Meer
Publicatiedatum: 18-06-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Overzicht lokale heffingen

Algemeen

Vanaf de begroting 2017 moet de gemeente in deze paragraaf een overzicht van baten en lasten opnemen voor de heffingen waarbij sprake is van het verhalen van kosten.

Regelgeving

De verplichting is bij besluit van 5 maart 2016 in het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten (BBV) opgenomen. De paragraaf betreffende de lokale heffingen cf. artikel 10, onderdeel c van het BBV bevat ten minste:

  1. de geraamde belastinginkomsten;
  2. het beleid ten aanzien van de lokale heffingen;
  3. een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd;
  4. een aanduiding van de lokale lastendruk;
  5. een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.

Naast de algemene uitkering uit het gemeentefonds en de specifieke uitkeringen van het Rijk zijn de lokale heffingen het belangrijkste deel van de gemeentelijke inkomsten. De lokale heffingen bestaan uit de gemeentelijke belastingen, rechten en retributies.

Lokale heffingen worden onderscheiden in heffingen waarvan de besteding ongebonden dan wel gebonden is.

Ongebonden Lokale Heffingen

Ongebonden lokale heffingen (OZB, forensenbelasting, toeristenbelasting en reclamebelasting) worden tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend, omdat zij niet aan een inhoudelijk begrotingsprogramma zijn gerelateerd.

De besteding is immers niet gebonden aan een bepaalde taak.

Exploitatie Rekening 2018 Begroting 2019 na wijzigingen Rekening 2019 Begroting 2019 -/- Rekening 2019
Programma 3 - Ec. ontw. en ruimt. ord.
Thema Economie en Vestigingsklimaat
69351010 Woonforensenbelasting -46.358 -46.500 -47.302 802
69361010 Toeristenbelasting -188.302 -265.000 -297.487 32.487
Totaal Thema Economie en Vestigingsklimaat -234.660 -311.500 -344.790 33.290
Programma 4 - Financiën
Thema WOZ en Belastingen
69311010 O.Z.B.: Gebruikersheffing -1.064.417 -1.082.429 -1.084.226 1.797
69321010 O.Z.B.: Eigenaarsheffing Woningen -3.450.159 -3.548.234 -3.551.481 3.247
69321012 O.Z.B.: Eigenaarsheffing Niet-Woningen -1.532.578 -1.581.121 -1.582.231 1.110
69341020 Riolering groene hoofdstructuur -1.023 -1.023 -1.023 0
69341025 Riolering Helderse Duinen -4.993 -4.993 -4.993 0
69341030 Riolering buitengebied Beugen -139 -139 -139 0
69341035 Campings / buitengebied -4.145 -3.999 -3.999 0
69381010 Reclamebelasting -73.993 -75.000 -74.521 -479
Totaal Thema WOZ en Belastingen -6.131.447 -6.296.938 -6.302.613 5.675

Gebonden Lokale Heffingen

Gebonden Heffingen zoals de afvalstoffenheffing en de rioolheffing, worden verantwoord op het betreffende programma en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend.

Exploitatie Rekening 2018 Begroting 2019 na wijzigingen Rekening 2019 Begroting 2019 -/- Rekening 2019
Programma 7 - Duurzaamheid en klimaatad.
Thema Afval en Circulaire economie
67251010 Afvalstoffenheffing -1.816.213 -2.189.704 -2.194.905 5.201
67251020 Reiniging -45.543 -52.500 -53.292 792
Totaal Thema Afval en Circulaire economie -1.861.756 -2.242.204 -2.248.197 5.993
Thema Klimaat en Riolering
67261010 Rioolheffing: opbrengst -2.926.297 -2.877.812 -3.011.564 133.752
Totaal Programma 7 - Duurzaamheid en klimaatad. -4.788.053 -5.120.016 -5.259.761 139.745

Leges en overige Heffingen

Voor het betalen van rechten en retributies verricht de gemeente diensten. De kosten van de gemeentelijke dienstverlening worden doorberekend in de tarieven. Door efficiënt te werken willen wij deze kosten zoveel mogelijk beperken. De kosten die wij maken worden, via het profijtbeginsel, zoveel mogelijk betaald door de gebruiker.

Exploitatie Rekening 2018 Begroting 2019 na wijzigingen Rekening 2019 Begroting 2019 -/- Rekening 2019
Programma 0 - Bestuur en Ondersteuning
Thema Burgerzaken en Verkiezingen
60041010 Leges: Burgerzaken -574.479 -378.000 -390.283 12.283
Programma 2 - Openbare Werken
Thema Werk in uitvoering
67321010 Begrafenisrechten -80.808 -75.000 -72.491 -2.509
Programma 3 - Ec. ontw. en ruimt. ord.
Thema Economie en Vestigingsklimaat
63103030 Terrassen-/standplaatsvergunningen -17.039 -16.500 -17.831 1.331
Thema Recreatie en Toerisme
65604035 Kermis: staanplaatsvergoedingen -33.080 -31.950 -28.850 -3.100
Thema Ruimtelijke ord. en Volkshuisv.
68103020 Leges aanpassingen bestemmingsplannen -62.399 -101.500 -130.743 29.243
Totaal Programma 3 - Ec. ontw. en ruimt. ord. -112.517 -149.950 -177.424 27.474
Programma 6 - Sociale zaken en werkgel.
Thema WMO
66621020 Parkeervergunningen -9.690 -7.500 -12.231 4.731
Programma 8 - VTH
Thema VTH Omgevingsrecht
60038010 Leges APV, drank, stook e.a. vergunning -33.734 -25.750 -31.411 5.661
68231010 Omgevingsvergunning -737.527 -500.000 -579.685 79.685
Totaal Thema VTH Omgevingsrecht -771.262 -525.750 -611.096 85.346

Beleid

Het Coalitieakkoord 2018-2022 is een akkoord dat op hoofdlijnen is opgesteld en geeft richting. Het laat ruimte voor nadere invulling en concretisering. Die nadere invulling en concretisering is tot stand gebracht tijdens een werkconferentie van de Raad en het College medio september/oktober 2018. Dat heeft geleid tot tot een raadsprogramma voor de komende 4 jaar dat tevens een basis legt voor de jaren ná 2022.

Deze paragraaf geeft inzicht in de hoogte en ontwikkeling van de lokale heffingen. Ook wordt een vergelijking gemaakt met gegevens van de Provincie Noord-Brabant. Tot de lokale lasten horen de belastingen, retributies evenals kwijtscheldingen.

In het coalitieakkoord 2018-2022 worden voor de lokale heffingen de volgende uitgangspunten gehanteerd:

      1. OZB stijgt niet meer dan het landelijk geldende inflatiepercentage .
      2. Afvalstoffenheffing is kostendekkend.
      3. Rioolheffing stijgt alleen als dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de onvermijdelijke en dringende aanpassingen als gevolg van klimaatverandering.

Verdere uitgangpunten betreffen:

Tarieven en Leges

Bij het opstellen van de tarieven en de leges wordt er in de gemeente Boxmeer gebruikt gemaakt van de handreiking Kostenonderbouwing uitgebracht door de VNG en de notitie Overhead. In deze notities wordt onderscheid gemaakt in directe lasten en indirecte lasten.

Uitgangspunt is dat de gemeente de integrale kosten via de heffingen in rekening kan brengen. Dat zijn de directe kosten vermeerderd met een redelijke opslag voor de overhead. Voor het bepalen van die redelijke overhead werd onder het oude BBV aangesloten bij de manier waarop in de begroting de overhead werd toegerekend. Door de wijziging in de voorschriften kan dat niet meer. De overhead kan alleen buiten de begroting om aan de tarieven worden toegerekend

De berekeningen van de tarieven en leges bestaan uit een tweetal onderdelen: directe lasten en indirecte lasten

- directe lasten:  zijn activiteiten die in een meer dan zijdelings verband staan met de zorgplichten of dienstverlening. Het zijn alle kosten die u kunt toerekenen buiten de lasten van de overhead (inclusief rente) en de btw.

- indirecte lasten: zijn ondersteunende activiteiten. Die activiteiten hebben een verband met de taken waarvoor de heffing in rekening wordt gebracht en  bestaan uit de overhead en de toe te rekenen btw.

Voor beide lasten geldt, dat de toerekening gebaseerd moet zijn op een beargumenteerde keuze.

In de notitie overhead geeft de commissie BBV een toelichting op de overhead in de nieuwe systematiek. Artikel I, tweede lid onder I van het wijzigingsbesluit definieert overhead als volgt: Overheadkosten: Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. 

In het BBV zijn geen voorschriften opgenomen over hoe u de overhead aan de tarieven moet toerekenen. De keuze daarover is aan de gemeenteraad. De commissie BBV eist dat de gemeenteraad die keuze vastlegt. Formeel is dat als volgt geregeld:

Stellige uitspraak: Bij de berekening van de tarieven moet de methodiek voor de toerekening van overhead worden opgenomen in de financiële verordening. Stellige uitspraken van de commissie BBV zijn bindend voor de gemeente. Voor het vastleggen van de methodiek moet de verordening worden gewijzigd. Dat is een bevoegdheid  van de gemeenteraad.

Op taakveld 0.4 staan de kosten van de overhead. De kosten van dit taakveld kunnen dus deels worden meegenomen in de tarieven. Voor alle duidelijkheid, dus niet in de begroting maar extracomptabel in het overzicht dat in de paragraaf lokale heffingen wordt opgenomen.

In de notitie overhead stelt de commissie BBV de eis dat de overhead op consistente wijze wordt toegerekend. Wij leggen die voorwaarde zo uit dat er één methodiek moet zijn voor alle heffingen; niet voor elke heffing een andere methodiek.

Dat kan behoorlijke consequenties hebben voor de tarieven. De aard van de te verhalen kosten verschilt per heffing waardoor het aandeel van de overhead ook verschilt. Maar omdat de toerekening bij elke heffing op consistente (lees: dezelfde) wijze moet, kunnen de verschillen niet meer in de toerekening tot uiting worden gebracht. De commissie BBV geeft twee voorbeelden van methoden om de opslag voor de overhead te bepalen: 1. een methodiek gebaseerd op personeelslasten en 2. een op basis van de omvang van de taakvelden.

In Boxmeer is er gekozen voor Systematiek 1.

Een uitwerking van het voorbeeld personeelslasten ziet er, gesimplificeerd, als volgt uit:

((Personeelslasten taakveld)/ (totale personeelslasten alle taakvelden exclusief overhead)) x overhead = opslag taakveld

In deze benadering wordt de overhead volledig omgeslagen naar rato van de personele kosten. Om die systematiek ‘zuiver’ te houden, moet de bovenstaande formule worden gepreciseerd. Naast de personeelslasten moet ook de ‘inhuur derden’ meetellen in de berekening. Zonder die component zou de toerekening van overhead beïnvloed worden door de keuze of de activiteiten door eigen of door ingehuurd personeel worden gedaan.

De formule wordt dus: ((Personeelslasten taakveld + inhuur derden taakveld)/ (totale personeelslasten)).

Ongebonden Lokale Heffingen

Ongebonden Lokale Heffingen bestaan uit Onroerende zaakbelastingen, Toeristenbelasting, Forensenbelasting, Baatbelastingen en Reclamebelastingen.

  • Onroerendezaakbelastingen

De onroerendezaakbelastingen (OZB) worden geheven over de waarde van de onroerende zaken in de gemeente, de zogenoemde WOZ-waarde. De OZB vormen de grootste ‘eigen’ inkomstenbron van gemeenten.

De gemeentewet onderscheidt twee belastingen:

1.Een eigenaarsbelasting zowel van woningen als niet woningen geheven

  • Belastingplichtigen: eigenaren van huizen, kantoren, winkels, fabrieken, installaties en onbebouwde grond(onroerende zaken);
  •  Belastbaar feit: eigenaar zijn van een onroerende zaak op 1 januari;
  • Heffingsmaatstaf: WOZ-waarde van de onroerende zaak;
  • Tarief: percentage van de WOZ-waarde; differentiatie naar woningen en niet-woningen.

2. Een gebruikersbelasting, alleen geheven van niet-woningen:

  • Belastingplichtigen: gebruiker niet-woningen;
  • Voorwerp belasting: gebruiker zijn op 1 januari;
  • Heffingsmaatstaf: WOZ-waarde van de onroerende zaak; - Tarief: percentage van de WOZ-waarde.

De gemeente is verantwoordelijk voor het vaststellen van haar OZB tarief. De grondslag daarvoor is de WOZ waarde. Het beheersbaar houden van lokale lasten, betekent dat het product van OZB tarief en WOZ waarde voor het totaal van de gemeenten niet sterker dan de bestuurlijk overeengekomen zogeheten macronorm mag stijgen.

Macronorm OZB-tarieven

De limitering van OZB-tarieven is per 1 januari 2008 afgeschaft. Het kabinet heeft wel het voorbehoud gemaakt dat de opbrengst voor de OZB landelijk beperkt moest blijven. Daartoe is een macronorm ingesteld die de maximale opbrengststijging voor alle gemeenten voor een bepaald jaar aangeeft. Als de ontwikkeling van de lokale lasten tot overschrijding van die norm leidt, kan het Rijk ingrijpen via correctie van het volume van het gemeentefonds. 

In het Coalitieakkoord staat dat de OZB niet meer stijgt dan het landelijke geldende inflatiepercentage. Afgelopen jaren is hiervoor de jaarmutatie consumentenprijsindex van juli van het CBS gebruikt. Voor 2019 bedraagt de CPI juli 2018 2,1%. Conform de Kadernota 2018 is voor 2019 een stijging van de OZB van 1,5% voorzien. Dit stijgingspercentage blijft dus binnen de CPI van juli.

Voornoemde wijzigingen leiden tot de percentages zoals genoemd in het volgende overzicht.

Percentage van de heffingsmaatstaf (WOZ-waarde) voor berekening OZB:

Percentage OZB 2019 2018 %
Eigenarenbelasting      
-Woningen 0,1162% 0,1162% 0,00%
-Niet Woningen 0,2288% 0,2269% 1,00%
Gebruikersbelasting      
-Niet Woningen 0,1794% 0,1779% 1,01%
  • Toeristenbelasting

Het tarief 2019 toeristenbelasting bedroeg € 1,16 per persoon per overnachting (tarief 2018 € 1,14). In 2019 zijn de definitieve aanslagen 2018 opgelegd tot een bedrag van € 22.671. Het definitief aantal overnachtingen in 2018 bedroeg 204.544 (2018: 179.543). In 2019 is aan voorlopige aanslagen een bedrag opgelegd van € 90.380. De opbrengst 2019 is lager vanwege leegstand bij Landal de Vers.

  • Forensenbelasting

De forensenbelasting volgt de beleidslijn van de tariefontwikkeling van de OZB. Het tarief 2019 is niet gecorrigeerd t.o.v 2018. Het tarief 2019 bedroeg 0,5901% (2018 0,5901).  De opbrengst 2019 bedroeg € 47.302 (2017 € 46.358)

  • Baatbelasting

Uit milieu hygiënische overwegingen heeft de gemeenteraad besloten tot aanleg van riolering in het buitengebied. Om een deel van de investeringskosten terug te ontvangen, zijn tot dusverre vier baatbelastingen ingevoerd voor de panden die door deze aanleg gebaat zijn:

- Baatbelasting riolering Helderse Duinen (vanaf 1995)

- Baatbelasting riolering Groene Hoofdstructuur (vanaf 1995)

- Baatbelasting riolering Buitengebied (vanaf 1997)

- Baatbelasting riolering Buitengebied Beugen eerste fase (vanaf 1998)

Belastingplichtig is de eigenaar van een onroerende zaak die op 1 januari is aangesloten of aansluitbaar is op de gemeentelijke riolering in het gebied zoals aangegeven in de belastingverordeningen.

  • Reclamebelasting

Met ingang van 2013 is een reclamebelasting ingevoerd. De opbrengst 2019 bedroeg € 74.521 (2018 € 77.864). De totale invorderingskosten 2019 bedragen € 841. De netto-opbrengst ad € 73.643 is doorbetaald aan de Stichting Centrummanagement.

In de raadsvergadering van 13 december 2018 a.s. zijn de belastingverordeningen 2019 door uw Raad vastgesteld o.b.v. de hertaxatiewaarden die dan bekend waren.

Gebonden Lokale Heffingen

De Heffingen worden, zoals al besproken,  onderverdeeld in:

Gebonden Lokale Heffingen

Afvalstoffenheffing

Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (Stb. 1994, 80). De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt geheven ter zake van het feitelijk gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt:

a. degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht feitelijk gebruik maakt van het perceel;

b. ingeval een gedeelte van een perceel voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.

Gelet op de huidige beleidslijn wordt uitgegaan van een 100 % kostendekkendheid van de reinigingsheffingen. De Bestuurscommissie Afval heeft besloten het tarief 2019 voor de blauwe opdrukzak te verhogen van €1,25 naar €1,50 in 2019.

De totale kosten Afvalstoffenheffing en Reiniging 2019 bedragen € 2.248.196. O.b.v. 12.150 aansluitingen houdt dat in een tarief van € 180,36 voor de afvalstoffenheffing. In het begrotingsjaar 2019 heeft een onttrekking vanuit de voorziening plaatsgevonden ter grootte van €132.527. In de Raad van 13 december 2018 zijn de afzonderlijke belastingverordeningen 2019 behandeld door de Raad.

Kostendekkendheid      
Kosten taakveld incl omslagrente  2.097.223,78    
Inkomsten taakveld excl. heffingen -381.329,18    
Netto kosten taakveld   1.715.894,60  
         
Toe te rekenen kosten:      
Overhead incl. omslagrente 265.301,87    
BTW   267.000,00    
      532.301,87  
Totale kosten     2.248.196,47  
         
Opbrengst heffingen   -2.248.196,47  
Dekking     -   100,00%

Rioolrecht

Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:

1. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en

2. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.

1. De belasting wordt geheven:

  1. van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel; en van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder te noemen: gebruikersdeel.

  2.  met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
  3. met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker aangemerkt:
    1. degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;
    2. ingeval een gedeelte van een perceel - niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4 - voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.

In het najaar van 2015 is het nieuwe Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2019 in uw raad behandeld. In de raad van 26 oktober 2017 heeft een actualisatie plaatsgevonden als  gevolg van de aanpak wateroverlast. In de raad van december 2017 zijn de tarieven allemaal opnieuw vastgesteld. In dit voorstel staat dat de rioolrechten vanaf 2019 stijgen met 3,6%  tot en met 2021 en daarna tot en met 2048 jaarlijks met 1,4%. Voor 2019 heeft er een storting in de voorziening riolering plaatsgevonden van €594.138.

In de Raad van 14 december 2018 zijn de afzonderlijke belastingverordeningen door de Raad behandeld. In deze vergadering is het tarief voor 2019 vastgesteld op een bedrag van € 104,41 voor het eigenarendeel (€ 100,78 in 2018).

De aanslagen voor het aansluitrecht zijn meegenomen in de gecombineerde aanslagen welke in eigen beheer worden opgelegd en geïnd. Voor het aansluitrecht zijn er 13.416 objecten in de heffing betrokken (2018 13.300). De opbrengst 2019 bedroeg € 1.401.105.

Het afvoerrecht voor 2019 is in dezelfde raadsvergadering vastgesteld op €0,98 per m3 geloosd afvalwater (2018 € 0,95). Het afvoerrecht wordt middels een opslag op waterverbruik door Brabant Water gefactureerd en geïncasseerd. Het aantal m3 water bedroeg ongeveer 1.366.178m3.  De opbrengst 2019 bedroeg € 1.357.287 inclusief kwijtscheldingen..

Grootverbruikers afvoerrecht worden rechtstreeks door de gemeente aangeslagen. De opbrengst 2019 bedroeg € 253.172. Dit is iets hoger dan de geraamde opbrengst. Ten opzichte van 2018 is de opbrengst € 11.000 hoger. Dit wordt met name verklaard door de hogere tarieven.

Kostendekkendheid      
Kosten taakveld incl omslagrente 2.443.381,14    
Inkomsten taakveld excl. heffingen -10.870,66    
Netto kosten taakveld   2.432.510,48  
         
Toe te rekenen kosten:      
Overhead incl. omslagrente 192.053,79    
BTW   387.000,00    
      579.053,79  
Totale kosten     3.011.564,27  
Opbrengst heffingen   -3.011.564,27  
Dekking     -   100,00%

 

Leges

Leges

Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor:

  1. het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten;
  2. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument;

Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst of van de Nederlandse identiteitskaart of het reisdocument, dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht. De bevoegdheid tot het heffen van leges is vastgelegd in de Gemeentewet. Aan de legestarieven is het uitgangspunt verbonden, dat er kostendekkende tarieven aan ten grondslag liggen. In de raadsvergadering van 13 december 2018 is een voorstel tot aanpassing van de legestarieven 2019 via de belastingverordening behandeld.

Voor een aantal tarieven geldt een landelijk maximum.

Wonen en Bouwen
     
Kosten taakveld incl omslagrente  533.937,02    
Inkomsten taakveld excl. heffingen  -      
Netto kosten taakveld    533.937,02
 
         
Toe te rekenen kosten:      
Overhead incl. omslagrente  435.203,34    
BTW   -      
       435.203,34
 
Totale kosten      969.140,36  
Opbrengst heffingen    -706.928,33  

Dekking

     262.212,03

72,94%

Burgerzaken      
Kosten taakveld incl omslagrente 1.226.258,64    
Inkomsten taakveld excl. heffingen -      
Netto kosten taakveld    1.226.258,64  
         
Toe te rekenen kosten:      
Overhead incl. omslagrente  671.775,30    
BTW    -      
       671.775,30  
Totale kosten      1.898.033,94  
Opbrengst heffingen    -421.694,21  
Dekking      1.476.339,73 22,22%
Begraafrechten      
Kosten taakveld incl omslagrente  154.974,13    
Inkomsten taakveld excl. heffingen  -      
Netto kosten taakveld   154.974,13  
         
Toe te rekenen kosten:      
Overhead incl. omslagrente 29.252,38    
BTW    -      
      29.252,38  
Totale kosten     184.226,51  
Opbrengst heffingen   -72.490,55  
Dekking     111.735,96 39,35%

Belastingdruk

COELO Belastingdruk

  1. Gegevens 2019 betreffen het onderzoek van COELO inzake lokale lastendruk 2019.
  2. Reinigingsheffing: Op basis van 100% kostendekking bedraagt het tarief 2019 € 180,36 per aansluiting (2018 € 161 minus € 10 bijdrage uit de voorziening). In de jaarrekening 2019 is een bedrag van €132.527 aan de voorziening onttrokken. Conform de begroting 2019 van BCA stijgt het zakkentarief  in 2019 van € 1,25 naar € 1,50.
  3. Rioolrecht: In de raadsvergadering van 26 oktober 2017 heeft de gemeenteraad ingestemd met de actualisatie van het kostendekkingsplan en aanpak wateroverlast. In dit kostendekkingsplan is opgenomen dat de rioolheffing voor 2018 met 3% stijgt, vervolgens vanaf 2019 tot en met 2021 met jaarlijks 3,6% en daarna tot en met 2048 jaarlijks met 1,4%.
  4. OZB: In het Coalitieakkoord staat dat de OZB niet meer stijgt dan het landelijke geldende inflatiepercentage. Afgelopen jaren is hiervoor de jaarmutatie consumentenprijsindex van juli van het CBS gebruikt. Voor 2019 bedraagt de CPI juli 2018 2,1%. Conform de Kadernota 2018 is voor 2019 een stijging van de OZB van 1,5% voorzien. Dit stijgingspercentage blijft dus binnen de CPI juli.

De lokale belastingdruk wordt gebaseerd op de COELO berekening 2019.

De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de lastendruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van de landelijk gemiddelde lastendruk.

  Boxmeer 2018 Mutatie 2019
Boxmeer 2019 Nederland 2019
Reinigingsheffing meerpersoonshuishouden: Tarief + 16 zakken 171 +15,7% 198 263
Rioolrecht 229 +3,6% 237 196
OZB 282 +0,0% 282 279
Totaal 682 +5,1% 717 739

Dit is de lastendruk van het verantwoordingsjaar 2019 ten opzichte van de landelijk gemiddelde lastendruk in het verantwoordingsjaar 2019 uitgedrukt in een percentage. https://www.waarstaatjegemeente.nl/dashboard/Besluit-Begroting-en-Verantwoording/

Belastingcapaciteit: 721/739 x100%=97,56%.

Kwijtschelding

De burger kan in aanmerking komen voor (gedeeltelijke) kwijtschelding van gemeentelijke belastingen wanneer hij of zij geen vermogen heeft en niet voldoende inkomen heeft om de gemeentelijke belastingen te kunnen betalen. De gemeente beoordeelt ieder verzoek om kwijtschelding apart op basis van de landelijke berekeningsgrondslag. Kwijtscheldingsregels zijn wettelijk vastgelegd in de Invorderingswet 1990, de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 en de Leidraad Invordering 2008. De gemeente Boxmeer heeft gekozen voor een ruime toepassing van kwijtschelding en hanteert de maximale kwijtscheldingsnorm van 100% van gemeentelijke belastingen Afvalstoffenheffing en Rioolrecht.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Aanwezige risico's

De gemeente Boxmeer heeft gekozen voor een systematische en cyclische aanpak bij risicomanagement. De risico’s zijn in  juni 2018 opnieuw geïnventariseerd en beoordeeld op basis van stemming.  Dit resulteert in een vernieuwde top 10 met ingang van 2019. Deze stemming is tevens de basis voor de begroting 2019.  Hieronder worden de top 10 risico’s beschreven met inschatting van het financiële risico.

1 Financiële gevolgen Decentralisaties in het Sociale domein 2019

Begroot financieel Risico: € 1.922.300

Jaarrekening financieel risico: € 0

Toelichting:

De gemeenten zijn de eerstverantwoordelijke overheidslaag voor de onderwerpen werk, maatschappelijke ondersteuning en jeugdzorg. De gemeenten kregen per 1 januari 2015 op grond van de nieuwe WMO, Jeugdwet en Participatiewet deze brede integrale verantwoordelijkheid voor het sociale domein. De kern van de decentralisatieoperatie is onveranderd en is erop gericht dat de burger die het nodig heeft ondersteuning krijgt die aansluit bij zijn persoonlijke situatie en behoeften. Met de decentralisaties zijn grote bedragen gemoeid en de decentralisaties gaan gepaard met aanzienlijke ombuigings-taakstellingen. Vanaf de decentralisatie is er discussie geweest tussen rijksoverheid en gemeenten over de toereikendheid van de budgetten. De budgetten per gemeente voor de gewijzigde taken zijn voor 2019  bekend geworden in de meicirculaire 2018.

Risico’s:

  1. Door een efficiencykorting wordt voor onvoldoende financiële compensatie gezorgd die past bij de over te hevelen taken;
  1. De verdeling van het macrobudget over de gemeenten sluit niet aan bij de spreiding van de kosten onder de gemeenten, met een mogelijke afwijking in zowel positieve als negatieve zin;
  1. Met de taakoverheveling wordt beleidsvrijheid van uitvoering te veel beperkt door van rijkswege opgelegde regels en verantwoordingstaken.

Voor het onderdeel Werk zal een gedeelte van het risico terecht komen bij het Werkvoorzieningsschap. De deelnemende gemeenten staan garant voor exploitatietekorten.

WMO

Vanaf 2019 komt er een abonnementstarief van € 17,50 per vier weken voor huishoudens die gebruik maken van de Wmo voorzieningen. Ontwikkelingen in het Wmo vervoer zijn een nieuwe aanbesteding per 2019 en de invoering in mei 2018 van een bindend OV-advies voor de reizigers die gebruik maken van de regiotaxi zonder Wmo-pas. Mogelijk zal er door de invoering van het bindend OV advies meer beroep gedaan worden op de Wmo-pas. Voor de toekomst zal er rekening gehouden moeten worden met een risico van € 441.015 ongeveer 10% van begroting van de decentralisatie uitkering Sociaal Domein Wmo 2019 van € 4.410.151.

Het Wmo beleid is in 2019 uitgevoerd binnen de begrote middelen. Voor 2020 zal er rekening moeten worden gehouden met een financieel risico. De gevolgen van de invoering van het abonnementstarief met ingang van 2019 waren al merkbaar in 2019 maar zullen naar verwachting nog doorwerken in 2020 en volgende jaren. De kosten van Wmo vervoer nemen toe door meer gebruik van het Wmo vervoer en de kostenstijging als gevolg van de NEA index.

Transformatie Jeugdzorg

Met ingang van 1 januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de jeugdzorg. De inkoop van jeugdzorg (Zorg in Natura) gebeurt voor de gezamenlijke gemeenten in Brabant Noordoost door de gemeente ’s-Hertogenbosch.

In het Land van Cuijk wordt, voor wat betreft het Basisteam Centrum Jeugd en Gezin ( de toekenning van Zorg in Natura, Persoonsgebonden Budget, preventie en eerste lijnszorg ), de financiële en administratieve werkprocessen en de beleidsmatige afstemming intensief samengewerkt. Daarvoor is door de gezamenlijk gemeenten in het Land van Cuijk een Dienst Verlenings Overeenkomst afgesloten (DVO).

Jeugdzorg wordt ingekocht op basis van het inkoopbesluit jeugdhulp 2017-2020.  Voor 2019 heeft inmiddels bijstelling plaatsgevonden van de beleidsuitgangspunten en het budgettair kader specialistische jeugdhulp Zorg In Natura (ZIN). Hiervan is de gemeenteraad bij memo d.d. 5 juni 2018 op de hoogte gesteld. Ook voor het jaar 2019 hebben we te maken met een stijgende vraag naar jeugdhulp en vermindering van de inkomsten van het Rijk. Daarom houden wij blijvend rekening met het ingeschatte risico van 20%. Voor de berekening van het risico wordt als uitgangspunt het totaalbudget jeugdzorg 2019 zoals opgenomen in de meicirculaire 2018 van € 4.430.387 genomen.

Voor de gemeente Boxmeer komt dit neer op een risico van maximaal € 886.077.

Het risico voor 2019 is middels het ophogen van het budget voor Jeugdzorg met de algemene begrotingswijzigingen 2019 afgedekt. Voor 2020 blijft het risico bestaan.

Participatiewet

Met de invoering van de Participatiewet is er flink bezuinigd op de rijksbijdrage per Wsw-plek. De Rijksbijdrage per plek neemt af van € 25.900 in 2015 naar € 22.700 in 2020. Dit is een bedrag van € 3.200 per standaard eenheid (SE) . De gemeente Boxmeer beschikt over circa 186 SE (realisatie 2017) bij de sociale werkvoorziening. Het risico wordt hierdoor geschat op € 3.200 * 186 = € 595.200.

Met de inwerkingtreding van de Participatiewet zijn twee nieuwe doelgroepen naar de gemeenten overgekomen, te weten de Wajongers en de nieuwe SW.  De Participatiewet is nog steeds aan verandering onderhevig. De discussie over forfaitaire loonkostensubsidie en de loondispensatie is hier een voorbeeld van. Mogelijk dat in de loop van de tweede helft 2018 hierin duidelijkheid komt. Hierdoor is het ook voor 2019 onvoldoende in te schatten wat de gevolgen zijn.

Het Participatiebeleid is in 2019 uitgevoerd binnen de begrote middelen. De uitvoering van de Participatiewet brengt ook voor 2020 risico’s met zich mee.

2. Klimaatadaptatie

Begroot financieel risico: €  2.300.000

Jaarrekening financieel risico: € 2.300.000

Toelichting:

Het risico dat de gemeente Boxmeer onverwachte financiële tegenvallers kent om maatregelen te treffen tegen de effecten van klimaatverandering. De financiële inschatting van het risico is gebaseerd op  de uitslag van de stemming  van de risico’s voor het onderdeel kans en effect.

Klimaatverandering heeft gevolgen voor mens, dier en milieu. Klimaatverandering heeft onder meer de volgende gevolgen:

  • Overstromingen door stijgende zeespiegel en extreem weer
  • Minder drinkwater beschikbaar door droogte
  • Onvoldoende zoet water door extreme droogte
  • Slechte oogsten door zout water
  • Te weinig koelwater voor elektriciteitscentrales
  • Meer algenbloei in zwemwater door hogere temperatuur
  • Biodiversiteit verandert door klimaatverandering

De noodzakelijkheid van een klimaatbestendige inrichting is zo langzamerhand voor velen duidelijk. zonneklaar. Door hoosbuien veroorzaakte schades en overlast,  hoog oplopende temperaturen drukken iedereen, beheerders en bewoners, met de neus op de feiten. Voor gemeenten en waterschappen speelt nu vooral de vraag: wat zijn de opties en hoeveel kost het? Niet voor niets is op Prinsjesdag 2017, een gescheiden Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie verschenen.

In het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Plan (VGRP) dat is vastgesteld zijn aanpassingen in de openbare ruimte gepland en financieel vertaald waarbij de eerste 10 jaren concreet zijn.

3. Informatievoorziening

Begroot financieel Risico: € 250.000

Jaarrekening financieel risico € 0.

Toelichting:

Informatie dient beschikbaar en integer te zijn (informatie is juist, volledig en actueel) en niet in handen komen van derden die hiertoe niet zijn geautoriseerd (vertrouwelijkheid). De financiële inschatting van het risico is gebaseerd op  de loonsom  van functionarissen die nodig zijn om herstelwerkzaamheden uit te voeren. Het risico van te late, onjuiste of oneigenlijke informatieverstrekking aan haar inwoners, medewerkers en ander belanghebbende met als vervolg risico overtreding van de AWB, reputatieschade en indirecte financiële gevolgen.

In het jaarverslag inzake informatieveiligheid en privacy hebben we gerapporteerd over de preventieve maatregelen en de feitelijke voorvallen.. Alle voorvallen ware n beheersbaar binnen de bedrijfsvoering,

Het risico is € 0.

4. Lagere Algemene Uitkering

Begroot financieel risico: €  400.600

Werkelijk financieel risico: €  78.000

Toelichting:

De jaarlijkse groei van het gemeentefonds wordt bepaald door de normeringssystematiek. Dat betekent dat de jaarlijkse groei van het gemeentefonds is gekoppeld aan de groei van de rijksuitgaven. Extra uitgaven, bezuinigingen, mee- en tegenvallers op de rijksbegroting hebben in deze systematiek direct invloed op de omvang van het gemeentefonds.

Hoeveel geld de individuele gemeente uit het gemeentefonds ontvangt is afhankelijk van de kenmerken en belastingcapaciteit van de gemeente. Het achterblijven van bijvoorbeeld aantal inwoners, uitkeringsgerechtigden of woningen leidt tot een structureel tekort aan inkomsten. De algemene uitkering voor 2019 is op basis van de meicirculaire 2018 geraamd op € 35.817.600.

Voor het bepalen van het financieel risico wordt de behoedzaamheidsnorm gehanteerd. Op basis van informatie bij de meicirculaire 2019 schatten wij een korting in van 16 punten wat voor 2019 overeenkomt met een bedrag van € 400.600.

De algemene uitkering wordt jaarlijks bij de 1e en 2e algemene begrotingsbijstelling bijgesteld als gevolg van diverse circulaires (mei, september, december) die wij ontvangen van het Rijk. Bij raadsmemo wordt u periodiek geïnformeerd over de financiële gevolgen van deze circulaires. Zo hebben wij u op 20 januari jl. geïnformeerd over de gevolgen van de decembercirculaire 2019. Op basis van deze circulaire zou de algemene uitkering 2019 uitkomen op een bedrag van € 42.380.800. Op basis van één van de laatste specificaties (nr. 10) over 2019 komt de algemene uitkering uit op een bedrag van € 42.585.739. De definitieve uitkering 2019 wordt pas enkele jaren na afloop van het jaar vastgesteld. Het risico op eventuele toekomstige bijstellingen wordt voorzichtigheidshalve geschat op 3 punten dat overeenkomt met een bedrag van  € 78.000.

Het totale risico is derhalve € 78.000.

5. Personeel

Begroot financieel risico:   € 830.330

Werkelijk financieel risico: € 785.790

Toelichting:

Het risico dat het personeelsbeheer uitkomsten heeft die de organisatie en of haar medewerkers kunnen schaden en of het risico dat gedrag of handelen van medewerkers die de organisatie kan schaden.

Hierbij zijn de volgende aspecten van belang:

-onevenwichtige opbouw van het personeelsbestand(vergrijzing) € 38.675 en kennisverlies en stagnatie in dienstverlening als gevolg van langdurig verzuim/vergrijzing/ontslag 5,18 % van de loonkosten  €4.908.087  is €776.000.

Jaarrekening voor beide risico’s geldt samen een totaalbedrag van €753.520.

-gedrag op handelen van medewerkers die de organisatie kan schaden €15.655.

Voor de jaarrekening is de stand van het risico €32.270.

6. Rampenbestrijding, crisisbeheersing

Begroot financieel Risico:  € 1.161.000

Werkelijk financieel risico:  € 0

Toelichting:

Gelet op de ligging van de Gemeente Boxmeer bij een rivier, snelwegen en een spoorlijn, de aanwezigheid van industrie en een vliegveld in de buurt wordt de kans op een ramp groter. Het financiële risico van de gevolgen van de ramp kan zeer groot zijn. Secundair is een politieke risico aanwezig van het niet goed uitvoeren van de crisisbeheersing. Ook weersomstandigheden kunnen leiden tot situaties waarin we bevolkingszorg moeten opstarten. De financiële inschatting van het risico is gebaseerd op  de uitslag van de stemming  van de risico’s voor het onderdeel kans en effect.

In 2019 zijn er geen rampen geweest zodat het werkelijke risico is € 0.

7. Contractenbeheer

Begroot financieel Risico: € 50.000

Werkelijk financieel risico: € 50.000 

Toelichting:

Het risico van contractenbeheer. Het risico van rechten en verplichtingen welke uit contracten en overeenkomsten voortvloeien (inkoop- en aanbestedingscontracten, huur en verhuurcontracten).

Voorbeelden zijn een leverancier die niet levert of en daardoor kosten worden gemaakt in de juridische procedures en of inzetten van alternatieve leveranciers om alsnog geleverd te krijgen. Een hoger indexeringsbedrag dan geraamd.

Het risico is voor begroot en werkelijk bepaald op € 50.000 gebaseerd op 1,5 promille van de gemiddelde contractwaarde op jaarbasis (€ 37.000.000).

8. Treasury

Begroot financieel risico:   € 170.200

Werkelijk financieel risico: € 0

Toelichting:

Treasury (Liquiditeiten beleid en beheer)
Het risico dat de gemeente haar financiering te duur aantrekt, of te risicovol belegt. De bepaling van het rente risico wordt vastgesteld op 1 % van het begrote financieringstekort 2019 van €17.020.776 is €170.200.

Het financieringstekort 2019 hebben we gedeeltelijk opgelost met het aantrekken van kasgeld-leningen. Aangezien we ook in 2019 nog te maken hebben met negatieve rente is hier geen sprake van risico. Daarnaast hebben we in 2019 twee langlopende leningen aangetrokken met een zeer lage rente waardoor hier ook geen sprake is van  risico.

Het totale risico is derhalve nihil.

9. Grondvoorraad

Begroot financieel risico:   € 5.815.600

Werkelijk financieel risico: € 4.529.150

Toelichting:

  • Gemeente Boxmeer kent onverwachte financiële tegenvallers en/of kan haar beleid niet realiseren.
  • Gronden niet verkocht kunnen worden

In de Grondnota 2018  is per complex een uitgebreide toelichting opgenomen, waarbij de risico’s worden toegelicht. Daarbij zijn de volgende risico’s te onderscheiden:

Marktrisico’s, risico’s m.b.t. planologische procedure, planschaderisico, risico’s archeologie, procesrisico m.b.t. afwikkeling overeenkomsten, aanbestedingsrisico’s, afzetrisico’s.

Ten opzichte van de Grondnota 2017 is de financiële positie gewijzigd. Dit resulteert in de volgende berekening: de  boekwaarde van de  in ontwikkeling zijnde grondexploitaties bedraagt  op 1-1-2018 € 38.572.015, de tussentijdse winstneming van € 1.534.021.  De nog te maken kosten van de in ontwikkeling zijnde grondexploitaties per 1-1-2018 zijn geraamd op in totaal € 21.457.339. De voorziening nadelig resultaat per 01-01-2017 is € 3.407.503.  De totale kosten bedragen € 58.155.872. Conform de IFLO-norm bedraagt het risico grondexploitatie 10% van € 58.155.872  is € 5.815.600. 

De boekwaarde in ontwikkeling zijnde grond- en opstalexploitaties bedroegen op 31-12-2019 € 31.794.966 De nog te maken kosten van de in ontwikkeling zijnde grondexploitaties per 31-12-2019 zijn geraamd op in totaal € 16. 265.834. De voorzieningen nadelig resultaat per 31-12-2019 is. € 6.473.251. De tussentijdse winstneming bedroeg € 3.703.896. Conform de IFLO-norm bedraagt het risico voor de grondexploitatie 10% van € 45.291.445 zijnde een bedrag van € 4.529.144.

Sterckwijck programmering/planning
Ten opzichte van de actuele grondexploitatie is de eindwaarde bepaald indien er vanaf 1 januari 2020 1,0 hectare per jaar bedrijventerreinen wordt verkocht. Dit leidt onder andere tot een langere looptijd van 8 jaar, extra plan- en rentekosten. Het verschil in eindwaarde bedraagt € 3.311.596.

10. Juridische Claims

Begroot financieel risico: € 690.000

Werkelijk financieel risico: € 0

Toelichting:

Het risico van juridische claims als gevolg van onrechtmatig genomen besluiten. De financiële inschatting van het risico is gebaseerd op  de uitslag van de stemming  van de risico’s voor het onderdeel kans en effect.

De werkelijke uitgaven op de post rechtskundig advies zijn minder dan het begrote bedrag op deze post hierdoor is het werkelijke financiële risico 0.

Totaal van de top 10 risico's

Het totaal van de top 10 risico’s bedraagt € 13.590.030

Het totaal van de top 10 risico’s van de jaarrekening 2019 bedraagt € 7.742.940

Naast de top 10 risico’s zijn er nog 11 risico’s in kaart gebracht. Op basis van de risico-inventarisatie en actualisatie zijn deze risico’s

Voor de begroting  2019 € 2.535.600

Voor de jaarrekening 2019 € 920.580

Daarnaast zijn er risico’s bepaald die niet nader zijn uitgewerkt. Voor deze risico’s berekenen wij 1% van de hierboven berekende begrote risico’s 2019

 € 16.125.630 is € 161.256.

Voor de Jaarrekening 2019 is het bedrag van de risico’s die niet  1% van  € 8.663.520  is € 86.630.

 Het totaal van de risico inventarisatie (top tien plus overige risico’s) bedraagt:

Op basis van de risico-inventarisatie en actualisatie zijn deze risico’s

 Voor de begroting  2019 € 16.286.886

Voor de jaarrekening 2019 € 8.750.150

Beschikbare weerstandscapaciteit

De beschikbare weerstandscapaciteit omvat de financiële middelen en mogelijkheden van de gemeente Boxmeer om financiële tegenvallers als gevolg van risico’s op te vangen zonder het bestaande beleid te hoeven aan te passen.

Het BBV maakt onderscheid tussen incidentele en structurele weerstandscapaciteit. In het Gemeenschappelijk Toezichtkader 2020 (GTK 2020) van de provincies is voor een uniforme wijze van toepassing nader gedefinieerd welke componenten gerekend mogen worden tot de structurele en incidentele weerstandscapaciteit.

  1. De structurele weerstandscapaciteit heeft betrekking op het vermogen om onverwachte tegenvallers structureel in de lopende begroting op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande taken. De middelen die dat vermogen bepalen zijn:
    1. de resterende (onbenutte) belastingcapaciteit;
    2. onvoorzien structureel;
    3. structurele begrotingsruimte..
  2. De incidentele weerstandscapaciteit heeft betrekking op het vermogen om onverwachte tegenvallers incidenteel in de begroting op te vangen, zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van taken op het geldende niveau. De middelen die dat vermogen bepalen zijn:
    1. algemene reserve;
    2. onvoorzien incidenteel;
    3. stille reserves;
    4. incidentele begrotingsruimte.

In het verleden rekenden wij de bestemmingsreserves waarvoor geen directe verplichtingen bestonden tot de incidentele weerstandscapaciteit. Het GTK 2020 geeft deze mogelijk niet. Indien de het specifieke bestedingsdoel van algemene aard is of dat de middelen al voor langere tijd beschikbaar zijn zonder dat er zicht is op daadwerkelijke uitvoering van de beoogde bestemming kan de gemeenteraad besluiten deze middelen over te hevelen naar de algemene reserve en tellen deze middelen mee in de incidentele weerstandscapaciteit.

Ten aanzien van de stille reserves is in het GTK 2020 dat het waardeverschil tussen de actuele marktwaarde en de boekwaarde  kan worden meegenomen in de incidentele weerstandscapaciteit. Hierbij dient de actuele marktwaarde reëel onderbouwd te zijn. Voorts mag de stille reserve geen gebruiksnut meer te hebben voor de gemeente en moet deze op korte termijn beschikbaar te kunnen komen.

In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de weerstandscapaciteit van de gemeente Boxmeer op 1 januari 2019 (x €1.000) (begroting 2019) en op 31 december 2019 (x €1.000) (jaarrekening 2019).

Weerstandscapaciteit     Bedrag 1/1 Bedrag 31/12           
1. Belastingcapaciteit 1.991 1.998
2. Bezuinigingsmogelijkheden 0 0
3. Resultaat 2019 structureel 143 4.086
4. Begrotingsoverschot 35 0
Weerstandscapaciteit structureel 2.169 6.084
5. Algemene reserves 14.285 13.722
6. Resultaat 2019 incidenteel 0 -423
7. Stille reserves 20.687 22.121
Weerstandscapaciteit incidenteel 34.972 35.420
Weerstandscapaciteit Totaal 37.141 41.504

 

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit.

Beschikbare weerstandscapaciteit=Ratio weerstandsvermogen / Benodigde weerstandscapaciteit

Voor 1 januari 2019 was de ratio weerstandsvermogen op begrotingsbasis (uitgaande van de nieuwe normen capaciteit)  37.141/16.287 = 2,28.

Voor 31-12-2019 is de ratio weerstandsvermogen op rekeningbasis  41.504/8.750 = 4,74

Om de ratio voor het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen maken wij gebruik van onderstaande waarderingstabel die in samenwerking tussen de Universiteit van Twente en het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement is opgesteld.


Waardering

Ratio

Betekenis

A

> 2,0

Uitstekend

B

1,4 – 2,0

Ruim voldoende

C

1,0 – 1,4

Voldoende

D

0,8 – 1,0

Matig

E

0,6 – 0,8

Onvoldoende

F

< 0,6

Ruim onvoldoende

Gegeven de ratio van 4,74 betekent dit voor Boxmeer dat het weerstandsvermogen uitstekend is. Ten opzichte van de begroting 2019 is de ratio van de weerstandscapaciteit toegenomen met 2,46, met name vanwege de afgenomen risico’s en het rekeningresultaat 2019.

Let wel: De rapportage omtrent het weerstandsvermogen is een momentopname. Nieuwe projecten, economische ontwikkelingen en investeringsbeslissingen kunnen het risicoprofiel negatief of positief beïnvloeden waardoor het weerstandsvermogen een andere waardering krijgt.

Kengetallen financiële positie

Een deugdelijke en transparante begroting is in het belang van de horizontale controle door de raad op de financiële positie van de gemeente. Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van de gemeente.

Om dit te bereiken is het BBV bij besluit van 15 mei 2015 gewijzigd, waarbij is voorgeschreven dat de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing de volgende kengetallen bevat: netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte geldleningen, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit. Het college dient vervolgens een beoordeling te geven van de kengetallen in hun onderlinge verhouding in relatie tot de financiële positie. De wijze van berekening en presentatie is vastgelegd in een ministeriële regeling d.d. 9 juli 2015.

Rekening 2019 Verloop van de kengetallen    
       
Kengetallen Rekening 2018 Begroting 2019 (P) Rekening 2019
Netto schuldquote 1,17 1,37 1,01
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 1,11 1,31 0,97
Solvabiliteitsratio 0,29 0,26 0,29
Structurele exploitatieruimte 0,05 0,01 0,06
Grondexploitatie 0,46 0,56 0,40
Belastingcapacititeit 0,98 0,99 0,97

Beoordeling financiële positie

In de toelichting op het Besluit tot wijziging van het BBV wordt terecht opgemerkt dat een afzonderlijk kengetal nog weinig zegt over hoe de financiële positie moet worden beoordeeld. De kengetallen zullen altijd in hun samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie van de gemeente.

Netto schuldquote/ netto schuldquote exclusief verstrekte leningen

De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om een inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in – als exclusief doorgeleende gelden weergegeven.

Solvabiliteitsratio

Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente.

Grondexploitatie

Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Bij de beoordeling van de schuldquote is het van belang om de beoordelen of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project is uitgevoerd.

Structurele exploitatieruimte

Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van leningen) te dekken.

Belastingcapaciteit

De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller kan worden bijgestuurd in de eigen inkomsten. De belastingcapaciteit van de gemeente wordt berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t te vergelijken met het landelijk gemiddelde in jaar t-1 en uit te drukken in een percentage.

Financiële positie gemeente Boxmeer

Zoals reeds eerder vermeld is de schuldquote van de gemeente Boxmeer hoog. Het effect van de verstrekte leningen is in Boxmeer beperkt. Ten opzichte van voorgaande jaren is de schuldquote aanzienlijk verbeterd, met name als gevolg van de verbetering van de grondexploitatie in 2019 en verbetering van de eigen middelen.

Het positieve kengetal Structurele exploitatieruimte laat zien dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder rente en aflossing) te dekken. De solvabiliteitsratio is gelijk gebleven aan 2018 maar ligt enigszins onder het landelijke gemiddelde. Het kengetal belastingcapaciteit laat zien dat de Boxmeerse tarieven licht onder het landelijke gemiddelde zitten.

In totaal laten de kengetallen bij de jaarrekening 2019 een positief beeld  en een positieve ontwikkeling zien van de financiële positie van de gemeente Boxmeer. Voor de nabije toekomst verwachten wij dat deze ontwikkeling zich voortzet. Met name is er aandacht voor verbetering van de schuldquote en reservepositie.

Onderhoud kapitaalgoederen

Algemeen

De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen geeft een dwarsdoorsnede van de begroting. Lasten van onderhoud komen op diverse programma’s voor. Met het onderhoud van kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Indien er bedragen worden genoemd is dit exclusief de personele component. Een helder en volledig beeld is van belang voor een goed inzicht in de financiële positie.

Het betreft onderhoud van kapitaalgoederen voor:

  • Wegen
  • Openbare verlichting
  • Groen
  • Riolering / water
  • Gebouwen

Per onderdeel wordt ingegaan op de volgende zaken:

  1. het beleidskader
  2. de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties
  3. de vertaling van de financiële consequenties in de begroting en de realisatie in het jaar 2019

Wegen

1. Actuele en geldende beleidskader:

Het IBOR-beleidsplan (Integraal Beheer Openbare Ruimte) voor technisch en verzorgend onderhoud van wegen en groen is in 2011 vastgesteld en nog steeds geldig. In dit plan zijn 4 eindbeelden en/of beheerbeelden beschreven. De hoogste kwaliteit is A+ en de laagste is C. Zowel wegen als groen worden onderhouden/verzorgd op basis van een vastgesteld beeld, dat is kwaliteit B. De verzorging (vegen en onkruidbestrijding) van de verhardingen geschiedt nog steeds op kwaliteit B. Uit de laatste inspectie (najaar 2019) is gebleken dat de technische kwaliteit van de verhardingen ligt op het vastgestelde niveau B.

2. De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties:

Voor onderhoud € 1.050.000 waarvan € 100.000 voor klein onderhoud;

3. De vertaling van de financiële consequenties in de begroting en de realisatie in het jaar 2019:

Voor wegen is in de jaarrekening een bedrag uitgegeven van € 710.335 voor groot/klein onderhoud. Deze post is gesplitst in € 569.553 voor groot onderhoud en € 140.802 voor klein onderhoud. Tevens is in 2019 € 676.500 voor reconstructie wegen in het investeringsschema worden vrijgemaakt. Dit is conform de door de raad vastgestelde beheerstrategie voor wegen.

Openbare verlichting

1. Het actuele en geldende beleidskader:
Het Beleidsplan Openbare Verlichting 2016-2025 is in 2016 geactualiseerd voor de periode 2016-2025. De beleidskeuzes hebben hoofdzakelijk betrekking op het vernieuwen en verduurzamen van de verlichting middels het vervangen van verouderde armaturen door omvorming naar LED-verlichting alsmede het dimmen van de verlichting in de nachtelijke uren volgens een bepaald dimregime.

2. De uit het beleidskader 2016-2025 voortvloeiende financiële consequenties:
a. Onderhoudskosten:
Voor energiekosten € 108.000. Voor klein onderhoud € 37.000 (t.b.v. het herstellen van vernielingen en het opheffen van storingen),
Voor de storting voorziening € 41.000 (t.b.v. schilderen en remplace).
Voor het schadeverhaal € 7.000,
b. Investeringen (armaturen en lichtmasten) € 85.000.

3. De vertaling van de financiële consequenties in de begroting en de realisatie in het jaar 2019

a. onderhoudskosten:
De energiekosten bedragen € 110.000, werkelijk € 111.415.
Voor klein onderhoud is € 37.000 geraamd (t.b.v. het herstellen van vernielingen en het opheffen van storingen), werkelijk is € 30.646 uitgegeven.
De storting in de voorziening bedraagt € 41.000 (t.b.v. schilderen en remplace)
Voor schadeverhaal is rekening gehouden met € 7.000, werkelijk is in € 2.865 voor schades.
b. Investeringen in 2019 (armaturen en lichtmasten) geraamd € 85.000 (excl. loonkosten € 8.500), daarvan is € 8.500 besteed.

In 2019 is een extra investeringsbedrag van € 315.900 opgenomen voor het vervangen van 1.215 armaturen. Hiervan is € 269.642 besteed. Daarnaast is de groepsremplace uitgevoerd, en is € 151.733 betaald uit de voorziening.

Lampen en armaturen
Net zoals in de voorbije beleidsperiode is het voornemen om in begrotingsjaar 2019 armaturen ouder dan 25 jaar, alsmede de armaturen met niet energiezuinige lampen (zoals SOX-armaturen), te vervangen door LED-verlichting met dimmer. Deze activiteit komt ten laste van reeds eerder beschikbaar gesteld investeringskrediet.

Lichtmasten
Veel lichtmasten zijn al 50 tot 60 jaar oud, dit betekent dat deze theoretisch op de korte termijn vervangen dienen te worden. In de praktijk blijkt echter dat de meeste lichtmasten nog in een redelijke staat verkeren. Er worden dan ook maar zeer beperkt lichtmasten vervangen.

De gemeente Boxmeer confirmeert zich aan de Nederlandse Praktijk Richtlijn (NPR 13291:2017-ter vervanging “Richtlijn voor Openbare Verlichting ROVL-2011”) van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV) alsmede met de geldende NEN-normen voor elektriciteitsinstallaties. Er is geen achterstallig onderhoud met betrekking tot de openbare verlichting.

Groen

1. Het actuele en geldende beleidskader:

a. het IBOR-beleidsplan (Integraal Beheer Openbare Ruimte) dat in 2011 is opgesteld voor technisch en verzorgend onderhoud van wegen en groen. In dit plan zijn 4 eindbeelden en/of beheerbeelden beschreven.
De hoogste kwaliteit is A+ en de laagste is C (Kwaliteitscatalogus Openbare ruimte (CROW). Net zoals bij de wegen wordt het groen onderhouden/verzorgd op basis van het vastgesteld beeldkwaliteitsniveau B. Kwaliteitsniveau B is opgenomen in het groenonderhoudsbestek 2019-2022.

b. De bomen worden beheerd conform het Boombeheerplan 2016-2025. Hierin staat vermeld wanneer welke straten aan de buurt zijn. Jaarlijks wordt er door de afdeling een inspectie-, snoei- en onderhoudsplan opgesteld.

c. Speelvoorzieningen (zijn een onderdeel van het IBOR-beleidsplan): maandelijks worden alle voorzieningen gecontroleerd en onderhouden zodat ze voldoen aan de regels van het attractiebesluit.

2. De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties:

a. Voor onderhoud openbare ruimte € 803.000;

b. Voor het beheren van de bomen € 66.000;

c. Voor onderhouden van de speeltoestellen € 13.000;

3. De vertaling van de financiële consequenties in de begroting en de realisatie in het jaar 2019:

a. Voor onderhoud van de openbare ruimte is in de exploitatie begroting € 802.981 beschikbaar. Dit budget is  gesplitst in € 684.781 voor groen onderhoud en € 78.200 voor zwerfvuil onderhoud. En € 40.000 voor onderhoud aan de wadi’s.

b. Voor het beheren van de bomen is in de exploitatie begroting € 66.000 beschikbaar. In 2019 werd € 116.000 geïnvesteerd in het vervangen van bomen in de  Museumlaan te Overloon. In 2020 wordt er € 100.000 geïnvesteerd in een deel van het vervangen van de bomen aan de Vierlingsbeekseweg.

c. Voor het onderhouden van de speeltoestellen is in de exploitatie begroting € 13.000 beschikbaar. In 2019 en 2020 wordt € 30.000 geïnvesteerd in het vervangen van speelvoorzieningen.

Natuur en Landschap

1. Het actuele en geldende beleidskader:

a. Het Beleidsplan Bosbeleids- en beheerplan 2014-2024 is in 2013 geactualiseerd. De actualisatie heeft hoofdzakelijk betrekking op het neerleggen van functie accenten in bosgebieden (recreatie, natuur en houtproductie). Deze functie accenten vormen de basis voor de bepalen van beheermaatregelen bij de uitvoering het  bosbeheer.

b. Het beheer van natuurterrein wordt uitgevoerd volgens de Leidraad beheer landschapselementen gemeente Boxmeer 0.2 en beheerplannen zoals deze zijn opgesteld voor de EVZ’s.

c. Het beheer van de Maasheggen is via een contract ondergebracht bij VNC. Dit contract loopt in 2020 af.  Met de UNESCO status voor het Maasheggengebied, ontstaat er door alle partijen werkzaam in het gebied een nieuw elan. Dit gestuurd vanuit het Uitvoeringsprogramma Noordelijke Maasvallei. Een onderdeel hiervan is kavelruil, waarbij hagen kunnen worden verplaatst en nieuwe hagen kunnen worden aangeplant. Ook komt cultuurhistorie terug in de vorm van het terugbrengen van historische hekken met veldnamen. Het streven is te komen tot een éénduidig gestructureerd beheer voor het gehele gebied.

d. Het beheer van de bermen wordt is ingedeeld naar wegtype. Gebiedsontsluitingswegen worden gemaaid waarbij het maaisel wordt afgevoerd (verschralingsbeheer). Bermen van de overige wegen worden geklepeld, dit maaisel wordt niet afgevoerd.

e. Het beheer van de sloten is afgestemd op de keur van het Waterschap Aa en Maas (alle schouw en bermsloten) worden 1x per jaar geveegd. Wadi sloten worden 2x per jaar geveegd.

2. De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties:

a. Bosbeheer:

- € 52.500 voor beheer en onderhoud bossen incl. heffingen verzekeringen en contributies

- € 54.000 inkomsten vanuit de  houtoogst en € 27.800 subsidiebijdrage SNL

b. natuurterrein:  

- € 44.000 beheer en onderhoud natuur terrein

- € 20.000 voor bijdrage Stika

c. maasheggen: € 16.500

d. Berm beheer: € 88.500

e. Sloten:

- € 5.000 duikers en sloten uitdiepen

- € 16.000 schouwsloten vegen

- € 73.000 bermsloten

3. De vertaling van de financiële consequenties in de begroting en de realisatie in het jaar 2019:

a. bosbeheer

- € 6.400 plankosten

- € 6.600 vaste lasten

- € 43.900 bosbeheer: beheerskosten

- € 6.800 bosverjonging

- € 0,00  houtoogst

- € 27.800 Rijksbijdrage SNL inkomsten

b. natuurterrein

- € 44.000 beheer en onderhoud natuur terrein

- € 20.000 voor bijdrage Stika

c. Maasheggen € 16.500

d. Berm beheer € 88.500

e. Sloten

- € 5.000 duikers en sloten uitdiepen

- € 16.000 schouwsloten vegen

- € 73.000 bermsloten

Riolering / Water

1. het actuele en geldende beleidskader:
het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2019 (vastgesteld eind 2015) is nog het actuele beleidskader en wordt begin 2020 vervangen door het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2020-2024 (vast te stellen in de raadsvergadering voorjaar 2020).

2. De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties:
a. 0,77 miljoen euro voor onderhoud (voornamelijk klein onderhoud, onderzoekskosten stroomkosten en rioolinspectie van het gehele rioolstelsel);
b. 0,73 miljoen euro voor investeringen (vervangingen, groot onderhoud gemalen en IBA’s).

3. De vertaling van de financiële consequenties in de begroting en de realisatie in het jaar 2019:
a. In de begroting is voor onderhoud, conform het VGRP, voor het jaar 2019 € 411.200 opgenomen. Om de onderhoudskosten te stabiliseren, mogelijk te verminderen, blijft de focus gericht op a) meer samen met zowel het waterschap als de aanliggende gemeenten en b) op innovatie en onderzoek;
b. Voor 2019 zijn er vooralsnog, vanwege de goede kwaliteit, weinig nieuwe investeringen opgenomen, € 2.500.000 voor diverse kleinere projecten en € 2.095.000 voor omgeving de Weijer.

Gebouwen

Gemeentelijke accommodaties

1.Actueel beleidskader:

Per gemeentelijke accommodaties is een MJOP opgesteld. In een cyclus van 5 jaar worden de MJOP’s van alle gemeentelijke accommodaties bijgesteld en geactualiseerd (conform BBV). In 2019 zijn 5 MJOP’s geactualiseerd en waren alle overige MJOP’s nog voldoende actueel. Onder de gemeentelijke accommodaties worden verstaan: sporthallen, gemeenschaps- en jeugdhuizen, de Weijer, monumenten en de gemeentewerf. Brandweerkazernes zijn per 1-1-2020 overgeheveld naar de Veiligheidsregio.

2.Het van toepassing zijnde kwaliteitsniveau:

Het aangegeven onderhoud is noodzakelijk voor de instandhouding van de accommodaties. Het MOP is een planningsinstrument. Per jaar wordt bekeken welke onderhoud het meest dringend dan wel noodzakelijk is. Deze prioritering wordt jaarlijks vastgelegd binnen het onderhoudsbudget op de kostenplaats gebouwen.

3. De vertaling van de financiële consequenties in de begroting:

In de begroting 2019 is inclusief bijstellingen een bedrag van ruim € 612.000 opgenomen voor onderhoud en instandhouding van de gemeentelijke accommodaties. In totaal is ruim € 707.000 aan onderhoud uitgegeven: dit is een nadeel van € 95.000. Daarvan komt echter nog € 47.000 terug via de SPUK (subsidieregeling binnensport ter compensatie BTW nadeel), tevens is een bedrag van nagenoeg € 10.000 extra ontvangen ten opzichte van de begroting voor de instandhouding van Molens, waardoor het feitelijke nadeel beperkt blijft tot € 38.000.

Met name de instandhouding van gemeenschapshuizen (exclusief de Weijer) heeft € 84.000 meer gekost dan geraamd: bij de Morgenster heeft ten gevolge van de gebruiksvergunning extra tekenwerk, de brandmeldinstallatie en vervanging van onveilige CV-ketels een overschrijding van € 54.000 plaatsgevonden.

 

Financiering

Algemeen

De Wet financiering decentrale overheden (Wet FIDO) stelt regels aan de financieringsfunctie van gemeenten en biedt een kader voor de beheersing van de risico’s die uit deze functie voortvloeien.

Voor de gemeente Boxmeer is deze regelgeving vertaald in een ‘treasurystatuut’ dat door de gemeenteraad is vastgesteld op 22 april 2015. In dit statuut is de bestuurlijke infrastructuur voor de uitvoering van de treasuryfunctie vastgelegd.

In het treasurystatuut worden allereerst het begrippenkader en de doelstellingen van de treasuryfunctie geformuleerd. Deze worden vervolgens geconcretiseerd voor verschillende deelgebieden van treasury: risicobeheer, gemeentefinanciering en kasbeheer. Daarna worden de organisatorische randvoorwaarden van de treasuryfunctie weergegeven. Daarbij ligt het accent op de helderheid betreffende de verdeling van de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Tot slot worden de uitgangspunten vastgelegd voor de informatie die noodzakelijk is om het gehele proces beheersbaar en meetbaar te maken en te houden.

Financieringsbeleid

Het financieringsbeleid is er op gericht om zo lang mogelijk de uitgaven met “kort geld” te financieren en pas vaste leningen aan te trekken wanneer dat noodzakelijk is. Wij streven er naar de benodigde leningen tegen zo laag mogelijke kosten aan te trekken en tegelijkertijd de renterisico’s te beheersen. Door een goede liquiditeitenraming proberen we dit zo goed mogelijk in beeld te brengen. De liquiditeitsbehoefte in onze gemeente gedurende de periode 2019 t/m 2022 wordt in belangrijke mate bepaald door de geplande investeringen. De ontwikkelingen op de kapitaalmarkt  van kortlopende  en langlopende financieringsmiddelen zijn ook medebepalend voor het moment waarop een lening wordt aangetrokken. Op grond van bovenstaande hebben we in 2019 twee langlopende geldleningen aangetrokken van 10 miljoen.

Schatkistbankieren

Eind 2013 is de Wet Hof (Houdbare overheidsfinanciën) in werking getreden. Hierin is opgenomen dat het Rijk en de medeoverheden een gelijkwaardige inspanningsplicht hebben om de begrotingseisen te respecteren. De gelijkwaardige inspanning wordt uitgedrukt in een macronorm voor het EMU-saldo van de medeoverheden gezamenlijk.  Op basis van de Wet Verplicht schatkistbankieren zijn decentrale overheden (o.a. gemeenten) verplicht om hun overtollige middelen in de schatkist bij het ministerie van Financiën aan te houden. Dit houdt in dat geld en vermogen niet bij banken en instellingen buiten de schatkist mogen worden gehouden. Overtollige middelen mogen alleen in rekeningcourant en via deposito's bij de schatkist worden aangehouden of onderling worden uitgeleend aan andere decentrale overheden.

Dit verplicht schatkist-bankieren is ingesteld om de overheidsschuld terug te dringen.

Om het dagelijks kasbeheer te vereenvoudigen, is er een drempelbedrag dat buiten de rijksschatkist mag worden gehouden. De hoogte van het drempelbedrag is afhankelijk van de omvang van de begroting, met een minimum van € 250.000. Het drempelbedrag voor de gemeente Boxmeer bedraagt € 586.000 in 2019.

Uit bovenstaand staatje blijkt dat wij gedurende het jaar regelmatig geld in de schatkist hebben aangehouden. De rente die we hiervoor hebben ontvangen is nihil.

Rente ontwikkelingen

Geldmarkt

Om de ontwikkeling van de geldmarktrente te volgen, wordt vaak naar de Euribor tarieven gekeken. De Euribor tarieven zijn de gemiddelde rente tarieven waartegen een groot aantal Europese banken elkaar leningen in euro’s verstrekken.

De Euribor tarieven gelden als basistarief (maatstaf) voor allerlei andere renteproducten, zoals renteswaps, rentefutures, spaarrekeningen en hypotheken. Dat is dan ook de reden dat zowel professionals als particulieren de ontwikkeling van de Euribor tarieven nauwlettend in de gaten houden.

Onderstaand een overzicht van de 3-maands euribor rente van de afgelopen jaren.

02-01-2020    - 0,379%

02-01-2019    - 0,310%

02-01-2018   - 0,329%

02-01-2017    - 0,318% 

04-01-2016   - 0,132%                                                                       

Hieronder ziet u 2 grafieken waarin de historische ontwikkeling van Euribor weergegeven wordt (de 3 maands Euribor). De rentebewegingen die u in deze grafieken ziet, komen goed overheen met de bewegingen die de spaarrente en deposito rente in het verleden gemaakt hebben.

Kapitaalmarkt

Als maatstaf van de kapitaalmarktrente wordt vaak naar staatsleningen gekeken. Gezien het lage debiteurenrisico (risico dat er niet betaald wordt) bij een Nederlandse staatslening, geldt dit tarief vaak als een soort basistarief. Andere leningen met hogere risico's kennen dan een renteopslag voor dat hogere risico, waarbij geldt dat de opslag hoger wordt, naarmate het debiteurenrisico hoger wordt. Bovendien geldt normaal gesproken dat de rente hoger wordt bij een langere looptijd.

Om een beeld te kunnen vormen voor de historische kapitaalmarktrente en de rente-ontwikkeling, hebben wij hieronder 2 grafieken geplaatst. In de linker grafiek ziet u de lange termijn trend, in de rechter grafiek de korte termijn trend. Vaak wordt de korte termijn trend gebruikt om een idee te krijgen van de toekomstige rente-ontwikkeling. Niet alleen voor de kapitaalmarktrente, maar ook voor bijvoorbeeld hypotheken met een wat langere rentevaste periode.

Risicobeheer

Onder risico’s worden zowel renterisico’s (van vaste schuld en vlottende schuld) als kredietrisico’s, liquiditeitenrisico’s en koersrisico’s verstaan. De Wet financiering decentrale overheden (Wet FIDO) geeft een aantal verplichte elementen aan die het risico beperken. In het door de raad vastgestelde Treasurystatuut wordt aangegeven hoe de gemeente Boxmeer deze wet in de praktijk toepast. Het doel van dit statuut is, naast het beperken van deze risico’s, het verhogen van een slagvaardig beleid bij het aantrekken respectievelijk het uitzetten van gelden. Een belangrijke eis uit de Wet FIDO is dat de uitvoering van de treasuryfunctie uitsluitend de publieke taak dient en dat het beheer prudent (voorzichtig) dient te zijn. De gemeente Boxmeer heeft geen beleggingen die niet in het verlengde van de publieke taak liggen.

Koersrisico's

De koersrisico’s van de gemeente zijn zeer beperkt omdat uitsluitend middelen worden uitgezet bij de schatkist of bij andere overheden. Dit gebeurt in vastrentende waarden. Vastrentende waarden garanderen dat op de einddatum de nominale waarde wordt uitgekeerd. Op de einddatum is dus geen sprake van koersrisico’s.

Kredietrisico

Bij de verstrekte geldleningen loopt de gemeente Boxmeer kredietrisico’s. De beheersing van dit risico wordt vooral vormgegeven door terughoudendheid bij het aangaan van nieuwe leningen. Verder neemt in de tijd de hoofdsom en dus ook het risico van doorgeleende gelden af, door aflossingen.

Renterisico’s

Bij de inwerkingtreding van de Wet FIDO is het begrip ‘renterisiconorm’ ingevoerd. De renterisiconorm beoogt een zodanige opbouw van de leningenportefeuille, dat het renterisico uit hoofde van renteaanpassing en herfinanciering van leningen wordt beperkt. Uitgangspunt hierbij is om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen. De wettelijk vastgestelde renterisiconorm van 20% houdt in dat in enig jaar de aflossing van de lange schuld niet hoger mag zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Uit de berekening van de huidige renterisiconorm, zoals hieronder weergegeven, blijkt dat de gemeente voor het  jaar 2019 geen renterisico loopt. In 2020 wordt naar verwachting de renterisiconorm overschreden. De Provincie heeft  bij de goedkeuring van de begroting 2020 inmiddels hiervoor ontheffing verleend aangezien er sprake  is hier sprake is van een eenmalige overschrijding.

Modelstaat B (Renterisico vaste schuld over de jaren 2019 t/m 2022
Stap Variabelen renterisico(norm) Jaar T: Jaar T+1: Jaar T+2: Jaar T+3:
    2019 2020 2021 2022
1 Renteherzieningen 0 0 0 0
2 Aflossingen 13.197.447 15.997.447 7.157.447 12.084.842
3 Renterisico (1 + 2) 13.197.447 15.997.447 7.157.447 12.084.842
4 Renterisiconorm 15.497.454 13.554.219 13.480.320 13.497.436
5a = 4 > 3 Ruimte onder renterisiconorm 2.300.007 N.v.t. 6.322.873 1.412.594
5b = 3 > 4 Overschrijding renterisiconorm N.v.t. 2.443.228 N.v.t. N.v.t.
Berekening renterisiconorm        
4a Begrotingstotaal jaar T 77.487.270 67.771.096 67.401.600 67.487.178
4b Percentage regeling 20 20 20 20
4 = 4a x 4b / 100 Renterisiconorm 15.497.454 13.554.219 13.480.320 13.497.436
(van alleen jaar T)

Renteschema

De commissie BBV heeft in 2017 een rentenotitie uitgebracht waarin men adviseert om het renteschema uit deze notitie op te nemen in de financieringsparagraaf. In onderstaand overzicht wordt hierdoor o.a. inzicht gegeven in rentelasten en het renteresultaat.

Rente-omslagberekening    
Externe rentelasten         
-korte financiering       -28.303
-lange financiering       1.774.241
-rentebaten       -87.392
        1.658.547
Rente grondexploitatie   -474.469  
Rente projectfinanciering   0  
        -474.469
Saldo door te rekenen externe rente     1.184.078
Rente voorzieningen       0
Aan taakvelden toe te rekenen rente     1.184.078
Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente   1.363.952
Rente resultaat       179.874

Kasgeldlimiet

Om de directe gevolgen van een snelle rentestijging te beperken is in de wet FIDO de kasgeldlimiet opgenomen. Dit houdt in dat de gemeente haar financieringsbehoefte voor een beperkt bedrag met kort geld (looptijd < 1 jaar) mag financieren. De norm is in de wet gesteld op 8,5% van het begrotingstotaal aan lasten bij aanvang van het jaar. Voor Boxmeer bedraagt de limiet voor 2019 € 6.639.543.

Verstrekte geldleningen

Bij de verstrekte geldleningen loopt de gemeente Boxmeer kredietrisico’s. De beheersing van dit risico wordt vooral vormgegeven door terughoudendheid bij het aangaan van nieuwe leningen. Verder neemt in de tijd de hoofdsom en dus ook het risico van doorgeleende gelden af, door aflossingen. In onderstaand schema ziet u een samengevat overzicht van de verstrekte geldleningen.

Verstrekte geldleningen

Bedrag

Stand per 1 januari 2019

1.697.839

Aflossingen

865.635

Stand per 31 december 2019

832.204

Opgenomen geldleningen

Het is natuurlijk ook van uitermate groot belang zicht te hebben op de samenstelling, de grootte en de rentegevoeligheid van de opgenomen leningen. Voor een uitgebreide specificatie verwijzen wij u naar de staat van opgenomen geldleningen zoals opgenomen in het bijlagenboek. In onderstaand schema ziet u een samengevat overzicht van de opgenomen geldleningen.

Opgenomen   geldleningen

Bedrag

Stand per 1 januari 2019

77.202.009

Opgenomen geldleningen

20.000.000

Reguliere  aflossingen

13.197.447

Stand per 31 december 2019

84.004.562

Relatiebeheer

Het huisbankierschap met Rabobank Land van Cuijk & Maasduinen is verlengd tot 1-1-2022.

Bedrijfsvoering

Algemeen

Inleiding

De bedrijfsvoering bestaat uit de onderdelen personeel, organisatie, ICT, (interne) communicatie, juridische control, financiën en huisvesting. Bedrijfsvoering houdt ook in het waarborgen van rechtmatig, doelmatig en doeltreffend beleid en beheer. De paragraaf dient inzicht te geven in de stand van zaken en de beleidsvoornemens inzake de bedrijfsvoering met het oog op de uitvoering van de programma’s en het programmaplan. In het jaar 2019 was de begroting ook raadpleegbaar en benaderbaar via een zogenaamde “financiën online”. Daarmee is de toegankelijkheid en de raadpleegbaarheid toegenomen.

Actualisering

De wereld verandert. Wetgeving verandert, de samenleving verandert. Allemaal ingrediënten die het noodzakelijk maakten om de actualiseringsnota uit 2008 te herijken. Dat is, zoals u bij de behandeling van de kadernota 2016 hebt ervaren, een intensief proces geworden, waarbij er door de organisatie o.a. gekeken is naar alle veranderende wetgeving, maar er ook gekeken is, vanuit bestuurskundige optiek, naar de organisatiemodellen en met name de opmaat voor de regiegemeente (participatie) en de daarbij horende ambtenaar 3.0.

Voor het jaar 2019 lag de focus op de verdere implementatie van deze actualiseringsnota 2016. Naar aanleiding van de raadsdiscussie tijdens de kadernota is er in 2019 extra ingezet op het zorgloket, duurzaamheid, toezicht en wettelijke vereisten zoals de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de ENSIA single-audit systematiek. We bleven, ondanks de uitbreidingen, als organisatie slank en efficiënt georganiseerd.

Personeel

In 2019 zijn initiatieven ontwikkeld en uitgevoerd om in het kader van duurzame inzetbaarheid en mobiliteit medewerkers optimaal inzetbaar te houden voor onze organisatie. Er zijn in dit kader verschillende workshops en trainingen aangeboden evenals een theatershow “durf te gaan voor je loopbaan”. Verder blijft naast het realiseren en monitoren van ieders individuele jaarwerkplan, gekoppeld aan het afdelingsjaarplan, de medewerkerstevredenheid, de opleidingsbehoefte en het ziekteverzuim een vast onderdeel van de reguliere P-gesprekken met de medewerkers. Waarbij het streven onveranderd gericht blijft op het creëren van een gezonde en plezierige werkomgeving voor onze medewerkers.

Dienstverlening

Onderstaand de cijfers Publieke Dienstverlening  Burgerzaken en KCC 2019 (afgezet tegen 2018 en 2017)

Alle Publieksafdelingen

2019

2018

2017

Alle bezoekers van alle publieksafdelingen (hierin zijn de bezoekers voor o.a. ons Bestuur niet meegenomen

17.650

24.400

25.448

Voor alle producten en d¡ensten, met en zonder afspraak (incl. snelloket)

Percentage dat binnen <5min aan de beurt is

81%

93,4%

91,2 %

Burgerzaken en KCC

 

 

 

Bezoekers Burgerzaken en Receptie, met en zonder afspraak *

*Percentage dat binnen <5min aan de beurt is

17.200

90%

24.010

91%

24.608

94,1%

Burgers op afspraak

*Percentage dat binnen <5min aan de beurt is

8.750

92%

10.155

95%

10.568

97,6%

Burgers zonder afspraak (excl. snelloket)

*Percentage dat binnen <5min aan de beurt is

1.565

52%

2.150

46%

1.576

50%

Uitgereikte documenten door snelloket / receptie

*Percentage dat binnen <5min aan de beurt is

5.785

91%

9.415

91%

9.985

97,5%

Verstrekken van informatie door de receptie

*Percentage dat binnen <5min aan de beurt is

1.100

82%

2.290

82%

2.479

88,8%

Digitale geboorteaangiften in Ziekenhuis

106

135

153

Telefonie KCC

 

 

 

Uit de cijfers blijkt dat we de doelstellingen, zoals ook de afgelopen jaren hebben kunnen vasthouden

 

 

 

Totaal binnen gekomen gesprekken (inclusief terugval)

46.100

45.575

47.173

Hiervan door KCC aangenomen

43.565

94,5%

43.115

94,6%

45.050

95,5%

Door KCC behandeld

(dit is incl. doorverbinden naar collega/vakafdeling en/of opstellen terugbel verzoek

40.864

93,8%

41.520

96,3%

43.518

96,6%

Burgers die voor mondeling contact met KCC ophingen 5,5% van totaal, dit is overeenkomstig het landelijk gemiddelde

2.535

1.667

3.655

295 burgers of bedrijven hingen op voordat er 6 sec. waren verstreken.

295

255

518

Gemiddelde wachttijd voordat burgers ophingen

58 sec

57 sec

51 sec

Gemiddelde snelheid waarmee KCC-medewerkers opnamen

27 sec

28 sec

25 sec

Gemiddelde gespreksduur per contact

2 min 9 sec

2 min 20 sec

2,15 min

Door KCC verzorgde terugbel verzoeken

6.225

6.710

6.369

Het aantal bezoekers voor de sectoren Ruimte en Inwoners, is de afgelopen jaren (2019: 390 bezoekers) aanzienlijk afgenomen door de invoering van het (digitaal) omgevingsloket en de keukentafel-gesprekken.

 * Vermindering bezoekers veroorzaakt door de zogenaamde documentendip

 

Digitale bezoeken website 2019 (2018 & 2017)

Analyse bezoek website www.boxmeer.nl 2019

Datum: 13-2-2020

Deze analyse geeft een beeld van het bezoek in 2019 aan de gemeentelijke website.

Bezoekers samenvatting

  • 187.155 bezoeken (2018: 177.692; 2017: 197.542;)
  • 5 minuten 45s gemiddelde duur bezoek
  • 71.299 totaal aantal zoekopdrachten op uw website, 3.536 unieke sleutelwoorden
  • 33.653 downloads, 27.183 unieke downloads

Meest bezochte pagina’s

Onderstaand overzicht geeft een beeld van de 15 pagina’s die in 2019 het meest bezocht zijn.

Pagina

  • Onderwerpen A-Z
  • Bouwkavels
  • Nieuwsberichten
  • Afspraak maken
  • Contact
  • PDF documenten
  • Bestemmingsplannen
  • Bouwen – vergunningen
  • Paspoort – rijbewijs – uittreksels
  • Duurzaam wonen
  • Kengetallen
  • Verkiezingen 2019
  • Brand in dorpsstraat Oeffelt
  • Veelgestelde vragen over huwelijk en partnerschap
  • WOZ belastingen

Dienstverlening via de gemeentelijke website

De gemeentelijke website kent een aantal producten, die al dan niet met DigiD en/of internetkassa kunnen worden geleverd. De aanvraag gebeurt dan via een digitaal formulier. De meeste producten van de afdeling Burgerzaken worden inmiddels aangevraagd via hun eigen applicatie en gekoppeld aan het zaaksysteem.  (E-diensten).

Totaal 2019: 1911;  2018: 1848; 2017: 1211.

Het aantal bezoeken aan onze website blijft stijgen, metname ook het digitaal aanvragen van producten.

Schriftelijke verzoeken (brieven & mail) 2019

Aantal

Toelichting

Aantal gestarte zaken:  

2019: 17. 609                                

2018: 13.719

Binnen termijn afgehandeld:                                 

2019: 14.149 (78%)

2018: 6.261 (77%)

Buiten termijn afgehandeld:  

2019: 3.460 (22%)

2018: 1.915 (23%)

In juni 2017 stapten we van een documentmanagementsysteem (Docman) over naar het zaaksysteem (Join).

Het zaaksysteem Join is volop in ontwikkeling. Er is in 2019 gewerkt aan uitbreiding van de zaaktypen en optimalisering van de inrichting (waaronder de afhandelingstermijnen). Hiermee wordt ook de managementinformatie verbeterd. Dit is een continue proces voor de komende jaren. Verder zijn we in juni 2019 gestart met het registreren van alle documenten met betrekking tot cliënten Sociale Zaken in Join waardoor het aantal gestarte zaken is gestegen ten opzichte van 2018. Er is een koppeling gerealiseerd met de vakapplicatie van Sociale Zaken.

Meldingen en service-verzoeken openbare ruimte (via App & Internet website) 2019 (2018 & 2017).

Aantal

Toelichting

4.743 (3.849 & 2.925)

  • 60% (80% & 93%) wordt gemiddeld binnen 1 week afgehandeld
  • 40% (20% & 7% ) heeft meer tijd nodig dan 1 week
  • 3694 meldingen zijn binnen de zelf gestelde normtijden afgehandeld (78%).

Er wordt teruggekoppeld naar melder / verzoeker wanneer er verwacht wordt of wel het onvermijdbaar is dat de afhandeling buiten de normtijd zal plaatsvinden.

Bezoekers uitzendingen raads- en commissievergaderingen: 2019 (2018 & 2017)

Aantal uitgezonden vergaderingen

Bezoekers live

Bezoekers on demand (later)

Totaal bezoekers

21 vergaderingen

Onder te verdelen in:

raad: 10 verg

commissies: 11 verg

490       (356 & 821)

 

296       (239 & 546)

194       (117 & 275)

703    (490 & 619)

 

435    (301 & 388)

268    (189 & 231)

1193   (846 & 1.440)

 

731    (540 & 934)

462    (306 & 506)

Taakveld 0.4 Overhead

Huisvesting:

In de begroting hebben we aangegeven dat er mogelijk sprake zou zijn van verdergaande samenwerking met Sint Anthonis op het gebied van digitale documentaire informatie voorziening. Sint Anthonis heeft besloten die niet door te laten gaan. Een beroep op huisvesting daarvoor is derhalve achterwege gebleven.

De vrijkomende ruimte (voorheen Sociale Zaken) is inmiddels ingenomen door de afdeling R-VTH, evenementen vergunningen, toezicht en handhaving, Boa’s, straatcoaches en een steunpunt voor de politie. Door  het gezamenlijk huisvesten van de genoemde teams  kan er beter onderling worden afgestemd en kan er meer integraal  worden gewerkt binnen dit domein.

In het kader van het meer jaren onderhoudsplan van het gemeentehuis zijn in 2019 enkele grote onderhoudsprojecten uitgevoerd. In de raadzaal en de commissiekamer zijn de audio en video-installatie vervangen. Verder is het besturingssysteem (uit  2010) van de klimaatinstallatie gemeentehuis vervangen. Door deze nieuwe hard & software is het systeem weer op up-to-date en geïntegreerd in het gemeentelijk automatiseringsnetwerk. Hierdoor  is het  systeem beveiligd tegen toegangsmogelijkheden door  kwaadwillende (hackers).

Inkoop en aanbesteding:

De samenwerking met BIZOB levert een kwaliteitsimpuls voor inkopen en aanbesteden en ontzorgt de organisatie met deze specifieke materie. Het lokale bedrijfsleven wordt betrokken bij inkopen en aanbesteden in het werkgebied van BIZOB middels de BIZOB inkoopkalender. (https://www.bizob.nl/ondernemers/inkoopkalender/). Voor de kleinere inkopen en aanbestedingen tot € 10.000 is een vereenvoudigde procedure vastgesteld. Deze procedure bevordert besteding bij het lokale MKB. In 2019 is voor meerdere trajecten aansluiting gezocht binnen het Land van Cuijk, dit met het oog op de gemeentelijke herindeling.

Informatie en communicatie Technologie (ICT):

“De Gemeenschappelijke Digitale Infrastructuur heeft in 2019 verder vorm gekregen. Wij lopen met de digitalisering van onze gemeentelijke diensten in de pas met vergelijkbare gemeenten. De integratie van digitalisering en onze gemeentelijke bedrijfsvoering zorgt voor een juiste uitvoering van onze wettelijke taken. Het centrale zaaksysteem is verder uitgebouwd en gekoppeld aan de meeste vakapplicaties. Integratie van systemen t.b.v. de CBAM herindeling is opgepakt en wordt in de komende 2 jaar verder uitgewerkt”.

Informatieveiligheid / Gegevensbescherming:

In 2019 is opnieuw het strategisch en tactisch informatieveiligheidsbeleid vastgesteld door het gezamenlijk MT / ST en de colleges van de gemeenten Boxmeer en Sint Anthonis. Tot aan de herindeling Land van Cuijk kunnen de beide gemeentes hiermee vooruit. Met informatieveiligheid bedoelen we het totale spectrum (preventieve) maatregelen, handelingen, autorisaties en gedrag gericht op beveiliging van (gemeentelijke) en overheidsinformatie, alsmede de privacybescherming van onze inwoners en bedrijven in onze organisatie en in relatie met onze organisatie. Beide gemeentes hebben zich hiervoor aangesloten bij de landelijke acties en aanbestedingen via de GGI-veilig (Gemeentelijke Gemeenschappelijke Infrastructuur – Veilig) van de VNG.

Controle wordt uitgevoerd via de P&C-cyclus. Verantwoording vindt plaats over de informatieveiligheid via de jaarlijkse ENSIA-audit. Tijdens de ENSIA audit over 2019 is voor het eerst verantwoording over de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO).

Als onderdeel van de risico inventarisatie en evaluatie (RI&E) is de jaarlijkse GAP-analyse uitgevoerd in april 2019. Bij de analyse is het verschil in kaart gebracht tussen het vastgestelde informatiebeveiligingsbeleid en de huidige situatie. Om dit te verbeteren is het actieplan BIO-implementatie opgesteld. Het komende jaar zullen 55 maatregelen worden aangepakt die uit de GAP-analyse naar voren kwamen en prioriteit verdienen. We voldoen nu aan 50% van de maatregelen. In 2020 streven we naar 73%.

Verbonden partijen

Algemeen

Vanwege bestuurlijke, beleidsmatige en/of financiële belangen en mogelijke dito risico’s is het gewenst dat in de begroting en jaarstukken aandacht wordt besteed aan derde rechtspersonen, waarmee de gemeente een bestuurlijke en financiële band heeft. Dat zijn deelnemingen (vennootschappen), gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en verenigingen. Het is niet de bedoeling te rapporteren over alle partijen waarmee de gemeente op enigerlei wijze verbonden is. Het criterium is daarom gelegd bij die partijen waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Onder bestuurlijk belang (artikel 1 lid d BBV) wordt verstaan: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Met een financieel belang (artikel 1 lid c BBV) wordt bedoeld: een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is als de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Voor de rekening 2019 zijn ten aanzien van verbonden partijen de volgende zaken te melden:

Algemeen

De besturen van de gemeenschappelijke regelingen in Noordoost Brabant en de deelnemende gemeenten hebben afspraken gemaakt om te komen tot een betere afstemming over de jaarlijkse financiële beleidscyclus. Bij brief van 18 juni 2019 van de gemeente Oss is de planning 2020 tussen de gemeenten en 9 samenwerkingsverbanden vastgelegd. Daarnaast is binnen de regio een adoptieregeling afgesproken, waarbij een klein team van ambtenaren de kadernota, de begroting en de jaarrekening analyseert voor de andere deelnemende gemeenten en daartoe een conceptvoorstel opstelt. Voor de visie op en de beleidsvoornemens omtrent de verbonden partij verwijzen wij naar het betreffende programma.

Overzicht verbonden partijen

Verbonden partij

Programma

Gemeenschappelijke regeling

Vennootschappen en coöperaties

Stichtingen en verenigingen

Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN)

8

X

 

 

Afvalinzameling Land van Cuijk en Boekel

7

X

 

 

Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant

6

X

 

 

Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC)

0

X

 

 

GGD Hart voor Brabant

5

X

 

 

Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord

5

X

 

 

Euregio  Rijn-Waal

0

 

 

X

Veiligheidsregio Brabant-Noord

1

X

 

 

Bank Nederlandse Gemeenten

4

 

X

 

Brabant Water N.V.

7

 

X

 

Kleinschalig Collectief Vervoer Brabant-Noordoost

6

X

 

 

Gemeenschappelijke regeling voor het toezicht op het openbaar onderwijs

5

X

 

 

Regionaal Bureau Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten  Brabant

5

X

 

 

Ambtelijke Samenwerking gemeenten Boxmeer en Sint Anthonis

0

X

 

 

AgriFood Capital

0

 

 

X

Centrumregeling Jeugdhulp Noordoost Brabant

6

X

 

 

Centrumregeling Wmo Brabant Noordoost- oost

6

X

 

 

Stichting Bureau Inkoop en Aanbestedingen Zuidoost-Brabant (Bizob)

0

 

 

X

 

Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN)

Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN)

Vestigingsplaats

’s-Hertogenbosch

Partijen

Provincie Noord-Brabant en de gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer, Boxtel, Cuijk, Grave, Haaren, Landerd, Mill en Sint Hubert, Oss, ’s-Hertogenbosch, Sint Anthonis, Sint-Michielsgestel, Uden, Vught en Meierijstad.

Openbaar  belang

Het openbaar lichaam is ingesteld om ten behoeve van de deelnemers taken uit te voeren op het gebied van de fysieke leefomgeving en om als verlengstuk van het lokaal en provinciaal bestuur een bijdrage te leveren aan een leefbare en veilige werk- en leefomgeving van de regio Brabant Noordoost.

Bestuurlijk belang

De Gemeente Boxmeer maakt deel uit van het Algemeen Bestuur en wordt vertegenwoordigd door wethouder Stevens.

Financieel  belang

Bijdrage Boxmeer 2020 is begroot op € 1.696.274 (2019: € 2.053.819). De werkelijke kosten over 2019 bedroegen

€ 2.066.381 (inclusief BCA).

Eigen vermogen

E.V. per 1-1-2018 € 3.809.300 / 31-12-2018 € 10.552.700.

Vreemd vermogen

V.V. per 1-1-2018 € 18.582.700 / 31-12-2018 € 12.770.800.

Financieel  resultaat

Het resultaat van de jaarrekening 2018 ODBN is na onttrekkingen en dotaties aan reserves € 7.882.600 voordelig. Het resultaat van de begroting 2020 ODBN is na onttrekkingen en dotaties aan reserves € 167.100 voordelig.

Risico’s

Het niet realiseren van de voorgenomen bezuinigingen door de ODBN.

Rapportages

De jaarrekening 2018 en de begroting 2020 zijn behandeld in de collegevergadering van 14 mei 2019. De kadernota 2021 is behandeld in de collegevergadering van 7 januari 2020.

 

Afvalinzameling Land van Cuijk en Boekel

Afvalinzameling Land van Cuijk en Boekel (BCA)

Vestigingsplaats

Cuijk

Partijen

ODBN en gemeenten Boxmeer, Cuijk, Grave, Sint Anthonis, Mill en Sint Hubert en Boekel.

Bestuurlijk belang

De Gemeenschappelijke Regeling Afvalinzameling Land van Cuijk en Boekel (voorheen BCA) treedt op 1 januari 2020 in werking. Wethouder Verstraaten maakt deel uit van het Algemeen bestuur.

Financieel  belang

De bijdrage 2020 bedraagt bruto  € 1.801.026. Hierbij is rekening gehouden met het vervallen van het tarief voor tuinafval bij de milieustraten. Hier tegenover staat een bijdrage  van het Afvalfonds van € 387.900.

Eigen vermogen

Bestemmingsreserve per 31-12-2018 is € 553.300. Reserves per 1-1-2020 € 988.800 / 31-12-2020 € 988.800.

Vreemd vermogen

-

Financieel  resultaat

Het resultaat van de jaarrekening 2018 is na onttrekkingen en dotaties aan reserves € 399.400 voordelig. Het resultaat van de begroting 2020 is € 0.

Risico’s

De kosten afvalverwerking worden voor 100% doorberekend in de tarieven reinigingsrechten.

Rapportages

De jaarrekening 2018 en de begroting 2020 zijn behandeld in de collegevergadering van 14 mei 2019.

 

Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant

Werkvoorzieningschap  Noordoost-Brabant

Vestigingsplaats

Oss

Partijen

Gemeenten Boekel, Boxmeer, Cuijk, Grave, Bernheze, Landerd, Mill en Sint Hubert, Oss, Sint Anthonis, Uden en Meierijstad.

Openbaar  belang

Verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening in de regio. Het openbaar lichaam verzorgt de administratie en gebruikt voor plaatsing van kandidaten haar eigen uitvoeringsorganisatie (IBN-Holding B.V.).

Bestuurlijk belang

De gemeente Boxmeer maakt via wethouder Hendriks deel uit van het Algemeen en Dagelijks Bestuur. Het Werkvoorzieningschap kent een Algemeen Bestuur en een Dagelijks Bestuur. Het Algemeen Bestuur bestaat uit elf leden uit de deelnemende gemeenten. Het Dagelijks Bestuur bestaat momenteel uit zeven leden. Zes leden worden aangewezen door en uit het Algemeen Bestuur, waarbij elke deelregio (Oss/Maasland, Uden/Veghel en Land van Cuijk) twee leden voordraagt. De voorzitter van de Raad van Commissarissen van IBN is eveneens lid van het Dagelijks Bestuur. In de afgelopen jaren is het meerdere keren voorgekomen dat er per deelregio binnen het gebied van het Werkvoorzieningschap meer leden van het Algemeen Bestuur zitting wilden nemen in het Dagelijks Bestuur dan dat er zetels beschikbaar waren. Binnen de 3 deelregio’s is deze behoefte gepeild. De afzonderlijke deelregio’s hebben vervolgens ingestemd met uitbreiding van het aantal leden van het Dagelijks Bestuur (als toehoorder) om zo meer gemeenten de gelegenheid te bieden om bestuurlijke verantwoordelijkheid te dragen op het niveau van het Dagelijks Bestuur.

Financieel  belang

Bijdrage in de exploitatie voor bestuurskosten is voor 2020 geraamd op € 7.310 (begroot 2019 € 7.310). De werkelijke bijdrage 2019 bedroeg € 7.176. Het aandeel van de gemeente Boxmeer in de AGR is per 31-12-2018 € 378.500.

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2017: € 27.047.800 / 31-12-2018 € 27.359.100.

Begroting 2020: per 1-1-2020 € 27.359.100 / per 31-12-20 € 27.359.100.

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2017: € 3.968.700 / 31-12-2018 € 5.422.200.

Begroting 2020: per 1-1-2020 € 5.422.200 / per 31-12-20 € 5.422.200.

Financieel  resultaat

Het bedrijfsresultaat 2018 van het Werkvoorzieningschap (WVS) is € 0. De kosten worden gedekt uit de gemeentelijke bijdrage en een bijdrage van IBN. Het begrote resultaat voor 2020 is € 0 (2019: € 0).

Risico’s

De materiële uitvoering van de WSW is opgedragen aan de 100% deelneming IBN-Holding B.V. In het jaarlijks vast te stellen sociaaleconomisch contract worden de wederzijdse rechten en verplichtingen vastgelegd. De bevoegdheden van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders worden uitgeoefend door het Algemeen Bestuur van het Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant. De bedrijfsvoeringrisico’s zijn hiermee indirect voor de deelnemende gemeenten.

Rapportages

De jaarrekening 2018 en de begroting 2020 zijn behandeld in de collegevergadering van 7 mei 2019. De kadernota 2021 is behandeld in de collegevergadering van 21 januari 2020.

 

Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC)

Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC)

Vestigingsplaats

’s-Hertogenbosch

Partijen

Het Rijk, 14 gemeenten en 2 waterschappen.

Openbaar  belang

Het BHIC heeft als doel het behartigen van de belangen van de deelnemende partijen bij alle aangelegenheden betreffende de archiefbescheiden en collecties in rijksarchiefbewaarplaats in de Provincie Noord-Brabant en de archiefbewaarplaatsen van de deelnemende gemeenten en waterschappen.

Bestuurlijk belang

Het bestuur bestaat uit 3 vertegenwoordigers van het Rijk en 3 vertegenwoordigers van de aangesloten gemeenten en waterschappen.

Financieel  belang

Bijdrage Boxmeer 2020 is begroot op €104.800 (2019:  €104.800). De werkelijke kosten 2019 bedroegen €106.700.

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2017 € 3.818.059 / 31-12-2018 € 518.384.

Begroting 2020: per 1-1-2020 € 518.000 / per 31-12-2020 € 798.000.

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2017 € 2.474.301 / 31-12-2018 € 2.515.163.

Begroting 2020: per 1-1-2020 € 2.230.000 / per 31-12-2020 € 2.418.000.

Financieel  resultaat

De jaarrekening 2018 sluit met een overschot van € 22.529. Het begrote resultaat 2020 is € 0 (2019: € 0).

Risico’s

Zie eigen- en vreemd vermogen.

Rapportages

De jaarrekening 2018 en de begroting 2020 zijn behandeld in de collegevergadering van 14 mei 2019. De kadernota 2021 is behandeld in de collegevergadering van 14 januari 2020.

 

GGD Hart voor Brabant

GGD Hart voor Brabant

Vestigingsplaats

’s-Hertogenbosch

Partijen

25 Brabantse gemeenten.

Openbaar  belang

De GGD heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de openbare gezondheidszorg.

Bestuurlijk belang

De gemeente neemt deel in het Algemeen Bestuur via wethouder Hendriks. De gemeenschappelijke regeling GGD Hart voor Brabant is bij raadsbesluit van 7 september 2000 aangegaan met ingang van 1 januari 2001 en bij raadsbesluit van 27 juni 2013 voor het laatst gewijzigd.

Financieel  belang

Bijdrage Boxmeer 2020 is begroot op € 963.085 (2019: € 934.316). De werkelijke kosten 2019 bedroegen €926.558.

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2018 € 10.147.000 / 31-12-2019 € 8.528.000.

Begroting 2020: per 1-1-2020 € 8.799.000 / per 31-12-2020 € 7.349.000.

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2018 € 7.889.000 / 31-12-2019 € 8.371.000.

Financieel  resultaat

De jaarrekening 2019 sluit met een positief saldo van € 152.000. Het begrote resultaat voor 2020 is € 0 (2019: € 0).

Risico’s

Zie eigen- en vreemd vermogen.

Rapportages

De begroting 2020 en de jaarrekening 2018 zijn vastgesteld in de collegevergadering van 7 mei 2019. De kadernota 2021 is behandeld in de collegevergadering van 21 januari 2020.

Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord

 

Regionale  Ambulancevoorziening  Brabant  Midden-West-Noord

Vestigingsplaats

’s-Hertogenbosch

Partijen

43 gemeenten in Noord-Brabant.

Openbaar  belang

Het verlenen of doen verlenen van ambulancezorg die tijdig ter plaatse is.

Bestuurlijk belang

Deelname aan het Algemeen Bestuur via wethouder Hendriks. Besluitvorming over deelname bij raadsbesluit van 28 april 2005. Gewijzigde GR bij raadsbesluit van 20 december 2007. Bij besluit van 1 oktober 2009 heeft de gemeenteraad ingestemd met een wijziging van de gemeenschappelijke regeling inzake het Dagelijks Bestuur.

Financieel  belang

Vanaf het begrotingsjaar 2012 wordt geen gemeentelijke bijdrage meer gevraagd. Het Rijk en de Zorgverzekeraars financieren de RAV nu voor 100%. In principe zijn de deelnemende gemeenten nog wel mederisicodrager.

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2017 € 13.036.000 / 31-12-2018 € 14.074.000.

Begroting 2020: per 1-1-2020 € 14.009.000 / per 31-12-2020 € 13.970.000.

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2017 € 27.307.000 / 31-12-2018 € 25.747.000.

Begroting 2020: per 1-1-2020 € 30.687.000 / per 31-12-2020 € 29.087.000.

Financieel  resultaat

Het saldo van baten en lasten bedraagt over 2018 positief € 1.047.000 . Het begrote resultaat voor 2020 is € 0 (2019: € 0).

Risico’s

Externe ontwikkelingen zoals rijks bezuinigingen en/of kostensaneringen bij de zorgverzekeraars kunnen leiden tot een (hogere) gemeentelijke bijdrage.

Rapportages

De begroting 2020 en de jaarrekening 2018 zijn vastgesteld in de collegevergadering van 7 mei 2019.

 

Euregio Rijn-Waal

Euregio Rijn-Waal

Vestigingsplaats

Kleve (Duitsland)

Partijen

Diverse gemeenten en andere publiekrechtelijke lichamen in de volgende gebieden: West-Veluwe, Arnhem-Nijmegen, Zuid- West Gelderland, Achterhoek, Noordoost Brabant, Noord-Limburg, Kreis Kleve, Kreis Wesel en Stadt Duisburg.

Openbaar  belang

De Euregio Rijn-Waal wil met haar werk bijdragen aan de eenwording van Europa. Tegelijkertijd streven wij naar een sterke economische, sociale en maatschappelijke positie van deze regio. Dit doet de Euregio Rijn-Waal door het stimuleren en realiseren van grensoverschrijdende samenwerking in het Nederlands - Duitse grensgebied.

Bestuurlijk belang

Besluitvorming over deelname bij raadsbesluit van 26 mei 1993. Burgemeester van Soest is lid van het Dagelijks Bestuur.

Financieel  belang

Bijdrage Boxmeer 2020 is begroot op € 7.500 (2019: € 7.500). De werkelijke kosten 2019 bedroegen € 7.425.

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2017 € 1.460.210 / 31-12-2018 € 1.459.405.

E.V. per 1-1-2020 € 1.468.000 / 31-12-2020 € 1.477.000 (begroot).

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2017 € 2.453.102 / 31-12-2018 € 2.707.292 .

V.V. per 1-1-2020 2.707.000 / 31-12-2020 € 2.707.000 (begroot).

Financieel  resultaat

Het financieel resultaat voor 2018 is negatief € 801. Het begrote resultaat voor 2019 is € 0 (2018: € 0).

Risico’s

Zie eigen- en vreemd vermogen.

Rapportages

Onder nummer 2013/351 is het jaarverslag 2012 ter kennisname aan de gemeenteraad aangeboden.

Veiligheidsregio Brabant-Noord

Veiligheidsregio Brabant-Noord

Vestigingsplaats

’s-Hertogenbosch

Partijen

In de Veiligheidsregio Brabant-Noord wordt samengewerkt door 17 gemeenten, de brandweer, de geneeskundige hulpverleningsorganisatie (GHOR), de politie, de meldkamer en het openbaar ministerie.

Openbaar  belang

Het behartigen van de belangen van een doelmatig georganiseerde en gecoördineerde, waar mogelijk integrale, uitvoering van de hulpverlening in het werkgebied en de voorbereiding daarop.

Bestuurlijk belang

De gemeente Boxmeer maakt deel uit van het Algemeen Bestuur en wordt vertegenwoordigd door burgemeester van Soest. Besluitvorming over deelname bij raadsbesluit van 18 mei 2006 per 1 juli 2006. Bij raadsbesluit van 10 december 2009 zijn alle lokale brandweertaken met ingang van 1-1-2011 opgedragen aan de Veiligheidsregio Brabant-Noord. De gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Noord is hiertoe gewijzigd. Vanwege een efficiënte bedrijfsvoering is de regeling bij raadsbesluit van 30 mei 2013 gewijzigd.

Financieel  belang

Bijdrage Boxmeer 2020 is begroot op € 1.682.942 (2019: € 1.547.744). De werkelijke kosten 2019 bedroegen € 1.545.024.

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2017 € 9.927.000 / 31-12-2018 €9.963.000.

Begroting 2020: per 1-1-2020 € 6.310.957 / per 31-12-2020 € 6.031.697.

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2017 € 24.246.000 / 31-12-2018 € 28.122.000.

Financieel  resultaat

De jaarrekening 2018 sluit met een positief resultaat van € 1.619.000. Het begrote resultaat voor 2020 is € 0 (2019: € 0).

Risico’s

Zie eigen- en vreemd vermogen.

Rapportages

De begroting 2020 en de jaarrekening 2018 zijn vastgesteld in de collegevergadering van 21 mei 2019. De kadernota 2021 is behandeld in de collegevergadering van 21 januari 2020.

Bank Nederlandse Gemeenten

Bank Nederlandse Gemeenten

Vestigingsplaats

’s-Gravenhage

Partijen

Aandeelhouders zijn de Staat, Provincies en gemeenten. Het maatschappelijk aandelenkapitaal bestaat uit 100 miljoen aandelen van € 2,50 nominaal, waarvan 55.690.720 aandelen zijn geplaatst en volgestort.

Openbaar  belang

BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.

Bestuurlijk belang

De aandeelhouders hebben zeggenschap in BNG via het stemrecht op de aandelen die zij bezitten (een stem per aandeel van € 2,50). Deelname aan Algemene Vergadering van Aandeelhouders door Burgemeester van Soest.

Financieel  belang

De gemeente Boxmeer bezit 38.660 aandelen.  Achtergestelde schuld per 01-01-2019 €32 miljoen; Achtergestelde schuld per 31-12-2019 €33 miljoen.

Eigen vermogen

Eigen Vermogen per 01-01-2019 €4.991 miljoen; Eigen Vermogen per 31-12-2019 €4.887 miljoen.

Vreemd vermogen

Vreemd Vermogen per 01-01-2019 €132.518 miljoen; Vreemd Vermogen per 31-12-2019 €144.802 miljoen.

Financieel  resultaat

De nettowinst over 2019 bedroeg €163 miljoen (2018: €337 miljoen). Aan de aandeelhouders wordt voorgesteld om 50% van de beschikbare winst na belasting uit te keren. Dit komt neer op een dividendbedrag van EUR 71 miljoen. Het dividend bedraagt EUR 1,27 per aandeel (2018: EUR 2,85 dividend per aandeel). 

Risico’s

Ons belangrijkste instrument blijft het verstrekken van financiering tegen lage prijzen aan onze kernklanten. Die lage prijzen vereisen een uitstekend risicoprofiel (de huidige ratings zijn AAA) zodat we financiering kunnen aantrekken tegen scherpe tarieven. Om het risicoprofiel en daarmee de lage prijzen ook de komende jaren te behouden is het noodzakelijk dat BNG Bank het volume beheerst van leningen die beslag leggen op het risicokapitaal van de bank (tot maximaal 10% van de leningenportefeuille). Wij maken daarom keuzes. De langlopende rentetarieven blijven een drukkend effect hebben op de ontwikkeling van het renteresultaat. Het coronavirus heeft vergaande maatschappelijke gevolgen, ook voor onze klanten. Wat dit voor de bank betekent is nu nog niet in te schatten. Een betrouwbare uitspraak over het resultaat financiële transacties is niet te geven. Daarom achten we het niet verantwoord een uitspraak te doen over de verwachte nettowinst 2020. Door de huidige renteomgeving is er meer concurrentie. We richten ons op het continu verbeteren van klant- en kredietprocessen. Dit betekent dat we blijven investeren in digitalisering, risicobeheersing en het voldoen aan toezicht en regelgeving. BNG Bank zal zich blijven richten op de publieke sector en het realiseren van maatschappelijke impact.

Rapportages

Op 13 maart 2020 heeft de Algemene Vergadering van Aandeelhouders ingestemd met de jaarrekening 2019.

Brabant Water N.V.

Brabant Water N.V.

Vestigingsplaats

’s-Hertogenbosch

Partijen

Provincie Noord-Brabant en gemeenten.

Openbaar  belang

Watervoorziening.

Bestuurlijk belang

Deelname aan Algemene Vergadering van Aandeelhouders door Burgemeester van Soest.

Financieel  belang

Het maatschappelijk kapitaal bestaat uit 10.000.000 aandelen van € 0,10 nominaal. De aandelen luiden op naam en zijn in eigendom van gemeenten en Provincie. De gemeente Boxmeer heeft 26.786 aandelen.

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2017 €609.107.000 / 31-12-2018 €635.876.000.

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2017 €438.726.000 / 31-12-2018 €456.765.000.

Financieel  resultaat

Het financieel resultaat over 2018 bedraagt €26.768.000.

Risico’s

De risico’s rondom bescherming van onze drinkwater-bronnen volgen we nauwlettend als het gaat om ontwikkelingen rondom schaliegas, opslag van kernafval en illegale lozingen. Een steeds groter wordend risico is het cyberrisico. De technische ontwikkelingen gaan erg snel en cyberaanvallen worden steeds frequenter en schadelijker. Daarnaast worden in het komende jaar Europese wet- en regelgevingen van kracht, die een alerte en flexibele organisatie van het cyberrisicobeheer vereisen, waar Brabant Water actief invulling aan geeft.

Rapportages

Op 21 juni 2019 heeft de Algemene Vergadering van Aandeelhouders ingestemd met de jaarrekening 2018.

Kleinschalig Collectief Vervoer Brabant-Noordoost

Kleinschalig Collectief Vervoer Brabant-Noordoost (Regiotaxi)

Vestigingsplaats

Oss

Partijen

Provincie Noord-Brabant en de gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer, Cuijk, Grave, Landerd, Mill en St. Hubert, Oss, Sint Anthonis, Meierijstad en Uden.

Openbaar  belang

De samenwerkende partners streven een kwalitatief hoogwaardig stelsel van kleinschalig collectief vervoer na. Zij willen daarmee voorzien in de behoefte aan openbaar vervoer, de instandhouding en de verbetering van de bereikbaarheid van de kleine kernen en het aanbod van adequate en efficiënte vervoersvoorzieningen voor diverse doelgroepen.

Bestuurlijk belang

Deelname in het Algemeen Bestuur vindt plaats via wethouder Hendriks. Besluitvorming over deelname bij raadsbesluit van 8 april 2004.

Financieel  belang

De beheers- en exploitatiekosten voor het Wmo-vervoer voor 2020 zijn:

-Bijdrage beheerskosten Boxmeer 2020 is begroot op €19.235 (2019: €19.235). De werkelijke kosten 2019 bedroegen €18.458.

-De exploitatiekosten (vervoerskosten), excl. Reizigersbijdrage, bedroegen voor Boxmeer in 2019 € 146.000.

-Cliënten betalen voor het reizen met de regiotaxi een eigen bijdrage. In 2019 betaalden cliënten een opstaptarief van €0,89 per rit en €0,18 per kilometer. Boxmeer heeft in 2019 een bedrag van € 18.938 aan reizigersbijdrage ontvangen.

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2017 € 1.190.974 / 31-12-2018 € 837.167.

Begroting 2020: per 1-1-2020 € 837.167 / per 31-12-2020 € 837.167.

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2017 € 620.833 / 31-12-2018 € 315.632.

Begroting 2020: per 1-1-2020 € 522.000 / per 31-12-2020 € 535.600.

Financieel  resultaat

De jaarrekening 2018 sluit met een positief resultaat van € 64.210. Het begrote resultaat voor 2020 is € 0 (2019: € 0).

Risico’s

In het huidige contract is zoveel als mogelijk rekening gehouden met ontwikkelingen in het vervoer. Toch kunnen we financiële risico's niet geheel uitsluiten. (Externe) ontwikkelingen anders dan in bestek zijn opgenomen zijn niet altijd te voorzien. Daarnaast is de voormalige gemeente Schijndel tot de GR-KCV toegetreden.

Een ander risico is de onzekerheid over de financiële bijdrage van de Provincie. De samenwerkingsovereenkomst wordt niet verlengd. De projectsubsidie wordt in een andere vorm gegoten. Naar alle waarschijnlijkheid beslist de Provincie in de loop van 2019/2020 over een mogelijke projectsubsidie. Wanneer de projectsubsidie wegvalt of niet toereikend is, zullen nieuwe projecten doorberekend worden naar de gemeenten. Dit is ook het geval wanneer de bijdragen in de beheerkosten wegvallen.

Rapportages

De begroting 2020 en de jaarrekening 2018 zijn vastgesteld in de collegevergadering van 7 mei 2019. De kadernota 2021 is behandeld in de collegevergadering van 21 januari 2020.

Gemeenschappelijke regeling voor het toezicht op het openbaar onderwijs

Gemeenschappelijke regeling voor het toezicht op het openbaar onderwijs

Vestigingsplaats

Cuijk

Partijen

De gemeenten Bergen, Boxmeer, Cuijk, Gennep, Grave en Mill en Sint Hubert.

Openbaar  belang

De doelstelling van het gemeenschappelijk orgaan is het coördineren en het uitoefenen van de bevoegdheden van de gemeenteraad als bedoeld in art. 48 van de Wet op het primair onderwijs en in de statuten van de stichting, met

uitzondering van opheffing van de scholen. Dit komt neer op het behartigen van het belang van het openbaar onderwijs in voornoemde gemeenten.

Bestuurlijk belang

Het bestuur van het gemeenschappelijk orgaan wordt gevormd door de portefeuillehouders onderwijs. De gemeente Boxmeer wordt vertegenwoordigd door wethouder Hendriks. Besluitvorming over deelname bij raadsbesluit van 11 december 2003.

Financieel  belang

Een bijdrage van € 280 per deelnemende gemeente per jaar voor de secretariaatskosten.

Eigen vermogen

N.v.t.

Vreemd vermogen

N.v.t.

Financieel  resultaat

N.v.t.

Risico’s

N.v.t.

Rapportages

N.v.t.

Regionaal Bureau Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten Brabant

Regionaal Bureau Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten Brabant

Vestigingsplaats

Oss

Partijen

Gemeenten Boekel, Bernheze, Boxmeer, Cuijk, Grave, Landerd, Maasdonk, Mill en Sint Hubert, Oss, Sint Anthonis, Meierijstand en Uden.

Openbaar  belang

De bestrijding van het voortijdig schoolverlaten en uitval op school zonder het behalen van een startkwalificatie vroegtijdig oppakken in samenwerking met de regionale ketenpartners onderwijs, jeugd, arbeidsmarkt en zorg.

Bestuurlijk belang

De portefeuillehouders Onderwijs en Educatie fungeren als algemeen bestuur. Wethouder Hendriks is lid. Bij besluit van 2 oktober 2008 heeft de gemeenteraad ingestemd met de regionalisering van de leerplicht. Als samenwerkingsvorm is gekozen voor de beperkte WGR/mandaatregeling conform art. 8 lid 3 WGR en de aanwijzing van de gemeente Oss als centrumgemeente. Het RBL is gestart op 1 augustus 2009.

Financieel  belang

Bijdrage Boxmeer 2020 is begroot op € 66.618 (2019: € 66.618). De werkelijke kosten 2019 bedroegen € 66.618.

Eigen vermogen

Reserves per 31-12-2017 € 173.367 / 31-12-2018 € 391.619.

Vreemd vermogen

-

Financieel  resultaat

De jaarrekening 2018 sluit af met een positief saldo van € 218.252. Het begrote resultaat voor 2020 is € 0 (2019: € 0).

Risico’s

Zie eigen vermogen.

Rapportages

De begroting 2020 en de jaarrekening 2018 zijn vastgesteld in de collegevergadering van 14 mei 2019. De kadernota 2021 is behandeld in de collegevergadering van 21 januari 2020.

Ambtelijke Samenwerking gemeenten Boxmeer en Sint Anthonis

Ambtelijke Samenwerking gemeenten Boxmeer en Sint Anthonis

Vestigingsplaats

N.v.t.

Partijen

Gemeente Boxmeer en Gemeente Sint Anthonis

Openbaar  belang

Vermindering kwetsbaarheid, verhoging professionalisering/ kwaliteitsverbetering en kostenbeheersing en waar mogelijk besparing.

Bestuurlijk belang

De colleges van Boxmeer en Sint Anthonis hebben besloten deze regeling vast te stellen. De gemeenteraad van Boxmeer heeft op 27 juni 2013 toestemming verleend. Ingangsdatum is 1 januari 2013.

Financieel  belang

Voor elk van de aangewezen samenwerkingsverbanden is een Service Level Agreement opgesteld. M.b.t. de loonkosten geldt als uitgangspunt dat tijdens de eerste twee jaar van samenwerking alleen de loonkosten van de medewerkers die in dienst treden van de centrumgemeente worden verrekend. Vanaf het derde jaar vindt een herrekening plaats van de totale loonkosten van de betreffende afdeling en worden deze loonkosten verdeeld op grond van de verhouding 1/3 Sint Anthonis en 2/3 Boxmeer. M.i.v. 01-01-2016 vindt op alle 4 de taakgebieden de verdeling van de loonkosten plaats o.b.v. de verdeelsleutel 1/3 – 2/3.

Eigen vermogen

N.v.t.

Vreemd vermogen

N.v.t.

Financieel  resultaat

N.v.t.

Risico’s

Opzegging van één of meerdere afzonderlijke samenwerkingsverbanden gebeurt met inachtneming van een opzeggingstermijn van 1 jaar.

Rapportages

Jaarlijks vindt door de aangewezen centrumgemeente een evaluatie ten behoeve van de colleges plaats van de geleverde diensten op basis van de vastgestelde SLA.

AgriFood Capital

AgriFood Capital (Regio Noordoost Brabant)

Vestigingsplaats

‘s-Hertogenbosch

Partijen

Gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer, Boxtel, Cuijk, Grave, Haaren, ’s-Hertogenbosch, Heusden, Landerd, Mill en Sint Hubert, Oss, Meierijstad, Sint Anthonis, Sint-Michielsgestel, Uden, Vught, Waterschappen AA en Maas en de Dommel.

Openbaar  belang

Ontwikkelen regio tot een competitieve regio met een excellente arbeidsmarkt, sterke bedrijvigheid, betekenisvolle innovaties en een goed woon-, werk- en leefklimaat.

Bestuurlijk belang

Deelname in het Algemeen Bestuur vindt plaats via Burgemeester van Soest. Besluitvorming over deelname bij raadsbesluit van 3 juli 2014.

Financieel  belang

Bijdrage Boxmeer 2020 is begroot op € 4 per inwoner (2019: € 4).

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2017 €18.833 / 31-12-2018 €184.794.

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2017 €1.603.640 / 31-12-2017 €1.193.740.

Financieel  resultaat

De jaarrekening 2018 sluit met een positief saldo (voor bestemming) van €195.961. Het begrote resultaat voor 2019 is €0.

Risico’s

N.v.t.

Rapportages

De begroting 2019 is behandeld in de collegevergadering van 22 mei 2018. De jaarrekening 2018 is behandeld in de collegevergadering van 3 juni 2019

Centrumregeling Jeugdhulp Noordoost Brabant

Centrumregeling Jeugdhulp Noordoost Brabant

Vestigingsplaats

’s-Hertogenbosch

Partijen

Gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer, Boxtel, Cuijk, Grave, Haaren, ’s-Hertogenbosch (centrumgemeente), Landerd, Mill en Sint Hubert, Oss, Schijndel, Sint Anthonis, Sint-Michielsgestel, Sint-Oedenrode, Uden, Veghel en Vught.

Bestuurlijk belang

De portefeuillehouder jeugd van de centrumgemeente overlegt ten minste driemaal per jaar met de portefeuillehouders jeugd van de gastgemeenten in het RBO. Voor de gemeente Boxmeer is dat wethouder Hendriks.

Financieel  belang

De kosten van de inkooporganisatie en wijze van risicoverdeling van inzet van jeugdzorgmiddelen maken geen deel uit van deze regeling. De centrumgemeente zal ze, na advies van het Regionaal Bestuurlijk Overleg Jeugd, voorlopig jaarlijks door de colleges van de gemeenten laten vaststellen.

Eigen vermogen

N.v.t.

Vreemd vermogen

N.v.t.

Financieel  resultaat

N.v.t.

Risico’s

N.v.t.

Rapportages

N.v.t.

Centrumregeling Wmo Brabant Noordoost- oost

Centrumregeling Wmo Brabant Noordoost-oost

Vestigingsplaats

Oss

Partijen

Gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer, Cuijk, Grave, Landerd, Mill en St. Hubert, Oss (centrumgemeente), Sint Anthonis en Uden.

Bestuurlijk belang

De portefeuillehouder Wmo van de centrumgemeente overlegt ten minste driemaal per jaar met de portefeuillehouders Wmo van de gastgemeenten in het portefeuillehouders overleg Wmo. Voor de gemeente Boxmeer is dat wethouder Hendriks.

Financieel  belang

De kosten van de inkooporganisatie en wijze van risicoverdeling van inzet van ondersteuning maken geen deel uit van deze regeling. De centrumgemeente legt  deze kosten vast in het tweejarige inkoopplan. Dit plan zal iedere twee jaar, na advies van het portefeuillehouders overleg Wmo BNO,  ter vaststelling worden voorgelegd aan door de colleges van de gemeenten.

Eigen vermogen

N.v.t.

Vreemd vermogen

N.v.t.

Financieel  resultaat

N.v.t.

Risico’s

N.v.t.

Rapportages

N.v.t.

Stichting Bureau Inkoop en Aanbestedingen Zuidoost-Brabant (Bizob)

Stichting Bureau Inkoop en Aanbestedingen Zuidoost-Brabant (Bizob)

Vestigingsplaats

Oirschot

Partijen

Diverse gemeenten in Zuidoost-Brabant, Gemeenten Noordoost-Brabant: Uden, Haaren, Vught, Cuijk, Grave, Mill en Sint Hubert, Boxmeer (vanaf 1 juli 2018) en Sint Anthonis.

Bestuurlijk belang

Het Bestuur van de Stichting bestaat uit het aantal natuurlijke personen dat de uitkomst vormt van de navolgende berekening: a. ten eerste kent het Bestuur zoveel natuurlijke personen als er Gemeenten zijn, vermenigvuldigd met twee (2) zodat, indien er bijvoorbeeld vier (4) Clusters Gemeenten zijn, het Bestuur acht dergelijke leden kent.

Financieel  belang

De kosten van Bizob worden per traject gecalculeerd en afgerekend.

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2018 €786.116 / 31-12-2019 €868.255.

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2018 €604.831 / 31-12-2018 €956.732.

Financieel  resultaat

De jaarrekening 2019 sluit met een positief saldo van €401.499. Het begrote resultaat voor 2019 is €2.041.

Risico’s

De aangesloten gemeenten zijn aansprakelijk voor eventuele tekorten.

Rapportages

N.v.t.

Grondbeleid

Algemeen

De paragraaf grondbeleid geeft de visie op het grondbeleid in relatie tot de wijze waarop wij werken aan de realisering van de doelstellingen van het programmaplan. Transparantie van het grondbeleid is om twee redenen van belang. In de eerste plaats vanwege het financiële belang en de risico’s en in de tweede plaats vanwege de relatie met de doelstellingen zoals aangegeven in de programma’s.

In de ruimtelijke ordening is het accent van toelating verschoven naar ontwikkelingsplanologie. Dat vergt veelal een voortrekkersrol van de gemeente, en dienen op basis van visie, ontwikkelingen mogelijk gemaakt te worden. Van de gemeente wordt daarbij een actieve rol verwacht, hetgeen zich ook doorvertaald naar door de gemeente te stellen randvoorwaarden en grondposities. Grondbeleid loopt daardoor, nog meer dan voorheen, parallel aan de overige sectorale doelstellingen. Grondbeleid dient een op een te lopen met het ruimtelijk ontwikkelingskader.

Het huidig beleid is opgenomen in de Grondnota 2020 die onlangs is vastgesteld.

De hoofdlijnen zijn de volgende:

  • De gemeente Boxmeer blijft een actieve grondpolitiek voeren met een verantwoorde risicoafweging;
  • Bij het vaststellen van grondprijzen wordt in principe uitgegaan van marktconforme grondprijzen, waarbij tevens wordt gekeken naar een benadering per complex;
  • De beleidsnotitie volkshuisvesting met het bijbehorend woningbouwprogramma is de leidraad voor de nog te ontwikkelen bouwlocaties en de te bouwen categorieën woningen;
  • Op grond van het voorzichtigheidsprincipe mag tussentijdse winst bij een grondexploitatie pas worden gerealiseerd als daartoe voldoende zekerheid bestaat. Met ingang van 2017 is voorgeschreven welke methode er dient te worden gehanteerd bij winstneming.

Grondnota

Jaarlijks wordt via de Grondnota aan de raad een inzicht geboden in de ontwikkeling van woningbouwcomplexen en de terreinen voor vestiging van bedrijven in onze gemeente. In deze nota wordt tevens een uiteenzetting gedaan van de financiële positie van de Grondexploitatie waarbij voor de bepaling ervan rekening wordt gehouden met de risico’s verband houdende met de grondexploitaties. Verder worden daarin voorstellen gedaan tot vaststelling van grondprijzen en het beschikbaar stellen van (aanvullende) kredieten. Daarnaast heeft bij de 2e algemene begrotingsbijstelling 2019 een tussentijdse herziening plaatsgevonden.

Financiële positie

In februari/maart 2020 zijn er voor zesentwintig complexen (woningbouw- en bedrijventerreinen) exploitatieramingen opgesteld.

Het overzicht van de herziene exploitatieresultaten op basis van de calculaties ziet er als volgt uit:

Samenvattend overzicht van de resultaten van de herziene grondexploitatiebegrotingen

 

Samenvattend overzicht van de resultaten van de herziene opstalexploitatiebegrotingen

 

Bedrijfsresultaat

Het over 2019 gerealiseerde nadelig bedrijfsresultaat bedraagt € 723.187. Op begrotingsbasis was rekening gehouden met een nadelig resultaat van € 857.097. Dit betekent dat er ten opzichte van de begroting er een voordeel is van € 133.910.

De specificatie van het resultaat is het volgende:

RESULTAAT 2019

Omschrijving

Begroot

Werkelijk

Verschil

 Storting in voorzieningen nadelig saldo 

 € 1.581.097

 €    2.025.926

 €       444.829

 Winstneming

 €   -724.000

 €  -1.302.739

 €      -578.739

Totaal:

 €     857.097

 €       723.187

 €      -133.910

 

Winstneming

Naar aanleiding van de geactualiseerde exploitaties is de winstneming als volgt bepaald:

 

Voorzieningen

Bij de exploitatie van bouwgronden zijn voorzieningen gevormd wegens in te schatten verliezen.

Omschrijving complex

Opgenomen

Benodigd

Verschil

 1. Steenstraat Zuid

 €                -  

 €         74.364

 €         74.364

 2. Steenstraat Noord opstalexploitatie

 €     796.549

 €       769.772

 €        -26.777

 4. Bakelgeert

 € 1.114.318

 €    1.238.727

 €       124.409

 5. Hoek Steen-/Burg. Verkuijlstraat

 €     775.007

 €       758.639

 €        -16.367

 8. Voormalige school De Peppels

 €     241.676

 €       278.017

 €         36.341

 9. Voormalige school 't Ogelijn

 €     556.544

 €       601.760

 €         45.216

 11. Pilot De Kraai

 €       56.075

 €         56.075

 €                    0

 17. Gemeentewerf

 €     178.097

 €       257.372

 €         79.274

 24. Luinbeekweg

 €     302.885

 €       278.190

 €        -24.696

 25. Horstenweg

 €     149.164

 €       314.065

 €       164.902

 28. Sterckwijck

 € 2.627.879

 €    2.616.042

 €        -11.837

Totaal:

 € 6.798.194

 €    7.243.023

 €       444.829

Risicoafdekking

De financiële positie van de Grondexploitatie kan als volgt worden weergegeven:

Samenvatting financiële positie Grond- en opstalexploitatie

 

 

 

 

 

Saldo algemene reserve grondexploitatie per 31-12-2019

 

 

 €     257.091

A

 

 

 

 

 

In ontwikkeling zijnde grondexploitaties

 

 

 

 

Boekwaarde per 01-01-2020

 € 31.794.966

 

 

 

Tussentijdse winstneming

 €    3.703.896

 

 

 

Voorzieningen nadelig resultaat per 1-01-2020

 €  -6.473.251

 

 

 

Nog te maken kosten per 01-01-2020

 € 16.265.834

 

 

 

Totaal:

 

 €      45.291.445

 

 

 

 

 

 

 

In ontwikkeling zijnde opstalexploitaties

 

 

 

 

Boekwaarde per 01-01-2020

 €       973.691

 

 

 

Voorzieningen nadelig resultaat per 1-01-2020

 €      -769.772

 

 

 

Nog te maken kosten per 01-01-2020

 €         61.881

 

 

 

Totaal:

 

 €            265.800

 

 

 

 

 

 

 

 

 Totaal:

 €      45.557.245

 

 

 

 IFLO-Norm:

10%

 

 

 

 

Benodigde weerstandscapaciteit:

 €  4.555.724

B

Worst-case scenario’s

Voor het complex Sterckwijck zijn 3 worst-case scenario’s opgesteld.

Scenario

Gewijzigde uitgangspunten ten opzichte van actuele exploitatie

Resultaat

 Actueel

 niet van toepassing

 €        2.616.042

 I

• Verlaging opbrengsten 5%

 €        4.425.581

 II

• De verkopen bedrijventerreinen vanaf 2021 t/m 2037 1,27 hectare per jaar
• Looptijd van 17 naar 19 jaar
• Extra kosten van 2x € 50.000 per jaar ivm langere looptijd

 €        3.267.699

 III

• De verkopen bedrijventerreinen vanaf 2020 t/m 2039 1,14 hectare per jaar
• Looptijd van 17 naar 21 jaar
• Extra kosten van 4x € 50.000 per jaar ivm langere looptijd

 €        3.957.833

Geconcludeerd kan worden dat de uitkomsten van alle scenario’s buiten de benodigde weerstandscapaciteit van de actuele exploitatie valt.

Grondprijzen

Tenslotte is voor alle lopende complexen in beeld gebracht wat de nadelige gevolgen zijn voor het totale eindresultaat en de te vormen voorzieningen voor nadelig saldi als de prijzen met een bepaald percentage worden verlaagd. Er is alleen rekening gehouden met wijzigingen in de prijzen. De verlaging van de resultaten bestaat naast de verlaging van de prijzen ook uit stijging van de rentelasten. Hieronder wordt een overzicht gegeven: