-01-2018   - 0,329%

02-01-2017    - 0,318% 

04-01-2016   - 0,132%                                                                       

Hieronder ziet u 2 grafieken waarin de historische ontwikkeling van Euribor weergegeven wordt (de 3 maands Euribor). De rentebewegingen die u in deze grafieken ziet, komen goed overheen met de bewegingen die de spaarrente en deposito rente in het verleden gemaakt hebben.

3 maands Euribor grafiek - totale looptijd:

3 maands EWuribor grafiek - laatste jaar:

Kapitaalmarkt

Als maatstaf van de kapitaalmarktrente wordt vaak naar staatsleningen gekeken. Gezien het lage debiteurenrisico (risico dat er niet betaald wordt) bij een Nederlandse staatslening, geldt dit tarief vaak als een soort basistarief. Andere leningen met hogere risico's kennen dan een renteopslag voor dat hogere risico, waarbij geldt dat de opslag hoger wordt, naarmate het debiteurenrisico hoger wordt. Bovendien geldt normaal gesproken dat de rente hoger wordt bij een langere looptijd.

Om een beeld te kunnen vormen voor de historische kapitaalmarktrente en de rente-ontwikkeling, hebben wij hieronder 2 grafieken geplaatst. In de linker grafiek ziet u de lange termijn trend, in de rechter grafiek de korte termijn trend. Vaak wordt de korte termijn trend gebruikt om een idee te krijgen van de toekomstige rente-ontwikkeling. Niet alleen voor de kapitaalmarktrente, maar ook voor bijvoorbeeld hypotheken met een wat langere rentevaste periode.

10 jaars staatslening - lang termijn rente-ontwikkeling:

10 jaars staatslening - korte termijn rente-ontwikkeling:

Risicobeheer

Onder risico’s worden zowel renterisico’s (van vaste schuld en vlottende schuld) als kredietrisico’s, liquiditeitenrisico’s en koersrisico’s verstaan. De Wet financiering decentrale overheden (Wet FIDO) geeft een aantal verplichte elementen aan die het risico beperken. In het door de raad vastgestelde Treasurystatuut wordt aangegeven hoe de gemeente Boxmeer deze wet in de praktijk toepast. Het doel van dit statuut is, naast het beperken van deze risico’s, het verhogen van een slagvaardig beleid bij het aantrekken respectievelijk het uitzetten van gelden. Een belangrijke eis uit de Wet FIDO is dat de uitvoering van de treasuryfunctie uitsluitend de publieke taak dient en dat het beheer prudent (voorzichtig) dient te zijn. De gemeente Boxmeer heeft geen beleggingen die niet in het verlengde van de publieke taak liggen.

 

Koersrisico's

De koersrisico’s van de gemeente zijn zeer beperkt omdat uitsluitend middelen worden uitgezet bij de schatkist of bij andere overheden. Dit gebeurt in vastrentende waarden. Vastrentende waarden garanderen dat op de einddatum de nominale waarde wordt uitgekeerd. Op de einddatum is dus geen sprake van koersrisico’s.

 

Kredietrisico

Bij de verstrekte geldleningen loopt de gemeente Boxmeer kredietrisico’s. De beheersing van dit risico wordt vooral vormgegeven door terughoudendheid bij het aangaan van nieuwe leningen. Verder neemt in de tijd de hoofdsom en dus ook het risico van doorgeleende gelden af, door aflossingen.

 

Renterisico’s

Bij de inwerkingtreding van de Wet FIDO is het begrip ‘renterisiconorm’ ingevoerd. De renterisiconorm beoogt een zodanige opbouw van de leningenportefeuille, dat het renterisico uit hoofde van renteaanpassing en herfinanciering van leningen wordt beperkt. Uitgangspunt hierbij is om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen. De wettelijk vastgestelde renterisiconorm van 20% houdt in dat in enig jaar de aflossing van de lange schuld niet hoger mag zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Uit de berekening van de huidige renterisiconorm, zoals hieronder weergegeven, blijkt dat voor het jaar 2020 de renterisiconorm is overschreden. Er is hier sprake van een eenmalige overschrijding. De provincie heeft een éénmalige ontheffing verleend voor overschrijding van de risiconorm.

Modelstaat B Renterisico vaste schuld over de jaren 2019 t/m 2022
Stap Variabelen renterisico(norm) Jaar T: Jaar T+1: Jaar T+2: Jaar T+3:
    2020 2021 2022 2023
1 Renteherzieningen 0 0 0 0
2 Aflossingen 15.997.447 7.157.447 12.084.842 5.334.842
3 Renterisico (1 + 2) 15.997.447 7.157.447 12.084.842 5.334.842
4 Renterisiconorm 15.407.052 14.923.319 14.407.589 14.172.051
5a = 4 > 3 Ruimte onder renterisiconorm N.v.t. 7.765.872 2.322.747 8.837.209
5b = 3 > 4 Overschrijding renterisiconorm 590.395 N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Berekening renterisiconorm        
4a Begrotingstotaal jaar T 77.035.259 74.616.595 72.037.946 70.860.256
4b Percentage regeling 20 20 20 20
4 = 4a x 4b / 100 Renterisiconorm 15.407.052 14.923.319 14.407.589 14.172.051
(van alleen jaar T)

 

Renteschema

De commissie BBV heeft in 2017 een rentenotitie uitgebracht waarin men adviseert om het renteschema uit deze notitie op te nemen in de financieringsparagraaf. In onderstaand overzicht wordt hierdoor o.a. inzicht gegeven in rentelasten en het renteresultaat.

Rente-omslagberekening: Rekening 2020    
Externe rentelasten         
-korte financiering       -12.213
-lange financiering       1.500.369
-rentebaten       -50.011
        1.438.144
Rente grondexploitatie   -367.582  
Rente projectfinanciering   0  
        -367.582
Saldo door te rekenen externe rente     1.070.563
Rente voorzieningen       0
Aan taakvelden toe te rekenen rente     1.070.563
Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente   915.443
Rente resultaat       -155.120

 

Kasgeldlimiet

Om de directe gevolgen van een snelle rentestijging te beperken is in de wet FIDO de kasgeldlimiet opgenomen. Dit houdt in dat de gemeente haar financieringsbehoefte voor een beperkt bedrag met kort geld (looptijd < 1 jaar) mag financieren. De norm is in de wet gesteld op 8,5% van het begrotingstotaal aan lasten bij aanvang van het jaar. Voor Boxmeer bedraagt de limiet voor 2020 € 6.639.543.

 

Verstrekte geldleningen

Bij de verstrekte geldleningen loopt de gemeente Boxmeer kredietrisico’s. De beheersing van dit risico wordt vooral vormgegeven door terughoudendheid bij het aangaan van nieuwe leningen. Verder neemt in de tijd de hoofdsom en dus ook het risico van doorgeleende gelden af, door aflossingen. In onderstaand schema ziet u een samengevat overzicht van de verstrekte geldleningen.

Verstrekte geldleningen

Bedrag

Stand per 1 januari 2020

832.204

Verstrekkingen

1.250.000

Aflossingen

705.789

Stand per 31 december 2020

1.376.415

 

Opgenomen geldleningen

Het is natuurlijk ook van uitermate groot belang zicht te hebben op de samenstelling, de grootte en de rentegevoeligheid van de opgenomen leningen. Voor een uitgebreide specificatie verwijzen wij u naar de staat van opgenomen geldleningen. In onderstaand schema ziet u een samengevat overzicht van de opgenomen geldleningen.

Opgenomen   geldleningen

Bedrag

Stand per 1 januari 2020

84.004.562

Reguliere  aflossingen

15.997.447

Stand per 31 december 2020

68.007.115

 

 

Relatiebeheer

Het huisbankierschap met Rabobank Land van Cuijk & Maasduinen loopt, als gevolg van de naderende herindeling, tot 1-1-2022.

Bedrijfsvoering

Algemeen

Inleiding

De bedrijfsvoering bestaat uit de onderdelen personeel, organisatie, ICT, (interne) communicatie, juridische control, financiën en huisvesting. Bedrijfsvoering houdt ook in het waarborgen van rechtmatig, doelmatig en doeltreffend beleid en beheer. De paragraaf geeft inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens inzake de bedrijfsvoering met het oog op de uitvoering van de programma’s en het programmaplan. In het jaar 2020 was de begroting ook raadpleegbaar en benaderbaar via een zogenaamde “financiën online”. Daarmee is de toegankelijkheid en de raadpleegbaarheid toegenomen.

Actualisering

De wereld verandert. Wetgeving verandert, de samenleving verandert. Allemaal ingrediënten die het noodzakelijk maakten om de actualiseringsnota uit 2008 te herijken. Dat is, zoals u bij de behandeling van de kadernota 2016 hebt ervaren, een intensief proces geworden, waarbij er door de organisatie o.a. gekeken is naar alle veranderende wetgeving, maar er ook gekeken is, vanuit bestuurskundige optiek, naar de organisatiemodellen en met name de opmaat voor de regiegemeente (participatie) en de daarbij horende ambtenaar 3.0.

Voor het jaar 2020 lag de focus op de verdere implementatie van deze actualiseringsnota 2016. Naar aanleiding van de raadsdiscussie tijdens de kadernota is er ook in 2020 extra ingezet op het zorgloket, duurzaamheid, toezicht en wettelijke vereisten zoals de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de ENSIA single-audit systematiek. We bleven, ondanks de uitbreidingen, als organisatie slank en efficiënt georganiseerd.

 

Personeel

Het jaar 2020 heeft vooral in het teken gestaan van de voorbereidingen op de herindeling per 1 januari 2022. Zo zijn er zogenaamde “bouwteams” - bestaande uit een groot aantal medewerkers van de deelnemende gemeenten - aan de slag gegaan met het bouwen van de nieuwe organisatie in de vorm van een functieboek en detailstructuur. En zijn de gesprekken met de bonden in het zogenaamd SLO (samenwerkend lokaal overleg) gestart om te komen tot een sociaal plan. Dit alles onder regie van het projectteam met de kwartiermaker Johan Postma als beoogd gemeentesecretaris en de werkgroep HRM. Vele handen maken licht werk; naast de belangrijke zaken die te maken hebben met de plaatsing van de medewerkers in de nieuwe organisatie, zijn er nog een groot aantal werkgroepen aan het werk gegaan waarin telkens diverse medewerkers vanuit de gemeente Boxmeer hun bijdrage hebben geleverd. Denk bijvoorbeeld aan huisvesting, ICT, DIV, Communicatie, etc. Voor de uitvoering van de reguliere werkzaamheden voor Boxmeer, blijft de medewerkerstevredenheid, de opleidingsbehoefte en het ziekteverzuim een vast onderdeel van de reguliere P-gesprekken met de medewerkers. Waarbij het streven onveranderd gericht blijft op het creëren van een gezonde en plezierige werkomgeving voor onze medewerkers.

 

Dienstverlening

Thema Burgerzaken en verkiezingen

Doelstelling: een passende dienstverlening. Uitvoering geven aan wettelijke taken in het kader van registeren en legitimeren. Wachttijden bij baliecontacten voorkomen.

Kwaliteit dienstverlening

Een passende dienstverlening begint bij een correcte en passende beantwoording en behandeling van vragen van klanten. Wij zetten ons in om de dienstverlening van onze gemeente efficiënt en klantgericht vorm te geven. Daarbij wordt keuzevrijheid geboden via welk kanaal (internet, telefonie, post balie) de klant ons wil benaderen.

De uitbraak van COVID-19 (Corona) eind februari 2020 heeft een enorme impact gehad op onze dienstverlening. De wereldwijde pandemie leidt tot ongekende omstandigheden. Voor de aanpak van COVID-19 kijken wij wat we, aanvullend op de landelijke maatregelen van het Rijk, kunnen doen. Dit raakt namelijk veel terreinen van onze dienstverlening. We streven daarbij naar een zo adequaat mogelijke uitvoering van de landelijke en lokale maatregelen in relatie tot het continueren van de reguliere dienstverlening. Wij hebben daarvoor de nodige interne maatregelen getroffen zoals de focus op de doorontwikkeling van onze digitale dienstverlening en het werken op afspraak.

 

Taakveld 0.4 Overhead

Huisvesting:

2021 is het 11e jaar dat we in ons huidige gemeentehuis zitten. In 2020 is de huisvestingsituatie niet veranderd. De capaciteit is op dit moment voldoende voor de huisvesting van het ambtelijke apparaat. De noodzakelijke uitbreiding van het gemeentehuis als gevolg van de op handen zijnde gemeentelijke herindeling is in voorbereiding. Bouwkundig is daar bij de bouw van het gemeentehuis in 2008 rekening mee gehouden.

Inkoop en aanbesteding:

De samenwerking met BIZOB levert een kwaliteitsimpuls voor inkopen en aanbesteden. Het lokale bedrijfsleven wordt betrokken bij inkopen en aanbesteden in het werkgebied van BIZOB middels de BIZOB inkoopkalender (https://www.bizob.nl/ondernemers/inkoopkalender/)  en een kwartaalsgewijze aankondiging van inkoop en aanbestedingstrajecten in het Boxmeers Weekblad. Voor de kleinere inkopen tot € 10.000 is een vereenvoudigde procedure vastgesteld. Deze procedure bevordert besteding bij het lokale MKB.

(Digitaal) zaakgericht werken:

Vanaf 2017 is de organisatie, naast de reeds in gang gezette digitalisering, steeds meer zaakgericht gaan werken. Hiervoor wordt de applicatie “Join” ingezet welke door alle LvC-gemeenten gebruikt wordt. Het grote voordeel van zaakgericht werken is, dat alle documenten, contacten en andere stukken m.b.t. één zaak bij elkaar zitten. In 2019 is het Sociaal Domein ook hierbij aangesloten. In 2020 is het vervangingsbesluit in werking getreden. Dit houdt in dat fysieke documenten (opgeslagen in Join) mogen worden vervangen voor digitale reproducties.  Er is nog een aanvullend vervangingsbesluit genomen voor de te bewaren zaken/documenten in Join vanaf juni 2017 (start zaakgericht werken).Hiervoor vervalt de hybride situatie (zowel analoog als digitale opslag).

Informatieveiligheid / Gegevensbescherming:

De gemeente beschikt over waardevolle en privacygevoelige gegevens. Het is belangrijk dat we deze gegevens goed beschermen. De gemeente Boxmeer pakt dit op in samenwerking met de gemeente Sint Anthonis. Vanaf 2019 wordt de gemeenteraad middels de Planning en Controlcyclus hierin meegenomen.

In 2020 gaan we verder met de invoering van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Daarnaast blijven we via de ‘Eenduidige Normatiek Single Information Audit’ (ENSIA) de inrichting toetsen en verbeteren.

Het is belangrijk dat we deze gegevens goed beschermen en dat we bij blijven. In 2019 werd daarom het informatieveiligheidsbeleid opnieuw opgesteld in lijn met de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) in 2020 is daarnaast ook het privacybeleid en –reglement opgesteld.

Bewustwording blijft een belangrijk onderwerp. De mens vormt een belangrijke, maar ook zwakke schakel als het gaat om beveiliging en zorgvuldigheid in de omgang met (persoons)gegevens. Hierin wordt al langer samengewerkt met de gemeente Sint Anthonis, maar vanaf 2020 zijn de eerste samenwerkingen met Werkorganisatie CGM ook gerealiseerd, die in 2021 zullen resulteren in een gezamenlijk communicatieplan.

Ook in 2020 zijn een aantal DPIA’s (Data Protection Impact Assesments) uitgevoerd en zijn er samenwerkingsovereenkomsten aangegaan om zorgvuldige omgang met persoonsgegevens zo goed als mogelijk te borgen. Zo is er een protocol voor overlastgevende jeugd opgesteld en is er een DPIA op cameratoezicht uitgevoerd.

Informatisering en automatisering:

In 2020 is een stabiele nieuwe infrastructuur opgeleverd. Ook zijn verschillende informatiseringsprojecten afgerond of verder doorgevoerd (beveiligde e-mail, e-Herkenning, zaaktypenbeheer e.d.). Naast de uitvoering van het met uw Raad afgestemde informatiebeleidsplan 2018-2022 zal vanaf heden ook gewerkt worden volgens de informatiebeleidsvisie gemeente Land van Cuijk i.o. Beide plannen stemmen grotendeels overeen. De uitvoering van het gezamenlijke technische concept dat al vanaf begin 2021 wordt toegepast, zal in 2022 worden afgerond.  Doel is de technische verweving soepel, veilig en tegen zo laag mogelijke kosten te realiseren. Dat geldt zowel voor de hardware als voor alle werkprocessen en daarin toegepaste softwareoplossingen.

Verbonden partijen

Algemeen

Vanwege bestuurlijke, beleidsmatige en/of financiële belangen en mogelijke dito risico’s is het gewenst dat in de begroting en jaarstukken aandacht wordt besteed aan derde rechtspersonen, waarmee de gemeente een bestuurlijke en financiële band heeft. Dat zijn deelnemingen (vennootschappen), gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en verenigingen. Het is niet de bedoeling te rapporteren over alle partijen waarmee de gemeente op enigerlei wijze verbonden is. Het criterium is daarom gelegd bij die partijen waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Onder bestuurlijk belang (artikel 1 lid d BBV) wordt verstaan: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Met een financieel belang (artikel 1 lid c BBV) wordt bedoeld: een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is als de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt.

Voor de rekening 2020 zijn ten aanzien van verbonden partijen de volgende zaken te melden:

Algemeen

De besturen van de gemeenschappelijke regelingen in Noordoost Brabant en de deelnemende gemeenten hebben afspraken gemaakt om te komen tot een betere afstemming over de jaarlijkse financiële beleidscyclus. Bij brief van 1 juli 2020 van de gemeente Meierijstad is de planning 2021 tussen de gemeenten en 9 samenwerkingsverbanden vastgelegd. Daarnaast is binnen de regio een adoptieregeling afgesproken, waarbij een klein team van ambtenaren de kadernota, de begroting en de jaarrekening analyseert voor de andere deelnemende gemeenten en daartoe een conceptvoorstel opstelt. Voor de visie op en de beleidsvoornemens omtrent de verbonden partij verwijzen wij naar het betreffende programma.

Voor de visie op en de beleidsvoornemens omtrent de verbonden partij verwijzen wij naar het betreffende programma.

 

Overzicht verbonden partijen

Verbonden partij

Programma

Gemeenschappelijke regeling

Vennootschappen en coöperaties

Stichtingen en verenigingen

Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN)

8

X

 

 

Afvalinzameling Land van Cuijk en Boekel

7

X

 

 

Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant

6

X

 

 

Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC)

0

X

 

 

GGD Hart voor Brabant

5

X

 

 

Euregio  Rijn-Waal

0

 

 

X

Veiligheidsregio Brabant-Noord

1

X

 

 

Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Noordoost

1

 

 

X

Bank Nederlandse Gemeenten

4

 

X

 

Brabant Water N.V.

7

 

X

 

Kleinschalig Collectief Vervoer Brabant-Noordoost

6

X

 

 

Gemeenschappelijke regeling voor het toezicht op het openbaar onderwijs

5

X

 

 

Regionaal Bureau Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten  Brabant

5

X

 

 

Ambtelijke Samenwerking gemeenten Boxmeer en Sint Anthonis

0

X

 

 

AgriFood Capital / Regio Noord Oost Brabant (RNOB)

0

 

 

X

Centrumregeling Jeugdhulp Noordoost Brabant

6

X

 

 

Centrumregeling Wmo Wvggz Brabant Noordoost- oost

6

X

 

 

Stichting Bureau Inkoop en Aanbestedingen Zuidoost-Brabant (Bizob)

0

 

 

X

 

Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN)

Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN)

Vestigingsplaats

’s-Hertogenbosch

Partijen

Provincie Noord-Brabant en de gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer, Boxtel, Cuijk, Grave, Haaren, Landerd, Mill en Sint Hubert, Oss, ’s-Hertogenbosch, Sint Anthonis, Sint-Michielsgestel, Uden, Vught en Meierijstad.

Openbaar  belang

Het openbaar lichaam is ingesteld om ten behoeve van de deelnemers taken uit te voeren op het gebied van de fysieke leefomgeving en om als verlengstuk van het lokaal en provinciaal bestuur een bijdrage te leveren aan een leefbare en veilige werk- en leefomgeving van de regio Brabant Noordoost.

Bestuurlijk belang

De Gemeente Boxmeer maakt deel uit van het Algemeen Bestuur en wordt vertegenwoordigd door wethouder Stevens.

Financieel  belang

Bijdrage Boxmeer 2021 is begroot op € 1.654.500 (2020: € 1.696.274). De werkelijke kosten over 2020 bedroegen € 1.633.439.

Eigen vermogen

E.V. per 1-1-2019 € 10.553.000 / 31-12-2019 € 8.575.000.

E.V. per 1-1-2021 € 8.147.900 / 31-12-2021 € 8.185.700.

Vreemd vermogen

V.V. per 1-1-2019 € 12.771.000 / 31-12-2019 € 11.518.000.

V.V. per 1-1-2021 € 11.167.700 / 31-12-2021 € 10.904.900.

Financieel  resultaat

Het resultaat van de jaarrekening 2019 ODBN is na onttrekkingen en dotaties aan reserves € 168.000 voordelig. Het resultaat van de begroting 2021 ODBN is na onttrekkingen en dotaties aan reserves € 106.200 voordelig.

Risico’s

Door krapte op de arbeidsmarkt niet (voldoende) gekwalificeerd personeel te kunnen vinden. Daarnaast het risico dat de organisatie tijd moet vrij maken voor externe ontwikkelingen waardoor deze uren niet kunnen worden gefactureerd.

Rapportages

De jaarrekening 2019 en de begroting 2021 zijn behandeld in de collegevergadering van 19 mei 2020. De kadernota 2022 is behandeld in de collegevergadering van 11 februari 2021.

 

Afvalinzameling Land van Cuijk en Boekel

Afvalinzameling Land van Cuijk en Boekel

Vestigingsplaats

Cuijk

Partijen

De gemeenten Boxmeer, Cuijk, Grave, Sint Anthonis, Mill en Sint Hubert en Boekel.

Bestuurlijk belang

De Gemeenschappelijke Regeling Afvalinzameling Land van Cuijk en Boekel (voorheen BCA) is op 1 januari 2020 in werking getreden. Wethouder Verstraaten maakt deel uit van het Algemeen bestuur.

Financieel  belang

De bijdrage 2021 bedraagt bruto  € 1.679.600 (2020: € 1.801.026). Hierbij is rekening gehouden met het vervallen van het tarief voor tuinafval bij de milieustraten. Hier tegenover staat een bijdrage  van het Afvalfonds.

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2019 € 179.000.

E.V. per 31-12-2021 € 926.000.

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2019 € 2.524.000.

V.V. per 31-12-2021 € 1.758.000.

Financieel  resultaat

Het resultaat van de jaarrekening 2019 is na onttrekkingen en dotaties aan reserves € 257.007 nadelig. Het resultaat van de begroting 2021 is € 309.600.

Risico’s

De kosten afvalverwerking worden voor 100% doorberekend in de tarieven reinigingsrechten.

Rapportages

De jaarrekening 2019 en de begroting 2021 zijn behandeld in de collegevergadering van 12 mei 2020.

 

Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant

Werkvoorzieningschap  Noordoost-Brabant

Vestigingsplaats

Oss

Partijen

Gemeenten Boekel, Boxmeer, Cuijk, Grave, Bernheze, Landerd, Mill en Sint Hubert, Oss, Sint Anthonis, Uden en Meierijstad.

Openbaar  belang

Verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening in de regio. Het openbaar lichaam verzorgt de administratie en gebruikt voor plaatsing van kandidaten haar eigen uitvoeringsorganisatie (IBN-Holding B.V.).

Bestuurlijk belang

De gemeente Boxmeer maakt via wethouder Hendriks deel uit van het Algemeen en Dagelijks Bestuur. Het Werkvoorzieningschap kent een Algemeen Bestuur en een Dagelijks Bestuur. Het Algemeen Bestuur bestaat uit elf leden uit de deelnemende gemeenten. Het Dagelijks Bestuur bestaat momenteel uit zeven leden. Zes leden worden aangewezen door en uit het Algemeen Bestuur, waarbij elke deelregio (Oss/Maasland, Uden/Veghel en Land van Cuijk) twee leden voordraagt. De voorzitter van de Raad van Commissarissen van IBN is eveneens lid van het Dagelijks Bestuur. In de afgelopen jaren is het meerdere keren voorgekomen dat er per deelregio binnen het gebied van het Werkvoorzieningschap meer leden van het Algemeen Bestuur zitting wilden nemen in het Dagelijks Bestuur dan dat er zetels beschikbaar waren. Binnen de 3 deelregio’s is deze behoefte gepeild. De afzonderlijke deelregio’s hebben vervolgens ingestemd met uitbreiding van het aantal leden van het Dagelijks Bestuur (als toehoorder) om zo meer gemeenten de gelegenheid te bieden om bestuurlijke verantwoordelijkheid te dragen op het niveau van het Dagelijks Bestuur.

Financieel  belang

Bijdrage in de exploitatie voor bestuurskosten is voor 2021 geraamd op € 7.310 (begroot 2020 € 7.310). De werkelijke bijdrage 2020 bedroeg € 7.469. Het aandeel van de gemeente Boxmeer in de AGR is per 31-12-2019 € 378.900.

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2018: € 27.359.100 / 31-12-2019 € 26.967.900.

E.V. per 1-1-2021 € 26.967.900 / 31-12-2021 € 26.967.900.

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2018: € 5.422.200 / 31-12-2019 € 3.123.000.

V.V. per 1-1-2021 € 3.123.000 / 31-12-2021 € 3.123.000.

Financieel  resultaat

Het bedrijfsresultaat 2019 van het Werkvoorzieningschap (WVS) is € 0. De kosten worden gedekt uit de gemeentelijke bijdrage en een bijdrage van IBN. Het begrote resultaat voor 2021 is € 0 (2020: € 0).

Risico’s

De materiële uitvoering van de WSW is opgedragen aan de 100% deelneming IBN-Holding B.V. In het jaarlijks vast te stellen sociaaleconomisch contract worden de wederzijdse rechten en verplichtingen vastgelegd. De bevoegdheden van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders worden uitgeoefend door het Algemeen Bestuur van het Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant. De bedrijfsvoeringrisico’s zijn hiermee indirect voor de deelnemende gemeenten.

Rapportages

De jaarrekening 2019 en de begroting 2021 zijn behandeld in de collegevergadering van 4 mei 2020. De kadernota 2022 is behandeld in de collegevergadering van 5 januari 2021.

 

Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC)

Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC)

Vestigingsplaats

’s-Hertogenbosch

Partijen

Het Rijk, 14 gemeenten en 2 waterschappen.

Openbaar  belang

Het BHIC heeft als doel het behartigen van de belangen van de deelnemende partijen bij alle aangelegenheden betreffende de archiefbescheiden en collecties in rijksarchiefbewaarplaats in de Provincie Noord-Brabant en de archiefbewaarplaatsen van de deelnemende gemeenten en waterschappen.

Bestuurlijk belang

Het bestuur bestaat uit 3 vertegenwoordigers van het Rijk en 3 vertegenwoordigers van de aangesloten gemeenten en waterschappen.

Financieel  belang

Bijdrage Boxmeer 2021 is begroot op €104.800 (2020:  €104.800). De werkelijke kosten 2020 bedroegen €109.100.

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2018 € 518.384 / 31-12-2019 € 915.458.

E.V. per 01-01-2021 € 1.195.000 / per 31-12-2021 € 1.415.000.

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2018 € 2.515.163 / 31-12-2019 € 3.806.590.

V.V. per 01-01-2021 € 3.061.000 / per 31-12-2021 € 2.187.000.

Financieel  resultaat

De jaarrekening 2019 sluit met een overschot van € 44.876. Het begrote resultaat 2021 is € 0 (2020: € 0).

Risico’s

Zie eigen- en vreemd vermogen.

Rapportages

De jaarrekening 2019 en de begroting 2021 zijn behandeld in de collegevergadering van 5 mei 2020. De kadernota 2022 is behandeld in de collegevergadering van 12 januari 2021.

 

GGD Hart voor Brabant

GGD Hart voor Brabant

Vestigingsplaats

’s-Hertogenbosch

Partijen

25 Brabantse gemeenten.

Openbaar  belang

De GGD heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de openbare gezondheidszorg.

Bestuurlijk belang

De gemeente neemt deel in het Algemeen Bestuur via wethouder Hendriks. De gemeenschappelijke regeling GGD Hart voor Brabant is bij raadsbesluit van 7 september 2000 aangegaan met ingang van 1 januari 2001 en bij raadsbesluit van 27 juni 2013 voor het laatst gewijzigd.

Financieel  belang

Bijdrage Boxmeer 2021 is begroot op € 997.585 (2020: € 963.085). De werkelijke kosten 2020 bedroegen €953.477.

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2019 € 8.528.000 / 31-12-2020 € 7.820.000.

E.V. per 01-01-2021 € 5.851.000 / 31-12-2021 € 5.516.000.

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2019 € 8.371.000 / 31-12-2020 € 31.107.000.

Financieel  resultaat

De jaarrekening 2020 sluit met een positief saldo van € 247.000 (2019: € 152.000). Het begrote resultaat voor 2021 is € 0 (2020: € 0).

Risico’s

Zie eigen- en vreemd vermogen.

Rapportages

De begroting 2021 en de jaarrekening 2019 zijn vastgesteld in de collegevergadering van 12 mei 2020. De kadernota 2022 is behandeld in de collegevergadering van 2 februari 2021.

Euregio Rijn-Waal

Euregio Rijn-Waal

Vestigingsplaats

Kleve (Duitsland)

Partijen

Diverse gemeenten en andere publiekrechtelijke lichamen in de volgende gebieden: West-Veluwe, Arnhem-Nijmegen, Zuid- West Gelderland, Achterhoek, Noordoost Brabant, Noord-Limburg, Kreis Kleve, Kreis Wesel en Stadt Duisburg.

Openbaar  belang

De Euregio Rijn-Waal wil met haar werk bijdragen aan de eenwording van Europa. Tegelijkertijd streven wij naar een sterke economische, sociale en maatschappelijke positie van deze regio. Dit doet de Euregio Rijn-Waal door het stimuleren en realiseren van grensoverschrijdende samenwerking in het Nederlands - Duitse grensgebied.

Bestuurlijk belang

Besluitvorming over deelname bij raadsbesluit van 26 mei 1993. Burgemeester van Soest is lid van het Dagelijks Bestuur.

Financieel  belang

Bijdrage Boxmeer 2021 is begroot op € 7.500 (2020: € 7.500). De werkelijke kosten 2020 bedroegen € 7.500.

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2018 € 1.459.405 / 31-12-2019 € 1.650.555.

E.V. per 1-1-2020 € 1.468.000 / 31-12-2020 € 1.477.000 (begroot).

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2018 € 2.707.292 / 31-12-2019 € 3.614.739

V.V. per 1-1-2020 2.707.000 / 31-12-2020 € 2.707.000 (begroot).

Financieel  resultaat

Het financieel resultaat voor 2019 is positief €192.469 Het begrote resultaat voor 2021 is € 0 (2020: € 0).

Risico’s

Zie eigen- en vreemd vermogen.

Rapportages

Onder nummer 2013/351 is het jaarverslag 2012 ter kennisname aan de gemeenteraad aangeboden.

Veiligheidsregio Brabant-Noord

Veiligheidsregio Brabant-Noord

Vestigingsplaats

’s-Hertogenbosch

Partijen

In de Veiligheidsregio Brabant-Noord wordt samengewerkt door 16 gemeenten, de brandweer, de geneeskundige hulpverleningsorganisatie (GHOR), de politie, de meldkamer en het openbaar ministerie.

Openbaar  belang

Het behartigen van de belangen van een doelmatig georganiseerde en gecoördineerde, waar mogelijk integrale, uitvoering van de hulpverlening in het werkgebied en de voorbereiding daarop.

Bestuurlijk belang

De gemeente Boxmeer maakt deel uit van het Algemeen Bestuur en wordt vertegenwoordigd door burgemeester van Soest. Besluitvorming over deelname bij raadsbesluit van 18 mei 2006 per 1 juli 2006. Bij raadsbesluit van 10 december 2009 zijn alle lokale brandweertaken met ingang van 1-1-2011 opgedragen aan de Veiligheidsregio Brabant-Noord. De gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Noord is hiertoe gewijzigd. Vanwege een efficiënte bedrijfsvoering is de regeling bij raadsbesluit van 30 mei 2013 gewijzigd.

Financieel  belang

Bijdrage Boxmeer 2021 is begroot op € 1.738.193 (2020: € 1.682.942). De werkelijke kosten 2020 bedroegen € 1.627.723.

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2018 € 9.963.000 / 31-12-2019 €10.432.000.

E.V. per 01-01-2021 € 8.013.104 / 31-12-2021 € 7.930.639.

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2018 € 28.122.000 / 31-12-2019 € 27.292.000.

Financieel  resultaat

De jaarrekening 2019 sluit met een positief resultaat van € 1.258.000. Het begrote resultaat voor 2021 is € 0 (2020: € 0).

Risico’s

Zie eigen- en vreemd vermogen.

Rapportages

De begroting 2021 en de jaarrekening 2019 zijn vastgesteld in de collegevergadering van 12 mei 2020. De kadernota 2022 is behandeld in de collegevergadering van 19 januari 2021.

Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Noordoost

Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Noordoost

Vestigingsplaats

’s-Hertogenbosch

Partijen

Samenwerkingsverband met zorgpartners, justitiële partners en 16 gemeenten.

Openbaar belang

Per 1 januari 2019 zijn het voormalige Regionaal Veiligheidshuis Maas & Leijgraaf en het Veiligheidshuis ’s-Hertogenbosch e.o. gefuseerd tot het Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Noordoost. De activiteiten van het Zorg- en Veiligheidshuis bestaan uit het realiseren van de samenwerking tussen zorg- en welzijnspartners, gemeenten, politie en justitie op het terrein van huiselijk geweld, veelplegers, jeugd en nazorg/resocialisatie met het doel de regio leefbaarder te maken.

Bestuurlijk belang

Het dagelijks bestuur bestaat o.a. uit: 2 burgemeesters, 1 wethouder Maatschappelijke Zorg/Jeugd, 1 gemeentesecretaris en tevens 1 vertegenwoordiger van de beheerorganisatie 's-Hertogenbosch.

Financieel  belang

Jaarlijkse exploitatiebijdrage in de vorm van een bijdrage per inwoner. In geval van liquidatie zullen resterende kosten worden verdeeld. De begrote bijdrage 2021 is berekend op € 24.900 (begroting 2021: €21.100). De werkelijke kosten 2020 bedroegen € 22.090.

Eigen vermogen

-

Vreemd vermogen

-

Financieel  resultaat

De jaarrekening 2019 sluit met een overschot van € 5.007. Het begrote resultaat 2021 is € 0 (2020: € 0).

Risico’s

-

Rapportages

De jaarrekening 2019 en de begroting 2021 zijn behandeld in de collegevergadering van 14 april 2020.

Bank Nederlandse Gemeenten

Bank Nederlandse Gemeenten

Vestigingsplaats

’s-Gravenhage

Partijen

Aandeelhouders zijn de Staat, Provincies en gemeenten. Het maatschappelijk aandelenkapitaal bestaat uit 100 miljoen aandelen van € 2,50 nominaal, waarvan 55.690.720 aandelen zijn geplaatst en volgestort.

Openbaar  belang

BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.

Bestuurlijk belang

De aandeelhouders hebben zeggenschap in BNG via het stemrecht op de aandelen die zij bezitten (een stem per aandeel van € 2,50). Deelname aan Algemene Vergadering van Aandeelhouders door Burgemeester van Soest.

Financieel  belang

De gemeente Boxmeer bezit 38.660 aandelen.  Achtergestelde schuld per 01-01-2020 €33 miljoen; Achtergestelde schuld per 31-12-2020 €35 miljoen.

Eigen vermogen

Eigen Vermogen per 01-01-2020 €4.887 miljoen; Eigen Vermogen per 31-12-2020 €5.097 miljoen.

Vreemd vermogen

Vreemd Vermogen per 01-01-2020 €144.802 miljoen; Vreemd Vermogen per 31-12-2020 €155.262 miljoen.

Financieel  resultaat

De nettowinst over 2020 bedroeg €221 miljoen (2019: €163 miljoen). BNG Bank stelt conform haar kapitalisatie- en dividendbeleid een dividenduitkering over 2020 voor van EUR 101 miljoen (EUR 1,81 per aandeel). Dat is 50% van de nettowinst die overblijft na aftrek van de uitkering aan houders van hybride kapitaal. Uitkering van het dividend over 2020 zal niet plaatsvinden vóór 30 september 2021 en is onderworpen aan mogelijke toekomstige aanbevelingen van de ECB.

Risico’s

BNG Bank verwacht in 2021 voor EUR 11,5 miljard aan nieuwe langlopende leningen te verstrekken aan haar publieke klanten. Klanten ondervinden ook dit jaar de gevolgen van de COVID-19-pandemie. BNG Bank zal blijven doen wat mogelijk is om haar klanten waar nodig te ondersteunen. Het financieringsbeleid van BNG Bank blijft onveranderd gericht op permanente toegang tot de geld- en kapitaalmarkt voor de gewenste looptijden en volumes tegen zo laag mogelijke kosten. De volatiliteit op de financiële markten zal dit jaar naar verwachting groot blijven. Dat maakt het doen van voorspellingen over het verwachte nettoresultaat 2021 niet verantwoord.

Rapportages

Op 22 april 2021 heeft de Algemene Vergadering van Aandeelhouders ingestemd met de jaarrekening 2020.

Brabant Water N.V.

Brabant Water N.V.

Vestigingsplaats

’s-Hertogenbosch

Partijen

Provincie Noord-Brabant en gemeenten.

Openbaar  belang

Watervoorziening.

Bestuurlijk belang

Deelname aan Algemene Vergadering van Aandeelhouders door Burgemeester van Soest.

Financieel  belang

Het maatschappelijk kapitaal bestaat uit 10.000.000 aandelen van € 0,10 nominaal. De aandelen luiden op naam en zijn in eigendom van gemeenten en Provincie. De gemeente Boxmeer heeft 26.786 aandelen.

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2018 €635.876.000 / 31-12-2019 €665.384.000.

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2018 €456.765.000 / 31-12-2019 €479.546.000.

Financieel  resultaat

Het financieel resultaat over 2019 bedraagt €29.508.000.

Risico’s

Het huidige weerstandsvermogen stelt ons in staat om belangrijke financiële tegenvallers op te vangen zonder grote effecten op de continuïteit van de drinkwatervoorziening of de tarifering. Voorbeelden van mogelijke tegenvallers zijn de gevolgen van slechte klimatologische omstandigheden, toename van gewassenschade, een stijging van het aantal klanten dat overgaat op een eigen bron, stijgende energieprijzen of het niet langer kunnen beschikken over één of meerdere productielocaties. De kans dat al deze omstandigheden zich tegelijkertijd voordoen is overigens niet groot.

Rapportages

Op 21 juni 2019 heeft de Algemene Vergadering van Aandeelhouders ingestemd met de jaarrekening 2018.

Kleinschalig Collectief Vervoer Brabant-Noordoost

Kleinschalig Collectief Vervoer Brabant-Noordoost (Regiotaxi)

Vestigingsplaats

Uden

Partijen

Provincie Noord-Brabant en de gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer, Cuijk, Grave, Landerd, Mill en St. Hubert, Oss, Sint Anthonis, Meierijstad en Uden.

Openbaar  belang

De samenwerkende partners streven een kwalitatief hoogwaardig stelsel van kleinschalig collectief vervoer na. Zij willen daarmee voorzien in de behoefte aan openbaar vervoer, de instandhouding en de verbetering van de bereikbaarheid van de kleine kernen en het aanbod van adequate en efficiënte vervoersvoorzieningen voor diverse doelgroepen.

Bestuurlijk belang

Deelname in het Algemeen Bestuur vindt plaats via wethouder Hendriks. Besluitvorming over deelname bij raadsbesluit van 8 april 2004.

Financieel  belang

De beheers- en exploitatiekosten voor het Wmo-vervoer voor 2020 zijn:

-Bijdrage beheerskosten Boxmeer 2021 is begroot op €19.235 (2020: €19.235). De werkelijke kosten 2020 bedroegen €26.390.

-De exploitatiekosten (vervoerskosten), excl. Reizigersbijdrage, bedroegen voor Boxmeer in 2019 € 146.007.

-Cliënten betalen voor het reizen met de regiotaxi een eigen bijdrage. In 2019 betaalden cliënten een opstaptarief van €0,89 per rit en €0,18 per kilometer. Boxmeer heeft in 2019 een bedrag van € 18.783 aan reizigersbijdrage ontvangen.

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2018 € 837.167 / 31-12-2019 € 784.518.

Begroting 2021: per 1-1-2021 € 808.004 / per 31-12-2021 € 808.004.

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2018 € 315.632 / 31-12-2019 € 818.769.

Begroting 2021: per 1-1-2021 € 792.077 / per 31-12-2021 € 793.339.

Financieel  resultaat

De jaarrekening 2019 sluit met een negatief resultaat van € 51.027. Het begrote resultaat voor 2021 is € 0 (2020: € 0).

Risico’s

In het huidige contract is zoveel als mogelijk rekening gehouden met ontwikkelingen in het vervoer. Toch kunnen we financiële risico's niet geheel uitsluiten. (Externe) ontwikkelingen anders dan in bestek zijn opgenomen zijn niet altijd te voorzien. Daarnaast is de voormalige gemeente Schijndel tot de GR-KCV toegetreden.

Een ander risico is de onzekerheid over de financiële bijdrage van de Provincie. De samenwerkingsovereenkomst wordt niet verlengd. De projectsubsidie wordt in een andere vorm gegoten. Naar alle waarschijnlijkheid beslist de Provincie in de loop van 2019/2020 over een mogelijke projectsubsidie. Wanneer de projectsubsidie wegvalt of niet toereikend is, zullen nieuwe projecten doorberekend worden naar de gemeenten. Dit is ook het geval wanneer de bijdragen in de beheerkosten wegvallen.

Rapportages

De begroting 2021 en de jaarrekening 2019 zijn vastgesteld in de collegevergadering van 4 mei 2020. De kadernota 2021 is behandeld in de collegevergadering van 21 januari 2020.

Gemeenschappelijke regeling voor het toezicht op het openbaar onderwijs

Gemeenschappelijke regeling voor het toezicht op het openbaar onderwijs

Vestigingsplaats

Cuijk

Partijen

De gemeenten Bergen, Boxmeer, Cuijk, Gennep, Grave en Mill en Sint Hubert.

Openbaar  belang

De doelstelling van het gemeenschappelijk orgaan is het coördineren en het uitoefenen van de bevoegdheden van de gemeenteraad als bedoeld in art. 48 van de Wet op het primair onderwijs en in de statuten van de stichting, met uitzondering van opheffing van de scholen. Dit komt neer op het behartigen van het belang van het openbaar onderwijs in voornoemde gemeenten.

Bestuurlijk belang

Het bestuur van het gemeenschappelijk orgaan wordt gevormd door de portefeuillehouders onderwijs. De gemeente Boxmeer wordt vertegenwoordigd door wethouder Hendriks. Besluitvorming over deelname bij raadsbesluit van 11 december 2003.

Financieel  belang

Een bijdrage van € 290 per deelnemende gemeente per jaar voor de secretariaatskosten.

Eigen vermogen

N.v.t.

Vreemd vermogen

N.v.t.

Financieel  resultaat

N.v.t.

Risico’s

N.v.t.

Rapportages

N.v.t.

Regionaal Bureau Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten Brabant

Regionaal Bureau Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten Brabant

Vestigingsplaats

Oss

Partijen

Gemeenten Boekel, Bernheze, Boxmeer, Cuijk, Grave, Landerd, Maasdonk, Mill en Sint Hubert, Oss, Sint Anthonis, Meierijstand en Uden.

Openbaar  belang

De bestrijding van het voortijdig schoolverlaten en uitval op school zonder het behalen van een startkwalificatie vroegtijdig oppakken in samenwerking met de regionale ketenpartners onderwijs, jeugd, arbeidsmarkt en zorg.

Bestuurlijk belang

De portefeuillehouders Onderwijs en Educatie fungeren als algemeen bestuur. Wethouder Hendriks is lid. Bij besluit van 2 oktober 2008 heeft de gemeenteraad ingestemd met de regionalisering van de leerplicht. Als samenwerkingsvorm is gekozen voor de beperkte WGR/mandaatregeling conform art. 8 lid 3 WGR en de aanwijzing van de gemeente Oss als centrumgemeente. Het RBL is gestart op 1 augustus 2009.

Financieel  belang

Bijdrage Boxmeer 2021 is begroot op € 68.618 (2020: € 66.618). De werkelijke kosten 2020 bedroegen € 66.618.

Eigen vermogen

Reserves per 31-12-2018 € 391.619 / 31-12-2019 € 350.380.

Vreemd vermogen

-

Financieel  resultaat

De jaarrekening 2019 sluit af met een negatief saldo van € 41.239. Het begrote resultaat voor 2021 is € 0 (2020: € 0).

Risico’s

Zie eigen vermogen.

Rapportages

De begroting 2021 en de jaarrekening 2019 zijn vastgesteld in de collegevergadering van 4 mei 2020. De kadernota 2022 is behandeld in de collegevergadering van 2 februari 2021.

Ambtelijke Samenwerking gemeenten Boxmeer en Sint Anthonis

Ambtelijke Samenwerking gemeenten Boxmeer en Sint Anthonis

Vestigingsplaats

N.v.t.

Partijen

Gemeente Boxmeer en Gemeente Sint Anthonis

Openbaar  belang

Vermindering kwetsbaarheid, verhoging professionalisering/ kwaliteitsverbetering en kostenbeheersing en waar mogelijk besparing.

Bestuurlijk belang

De colleges van Boxmeer en Sint Anthonis hebben besloten deze regeling vast te stellen. De gemeenteraad van Boxmeer heeft op 27 juni 2013 toestemming verleend. Ingangsdatum is 1 januari 2013.

Financieel  belang

Voor elk van de aangewezen samenwerkingsverbanden is een Service Level Agreement opgesteld. M.b.t. de loonkosten geldt als uitgangspunt dat tijdens de eerste twee jaar van samenwerking alleen de loonkosten van de medewerkers die in dienst treden van de centrumgemeente worden verrekend. Vanaf het derde jaar vindt een herrekening plaats van de totale loonkosten van de betreffende afdeling en worden deze loonkosten verdeeld op grond van de verhouding 1/3 Sint Anthonis en 2/3 Boxmeer. M.i.v. 01-01-2016 vindt op alle 4 de taakgebieden de verdeling van de loonkosten plaats o.b.v. de verdeelsleutel 1/3 – 2/3.

Eigen vermogen

N.v.t.

Vreemd vermogen

N.v.t.

Financieel  resultaat

N.v.t.

Risico’s

Opzegging van één of meerdere afzonderlijke samenwerkingsverbanden gebeurt met inachtneming van een opzeggingstermijn van 1 jaar. Op 16 december 2020 is hierover een memo naar de gemeenteraad gestuurd.

Rapportages

Jaarlijks vindt door de aangewezen centrumgemeente een evaluatie ten behoeve van de colleges plaats van de geleverde diensten op basis van de vastgestelde SLA.

AgriFood Capital

AgriFood Capital (Regio Noord Oost Brabant)

Vestigingsplaats

‘s-Hertogenbosch

Partijen

Gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer, Boxtel, Cuijk, Grave, Haaren, ’s-Hertogenbosch, Heusden, Landerd, Mill en Sint Hubert, Oss, Meierijstad, Sint Anthonis, Sint-Michielsgestel, Uden, Vught, Waterschappen AA en Maas en de Dommel.

Openbaar  belang

Ontwikkelen regio tot een competitieve regio met een excellente arbeidsmarkt, sterke bedrijvigheid, betekenisvolle innovaties en een goed woon-, werk- en leefklimaat.

Bestuurlijk belang

Deelname in het Algemeen Bestuur vindt plaats via Burgemeester van Soest. Besluitvorming over deelname bij raadsbesluit van 3 juli 2014.

Financieel  belang

Bijdrage Boxmeer 2020 is begroot op € 4 per inwoner (2019: € 4).

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2018 €184.794 / 31-12-2019 €92.538.

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2018 €1.193.740 / 31-12-2019 €1.464.703.

Financieel  resultaat

De jaarrekening 2019 sluit met een positief saldo (voor bestemming) van €12.746. Het begrote resultaat voor 2021 is €0.

Risico’s

N.v.t.

Rapportages

De begroting 2021 en de jaarrekening 2019 zijn vastgesteld in de collegevergadering van 4 mei 2020.

Centrumregeling Jeugdhulp Noordoost Brabant

Centrumregeling Jeugdhulp Noordoost Brabant

Vestigingsplaats

’s-Hertogenbosch

Partijen

Gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer, Boxtel, Cuijk, Grave, Haaren, ’s-Hertogenbosch (centrumgemeente), Landerd, Mill en Sint Hubert, Oss, Schijndel, Sint Anthonis, Sint-Michielsgestel, Sint-Oedenrode, Uden, Veghel en Vught.

Bestuurlijk belang

De portefeuillehouder jeugd van de centrumgemeente overlegt ten minste driemaal per jaar met de portefeuillehouders jeugd van de gastgemeenten in het RBO. Voor de gemeente Boxmeer is dat wethouder Hendriks.

Financieel  belang

De kosten van de inkooporganisatie en wijze van risicoverdeling van inzet van jeugdzorgmiddelen maken geen deel uit van deze regeling. De centrumgemeente zal ze, na advies van het Regionaal Bestuurlijk Overleg Jeugd, voorlopig jaarlijks door de colleges van de gemeenten laten vaststellen.

Eigen vermogen

N.v.t.

Vreemd vermogen

N.v.t.

Financieel  resultaat

N.v.t.

Risico’s

N.v.t.

Rapportages

N.v.t.

Centrumregeling Wmo Wvggz Brabant Noordoost- oost

Centrumregeling Wmo Wvggz Brabant Noordoost-oost

Vestigingsplaats

Oss

Partijen

Gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer, Cuijk, Grave, Landerd, Mill en St. Hubert, Oss (centrumgemeente), Sint Anthonis en Uden.

Bestuurlijk belang

De portefeuillehouder Wmo van de centrumgemeente overlegt ten minste driemaal per jaar met de portefeuillehouders Wmo van de gastgemeenten in het portefeuillehouders overleg Wmo. Voor de gemeente Boxmeer is dat wethouder Hendriks.

Financieel  belang

De kosten van de inkooporganisatie en wijze van risicoverdeling van inzet van ondersteuning maken geen deel uit van deze regeling. De centrumgemeente legt  deze kosten vast in het tweejarige inkoopplan. Dit plan zal iedere twee jaar, na advies van het portefeuillehouders overleg Wmo BNO,  ter vaststelling worden voorgelegd aan door de colleges van de gemeenten.

Eigen vermogen

N.v.t.

Vreemd vermogen

N.v.t.

Financieel  resultaat

N.v.t.

Risico’s

N.v.t.

Rapportages

N.v.t.

Stichting Bureau Inkoop en Aanbestedingen Zuidoost-Brabant (Bizob)

Stichting Bureau Inkoop en Aanbestedingen Zuidoost-Brabant (Bizob)

Vestigingsplaats

Oirschot

Partijen

Bizob zet zich in voor ruim 30 gemeenten en organisaties als strategisch partner voor publieke inkoop en aanbestedingen. In nauwe samenwerking met de aangesloten partijen regelt Bizob inkoop, aanbestedingen, contractmanagement en – beheer voor het sociaal domein, openbare ruimte, bedrijfsvoering en ICT.

Bestuurlijk belang

Het Bestuur van de Stichting bestaat uit het aantal natuurlijke personen dat de uitkomst vormt van de navolgende berekening: a. ten eerste kent het Bestuur zoveel natuurlijke personen als er Gemeenten zijn, vermenigvuldigd met twee (2) zodat, indien er bijvoorbeeld vier (4) Clusters Gemeenten zijn, het Bestuur acht dergelijke leden kent.

Financieel  belang

De kosten van Bizob worden per traject gecalculeerd en afgerekend. Daarnaast betaalt de Gemeente Boxmeer een vaste bijdrage.

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2018 €786.116 / 31-12-2019 €868.255.

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2018 €604.831 / 31-12-2019 €956.732.

Financieel  resultaat

De jaarrekening 2019 sluit met een positief saldo van €401.499. Het begrote resultaat voor 2021 is €3.719 (2020: €7.959).

Risico’s

De aangesloten gemeenten zijn aansprakelijk voor eventuele tekorten.

Rapportages

N.v.t.

Grondbeleid

Algemeen

De paragraaf grondbeleid geeft de visie op het grondbeleid in relatie tot de wijze waarop wij werken aan de realisering van de doelstellingen van het programmaplan. Transparantie van het grondbeleid is om twee redenen van belang. In de eerste plaats vanwege het financiële belang en de risico’s en in de tweede plaats vanwege de relatie met de doelstellingen zoals aangegeven in de programma’s.

In de ruimtelijke ordening is het accent van toelating verschoven naar ontwikkelingsplanologie. Dat vergt veelal een voortrekkersrol van de gemeente, en dienen op basis van visie, ontwikkelingen mogelijk gemaakt te worden. Van de gemeente wordt daarbij een actieve rol verwacht, hetgeen zich ook doorvertaald naar door de gemeente te stellen randvoorwaarden en grondposities. Grondbeleid loopt daardoor, nog meer dan voorheen, parallel aan de overige sectorale doelstellingen. Grondbeleid dient een op een te lopen met het ruimtelijk ontwikkelingskader.

Het huidig beleid is opgenomen in de Grondnota 2021 die in juli 2021 wordt vastgesteld. De hoofdlijnen zijn de volgende:

  • De gemeente Boxmeer blijft een actieve grondpolitiek voeren met een verantwoorde risicoafweging;
  • Bij het vaststellen van grondprijzen wordt in principe uitgegaan van marktconforme grondprijzen, waarbij tevens wordt gekeken naar een benadering per complex;
  • De beleidsnotitie volkshuisvesting met het bijbehorend woningbouwprogramma is de leidraad voor de nog te ontwikkelen bouwlocaties en de te bouwen categorieën woningen;
  • Op grond van het voorzichtigheidsprincipe mag tussentijdse winst bij een grondexploitatie pas worden gerealiseerd als daartoe voldoende zekerheid bestaat. Met ingang van 2017 is voorgeschreven welke methode er dient te worden gehanteerd bij winstneming.

 

Grondnota

Jaarlijks wordt via de Grondnota aan de raad een inzicht geboden in de ontwikkeling van woningbouwcomplexen en de terreinen voor vestiging van bedrijven in onze gemeente. In deze nota wordt tevens een uiteenzetting gedaan van de financiële positie van de Grondexploitatie waarbij voor de bepaling ervan rekening wordt gehouden met de risico’s verband houdende met de grondexploitaties. Verder worden daarin voorstellen gedaan tot vaststelling van grondprijzen en het beschikbaar stellen van (aanvullende) kredieten.

Daarnaast heeft bij de 2e bijstelling 2020 een tussentijdse herziening plaatsgevonden.

 

Financiële positie

In februari/maart 2021 zijn er voor vierentwintig complexen (woningbouw- en bedrijventerreinen) exploitatieramingen opgesteld.

Het overzicht van de herziene exploitatieresultaten op basis van de calculaties ziet er als volgt uit:

Samenvattend overzicht van de resultaten van de herziene grondexploitatiebegrotingen

 

Bedrijfsresultaat

Bedrijfsresultaat

Het over 2020 gerealiseerde nadelig bedrijfsresultaat bedraagt € 391.000. Op begrotingsbasis was rekening gehouden met een nadelig resultaat van € 186.000. Dit betekent dat er ten opzichte van de begroting er een nadeel is van € 205.000.

De specificatie van het resultaat is het volgende:

Resultaat 2020

Omschrijving

Begroot

Werkelijk

Verschil

 Storting in voorzieningen nadelig saldo 

238.932

611.217

372.285

 Winstneming

 -52.833

-258.840

-206.007

 Afsluiten

-  

38.557

38.557

Totaal:

186.099

390.934

204.835

 

Winstneming

Winstneming

Naar aanleiding van de geactualiseerde exploitaties is de winstneming als volgt bepaald:

 

Voorzieningen

Voorzieningen

Bij de exploitatie van bouwgronden zijn voorzieningen gevormd wegens in te schatten verliezen.

Omschrijving complex

Opgenomen

Benodigd

Verschil

 2. Bakelgeert (Boxmeer)

1.233.352

1.287.605

54.253

 3. Hoek Steen-/Burg. Verkuijlstraat (Boxmeer)

798.992

743.146

-55.846

 6. Voormalige school De Peppels (Boxmeer)

277.646

286.708

9.062

 7. Voormalige school 't Ogelijn (Boxmeer)

600.872

617.287

16.415

 13. Lange Heggen-Moerkamp (Beugen)

181.861

366.220

184.359

 17. Gemeentewerf (Vierlingsbeek)

297.562

393.717

96.155

 24. Luinbeekweg (Vortum-Mullem)

250.422

260.123

9.701

 25. Horstenweg (Holthees)

310.528

421.187

110.659

 28. Sterckwijck (Beugen)

2.632.738

2.580.265

-52.473

Totaal:

6.583.973

6.956.258

372.285

 

Risicoafdekking

De financiële positie van de Grondexploitatie kan als volgt worden weergegeven:

Samenvatting financiële positie Grondexploitatie

Saldo algemene reserve grondexploitatie per 31-12-2020

 

 

-

A

 

 

 

 

 

In ontwikkeling zijnde grondexploitaties

 

 

 

 

Boekwaarde per 01-01-2021

30.360.011

 

 

 

Tussentijdse winstneming

3.952.873

 

 

 

Voorzieningen nadelig resultaat per 1-01-2021

-6.956.258

 

 

 

Nog te maken kosten per 01-01-2021

15.857.563

 

 

 

Totaal:

 

43.214.189

 

 

 

 IFLO-Norm:

10%

 

 

 

 

 Benodigde weerstandscapaciteit:

4.321.419

B

De algemene reserve Grondexploitatie is bij de 2e bijstelling 2020 opgeheven.

Bij het niet kunnen afdekken van werkelijke tekorten in de toekomst, wordt de algemene reserve van de algemene dienst ingezet.

 

Worst-case scenario’s

Worst-case scenario’s

Voor het complex Sterckwijck zijn 3 worst-case scenario’s opgesteld.

Scenario

Gewijzigde uitgangspunten ten opzichte van actuele exploitatie

Resultaat

 Actueel

 niet van toepassing

2.580.265

 I

 • Verlaging opbrengsten 5%

4.242.974

 II

 • De verkopen bedrijventerreinen vanaf 2022 t/m 2038 1,27 hectare per jaar
• Resterende looptijd van 16 naar 18 jaar
• Extra kosten van 2x € 50.000 per jaar ivm langere looptijd

3.149.131

 III

 • De verkopen bedrijventerreinen vanaf 2022 t/m 2040 1,14 hectare per jaar
• Resterende looptijd van 16 naar 20 jaar
• Extra kosten van 4x € 50.000 per jaar ivm langere looptijd

3.746.903

 

 

Geconcludeerd kan worden dat de uitkomsten van alle scenario’s buiten de benodigde weerstandscapaciteit van de actuele exploitatie valt.

 

Grondprijzen

Tenslotte is voor alle lopende complexen in beeld gebracht wat de nadelige gevolgen zijn voor het totale eindresultaat en de te vormen voorzieningen voor nadelig saldi als de prijzen met een bepaald percentage worden verlaagd. Er is alleen rekening gehouden met wijzigingen in de prijzen. De verlaging van de resultaten bestaat naast de verlaging van de prijzen ook uit stijging van de rentelasten.

Naast het effect op de hoogte van de voorzieningen heeft een verlaging ook gevolgen voor de al genomen winstneming. De eindwaarde (resultaat) van een positieve grondexploitatie wordt lager. Het percentage gerealiseerde opbrengsten wordt hoger en het percentage gerealiseerde kosten wordt iets lager door een lichte stijging van de rentekosten. Het gevolg is dat een deel van de genomen winst dient te worden teruggenomen

Hieronder wordt een overzicht gegeven:

 

COVID -19

COVID -19

U bent bij  memo van 15 juli 2020 en 7 oktober 2020 uitvoerig geïnformeerd over de compensatiepakketten aan de gemeente voor de coronacrisis. Onderstaand wordt per programma nader ingegaan op  de gevolgen hiervan voor onze gemeente.

Programma 0 - Bestuur en Ondersteuning

Risico Termijn Financieel effect Toelichting
Leges huwelijken en rijbewijzen 2020 Beperkt In beperkte mate zijn huwelijken uitgesteld of hebben in een sobere variant plaatsgevonden. Vooralsnog zijn de effecten beperkt. In de periode van 16 maart tot 5 mei 2020 heeft het CBR geen theorie- en praktijkexamens kunnen afleggen. De rijbewijzen die verlopen in de periode 1 februari 2020 tot en met 30 november 2020 zijn 9 maanden langer geldig. De verwachting is dat de leges rijbewijzen door een lager aantal rijbewijsaanvragen en vernieuwingen in 2020 lager zal uitvallen. De totale leges ontvangsten zijn lager maar ook de afdracht aan het rijk is lager. Het saldo van de opbrengsten en kosten ad € 226.900 is nagenoeg gelijk aan het begrote saldo van € 227.000.
Verkiezingen 2020 8.211 Het kabinet heeft geld beschikbaar gesteld om gemeenten te compenseren voor de extra kosten bij de Tweede Kamerverkiezing 2021 als gevolg van de corona-maatregelen. De extra kosten hangen onder meer samen met aanvullende kosten voor de inrichting van stemlokalen, voor het mogelijk moeten huren van alternatieve locaties die in de coronacrisis beter geschikt zijn om als stemlokaal in te richten, voor toegankelijkheid van die locaties en voor de aanvullende werkzaamheden die gemeenten moeten doen ter voorbereiding van de verkiezingen. Wij ontvangen hiervoor een bedrag van € 67.821. Dit bedrag is in 2020 volledig toegevoegd aan het budget verkiezingen. Er resteert € 59.610. De kosten van de Tweede kamer verkiezingen worden hoofdzakelijk in 2021 gemaakt. Middels een bestedingsvoorstel zal verzocht worden de middelen te kunnen besteden in 2021.
Communicatie 2020 N.v.t. Er wordt gebruik gemaakt van diverse communicatiekanalen die gericht zijn op informatieverstrekking (o.a. delen informatie rijksoverheid) aan inwoners en bedrijven over de coronacrisis. Daarnaast wordt er aanvullend, via weekbladen en facebook, extra eigen informatie verstrekt wanneer dit zinvol wordt geacht en wordt verwezen naar het platform 'Ons thuus' waarop vraag en aanbod aan elkaar wordt gekoppeld. Onze burgemeester publiceert ook regelmatig berichten om onze inwoners een hart onder e riem te steken en op te roepen om zich aan de maatregelen te houden.
Ambtelijk apparaat 2020 55.000 Door de wereldwijde uitbraak van COVID-19 en de landelijke maatregelen hebben veel medewerkers te maken gehad met een gewijzigde werksituatie o.a de noodzaak thuis te werken. Het faciliteren hiervan heeft extra uitgaven met zich mee gebracht. 

Programma 1 - Veiligheid

Risico Termijn Financieel effect Toelichting
Veiligheidsregio 2020 Beperkt Het Rijk heeft met de veiligheidsregio afspraken gemaakt over het proces om tot compensatie te komen m.b.t. de extra kosten die de Veiligheidsregio's moeten maken.

Programma 2 - Openbare Werken

Risico Termijn Financieel effect Toelichting
Werk in uitvoering 2020 Beperkt Bepaalde onderhoudswerkzaamheden zijn later dan gepland uitgevoerd, het effect hiervan is beperkt. Ook zagen we in 2020 al langere levertijden voor materialen en ontstaat er schaarste aan grondstoffen. Door corona is het ziekteverzuim gestegen, bijkomend effect (doordat we samenwerken met inachtneming van de voorschriften) is dat ook meer medewerkers in quarantaine gingen. Tevens zijn er door corona enkele activiteiten verschoven naar 2021. In 2020 zijn o.a. hierdoor enkele bestedingsvoorstellen gedaan om dit budget in 2021 te kunnen besteden.

Programma 3 - Economische en ruimtelijke ontwikkeling

Risico Termijn Financieel effect Toelichting
Toeristenbelasting 2020 190.000 Door de coronacrisis heeft het college besloten in 2020 geen voorschotaanslagen toeristenbelasting op te leggen. Dit leidt tot een verlaging van de opbrengst 2020 met een bedrag van € 190.000. Het Rijk draagt voor een bedrag van € 65.000 bij.
Leges evenementen 2020 Beperkt Een groot aantal evenementen en kermissen is dit jaar niet doorgegaan. De inkomsten uit de leges zijn daardoor lager. Hier staat tegenover dat de kosten die hiermee samenhangen ook lager zijn. Per saldo is er naar verwachting een gering financieel effect.
Huurinkomsten terrassen 2020 10.500 Er is besloten de jaarlijkse huurvergoeding voor het gebruik van gemeentegrond voor terrassen dit jaar niet te innen. De jaarlijkse vergoeding voor standplaatsen werd wel geïnd, € 6.000. Per saldo levert dit een nadeel op van € 10.500.
Markten 2020 N.v.t. De markt is geprivatiseerd en we betalen alleen een bijdrage.

Programma 4 - Financiën

Risico Termijn Financieel effect Toelichting
Oninbaarverklaringen 2020  0 De invordering van de gemeentelijke belastingen is in 2020  tijdelijk even stil gelegd. Ondernemers hebben op aanvraag uitstel van betaling gekregen van de gemeentelijke heffingen. Voor 2020 heeft dit niet geleid tot extra oninbaarverklaringen.
Algemene uitkering 2020 N.v.t. Bij memo van 15 juli 2020 en 7 oktober 2020 bent u uitgebreid geïnformeerd over de compensatieregelingen van het Rijk aan onze gemeente. 

Programma 5 - Leefbaarheid

Risico Termijn Financieel effect Toelichting
Leerlingenvervoer 2020 - 16.674 Tijdens de sluiting van de scholen is het leerlingenvervoer gedaald tot een minimum. Volgens de richtlijnen van de VNG is 80% van de niet gereden ritten doorbetaald en factureert men 100% van de gereden ritten. Hierdoor waren de kosten over de maanden half maart t/m juni 20% lager, namelijk een bedrag van € 18.384,- waarvan € 4.564 een btw voordeel. Er is een bedrag van € 1.709 aan eigen bijdragen leerlingenvervoer terug betaald. Vanaf 11 mei zijn de basisscholen weer (gedeeltelijk) open gegaan en vanaf 2 juni is het Voortgezet Onderwijs weer (gedeeltelijk) in bedrijf.
Musea  2020 Beperkt Bij memo van 17 juni 2020 hebben wij nader geïnformeerd over het verstrekken van een geldlening aan het Oorlogsmuseum. Daarnaast hebben wij uitstel van betaling verleend voor de jaarlijkse rente en aflossing.
Bibliotheken 2020 Beperkt In 2020 zijn er geen extra uitgaven gedaan.
Gemeenschapsaccommodaties 2020 76.938 Onder de coronamaatregelen hebben ook de gemeenschapsaccommodaties te lijden. Hun exploitatie staat onder druk als gevolg van de verplichte sluiting eerder dit jaar en de geldende beperkingen als gevolg van de coronamaatregelen. Wij hebben medio mei 2020 een brief gestuurd aan de minister met de oproep om gemeenschapsaccommodaties financieel te compenseren. Landelijk is de TOGS en TVL regeling opengesteld voor gemeenschapsaccommodaties. De gemeenschapsaccommodaties zullen eerst aanspraak proberen te maken op deze landelijke regeling. Wanneer zij hiervoor niet in aanmerking komen of de regeling niet toereikend is, zal de gemeente bekijken wat de mogelijkheden zijn. Wij hebben de financiële situatie bij gemeenschapsaccommodaties actief geïnventariseerd in juli 2020. Hieruit bleek overwegend dat gemeenschapsaccommodaties nog in staat waren om de eerste klap op te vangen uit hun reserves. De exacte gevolgen zijn sterk afhankelijk van de duur en impact van de coronamaatregelen. In de raadsvergadering van 10 december 2020 is aan u een voorstel voorgelegd met betrekking tot de problematiek van gemeenschapsvoorziening De Pit in Overloon. Er is besloten De Pit aan te kopen.
Aan de buurt- en dorpshuizen zijn als lokale tegemoetkoming de vaste lasten van oktober en november 2020 vergoed.
Huurinkomsten gemeentelijk vastgoed 2020 Geen Alle huurinkomsten zijn ontvangen.
Kinderopvang 2020 Beperkt Vanuit de gemeenten zijn ouders gecompenseerd voor de eigen bijdrage die gebruik maken van de gemeentelijk gesubsidieerde opvang. De kosten zijn minimaal.
Crisisopvang en opvang kinderen 2020 Beperkt Vanwege de coronacrisis zijn de scholen en kinderopvang gesloten en is noodopvang ingesteld voor de opvang van kinderen met ouders in cruciale beroepen. Vanaf medio mei zijn gemeenten verantwoordelijk voor de kosten van de avond-, nacht- en weekendopvang (tot 1 juli). Gemeenten worden hiervoor vanuit het Rijk gecompenseerd. Voor de gemeente Boxmeer zijn deze kosten minimaal.
Sport 2020 102.000 Compensatie inkomstenderving en kwijtschelden huur aan sportverenigingen. De Rijksoverheid heeft een aantal regelingen opengesteld om verhuurders van sportaccommodaties en amateursportorganisaties tegemoet te komen. Dit betreft de TVS en TASO-regeling. Deze tegemoetkoming wordt in verschillende tranches (over 2020 voor Q2, Q3 en Q4) opengesteld, en heeft als doel de lokale sportinfrastructuur overeind te houden. Verhuurders en amateursportorganisaties moeten deze zelf aanvragen. De gemeente heeft betreffende verenigingen, stichtingen en ondernemers op de hoogte gebracht van deze mogelijkheid. Aan de binnen – en buitensportaccommodaties is een extra tegemoetkoming betaald van totaal € 102.000 in verband met de gevolgen van COVID-19. De kosten van de buitensportaccommodaties zijn voor € 27.500 ten laste gebracht van de ontvangen Coronagelden van het rijk en voor € 22.500 ten laste van de middelen Sportakkoord.
Cultuurpodia 2020 18.000 Voor de tekorten van het theater de Weijer is voor de maanden september t/m december 2020 een bijdrage betaald van € 18.000. Via het compensatiepakket coronacrisis zijn door het rijk extra middelen voor culturele instellingen beschikbaar gesteld.

Programma 6 - Sociale zaken en werkgelegenheid

Risico Termijn Financieel effect Toelichting
ToZo   Levensonderhoud 1.330.467 en kapitaalverstrekking 176.106 Als gevolg van de financiële impact van de coronacrisis op zelfstandigen, is de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) ingevoerd. De gemeenten voeren deze regeling uit. De kosten die zij maken voor deze regeling (zowel de kosten voor de Tozo uitkering als de uitvoeringskosten) worden volledig gecompenseerd door het Rijk. De uitvoering van de Tozo verloopt daarmee budgettair neutraal.
IBN (WSW)   327.230 Voor het opvangen van de exploitatietekorten van de Sociale Werkbedrijven als gevolg van de coronamaatregelen heeft het kabinet extra gelden beschikbaar gesteld. Voor onze gemeente is dit in totaal een bedrag van € 327.230. Het bedrag is doorbetaald aan het werkvoorzieningsschap.
Bijstandsuitkeringen   Beperkt Het gemiddeld aantal uitkeringsgerechtigden is als gevolg van Covid-19 niet toegenomen. In 2020 is het gemiddeld aantal uitkeringsgerechtigden lager dan het gemiddelde van 2019. De kosten zijn lager dan het Buig budget van het rijk.
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2020 Beperkt De kosten zijn in 2020 binnen de begroting gebleven.
WMO   41.356 De gemeenten zijn door het Rijk gecompenseerd voor de meerkosten die zij aan zorgaanbieders betalen vanwege extra genomen maatregelen om zorg en ondersteuning te continueren tijdens de coronacrisis. Voor Boxmeer betreft het voor Wmo een bedrag van € 22.424. De werkelijke meerkosten waren € 41.356.
Jeugdaanbieders   64.286 De gemeenten zijn door het Rijk gecompenseerd voor de meerkosten die zij aan zorgaanbieders betalen vanwege extra genomen maatregelen om zorg en ondersteuning te continueren tijdens de coronacrisis. De meerkosten als gevolg van de RIVM richtlijnen Corona blijken voor Boxmeer € 64.286 te zijn.
Schuldhulpverlening   Beperkt De schuldhulpverlening is uitgevoerd binnen de bestaande middelen.
GGD   Geen Door de inzet die de afgelopen periode heeft moeten plaatsvinden in het kader van bestrijding van het coronavirus, heeft de GGD te maken met hogere kosten. Het rijk zal deze kosten vergoeden.
Re-integratie   Beperkt Het budget 2020 was toereikend.

Programma 7 - Duurzaamheid en klimaatadaptatie

Risico Termijn Financieel effect Toelichting
Afvalinzameling 2020 Beperkt Doordat inwoners vanwege corona veel vanuit huis werken is deze periode door veel inwoners aangegrepen om klussen in huis en tuin uit te voeren en eens goed op te ruimen. Daarnaast ontstaat door het thuis werken een verschuiving van bedrijfsafval (o.a. kantoren) naar huishoudelijk afval. Hierdoor zijn ingezamelde hoeveelheden afval (vooral GFT-afval B hout, fijn en grof restafval) toegenomen ten opzichte van 2019 en de begroting van de GR Afvalinzameling Land van Cuijk en Boekel. Dit heeft een effect op de verwerkingskosten en -opbrengsten. Het is niet bekend of deze toename de komende periode weer wordt gecompenseerd, doordat minder afval dan gebruikelijk wordt aangeboden..
Daarnaast heeft onder andere corona een effect op het aanbod en de vermarkting van textiel en papier. Door corona is er landelijk een overaanbod van textiel ontstaan. Dit overaanbod dient tijdelijk opgeslagen te worden vanwege de sluiting van de grenzen in Afrika en Oost-Europa. Doordat de vermarkting (tijdelijk) stil is komen te liggen werd de inzamelvergoeding naar beneden bijgesteld. In de begroting 2020 is rekening gehouden met € 90.000 aan opbrengsten, er is € 26.600 ontvangen. Voor wat betreft oud papier is de marktwaarde vanaf eind 2019 zelfs onder de gemeentelijke garantieprijs gedoken. Vanaf dat moment is het mechanisme in werking getreden dat de gemeente alle verenigingen een bijdrage verstrekt, en hogere kosten heeft t.a.v. de inzamelaar (totaal hogere kosten € 49.000). De totale gemeentelijke exploitatie huishoudelijk afval sluit met een positief resultaat van € 138.300. De concept jaarrekening 2020 GR Afval sluit met een positief resultaat van € 253.000 door met name eenmalige meevallers door gunstige eindafrekeningen van Nedvang en Midwaste.
Via de algemene uitkering (decembercirculaire 2020) worden gemeenten gecompenseerd voor de hogere kosten door corona, welk bedrag hiervan bestemd is voor huishoudelijk afval, is nog niet bekend.

Programma 8 - Vergunningen, toezicht en handhaving

Risico Termijn Financieel effect Toelichting
ODBN 2020 Geen De ODBN heeft haar werkzaamheden waar nodig in aangepaste vorm gecontinueerd. Het regulier toezicht vindt meer plaats op een digitale wijze en op afstand tenzij de situatie vraagt om fysieke controle. 
Inzet Boa's 2020 20.000 Voor de handhaving van de noodverordening mbt Corona is extra toezichthoudende en handhavende capaciteit nodig. Aangezien uitvoering van de reguliere taken reeds tot het minimale beperkt is, kan aan de toezichthoudende taken vanwege Covid-19 alleen worden voldaan door tijdelijk 2 fte BOA’s in te huren. De kosten hiervoor worden geraamd op € 91.000. Dit budget is niet geheel besteed in 2020, voor het restant bedrag is een bestedingsvoorstel gedaan bij de Jaarrekening 2020 van € 71.000.