Meer
Publicatiedatum: 29-09-2020

Inhoud

Paragrafen

Inhoud

Overzicht lokale heffingen

Algemeen

Vanaf de begroting 2017 moet de gemeente in deze paragraaf een overzicht van baten en lasten opnemen voor de heffingen waarbij sprake is van het verhalen van kosten.

Regelgeving

De verplichting is in het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten (BBV) opgenomen. De paragraaf betreffende de lokale heffingen cf. artikel 10 van het BBV bevat ten minste:

  1. de geraamde inkomsten;
  2. het beleid ten aanzien van de lokale heffingen;
  3. een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd;
  4. een aanduiding van de lokale lastendruk;
  5. een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.

Naast de algemene uitkering uit het gemeentefonds en de specifieke uitkeringen van het Rijk zijn de lokale heffingen het belangrijkste deel van de gemeentelijke inkomsten. De lokale heffingen bestaan uit de gemeentelijke belastingen, rechten en retributies. Lokale heffingen worden onderscheiden in heffingen waarvan de besteding gebonden dan wel ongebonden is.

 

Ongebonden Lokale Heffingen

Ongebonden lokale heffingen (OZB, forensenbelasting, toeristenbelasting en reclamebelasting) worden tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend, omdat zij niet aan een inhoudelijk begrotingsprogramma zijn gerelateerd. De besteding is niet gebonden aan een bepaalde taak.

Exploitatie Rekening 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024
Programma 3 - Ec. ontw. en ruimt. ord.
Thema Economie en Vestigingsklimaat
69351010 Woonforensenbelasting -47.302 -46.417 -51.686 -51.686 -51.686 -51.686
69361010 Toeristenbelasting -297.487 -265.000 -265.000 -265.000 -265.000 -265.000
Totaal Thema Economie en Vestigingsklimaat -344.790 -311.417 -316.686 -316.686 -316.686 -316.686
Programma 4 - Financiën
Thema WOZ en Belastingen
69311010 O.Z.B.: Gebruikersheffing -1.084.226 -1.114.335 -1.133.059 -1.138.724 -1.144.418 -1.150.140
69321010 O.Z.B.: Eigenaarsheffing Woningen -3.551.481 -3.666.054 -3.751.041 -3.769.796 -3.788.645 -3.807.588
69321012 O.Z.B.: Eigenaarsheffing Niet-Woningen -1.582.231 -1.621.655 -1.639.799 -1.647.998 -1.656.238 -1.664.519
69341020 Riolering groene hoofdstructuur -1.023 -1.023 -1.023 -1.023 -1.023 -1.023
69341025 Riolering Helderse Duinen -4.993 -4.993 -4.993 -4.993 -4.993 -4.993
69341030 Riolering buitengebied Beugen -139 -139 -139 -139 -139 -139
69341035 Campings / buitengebied -3.999 -3.999 -3.999 -3.999 -3.999 -3.999
69381010 Reclamebelasting -74.521 -74.181 -75.400 -75.400 -75.400 -75.400
Totaal Thema WOZ en Belastingen -6.302.613 -6.486.379 -6.609.453 -6.642.072 -6.674.855 -6.707.801

Gebonden Heffingen

Gebonden Heffingen zoals de afvalstoffenheffing en de rioolheffing, worden verantwoord op het betreffende programma en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend.

Exploitatie Rekening 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024
Programma 7 - Duurzaamheid en klimaatad.
Thema Afval en Circulaire economie
67251010 Afvalstoffenheffing -2.194.905 -2.140.696 -2.184.734 -2.172.209 -2.165.233 -2.162.497
67251020 Reiniging -53.292 -53.702 -58.202 -58.202 -58.202 -58.202
Totaal Thema Afval en Circulaire economie -2.248.197 -2.194.398 -2.242.937 -2.230.412 -2.223.436 -2.220.700
Thema Klimaat en Riolering
67261010 Rioolheffing: opbrengst -3.011.564 -2.895.427 -3.204.525 -3.204.525 -3.204.525 -3.204.525
Totaal Programma 7 - Duurzaamheid en klimaatad. -5.259.761 -5.089.825 -5.447.462 -5.434.937 -5.427.961 -5.425.225

Leges en overige Heffingen

Voor het betalen van rechten en retributies verricht de gemeente diensten. De kosten van de gemeentelijke dienstverlening worden doorberekend in de tarieven. Door efficiënt te werken willen wij deze kosten zoveel mogelijk beperken. De kosten die wij maken worden, via het profijtbeginsel, zoveel mogelijk betaald door de gebruiker.

Exploitatie Rekening 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024
Programma 0 - Bestuur en Ondersteuning
Thema Burgerzaken en Verkiezingen
60041010 Leges: Burgerzaken -390.283 -371.000 -385.000 -303.000 -303.000 -303.000
Programma 2 - Openbare Werken
Thema Werk in uitvoering
67321010 Begrafenisrechten -72.491 -75.000 -75.000 -75.000 -75.000 -75.000
Programma 3 - Ec. ontw. en ruimt. ord.
Thema Economie en Vestigingsklimaat
63103030 Terrassen-/standplaatsvergunningen -17.831 -16.500 -16.500 -16.500 -16.500 -16.500
Thema Recreatie en Toerisme
65604035 Kermis: staanplaatsvergoedingen -28.850 -27.450 -31.950 -31.950 -31.950 -31.950
Thema Ruimtelijke ord. en Volkshuisv.
68103020 Leges aanpassingen bestemmingsplannen -130.743 -35.000 -35.000 -35.000 -35.000 -35.000
Totaal Programma 3 - Ec. ontw. en ruimt. ord. -177.424 -78.950 -83.450 -83.450 -83.450 -83.450
Programma 6 - Sociale zaken en werkgel.
Thema WMO
66621020 Parkeervergunningen -12.231 -7.500 -7.500 -7.500 -7.500 -7.500
Programma 8 - VTH
Thema VTH Omgevingsrecht
60038010 Leges APV, drank, stook e.a. vergunning -31.411 -25.750 -25.750 -25.750 -25.750 -25.750
68231010 Omgevingsvergunning -579.685 -823.750 -823.750 -823.750 -823.750 -823.750
Totaal Thema VTH Omgevingsrecht -611.096 -849.500 -849.500 -849.500 -849.500 -849.500

Beleid

Het Coalitieakkoord 2018-2022 is een akkoord dat op hoofdlijnen is opgesteld en geeft richting. Het laat ruimte voor nadere invulling en concretisering. Die is mede tot stand gebracht tijdens een werkconferentie van de Raad en het College medio september/oktober 2018.  Dat heeft geleid tot de vaststelling van het Raadsprogramma 2018-2022.

Deze paragraaf geeft inzicht in de hoogte en ontwikkeling van de lokale heffingen. Tot de lokale heffingen behoren de belastingen, retributies evenals kwijtscheldingen. Ook wordt een vergelijking gemaakt met de landelijke gemiddelde lastendruk.

In het coalitieakkoord 2018-2022 worden voor de lokale heffingen de volgende uitgangspunten gehanteerd:

      1. OZB stijgt niet meer dan het landelijk geldende inflatiepercentage.
      2. Afvalstoffenheffing is kostendekkend.
      3. Rioolheffing stijgt alleen als dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de onvermijdelijke en dringende aanpassingen als gevolg van klimaatverandering.

Verdere uitgangpunten betreffen:

 

Tarieven en Leges

Bij het opstellen van de tarieven en de leges wordt er in de gemeente Boxmeer gebruikt gemaakt van de handreiking Kostenonderbouwing uitgebracht door de VNG en de notitie Overhead. In deze notities wordt onderscheid gemaakt in directe lasten en indirecte lasten.

Uitgangspunt is dat de gemeente de integrale kosten via de heffingen in rekening kan brengen. Dat zijn de directe kosten vermeerderd met een redelijke opslag voor de overhead. Voor het bepalen van die redelijke overhead werd onder het oude BBV aangesloten bij de manier waarop in de begroting de overhead werd toegerekend. Door de wijziging in de voorschriften kan dat niet meer. De overhead kan alleen buiten de begroting om aan de tarieven worden toegerekend

De berekeningen van de tarieven en leges bestaan uit een tweetal onderdelen:

- directe lasten

De directe lasten zijn activiteiten die in een meer dan zijdelings verband staan met de zorgplichten of dienstverlening. Het zijn alle kosten die u kunt toerekenen buiten de lasten van de overhead (inclusief rente) en de btw.

Naast de taakvelden waar de centrale activiteiten van de heffing op staan, zijn er ondersteunende activiteiten. Die activiteiten hebben een verband met de taken waarvoor de heffing in rekening wordt gebracht.

- indirecte lasten

De indirecte lasten bestaan uit de overhead en de toe te rekenen btw. Voor beide geldt, dat de toerekening gebaseerd moet zijn op een beargumenteerde keuze.

In de notitie overhead geeft de commissie BBV een toelichting op de overhead in de nieuwe systematiek. Artikel I, tweede lid onder I van het wijzigingsbesluit definieert overhead als volgt: Overheadkosten: Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces

In het BBV zijn geen voorschriften opgenomen over hoe u de overhead aan de tarieven moet toerekenen. De keuze daarover is aan de gemeenteraad. De commissie BBV eist dat de gemeenteraad die keuze vastlegt. Formeel is dat als volgt geregeld:

Stellige uitspraak: Bij de berekening van de tarieven moet de methodiek voor de toerekening van overhead worden opgenomen in de financiële verordening. Stellige uitspraken van de commissie BBV zijn bindend voor de gemeente. Voor het vastleggen van de methodiek moet de verordening worden gewijzigd. Dat kan de gemeenteraad.

Op taakveld 0.4 staan de kosten van de overhead. De kosten van dit taakveld kunnen dus deels worden meegenomen in de tarieven. Voor alle duidelijkheid, niet in de begroting maar extracomptabel in het overzicht dat in de paragraaf lokale heffingen wordt opgenomen.

In de notitie overhead stelt de commissie BBV de eis dat de overhead op consistente wijze wordt toegerekend. Wij leggen die voorwaarde zo uit dat er één methodiek moet zijn voor alle heffingen; niet voor elke heffing een andere methodiek. Dat kan behoorlijke consequenties hebben voor de tarieven. De aard van de te verhalen kosten verschilt per heffing waardoor het aandeel van de overhead ook verschilt. Maar omdat de toerekening bij elke heffing op consistente (lees: dezelfde) wijze moet, kunnen de verschillen niet meer in de toerekening tot uiting worden gebracht. De commissie BBV geeft twee voorbeelden van methoden om de opslag voor de overhead te bepalen: 1. een methodiek gebaseerd op personeelslasten en 2. een op basis van de omvang van de taakvelden.

In Boxmeer is er gekozen voor Systematiek 1.

Een uitwerking van het voorbeeld personeelslasten ziet er, gesimplificeerd, als volgt uit:

((Personeelslasten taakveld)/ (totale personeelslasten alle taakvelden exclusief overhead)) x overhead = opslag taakveld

In deze benadering wordt de overhead volledig omgeslagen naar rato van de personele kosten. Om die systematiek ‘zuiver’ te houden, moet de bovenstaande formule worden gepreciseerd. Naast de personeelslasten moet ook de ‘inhuur derden’ meetellen in de berekening. Zonder die component zou de toerekening van overhead beïnvloed worden door de keuze of de activiteiten door eigen of door ingehuurd personeel worden gedaan.

De formule wordt dus: ((Personeelslasten taakveld + inhuur derden taakveld)/ (totale personeelslasten)) x overhead.

 

De Heffingen worden onderverdeeld in:

Gebonden Lokale Heffingen

Afvalstoffenheffing

Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (Stb. 1994, 80). De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt geheven ter zake van het feitelijk gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt:

a. degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht feitelijk gebruik maakt van het perceel;

b. ingeval een gedeelte van een perceel voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.

Gelet op de huidige beleidslijn wordt uitgegaan van een 100 % kostendekkendheid van de reinigingsheffingen. De Bestuurscommissie Afval heeft besloten het tarief 2019 voor de blauwe opdrukzak te verhogen van €1,25 naar €1,50 in 2019. Dit tarief blijft in 2021 gehandhaafd.

De totale kosten Afvalstoffenheffing 2021 bedragen € 2.242.937. O.b.v. 12.600 aansluitingen houdt dat in een tarief van € 178. In het begrotingsjaar 2021 vindt er geen storting in de voorziening plaats.  Daarnaast vindt er ook geen onttrekking uit de voorziening plaats. De bijdrage 2021 aan de Afvalinzameling Land van Cuijk en Boekel kan, gezien de benoemde risico’s in de begroting van deze GR, nog worden aangepast.  In de Raad van 10 december 2020 worden de afzonderlijke belastingverordeningen 2021 door de Raad behandeld. Hierbij wordt rekening gehouden met de op dat moment bekende gegevens.

Afval    
Kosten taakveld incl. omslagrente 2.107.302,07  
Inkomsten taakveld excl. heffingen -345.500,00  
Netto kosten taakveld   1.761.802,07
Toe te rekenen kosten:    
Overhead incl. omslagrente 214.134,85  
BTW 267.000,00  
    481.134,85
Totale kosten   2.242.936,92
Opbrengst heffingen   -2.242.936,92
Dekking   0,00

Rioolrecht

Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:

1. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en

2. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.

1. De belasting wordt geheven:

  1. Van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel; en van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder te noemen: gebruikersdeel.

  2. Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
  1. Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker aangemerkt:
  1. degene die naar de omstandigheden beoordeelt het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;
  2. ingeval een gedeelte van een perceel - niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4 - voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.

Op 30 april j.l is het nieuwe Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2020-2024 in uw raad behandeld. In de raad van 12 december 2019 heeft een actualisatie plaatsgevonden als gevolg van de aanpak wateroverlast. In de raad van december 2019 zijn de tarieven allemaal opnieuw vastgesteld. In dit voorstel staat dat de rioolrechten vanaf 2021 stijgen met 4,8% tot en met 2025 en daarna tot en met 2027 jaarlijks met 2,7%. Voor 2021 heeft er een onttrekking uit de voorziening riolering plaatsgevonden van €187.400.

In de Raad van 10 december 2020 worden de afzonderlijke belastingverordeningen 2021 door de Raad behandeld.

Riool    
Kosten taakveld incl omslagrente 2.586.016,51  
Inkomsten taakveld excl. heffingen -197.614,24  
Netto kosten taakveld   2.388.402,27
Toe te rekenen kosten:    
Overhead incl. omslagrente 429.122,71  
BTW 387.000,00  
    816.122,71
Totale kosten   3.204.524,98
Opbrengst heffingen   -3.204.524,98
Dekking    0,00
Leges

Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor:

  1. het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten;
  2. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument;

Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst of van de Nederlandse identiteitskaart of het reisdocument, dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht. De bevoegdheid tot het heffen van leges is vastgelegd in de Gemeentewet. Aan de legestarieven is het uitgangspunt verbonden, dat er kostendekkende tarieven aan ten grondslag liggen. In de raadsvergadering van 10 december 2020 zal een voorstel tot aanpassing van de legestarieven 2021 via de belastingverordening worden behandeld. Voor een aantal tarieven geldt een landelijk maximum.

Wonen en bouwen    
Kosten taakveld incl. omslagrente 737.033,73  
Inkomsten taakveld excl. heffingen  0,00  
Netto kosten taakveld   737.033,73
Toe te rekenen kosten:    
Overhead incl. omslagrente 586.216,16  
BTW 0,00  
    586.216,16
Totale kosten   1.323.249,89
Opbrengst heffingen   -856.250,00
Dekking   466.999,89
Burgerzaken    
Kosten taakveld incl. omslagrente 1.287.720,43  
Inkomsten taakveld excl. heffingen 0,00  
Netto kosten taakveld   1.287.720,43
Toe te rekenen kosten:    
Overhead incl. omslagrente 671.636,98  
BTW 0,00  
    671.636,98
Totale kosten   1.959.357,41
Opbrengst heffingen   -410.750,00
Dekking   1.548.607,41
Begraafrechten    
Kosten taakveld incl. omslagrente 164.840,20  
Inkomsten taakveld excl. heffingen 0,00  
Netto kosten taakveld   164.840,20
Toe te rekenen kosten:    
Overhead incl. omslagrente 34.384,52  
BTW 0,00  
    34.384,52
Totale kosten   199.224,72
Opbrengst heffingen   -75.000,00
Dekking   124.224,72

Belastingdruk

COELO Belastingdruk

  1. Gegevens 2021 betreffen het onderzoek van COELO inzake lokale lastendruk 2020.
  2. Reinigingsheffing: Op basis van 100% kostendekking bedraagt het tarief 2021 € 178 per aansluiting (2020 € 187). Voor 2021 wordt vooralsnog er van uitgegaan dat er geen bijdrage uit de voorziening mogelijk is. Conform de begroting 2021 van BCA is het zakkentarief €1,50. Dit tarief blijft hetzelfde als in de begroting 2020.
  3. Rioolrecht: In de raadsvergadering van 12 december 2019 heeft de gemeenteraad ingestemd met de actualisatie van het kostendekkingsplan en aanpak wateroverlast. Op 30 april j.l is het VGRP vastgesteld waarin deze actualisatie ook is opgenomen. Dit kostendekkingsplan houdt in dat de rioolheffing voor 2020 met 4,8% stijgt, vervolgens vanaf 2021 tot en met 2025 met jaarlijks 4,8% stijgt en daarna tot en met 2027 jaarlijks met 2,7%.
  4. OZB: In het Coalitieakkoord 2018-2022 staat dat de OZB niet meer stijgt dan het landelijke geldende inflatiepercentage. Afgelopen jaren is hiervoor de jaarmutatie consumentenprijsindex van juli van het CBS gebruikt. Voor het begrotingsjaar 2021 is in de Kadernota 2020 een OZB stijging afgesproken van 1,4%.  De jaarmutatie van het CPI in juli 2020 bedraagt 1,7%. Het stijgingspercentage in de Kadernota 2020 blijft dus binnen de CPI juli 2020.

De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de lastendruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van de landelijk gemiddelde lastendruk.

  Boxmeer 2020 Nederland 2020 Mutatie 2021 2021
Reinigingsheffing meerpersoonshuishouden: Tarief + 14 zakken 208 283 -4,3% 199
Rioolrecht 273 199 +4,8% 286
OZB 290 295 +1,4% 294
Belastingscapaciteit Totaal 771 776 +1,2% 779

Belastingcapaciteit totaal is de lastendruk van het begrotingsjaar ten opzichte van de landelijk gemiddelde lastendruk in het begrotingsjaar uitgedrukt in een percentage. Zie ook: https://www.coelo.nl/index.php/wat-betaal-ik-waar/lokale-lasten-calculator

Belastingcapaciteit: 779/776 x 100%=100%.

Kwijtschelding

De burger kan in aanmerking komen voor (gedeeltelijke) kwijtschelding van gemeentelijke belastingen wanneer hij of zij geen vermogen heeft en niet voldoende inkomen heeft om de gemeentelijke belastingen te kunnen betalen. De gemeente beoordeelt ieder verzoek om kwijtschelding apart op basis van de landelijke berekeningsgrondslag. Kwijtscheldingsregels zijn wettelijk vastgelegd in de Invorderingswet 1990, de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 en de Leidraad Invordering 2008. De gemeente Boxmeer heeft gekozen voor een ruime toepassing van kwijtschelding en hanteert de maximale kwijtscheldingsnorm van 100% van gemeentelijke belastingen Afvalstoffenheffing en Rioolrecht.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Aanwezige risico's

De gemeente Boxmeer heeft gekozen voor een systematische en cyclische aanpak bij risicomanagement. De risico’s zijn in juni 2018 opnieuw geïnventariseerd en beoordeeld op basis van stemming, Dit resulteert in een vernieuwde top 10 met ingang van 2019. Deze stemming is tevens de basis voor de begroting 2021. Hieronder worden de top 10 risico’s beschreven met inschatting van het financiële risico.

 

1 Financiële gevolgen Decentralisaties in het Sociale domein 2021

Financieel Risico: € 2.436.306

De gemeenten zijn de eerstverantwoordelijke overheid laag voor de onderwerpen werk, maatschappelijke ondersteuning en jeugdzorg. De gemeenten kregen per 1 januari 2015 op grond van de nieuwe WMO, Jeugdwet en Participatiewet deze brede integrale verantwoordelijkheid voor het sociale domein. De kern van de decentralisatieoperatie is onveranderd en is erop gericht dat de burger die het nodig heeft ondersteuning krijgt die aansluit bij zijn persoonlijke situatie en behoeften. Met de decentralisaties zijn grote bedragen gemoeid en de decentralisaties gaan gepaard met aanzienlijke ombuigings-taakstellingen. Vanaf de decentralisatie is er discussie geweest tussen rijksoverheid en gemeenten over de toereikendheid van de budgetten.

Risico’s:

  • Door een efficiencykorting wordt voor onvoldoende financiële compensatie gezorgd die past bij de over te hevelen taken;
  • De verdeling van het macrobudget over de gemeenten sluit niet aan bij de spreiding van de kosten onder de gemeenten, met een mogelijke afwijking in zowel positieve als negatieve zin;
  • Met de taakoverheveling wordt beleidsvrijheid van uitvoering te veel beperkt door van rijkswege opgelegde regels en verantwoordingstaken.

Voor het onderdeel Participatiewet zal een gedeelte van het risico terecht komen bij het Werkvoorzieningsschap. De deelnemende gemeenten staan garant voor exploitatietekorten.

Wmo
Vanaf 2020 is er een abonnementstarief van € 19,00 per maand voor huishoudens die gebruik maken van de Wmo voorzieningen. De uniformering van de eigen bijdrage heeft gezorgd voor een aanzuigende werking op de Wmo voorzieningen door hogere inkomensgroepen die voorheen hiervoor hun eigen kracht aanwenden. Het uitgangspunt van de wet is dat mensen zo lang mogelijk thuis moeten blijven wonen en het gegeven dat mensen steeds ouder worden zorgt ervoor dat er een steeds groter beroep gedaan wordt op de Wmo voorzieningen. De mogelijkheden voor intramurale voorzieningen in de WLZ blijven zeer beperkt, wat ook weer leidt tot meer Wmo aanvragen. Ook de kosten van goede ondersteuning nemen toe. Voor de toekomst zal er rekening gehouden moeten worden met een risico van € 494.891 ongeveer 10% van een deel van de begroting Wmo van 2021.

Jeugdzorg
Met ingang van 1 januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de jeugdzorg. De inkoop van jeugdzorg (Zorg in Natura) gebeurt voor de gezamenlijke gemeenten in Brabant Noordoost door de gemeente ’s-Hertogenbosch. In het Land van Cuijk wordt, voor wat betreft het Basisteam Centrum Jeugd en Gezin (de toekenning van Zorg in Natura, Persoonsgebonden Budget, preventie en eerste lijnszorg), de financiële en administratieve werkprocessen en de beleidsmatige afstemming intensief samengewerkt. Daarvoor is door de gezamenlijk gemeenten in het Land van Cuijk een Dienstverleningsovereenkomst afgesloten (DVO). Jeugdzorg wordt ingekocht op basis van een regionaal inkoopbesluit. In 2019 heeft er een bijstelling plaatsgevonden van de beleidsuitgangspunten en het budgettair kader specialistische jeugdhulp Zorg In Natura (ZIN). In 2019 hebben we te maken gehad met een stijgende vraag naar jeugdhulp en vermindering van de inkomsten vanuit het Rijk. Voor de jaren 2019 t/m 2021 zijn extra middelen door het Rijk toegezegd, echter de vraag naar Jeugdhulp en de daaraan gekoppelde kosten blijven stijgen. De genoemde financiële risico’s van de decentralisaties en de verdeling naar gemeenten hebben hun weerslag op de individuele gemeentebegrotingen. Dit zou kunnen leiden tot een heroverweging van de inleg Jeugdzorg Land van Cuijk. Daarom houden wij vooralsnog blijvend rekening met het ingeschatte risico van 20%. Voor de berekening van het risico wordt als uitgangspunt de begroting van 2021 van € 7.160.200 genomen. Voor de gemeente Boxmeer komt dit neer op een risico van € 1.432.040. Op termijn worden er inverdieneffecten verwacht als gevolg van de uitvoering van het project “Urgente transformatieopgaven; opbouw, ombouw, afbouw”.

Participatiewet
Het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 is met ingang van 1 januari 2020 gewijzigd. Met name door de wijziging van de financieringssystematiek komt er meer financieel risico te liggen bij de gemeente. Het Rijk vergoedt in de nieuwe systematiek 25% van het verstrekte bedrijfskapitaal. Van de baten (aflossingen en rente) hoeft niets aan het Rijk terugbetaald te worden. In het verleden, voor 2020, werd er door het rijk 75% vergoed van de verstrekte leningen en moest de gemeente 75% van de baten aan het Rijk terug betalen. Om het financieel risico te minimaliseren dient uitvoering te worden gegeven aan het terug- en invorderingsbeleid.

Met de inwerkingtreding van de Participatiewet zijn twee nieuwe doelgroepen naar de gemeenten overgekomen, te weten de Wajongers en de nieuwe SW. De Participatiewet is nog steeds aan verandering onderhevig. Het kabinet heeft een breed offensief gepubliceerd om mensen met een beperking aan het werk te helpen. Het is echter nodig om wijzigingen aan te brengen in de Participatiewet en ziektewet waardoor het proces rondom loonkostensubsidie in relatie tot de ziektewet versimpeld wordt. Hierdoor is het voor 2021 onvoldoende in te schatten wat de gevolgen zijn.

Bij een eventueel tekort op Buig uitkering, hiervan worden de bijstandsuitkeringen betaald, kan de gemeente onder voorwaarden een beroep doen op de vangnetuitkering. Vanaf 2019 is de getrapte vergoeding als volgt: het tekort tot 7,5% wordt niet vergoed en komt voor rekening van de gemeente, het tekort tussen 7,5% en 12,5% wordt voor 50% vergoed vanuit het vangnet en het tekort vanaf 12,5% wordt voor 100% vergoed vanuit de vangnet. Dit komt neer op een maximaal eigen risico van 10%. Als uitgangspunt voor de berekening van het risico wordt nader voorlopig Buigbudget van 2020 genomen, 10% van € 5.093.751 is € 509.375.

 

2. Klimaatadaptatie

Financieel Risico: € 2.300.000 (kans is 4,6 maal 500.000)

Het risico dat de gemeente Boxmeer onverwachte financiële tegenvallers kent om maatregelen te treffen tegen de effecten van klimaatverandering. De financiële inschatting van het risico is gebaseerd op de uitslag van de stemming van de risico’s voor het onderdeel kans en effect. Klimaatverandering heeft gevolgen voor mens, dier en milieu. Klimaatverandering heeft onder meer de volgende gevolgen:

  • Overstromingen door extreem weer
  • Minder drinkwater beschikbaar door droogte
  • Te weinig koelwater voor elektriciteitscentrales
  • Meer algenbloei in zwemwater door hogere temperatuur
  • Biodiversiteit verandert door klimaatverandering

De noodzakelijkheid van een klimaatbestendige inrichting van de openbare ruimte is een van de vele oplossingen. Hoosbuien veroorzaakten al schades en overlast, hoog oplopende temperaturen komen steeds vaker voor. Voor gemeenten en waterschappen speelt nu vooral de vraag: Wat zijn de opties en hoeveel kost het? In 2017 is het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie verschenen. In Boxmeer zijn in het nieuwe Verbreed gemeentelijke rioleringsplan 2020 – 2024 maatregelen opgenomen om zowel wateroverlast te voorkomen, als ook vasthouden van water om droogte tegen te gaan. Bij de inrichting van openbare ruimte is tegengaan van hitte stress inmiddels een aandachtspunt. Een van de oplossingen is tegels eruit, groen erin.

 

3. Informatievoorziening

Financieel Risico: € 286.870

Informatie dient beschikbaar en integer te zijn (informatie is juist, volledig en actueel) en niet in handen komen van derden die hiertoe niet zijn geautoriseerd (vertrouwelijkheid). De financiële inschatting van het risico is gebaseerd op de loonsom van functionarissen die nodig zijn om herstelwerkzaamheden uit te voeren. Het risico van te late, onjuiste of oneigenlijke informatieverstrekking aan haar inwoners, medewerkers en ander belanghebbende met als vervolg risico overtreding van de AWB, reputatieschade en indirecte financiële gevolgen.

 

4. Lagere Algemene Uitkering

Financieel Risico: € 420.000

De jaarlijkse groei van het gemeentefonds wordt bepaald door de normeringssystematiek. Dat betekent dat de jaarlijkse groei van het gemeentefonds is gekoppeld aan de groei van de rijksuitgaven. Extra uitgaven, bezuinigingen, mee- en tegenvallers op de rijksbegroting hebben in deze systematiek direct invloed op de omvang van het gemeentefonds. Hoeveel geld de individuele gemeente uit het gemeentefonds ontvangt is afhankelijk van de kenmerken en belastingcapaciteit van de gemeente. Het achterblijven van bijvoorbeeld aantal inwoners, uitkeringsgerechtigden of woningen leidt tot een structureel tekort aan inkomsten. De algemene uitkering voor 2021 is op basis van de meicirculaire 2020 geraamd op € 40.294.875. Voor het bepalen van het financieel risico wordt de behoedzaamheidsnorm gehanteerd. Op basis van informatie bij de meicirculaire 2021 schatten wij een korting in van 16 punten wat voor 2021 overeenkomt met een bedrag van € 420.000.

 

5. Personeel

Financieel Risico: € 861.575

Het risico dat het personeelsbeheer uitkomsten heeft die de organisatie en of haar medewerkers kunnen schaden en of het risico dat gedrag of handelen van medewerkers die de organisatie kan schaden. Hierbij zijn de volgende aspecten van belang:

  • Onevenwichtige opbouw van het personeelsbestand(vergrijzing) € 40.980;
  • Kennisverlies en stagnatie in dienstverlening als gevolg van langdurig verzuim/vergrijzing/ontslag 5,18 % van de loonkosten € 15.094.913 is € 781.920;
  • Gedrag op handelen van medewerkers die de organisatie kan schaden € 38.675.

 

6. Rampenbestrijding, crisisbeheersing

Financieel Risico: € 1.161.000 (kans 2,7 x effect 430.000)

Gelet op de ligging van de Gemeente Boxmeer bij een rivier, snelwegen en een spoorlijn, de aanwezigheid van industrie en een vliegveld in de buurt wordt de kans op een ramp groter. Het financiële risico van de gevolgen van de ramp kan zeer groot zijn. Secundair is een politieke risico aanwezig van het niet goed uitvoeren van de crisisbeheersing. Ook weersomstandigheden kunnen leiden tot situaties waarin we bevolkingszorg moeten opstarten. De financiële inschatting van het risico is gebaseerd op de uitslag van de stemming van de risico’s voor het onderdeel kans en effect.

 

7. Contractenbeheer

Financieel Risico: € 55.500

Het risico van contractenbeheer. Het risico van rechten en verplichtingen welke uit contracten en overeenkomsten voortvloeien (inkoop- en aanbestedingscontracten, huur en verhuurcontracten). Het risico is bepaald op € 55.500 gebaseerd op 1,5 promille van de gemiddelde contractwaarde op jaarbasis (€ 37.000.000).

 

8. Treasury

Financieel Risico: € 287.400

Treasury (Liquiditeiten beleid en beheer). Het risico dat de gemeente haar financiering te duur aantrekt, of te risicovol belegt. De bepaling van het renterisico wordt vastgesteld op 1 % van het begrote financieringstekort 2021 van € 28.739.806 is € 287.400.

 

9. Grondvoorraad

Financieel Risico: € 4.529.145

• Gemeente Boxmeer kent onverwachte financiële tegenvallers en/of kan haar beleid niet realiseren;
• Gronden die niet verkocht kunnen worden.

In de Grondnota 2020 is per complex een uitgebreide toelichting opgenomen, waarbij de risico’s worden toegelicht. Daarbij zijn de volgende risico’s te onderscheiden:

  • Marktrisico’s
  • Risico’s m.b.t. planologische procedure
  • Planschaderisico,
  • Risico’s archeologie
  • Procesrisico m.b.t. afwikkeling overeenkomsten
  • Aanbestedingsrisico’s
  • Afzetrisico’s.

Conform de IFLO-norm bedraagt het risico grondexploitatie 10% van € 45.291.445 is € 4.529.145.

 

10. Juridische Claims

Financieel Risico: € 690.000 (kans 2,3 x effect 300.000)

Het risico van juridische claims als gevolg van onrechtmatig genomen besluiten. De financiële inschatting van het risico is gebaseerd op de uitslag van de stemming van de risico’s voor het onderdeel kans en effect.

 

Totaal van de top 10 risico's

Het totaal van de top 10 risico’s bedraagt € 13.027.796

Naast de top 10 risico’s zijn er nog 11 risico’s in kaart gebracht. Op basis van de risico-inventarisatie en actualisatie is dit risico bepaald op € 2.268.330. Daarnaast zijn er risico’s bepaald die niet nader zijn uitgewerkt. Voor deze overige risico’s berekenen wij 1% van de hierboven berekende risico’s voor een bedrag van € 152.961.

Het totaal van de risico inventarisatie bedraagt € 15.449.087

 

Beschikbare weerstandscapaciteit

De beschikbare weerstandscapaciteit omvat de financiële middelen en mogelijkheden van de gemeente Boxmeer om financiële tegenvallers als gevolg van risico’s op te vangen zonder het bestaande beleid te hoeven aan te passen.

Het BBV maakt onderscheid tussen incidentele en structurele weerstandscapaciteit. In het Gemeenschappelijk Toezichtkader 2020 (GTK 2020) van de provincies is voor een uniforme wijze van toepassing nader gedefinieerd welke componenten gerekend mogen worden tot de structurele en incidentele weerstandscapaciteit.

1) De structurele weerstandscapaciteit heeft betrekking op het vermogen om onverwachte tegenvallers structureel in de lopende begroting op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande taken. De middelen die dat vermogen bepalen zijn:

a.      de resterende (onbenutte) belastingcapaciteit;

b.      onvoorzien structureel;

c.      structurele begrotingsruimte.

2) De incidentele weerstandscapaciteit heeft betrekking op het vermogen om onverwachte tegenvallers incidenteel in de begroting op te vangen, zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van taken op het geldende niveau. De middelen die dat vermogen bepalen zijn:

a.      algemene reserve;

b.      onvoorzien incidenteel;

c.      stille reserves;

d.      incidentele begrotingsruimte.

In het verleden rekenden wij de bestemmingsreserves waarvoor geen directe verplichtingen bestonden tot de incidentele weerstandscapaciteit. Het GTK 2020 geeft deze mogelijk niet. Indien het specifieke bestedingsdoel van algemene aard is of dat de middelen al voor langere tijd beschikbaar zijn zonder dat er zicht is op daadwerkelijke uitvoering van de beoogde bestemming kan de gemeenteraad besluiten deze middelen over te hevelen naar de algemene reserve en tellen deze middelen mee in de incidentele weerstandscapaciteit.

Ten aanzien van de stille reserves is in het GTK 2020 bepaald dat het waardeverschil tussen de actuele marktwaarde en de boekwaarde kan worden meegenomen in de incidentele weerstandscapaciteit. Hierbij dient de actuele marktwaarde reëel onderbouwd te zijn. Voorts mag de stille reserve geen gebruiksnut meer te hebben voor de gemeente en moet deze op korte termijn beschikbaar te kunnen komen.

In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de weerstandscapaciteit van de gemeente Boxmeer op 1 januari 2021 (x € 1.000).

Weerstandscapaciteit structureel Bedrag
1. Belastingcapaciteit 346
2. Bezuinigingsmogelijkheden 0
3. Onvoorzien structureel 146
4. Begrotingscapaciteit 33
Weerstandscapaciteit incidenteel  
5. Algemene Reserves 13.069
6. Onvoorzien incidenteel 0
7. Stille Reserves 22.395
8. Incidentele begrotingsruimte 19
Weerstandscapaciteit Totaal 36.008
  1. Belastingcapaciteit: de Financiële-verhoudingswet bepaalt dat de eigen inkomsten van de gemeente, wil zij in aanmerking komen voor een aanvullende uitkering op basis van artikel 12 Fvw, een bepaald redelijk peil dient te hebben. De eigen inkomsten bestaan hierbij uit de OZB, de rioolheffingen en de afvalstoffenheffingen. De laatste twee zijn in Boxmeer kostendekkend. Het percentage van de WOZ-waarde voor toelating tot artikel 12 is voor het jaar 2021 vastgesteld op 0,1809%. Het werkelijke gemiddelde percentage 2020 (meetpunt) van de gemeente Boxmeer komt uit op 0,1731%. Dit betekent een ruimte van 0,0078% afgezet tegen de totale waarde 2020 van € 4.4385.000.00 (waarde woningen+ waarde niet woningen eigenaar + waarde niet woningen gebruiker) = € 346.023.

  2. De post onvoorzien is in de begroting 2021 geraamd op structureel € 146.000.
  3. Het overschot 2021 bedraagt € 52.428. Hiervan is € 19.073 incidenteel en € 33.355 structureel.
  4. Algemene reserves: de algemene reserve bedraagt per 1-1-2021 € 12.811.708, de algemene reserve grondbedrijf bedraagt per 1-1-2021 € 257.091, is totaal € 13.068.799.
  5. Stille reserves: op dit moment heeft de gemeente Boxmeer 577 hectare landbouwgrond in vaste pacht (6-jarige pacht) uitgegeven. De waarde van deze grond is ongeveer € 2,90/m2. Dat komt neer op een waarde van € 16.733.000. In korte pacht (jaarlijkse pacht) heeft de gemeente op dit moment 149 hectare. Deze grond heeft een wat hogere waarde van ongeveer € 3,80/m2. Dit komt neer op een waarde van € 5.662.0000. In totaal € 22.395.000. De prijzen per m2 zijn afgeleid van een vrije verkoopprijs van landbouwgrond van € 6,50/m2 en gebaseerd op reële marktprijzen. Gezien de geringe verhandelbaarheid van de overige gemeentelijke eigendommen (exclusief grondbedrijf) en de aantasting van het functioneren van de gemeente bij verkoop van die eigendommen (bijvoorbeeld gebouwen), is besloten deze eigendommen niet mee te nemen in de berekening van de stille reserves.

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit:

Ratio weerstandsvermogen = beschikbare weerstandscapaciteit / benodigde weerstandscapaciteit.

Voor Boxmeer betekent dit voor 1 januari 2021 een ratio van 36.008/15.449 = 2,33

Waardering

Ratio

Betekenis

A

> 2,0

Uitstekend

B

1,4 – 2,0

Ruim voldoende

C

1,0 – 1,4

Voldoende

D

0,8 – 1,0

Matig

E

0,6 – 0,8

Onvoldoende

F

< 0,6

Ruim onvoldoende

Gegeven de ratio van 2,33 betekent dit voor Boxmeer dat het weerstandsvermogen uitstekend is. Ten opzichte van 2020  is de ratio van de weerstandscapaciteit licht afgenomen met 0,04 (2,37 in 2020) vanwege het vervallen van bestemmingsreserves als beschikbare weerstandscapaciteit.

De nieuwe risico’s Klimaatadaptatie en Rampenbestrijding/crisisbeheersing dragen met name bij aan een stijging van de benodigde weerstandscapaciteit.

Let wel: De rapportage omtrent het weerstandsvermogen is een momentopname. Nieuwe projecten, economische ontwikkelingen en investeringsbeslissingen kunnen het risicoprofiel negatief of positief beïnvloeden waardoor het weerstandsvermogen een andere waardering krijgt.

Kengetallen financiële positie

Een deugdelijke en transparante begroting is in het belang van de horizontale controle door de raad op de financiële positie van de gemeente. Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van de gemeente.

Om dit te bereiken is het BBV bij besluit van 15 mei 2015 gewijzigd, waarbij is voorgeschreven dat de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing de volgende kengetallen bevat: netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte geldleningen, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit. Het college dient vervolgens een beoordeling te geven van de kengetallen in hun onderlinge verhouding in relatie tot de financiële positie. De wijze van berekening en presentatie is vastgelegd in een ministeriële regeling d.d. 9 juli 2015 en gewijzigd per 24 maart 2016.

Bij de invoering van de kengetallen is door de wetgever een bewuste keuze gemaakt om geen norm op te leggen. Het is aan de gemeenten zelf om ervoor te kiezen de kengetallen te normeren. Een kengetal, of de ontwikkeling van een kengetal, is een weerspiegeling van het gevoerde beleid. In het GTK 2020 is ten behoeve van het toezicht een signaleringswaardetabel opgenomen om het risicoprofiel mede te beoordelen. Zie ook Data Financiën Decentrale Overheden: https://www.findo.nl/dashboard/gemeentelijke-begroting-kengetallen/ .

Kengetallen Rekening 2019 Begroting 2020 (P) Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024
Netto schuldquote 1,01 1,25 1,35 1,24 1,17 1,08
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 0,97 1,19 1,30 1,19 1,12 1,03
Solvabiliteitsratio 0,29 0,27 0,25 0,26 0,27 0,29
Structurele exploitatieruimte 0,06 0,01 0,01 0,01 0,01 0,02
Grondexploitatie 0,39 0,43 0,37 0,33 0,31 0,28
Belastingcapaciteit 0,97 0,99 0,99      

 

Beoordeling financiële positie

In de toelichting op het Besluit tot wijziging van het BBV wordt terecht opgemerkt dat een afzonderlijk kengetal nog weinig zegt over hoe de financiële positie moet worden beoordeeld. De kengetallen zullen altijd in hun samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie van de gemeente.

Netto schuldquote/ netto schuldquote exclusief verstrekte leningen

De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om een inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in – als exclusief doorgeleende gelden weergegeven.

Solvabiliteitsratio

Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente.

Grondexploitatie

Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Bij de beoordeling van de schuldquote is het van belang om de beoordelen of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project is uitgevoerd.

Structurele exploitatieruimte

Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van leningen) te dekken.

Belastingcapaciteit

De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller kan worden bijgestuurd in de eigen inkomsten. De belastingcapaciteit van de gemeente wordt berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t te vergelijken met het landelijk gemiddelde in jaar t-1 en uit te drukken in een percentage.

Financiële positie gemeente Boxmeer

De netto schuldquote van de gemeente Boxmeer is op begrotingsbasis hoog. De stijging in 2021 wordt veroorzaakt door het hoge investeringsniveau in 2020 (onder andere Omgeving Hoogkoor en Omgeving de Weijer). Overigens is de stijging van de schuldquote een landelijke trend. Een hoge schuldquote hoeft overigens niet altijd een slecht teken te zijn. Een gemeente is immers een bestedingshuishouden. Het hoofddoel is om inkomsten optimaal in te zetten ten behoeve van betere voorzieningen voor de burgers. De begrote investeringen voldoen aan dit doel. Meerjarig wordt weer een gestage verbetering van de schuldquote voorzien.

De solvabiliteit van de gemeente Boxmeer ligt licht beneden het landelijke gemiddelde, maar laat een stabiel licht stijgende trend zien in tegenstelling tot een landelijk dalende trend. Het positieve kengetal Structurele exploitatieruimte laat zien dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken, waarbij ook het nieuwe beleid in de begroting 2021 is opgenomen. Het kengetal Grondexploitatie is landelijk gezien hoog, maar laat een dalende trend zien. Met name Sterkwijck veroorzaakt de hoogte van dit kengetal. Het kengetal belastingcapaciteit laat zien dat de Boxmeerse tarieven onder de landelijke gemiddelden zitten en er een potentiële ruimte aanwezig is.

Wij concluderen dat de ontwikkeling van de financiële positie van de gemeente Boxmeer positief is. Wel is het zaak hierop alert te blijven en te blijven streven naar:

  • Het structureel sluitend houden van de begroting;
  • Verlaging van de schuldenlast;
  • De reservepositie stabiliseren en zo mogelijk versterken;
  • De risico’s van de grondexploitaties en projecten te beheersen en verkleinen.

Onderhoud kapitaalgoederen

Algemeen

De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen geeft een dwarsdoorsnede van de begroting. Lasten van onderhoud komen op diverse programma’s voor. Met het onderhoud van kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Indien er bedragen worden genoemd is dit exclusief de personele component. Een helder en volledig beeld is van belang voor een goed inzicht in de financiële positie.

Het betreft onderhoud van kapitaalgoederen voor:

  • Wegen
  • Openbare verlichting
  • Groen
  • Riolering / water
  • Gebouwen

Per onderdeel wordt ingegaan op de volgende zaken:

  1. het beleidskader
  2. de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties
  3. de vertaling van de financiële consequenties in de begroting

 

Wegen

1. Het actuele en vigerende beleidskader.
In 2011 is het IBOR-beleidsplan (Integraal Beheer Openbare Ruimte) voor technisch en verzorgend onderhoud van wegen en groen opgesteld. In dit plan zijn 4 eindbeelden en/of beheerbeelden beschreven. De hoogste kwaliteit is A+ en de laagste is C. Zowel wegen als groen worden onderhouden/verzorgd op basis van een vastgesteld beeld, dat is kwaliteit B. De verzorging (vegen en onkruidbestrijding) van de verhardingen geschiedt nog steeds op kwaliteit B. Uit de laatste inspectie (najaar 2019) is gebleken dat de technische kwaliteit van de verhardingen ligt op het vastgestelde niveau B.

2. De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties zijn:
a. € 1.143.859 voor onderhoud, waarvan € 200.000 voor klein onderhoud;
b. € 209.900 voor verzorging.

3. De vertaling van de financiële consequenties in de begroting.
a. Voor wegen is in de exploitatiebegroting een bedrag beschikbaar van € 634.609 voor groot/klein onderhoud. Deze post is gesplitst in € 434.609 voor groot onderhoud en € 200.000 voor klein onderhoud. Tevens is in 2021 € 509.250 voor reconstructie wegen in het investeringsschema opgenomen. Dit is conform de door de raad vastgestelde beheerstrategie voor wegen.
b. Voor het schoonhouden van de verharde openbare ruimte is € 209.900 opgenomen.
c. In het kader van tegengaan hittestress is in 2021 een investering van € 346.500 opgenomen.
d. Voor de rehabilitatie openbare ruimte is in 2021 een investering van € 630.000 opgenomen
e. Voor het herinrichten van de Sint Cornelisstraat in Vortum-Mullem is in 2021 een investering van € 360.000 opgenomen (fase 1).
f. Voor het verstevigen van de bermen is voor 2021 een bedrag van € 101.000 opgenomen
g. Maatregelen Landelijk verbeterprogramma overwegen, fietsstraat Rembrand van Rijnstraat/Oranjestraat is voor 2021 een investering van € 2.988.701 opgenomen, de te ontvangen subsidie bedraagt € 2.219.332.
h. Reconstructie Burgemeester Verkuijlstraat, rotonde Koorstraat en fietsstraat gebiedsontwikkeling Bakelgeert is in 2021 een investering van € 2.488.520 opgenomen, de te ontvangen subsidie bedraagt € 695.600.

 

Openbare verlichting

1. Het actuele en vigerende beleidskader.
Het Beleidsplan Openbare Verlichting 2016-2025 is in 2016 geactualiseerd. De beleidskeuzes hebben hoofdzakelijk betrekking op het vernieuwen en verduurzamen van de verlichting middels het vervangen van verouderde armaturen door omvorming naar LED-verlichting alsmede het dimmen van de verlichting in de nachtelijke uren volgens een bepaald dimregime.

2. De uit het beleidskader 2016-2025 voortvloeiende financiële consequenties voor 2021 zijn:
a. onderhoudskosten:
- energiekosten € 89.182
- klein onderhoud € 25.197 (voor het herstellen van vernielingen en het opheffen van storingen)
- storting voorziening € 40.935 (voor schilderen en remplace)
- schadeverhaal € 7.000
b. investeringen (armaturen en lichtmasten) € 75.000.

3. De vertaling van de financiële consequenties in de begroting 2021:
a. onderhoudskosten:
- energiekosten € 89.182
- klein onderhoud € 25.197 (voor het herstellen van vernielingen en het opheffen van storingen)
- storting voorziening € 40.935 (voor schilderen en remplace)
- schadeverhaal € 7.000
b. investeringen (armaturen en lichtmasten): € 75.000
- Lampen en armaturen. Net zoals in de voorbije beleidsperiode is het voornemen om in begrotingsjaar 2021 armaturen ouder dan 25 jaar, alsmede de armaturen met niet energiezuinige lampen (zoals SOX/SON-armaturen), te vervangen door LED-verlichting met dimmer.
- Lichtmasten. Veel lichtmasten zijn al 50 tot 60 jaar oud, dit betekent dat deze theoretisch op de korte termijn vervangen dienen te worden. In de praktijk blijkt echter dat de meeste lichtmasten nog in een redelijke staat verkeren. Er worden dan ook maar zeer beperkt lichtmasten vervangen.

De gemeente Boxmeer confirmeert zich aan de Nederlandse Praktijk Richtlijn (NPR 13291:2017 (ter vervanging “Richtlijn voor Openbare Verlichting ROVL-2011”) van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV) alsmede met de geldende NEN-normen voor elektriciteitsinstallaties. Er is geen achterstallig onderhoud met betrekking tot de openbare verlichting.

 

Groen

1. Het actuele en vigerende beleidskader.
- Het IBOR-beleidsplan (Integraal Beheer Openbare Ruimte) voor technisch en verzorgend onderhoud van wegen en groen is in 2011 opgesteld. In dit plan zijn 4 eindbeelden en/of beheerbeelden beschreven. De hoogste kwaliteit is A+ en de laagste is C (Kwaliteitscatalogus Openbare ruimte (CROW). Net zoals bij de wegen wordt het groen onderhouden/verzorgd op basis van het vastgesteld beeldkwaliteitsniveau B. Kwaliteitsniveau B is opgenomen in het groenonderhoudsbestek 2019-2022.
- Bosbeleidsplan 2014 – 2024. Jaarlijks wordt er vanuit het beleidsplan een werkplan opgesteld, dat gebaseerd is op het vigerende beleid, beheer en wetgeving. Op basis van de in het werkplan opgenomen hoeveelheden is de verwachting dat de inkomsten van de houtoogst de komende jaren fluctueren. Ook de droogte van de afgelopen jaren heeft hier invloed op. De raad heeft eerder aangegeven meer beleving in de bossen te willen hebben.
- Boombeheer: de bomen worden beheerd conform het Boombeheerplan 2016-2025. In 2021 wordt € 132.000 geïnvesteerd in het vervangen van bomen. Jaarlijks wordt er door de afdeling een inspectie-, snoei- en onderhoudsplan opgesteld.
- Bermbeheer: bermen langs gebiedsontsluitingswegen worden gemaaid, het maaisel wordt afgevoerd (verschralingsbeheer). Bermen van de overige wegen worden geklepeld, dit maaisel wordt niet afgevoerd.
- Slootbeheer. Alle schouw- en bermsloten, met watervoerende functie, worden jaarlijks geveegd waarbij het veegsel wordt afgevoerd (B en C waterlopen).
- Landschapsbeheer. Dit betreft het groen buiten de bebouwde kom. Met de UNESCO MAB nominatie voor het Maasheggengebied, ontstaat er door alle partijen werkzaam in het gebied een nieuw elan. Dit wordt gestuurd vanuit het Uitvoeringsprogramma Noordelijke Maasvallei. Een onderdeel hiervan is kavelruil, waarbij hagen kunnen worden verplaatst en nieuwe hagen kunnen worden aangeplant. Ook komt cultuurhistorie terug in de vorm van het terugbrengen van historische hekken met veldnamen. Het streven is te komen tot een éénduidig gestructureerd beheer voor het gehele gebied.
- Speelvoorzieningen (deze zijn een onderdeel van het IBOR-beleidsplan). Maandelijks worden alle voorzieningen gecontroleerd en onderhouden zodat ze voldoen aan de regels van het attractiebesluit. In 2021 wordt € 50.500 geïnvesteerd in het vervangen van speelvoorzieningen.
- In 2021 wordt vanuit groen extra € 157.500 geïnvesteerd in het verfraaien van de dorpskernen.

2. De vertaling van de financiële consequenties in de exploitatiebegroting 2021:
- groenbeleid inclusief het maaien van gazons € 765.200
- bosbeheer € 58.500
- landschapsbeheer € 60.900
- bomenbeheer € 66.000
- bermbeheer (maaien) € 109.200
- slootbeheer € 94.000
- beheer speelvoorzieningen € 13.000.

 

Riolering / Water

1. Het actuele en vigerende beleidskader.
Het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2020-2024 (VGRP) dat is vastgesteld en gepubliceerd in 2020.

2. De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties zijn:
a. € 817.400 voor onderhoud (voornamelijk klein onderhoud, onderzoekskosten stroomkosten en rioolinspectie van het gehele rioolstelsel);
b. € 759.000 voor investeringen (vervangingen, groot onderhoud gemalen, drukriolering en IBA’s).

3. De vertaling van de financiële consequenties in de begroting:
a. in de begroting is voor onderhoud, conform het VGRP, voor het jaar 2021 € 817.400 opgenomen. Om de onderhoudskosten te stabiliseren, mogelijk te verminderen, is de focus gericht op:
- meer samen met zowel het waterschap als de aanliggende gemeenten en;
- op innovatie en onderzoek.
b. Voor 2021 zijn, naast reparaties en het renoveren van druk- en rioolgemalen, op basis van rioolinspecties enkele nieuwe vervangingsinvesteringen opgenomen. Daarvoor is € 759.000 opgenomen. Vanwege de enorme wateroverlast in 2016 is voor alle kernen een masterplan Water opgesteld. Alle maatregelen zijn opgenomen in het VGRP 2020-2024. De financiële consequenties zijn in het riooltarief verwerkt. Er is in 2021voor het tegengaan van wateroverlast, naast de investering van € 400.000 voor afkoppelen regenwater, een extra investering nodig van € 5.090.000.

Gebouwen

Gemeentelijke accommodaties

1. Actueel beleidskader:
Per gemeentelijke accommodaties is een MJOP opgesteld. In een cyclus van 5 jaar worden de MJOP’s van alle gemeentelijke accommodaties bijgesteld en geactualiseerd (conform BBV). In 2021 zijn alle MJOP’s voldoende actueel.

2. Het van toepassing zijnde kwaliteitsniveau:
Het aangegeven onderhoud is noodzakelijk voor de instandhouding van de accommodaties. Het MJOP is een planningsinstrument. Per jaar wordt bekeken welke onderhoud het meest dringend dan wel noodzakelijk is. Deze prioritering wordt jaarlijks vastgelegd binnen het onderhoudsbudget op de kostenplaats gebouwen.

3. De vertaling van de financiële consequenties in de begroting:

In de begroting 2021 is er een bedrag van € 420.000 opgenomen voor het onderhoud.

Financiering

Algemeen

De Wet financiering decentrale overheden (Wet FIDO) stelt regels aan de financieringsfunctie van gemeenten en biedt een kader voor de beheersing van de risico’s die uit deze functie voortvloeien.

Voor de gemeente Boxmeer is deze regelgeving vertaald in een ‘treasurystatuut’ dat door de gemeenteraad is vastgesteld op 22 april 2015. In dit statuut is de bestuurlijke infrastructuur voor de uitvoering van de treasuryfunctie vastgelegd.

In het treasurystatuut worden allereerst het begrippenkader en de doelstellingen van de treasuryfunctie geformuleerd. Deze worden vervolgens geconcretiseerd voor verschillende deelgebieden van treasury: risicobeheer, gemeentefinanciering en kasbeheer. Daarna worden de organisatorische randvoorwaarden van de treasuryfunctie weergegeven. Daarbij ligt het accent op de helderheid betreffende de verdeling van de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Tot slot worden de uitgangspunten vastgelegd voor de informatie die noodzakelijk is om het gehele proces beheersbaar en meetbaar te maken en te houden.

 

Financieringsbeleid

Het financieringsbeleid is er op gericht om zo lang mogelijk de uitgaven met “kort geld” te financieren en pas vaste leningen aan te trekken wanneer dat noodzakelijk is. Wij streven er naar de benodigde leningen tegen zo laag mogelijke kosten aan te trekken en tegelijkertijd de renterisico’s te beheersen. Door een goede liquiditeitenraming proberen we dit zo goed mogelijk in beeld te brengen. De liquiditeitsbehoefte in onze gemeente wordt in belangrijke mate bepaald door de geplande investeringen.

 

Schatkistbankieren

Op basis de Wet Verplicht schatkistbankieren zijn decentrale overheden (o.a. gemeenten) verplicht om hun overtollige middelen in de schatkist bij het ministerie van Financiën aan te houden. Dit houdt in dat geld en vermogen niet bij banken en instellingen buiten de schatkist mogen worden gehouden. Overtollige middelen mogen alleen in rekening-courant en via deposito's bij de schatkist worden aangehouden of onderling worden uitgeleend aan andere decentrale overheden.

 

Renteontwikkelingen

Eén van de belangrijke externe ontwikkelingen waarmee rekening gehouden moet worden binnen het treasurybeleid is de renteontwikkeling. We maken daarbij onderscheid tussen de korte rente (looptijd <1 jaar) en de lange rente (looptijd >1 jaar). Het rentepercentage bij een eventueel (berekend) financieringstekort per 1 januari van het begrotingsjaar wordt tijdens het opstellen van de begroting bepaald.  Uit oogpunt van voorzichtigheid houden wij het tarief voor korte rente op 0,5%. Voor wat betreft de kapitaalmarktrente verwachten wij geen opwaartse uitbraak op korte termijn. Voor de langlopende leningen gaan we in de begroting uit van de percentages waarvoor de leningen ook daadwerkelijk zijn afgesloten.

 

Risicobeheer

Onder risico’s worden zowel renterisico’s (van vaste schuld en vlottende schuld) als kredietrisico’s, liquiditeitenrisico’s en koersrisico’s verstaan. De Wet financiering decentrale overheden (Wet FIDO) geeft een aantal verplichte elementen aan die het risico beperken. In het door de raad vastgestelde Treasurystatuut wordt aangegeven hoe de gemeente Boxmeer deze wet in de praktijk toepast. Het doel van dit statuut is, naast het beperken van deze risico’s, het verhogen van een slagvaardig beleid bij het aantrekken respectievelijk het uitzetten van gelden. Een belangrijke eis uit de Wet FIDO is dat de uitvoering van de treasuryfunctie uitsluitend de publieke taak dient en dat het beheer prudent (voorzichtig) dient te zijn. De gemeente Boxmeer heeft geen beleggingen die niet in het verlengde van de publieke taak liggen.

 

Koersrisico's

De koersrisico’s van de gemeente zijn zeer beperkt omdat uitsluitend middelen worden uitgezet bij de schatkist of bij andere overheden. Dit gebeurt in vastrentende waarden. Vastrentende waarden garanderen dat op de einddatum de nominale waarde wordt uitgekeerd. Op de einddatum is dus geen sprake van koersrisico’s.

 

Kredietrisico

De gemeente gaat leningen aan, zet middelen uit en verleent garanties uitsluitend ten behoeve van de publieke taak. Uitzettingen geschieden uitsluitend aan tegenpartijen die aan de in het treasurystatuut genoemde eisen voor kredietwaardigheid voldoen. Daardoor worden kredietrisico’s beperkt.

 

Renterisico’s

Bij de inwerkingtreding van de Wet FIDO is het begrip ‘renterisiconorm’ ingevoerd. De renterisiconorm beoogt een zodanige opbouw van de leningenportefeuille, dat het renterisico uit hoofde van renteaanpassing en herfinanciering van leningen wordt beperkt. Uitgangspunt hierbij is om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen. De wettelijk vastgestelde renterisiconorm van 20% houdt in dat in enig jaar de aflossing van de lange schuld niet hoger mag zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Uit de berekening van de huidige renterisiconorm, zoals hieronder weergegeven, blijkt dat voor het jaar 2021 de renterisiconorm niet wordt overschreden.

Modelstaat B (Renterisico vaste schuld over de jaren 2021 t/m 2024
Stap Variabelen renterisico(norm) Jaar T: Jaar T+1: Jaar T+2: Jaar T+3:
    2021 2022 2023 2024
1 Renteherzieningen 0 0 0 0
2 Aflossingen 7.157.447 12.084.842 5.334.842 5.225.935
3 Renterisico (1 + 2)

7.157.447

12.084.842 5.334.842 5.225.935
4 Renterisiconorm 14.474.142 14.275.678 14.047.402 13.896.701
5a = 4 > 3 Ruimte onder renterisiconorm 7.316.696 2.190.836 8.712.560 8.670.766
5b = 3 > 4 Overschrijding renterisiconorm        
Berekening renterisiconorm        
4a Begrotingstotaal jaar T 72.370.712 71.378.390 70.237.009 69.483.505
4b Percentage regeling 20 20 20 20,00
4 = 4a x 4b / 100 Renterisiconorm 14.474.142 14.275.678 14.047.402 13.896.701
(van alleen jaar T)

 

Renteschema

De commissie BBV heeft in 2017 een rentenotitie uitgebracht waarin men adviseert om het renteschema uit deze notitie op te nemen in de financieringsparagraaf. In onderstaand overzicht wordt hierdoor o.a. inzicht gegeven in rentelasten en het renteresultaat.

Rente-omslagberekening:    
Externe rentelasten     
-korte financiering   143.699
-lange financiering   1.293.988
-rentebaten   -47.440
Totaal   1.390.247
Rente grondexploitatie -402.680  
Rente projectfinanciering 0  
    -402.680
Saldo door te rekenen externe rente   987.567
Rente voorzieningen   0
Aan taakvelden toe te rekenen rente   987.567
Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente   1.116.670
Rente resultaat   129.103

 

Kasgeldlimiet

Om de directe gevolgen van een snelle rentestijging te beperken is in de wet FIDO de kasgeldlimiet opgenomen. Dit houdt in dat de gemeente haar financieringsbehoefte voor een beperkt bedrag met kort geld (looptijd < 1 jaar) mag financieren. De norm is in de wet gesteld op 8,5% van het begrotingstotaal aan lasten bij aanvang van het jaar. Voor Boxmeer bedraagt de limiet voor 2021 € 6.152.126

Op begrotingsbasis wordt er (technisch gezien) vanuit gegaan dat nog een bedrag van ongeveer 29 miljoen gefinancierd moet worden. De ervaring vanuit de afgelopen jaren leert dat de op begrotingsbasis berekende financieringsbehoefte vaak afwijkt van de werkelijke behoefte aan financieringsmiddelen in de loop van het begrotingsjaar. Dit heeft te maken met het tijdstip van uitvoering van voorgenomen investeringen. Op basis van bij te houden ontwikkelingen, rekening houdend met de lopende investeringen, nieuwe op stapel staande investeringen en te verwachte baten wordt steeds een afweging gemaakt of en zo ja tot welk niveau en op welke termijn vaste financieringsmiddelen moeten worden aangetrokken.

 

Verstrekte geldleningen

Bij de verstrekte geldleningen loopt de gemeente Boxmeer kredietrisico’s. De beheersing van dit risico wordt vooral vormgegeven door terughoudendheid bij het aangaan van nieuwe leningen. Verder neemt in de tijd de hoofdsom en dus ook het risico van doorgeleende gelden af, door aflossingen. In onderstaand schema ziet u een samengevat overzicht van de verstrekte geldleningen.

Verstrekte geldleningen

Bedrag

Stand per 1 januari 2021

774.415

Reguliere  aflossingen

58.878

Stand per 31 december 2021

715.537

 

 

Opgenomen geldleningen

Het is natuurlijk ook van uitermate groot belang zicht te hebben op de samenstelling, de grootte en de rentegevoeligheid van de opgenomen leningen. Voor een uitgebreide specificatie verwijzen wij u naar de staat van opgenomen geldleningen zoals opgenomen in het bijlagenboek. In onderstaand schema ziet u een samengevat overzicht van de opgenomen geldleningen.

Opgenomen   geldleningen

Bedrag

Stand per 1 januari 2021

68.007.115

Reguliere  aflossingen

7.157.447

Stand per 31 december 2021

60.849.668

 

Relatiebeheer

Het betalingsverkeer is tot en met 31 december 2021 in hoofdzaak geconcentreerd bij de plaatselijke Rabobank. Daarnaast vervult de NV Bank voor Nederlandse Gemeenten een kleine (verplichte) rol in het betalingsverkeer.

Bedrijfsvoering

Algemeen

Inleiding

De bedrijfsvoering bestaat uit de onderdelen personeel, organisatie, ICT, (interne) communicatie, juridische control, financiën en huisvesting. Bedrijfsvoering houdt ook in het waarborgen van rechtmatig, doelmatig en doeltreffend beleid en beheer. De paragraaf dient inzicht te geven in de stand van zaken en de beleidsvoornemens inzake de bedrijfsvoering met het oog op de uitvoering van de programma’s en het programmaplan.

In het jaar 2021, het laatste jaar van de zelfstandige gemeente Boxmeer, is de begroting net als voorgaande jaren ook raadpleegbaar en benaderbaar via een zogenaamde “financiën online”.

Actualiteit

De wereld verandert. Wetgeving verandert, de samenleving verandert.  Op 24 juni 2020 hebben de 4 gemeenteraden een onomkeerbaar besluit genomen tot herindeling. Dit is door de stuurgroep Land van Cuijk i.o. en het kwartiermakers team voortvarend opgepakt en het jaar 2021 zal in het teken staan van de samenvoeging zodat er op 1 januari 2022 een organisatie staat die klaar is om de dan gekozen volksvertegenwoordigers en het nieuwe college van B&W te ondersteunen en te faciliteren.

 

Personeel

De gevolgen voor het personeel van de gemeente Boxmeer m.b.t. de aanstaande herindeling per 01-01-2022 naar de nieuwe gemeente Land van Cuijk zullen in dit jaar voor iedereen duidelijk worden. Zo zal naar verwachting het sociaal plan begin 2021 zijn geaccordeerd door de werkgever en de vakbonden. En daarmee zal ook duidelijk worden hoe het plaatsingsproces zal verlopen van medewerkers naar de nieuwe gemeente Land van Cuijk. Op voorhand is door de stuurgroep Land van Cuijk i.o. een werkgarantie voor iedereen gegeven en dat betekent dat er voor iedereen plek zal zijn in de nieuwe organisatie. Maar tegelijkertijd zal er nog veel werk door o.a. de werkgroep P&O verzet moeten worden om alles in goede banen te leiden. Denk bijvoorbeeld aan de harmonisatie van lokale personele regelingen en HR-beleid, maar ook aan het bouwen aan de nieuwe organisatie, het opstellen van de functieboeken en het vaststellen de noodzakelijk geachte formatie.

Verder blijft de medewerkerstevredenheid, de opleidingsbehoefte en het ziekteverzuim ook voor dit jaar een vast onderdeel van de reguliere P-gesprekken met de medewerkers. Waarbij het streven onveranderd gericht blijft op het creëren van een gezonde en plezierige werkomgeving voor onze medewerkers.

 

Dienstverlening

De ingezette lijn met betrekking tot het realiseren van een kwalitatief hoogstaande gemeentelijke dienstverlening wordt doorgezet. Fysieke en digitale goede bereikbaarheid, toegankelijkheid en klantvriendelijkheid blijven de belangrijkste speerpunten van beleid.

 

Taakveld 0.4 Overhead

Huisvesting:

2021 is het 11e jaar dat we in ons huidige gemeentehuis zitten. In 2020 is de huisvestingssituatie niet veranderd. De capaciteit is op dit moment voldoende voor de huisvesting van het ambtelijke apparaat. I.v.m. de op handen zijnde gemeentelijke herindeling worden diverse huisvestingsscenario’s onderzocht. Dit alles gebeurd onder leiding van de kwartiermaker en in opdracht van de stuurgroep Land van Cuijk i.o.

Inkoop en aanbesteding:

De samenwerking met BIZOB levert een kwaliteitsimpuls voor inkopen en aanbesteden. Het lokale bedrijfsleven wordt betrokken bij inkopen en aanbesteden in het werkgebied van BIZOB middels de BIZOB inkoopkalender (https://www.bizob.nl/ondernemers/inkoopkalender/)  en een kwartaalsgewijze aankondiging van inkoop en aanbestedingstrajecten in het Boxmeers Weekblad. Voor de kleinere inkopen tot € 10.000 is een vereenvoudigde procedure vastgesteld. Deze procedure bevordert besteding bij het lokale MKB.

De samenwerking met BIZOB is verder geïntensiveerd. In 2020 heeft BIZOB de rol van interne inkoop coördinator op zich genomen (i.v.m. pensionering medewerker) in de overbrugging naar de nieuwe gemeente. Hierdoor blijft er ook tot aan de herindeling kwalitatieve aandacht voor de inkoop- en aanbestedingstrajecten.

(Digitaal) zaakgericht werken:

Vanaf 2017 is de organisatie, naast de reeds in gang gezette digitalisering, steeds meer zaakgericht gaan werken. Hiervoor wordt de applicatie “Join” ingezet welke door alle LvC-gemeenten gebruikt wordt. Het grote voordeel van zaakgericht werken is, dat alle documenten, contacten en andere stukken m.b.t. één zaak bij elkaar zitten. Vanaf 1 januari 2020 zijn we gestart met volledig digitaal werken. Hiervoor is een vervangingsbesluit genomen wat inhoudt dat fysieke documenten mogen worden vervangen voor digitale reproducties. Hierdoor vervalt voor nieuwe zaken vanaf 2020 de hybride situatie die er voorheen was. Deze lijn wordt uiteraard in 2021 doorgezet.

Informatieveiligheid / Gegevensbescherming:

De gemeente beschikt over waardevolle en privacygevoelige gegevens. Het is belangrijk dat we deze gegevens goed beschermen. De gemeente Boxmeer pakt dit op in samenwerking met de gemeente Sint Anthonis. Vanaf 2019 wordt de gemeenteraad middels de Planning en Control cyclus hierin meegenomen. In 2020 is de samenwerking met werkorganisatie CGM opgepakt in aanloop naar de herindeling Land van Cuijk. In 2021 zal de samenwerking steeds verder intensiveren en moet het beleid van de deelnemende organisaties gestroomlijnd zijn.

In 2021 moeten de resultaten van de invoering van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) duidelijk zichtbaar zijn. Daarbij zullen we ons vooral richten op personele beveiliging, databeveiliging en procesinrichting. Daarnaast blijven we via de ‘Eenduidige Normatiek Single Information Audit’ (ENSIA) de inrichting toetsen en verbeteren. In 2021 zullen we ons via ENSIA voor het eerst verantwoorden over de BIO richting de gemeenteraad en het Rijk en zullen vanaf het derde kwartaal van 2020 periodieke controles worden uitgevoerd op de BIO.

Ook in 2021 is er weer aandacht voor de bewustwording van medewerkers. De focus zal daarbij in toenemende mate liggen op aandachtspunten richting de herindeling en het samenvoegen van processen en gegevensverwerkingen.

Informatisering en automatisering:

Waar voor informatisering en automatisering 2020 nog het jaar van stabilisering was, is 2021 het jaar van vernieuwing. De in 2020 opgeleverde vernieuwde infrastructuur (voor Boxmeer en Sint Anthonis) zal in 2021 geïntegreerd gaan worden met die van de gemeenten Mill en Sint Hubert en Cuijk. De voorbereidingen voor de integratie zijn al in volle gang evenals die voor de afstemming van protocollen en werkwijzen. Hiertoe zijn gezamenlijke IOT (Informatie, Organisatie en Techniek) werkgroepen opgericht voor de informatiebeleidsvisie, applicaties, informatiebeheer, techniek en voor de organisatie, want ook de organisatie van de ICT zal veranderen na de herindeling. Eind 2021 moeten de puzzelstukjes in elkaar vallen zodat 01-01-2022 de dienstverlening voor de nieuwe gemeente Land van Cuijk zonder problemen van start kan gaan.

Verbonden partijen

Algemeen

Vanwege bestuurlijke, beleidsmatige en/of financiële belangen en mogelijke dito risico’s is het gewenst dat in de begroting en jaarstukken aandacht wordt besteed aan derde rechtspersonen, waarmee de gemeente een bestuurlijke en financiële band heeft. Dat zijn deelnemingen (vennootschappen), gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en verenigingen. Het is niet de bedoeling te rapporteren over alle partijen waarmee de gemeente op enigerlei wijze verbonden is. Het criterium is daarom gelegd bij die partijen waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Onder bestuurlijk belang (artikel 1 lid d BBV) wordt verstaan: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Met een financieel belang (artikel 1 lid c BBV) wordt bedoeld: een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is als de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt.

Voor de begroting 2021 zijn ten aanzien van verbonden partijen de volgende zaken te melden:

Algemeen

De besturen van de gemeenschappelijke regelingen in Noordoost Brabant en de deelnemende gemeenten hebben afspraken gemaakt om te komen tot een betere afstemming over de jaarlijkse financiële beleidscyclus. Bij brief van 1 juli 2020 van de gemeente Meierijstad is de planning 2021 tussen de gemeenten en 9 samenwerkingsverbanden vastgelegd. Daarnaast is binnen de regio een adoptieregeling afgesproken, waarbij een klein team van ambtenaren de kadernota, de begroting en de jaarrekening analyseert voor de andere deelnemende gemeenten en daartoe een conceptvoorstel opstelt. Voor de visie op en de beleidsvoornemens omtrent de verbonden partij verwijzen wij naar het betreffende programma.

Voor de visie op en de beleidsvoornemens omtrent de verbonden partij verwijzen wij naar het betreffende programma.

Overzicht verbonden partijen

Verbonden partij

Programma

Gemeenschappelijke regeling

Vennootschappen en coöperaties

Stichtingen en verenigingen

Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN)

8

X

 

 

Afvalinzameling Land van Cuijk en Boekel

7

X

 

 

Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant

6

X

 

 

Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC)

0

X

 

 

GGD Hart voor Brabant

5

X

 

 

Euregio  Rijn-Waal

0

 

 

X

Veiligheidsregio Brabant-Noord

1

X

 

 

Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Noordoost

1

 

 

X

Bank Nederlandse Gemeenten

4

 

X

 

Brabant Water N.V.

7

 

X

 

Kleinschalig Collectief Vervoer Brabant-Noordoost

6

X

 

 

Gemeenschappelijke regeling voor het toezicht op het openbaar onderwijs

5

X

 

 

Regionaal Bureau Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten  Brabant

5

X

 

 

Ambtelijke Samenwerking gemeenten Boxmeer en Sint Anthonis

0

X

 

 

AgriFood Capital

0

 

 

X

Centrumregeling Jeugdhulp Noordoost Brabant

6

X

 

 

Centrumregeling Wmo Brabant Noordoost- oost

6

X

 

 

Stichting Bureau Inkoop en Aanbestedingen Zuidoost-Brabant (Bizob)

0

 

 

X

 

Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN)

Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN)

Vestigingsplaats

’s-Hertogenbosch

Partijen

Provincie Noord-Brabant en de gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer, Boxtel, Cuijk, Grave, Haaren, Landerd, Mill en Sint Hubert, Oss, ’s-Hertogenbosch, Sint Anthonis, Sint-Michielsgestel, Uden, Vught en Meierijstad.

Openbaar  belang

Het openbaar lichaam is ingesteld om ten behoeve van de deelnemers taken uit te voeren op het gebied van de fysieke leefomgeving en om als verlengstuk van het lokaal en provinciaal bestuur een bijdrage te leveren aan een leefbare en veilige werk- en leefomgeving van de regio Brabant Noordoost.

Bestuurlijk belang

De Gemeente Boxmeer maakt deel uit van het Algemeen Bestuur en wordt vertegenwoordigd door wethouder Stevens.

Financieel  belang

Bijdrage Boxmeer 2021 is begroot op € 1.654.500 (2020: € 1.696.274). De werkelijke kosten over 2019 bedroegen € 2.066.381 (inclusief BCA).

Eigen vermogen

E.V. per 1-1-2019 € 10.553.000 / 31-12-2019 € 8.575.000.

E.V. per 1-1-2021 € 8.147.900 / 31-12-2021 € 8.185.700.

Vreemd vermogen

V.V. per 1-1-2019 € 12.771.000 / 31-12-2019 € 11.518.000.

V.V. per 1-1-2021 € 11.167.700 / 31-12-2021 € 10.904.900.

Financieel  resultaat

Het resultaat van de jaarrekening 2019 ODBN is na onttrekkingen en dotaties aan reserves € 168.000 voordelig. Het resultaat van de begroting 2021 ODBN is na onttrekkingen en dotaties aan reserves € 106.200 voordelig.

Risico’s

Het niet realiseren van de voorgenomen bezuinigingen door de ODBN.

Rapportages

De jaarrekening 2019 en de begroting 2021 zijn behandeld in de collegevergadering van 19 mei 2020. De kadernota 2021 is behandeld in de collegevergadering van 7 januari 2020.

Afvalinzameling Land van Cuijk en Boekel

Afvalinzameling Land van Cuijk en Boekel

Vestigingsplaats

Mill

Partijen

De gemeenten Boxmeer, Cuijk, Grave, Sint Anthonis, Mill en Sint Hubert en Boekel.

Bestuurlijk belang

De Gemeenschappelijke Regeling Afvalinzameling Land van Cuijk en Boekel (voorheen BCA) is op 1 januari 2020 in werking getreden. Wethouder Verstraaten maakt deel uit van het Algemeen bestuur.

Financieel  belang

De bijdrage 2021 bedraagt bruto € 1.679.600. Hierbij is rekening gehouden met het vervallen van het tarief voor tuinafval bij de milieustraten. Hier tegenover staat een bijdrage  van het Afvalfonds.

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2019 € 179.000.

E.V. per 31-12-2021 € 926.000.

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2019 € 2.524.000.

V.V. per 31-12-2021 € 1.758.000.

Financieel  resultaat

Het resultaat van de jaarrekening 2019 is na onttrekkingen en dotaties aan reserves € 257.007 nadelig. Het resultaat van de begroting 2021 is € 309.600.

Risico’s

De kosten afvalverwerking worden voor 100% doorberekend in de tarieven reinigingsrechten.

Rapportages

De jaarrekening 2019 en de begroting 2021 zijn behandeld in de collegevergadering van 12 mei 2020.

Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant

Werkvoorzieningschap  Noordoost-Brabant

Vestigingsplaats

Oss

Partijen

Gemeenten Boekel, Boxmeer, Cuijk, Grave, Bernheze, Landerd, Mill en Sint Hubert, Oss, Sint Anthonis, Uden en Meierijstad.

Openbaar belang

Verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening in de regio. Het openbaar lichaam verzorgt de administratie en gebruikt voor plaatsing van kandidaten haar eigen uitvoeringsorganisatie (IBN-Holding B.V.).

Bestuurlijk belang

De gemeente Boxmeer maakt via wethouder Hendriks deel uit van het Algemeen en Dagelijks Bestuur. Het Werkvoorzieningschap kent een Algemeen Bestuur en een Dagelijks Bestuur. Het Algemeen Bestuur bestaat uit elf leden uit de deelnemende gemeenten. Het Dagelijks Bestuur bestaat momenteel uit zeven leden. Zes leden worden aangewezen door en uit het Algemeen Bestuur, waarbij elke deelregio (Oss/Maasland, Uden/Veghel en Land van Cuijk) twee leden voordraagt. De voorzitter van de Raad van Commissarissen van IBN is eveneens lid van het Dagelijks Bestuur. In de afgelopen jaren is het meerdere keren voorgekomen dat er per deelregio binnen het gebied van het Werkvoorzieningschap meer leden van het Algemeen Bestuur zitting wilden nemen in het Dagelijks Bestuur dan dat er zetels beschikbaar waren. Binnen de 3 deelregio’s is deze behoefte gepeild. De afzonderlijke deelregio’s hebben vervolgens ingestemd met uitbreiding van het aantal leden van het Dagelijks Bestuur (als toehoorder) om zo meer gemeenten de gelegenheid te bieden om bestuurlijke verantwoordelijkheid te dragen op het niveau van het Dagelijks Bestuur.

Financieel belang

Bijdrage in de exploitatie voor bestuurskosten is voor 2021 geraamd op € 7.310 (begroot 2020 € 7.310). De werkelijke bijdrage 2019 bedroeg € 7.176. Het aandeel van de gemeente Boxmeer in de AGR is per 31-12-2019 € 378.900.

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2018: € 27.359.100 / 31-12-2019 € 26.967.900.

E.V. per 1-1-2021 € 26.967.900 / 31-12-2021 € 26.967.900.

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2018: € 5.422.200 / 31-12-2019 € 3.123.000.

V.V. per 1-1-2021 € 3.123.000 / 31-12-2021 € 3.123.000.

Financieel resultaat

Het bedrijfsresultaat 2019 van het Werkvoorzieningschap (WVS) is € 0. De kosten worden gedekt uit de gemeentelijke bijdrage en een bijdrage van IBN. Het begrote resultaat voor 2021 is € 0 (2020: € 0).

Risico’s

De materiële uitvoering van de WSW is opgedragen aan de 100% deelneming IBN-Holding B.V. In het jaarlijks vast te stellen sociaaleconomisch contract worden de wederzijdse rechten en verplichtingen vastgelegd. De bevoegdheden van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders worden uitgeoefend door het Algemeen Bestuur van het Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant. De bedrijfsvoeringrisico’s zijn hiermee indirect voor de deelnemende gemeenten.

Rapportages

De jaarrekening 2019 en de begroting 2021 zijn behandeld in de collegevergadering van 4 mei 2020. De kadernota 2021 is behandeld in de collegevergadering van 21 januari 2020.

Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC)

Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC)

Vestigingsplaats

’s-Hertogenbosch

Partijen

Het Rijk, 14 gemeenten en 2 waterschappen.

Openbaar belang

Het BHIC heeft als doel het behartigen van de belangen van de deelnemende partijen bij alle aangelegenheden betreffende de archiefbescheiden en collecties in rijksarchiefbewaarplaats in de Provincie Noord-Brabant en de archiefbewaarplaatsen van de deelnemende gemeenten en waterschappen.

Bestuurlijk belang

Het bestuur bestaat uit 3 vertegenwoordigers van het Rijk en 3 vertegenwoordigers van de aangesloten gemeenten en waterschappen.

Financieel belang

Bijdrage Boxmeer 2021 is begroot op €104.800 (2020: €104.800). De werkelijke kosten 2019 bedroegen €106.700.

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2018 € 518.384 / 31-12-2019 € 915.458.

E.V. per 01-01-2021 € 1.195.000 / per 31-12-2021 € 1.415.000.

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2018 € 2.515.163 / 31-12-2019 € 3.806.590.

V.V. per 01-01-2021 € 3.061.000 / per 31-12-2021 € 2.187.000.

Financieel resultaat

De jaarrekening 2019 sluit met een overschot van € 44.876. Het begrote resultaat 2021 is € 0 (2020: € 0).

Risico’s

Zie eigen- en vreemd vermogen.

Rapportages

De jaarrekening 2019 en de begroting 2021 zijn behandeld in de collegevergadering van 5 mei 2020. De kadernota 2021 is behandeld in de collegevergadering van 14 januari 2020.

GGD Hart voor Brabant

GGD Hart voor Brabant

Vestigingsplaats

’s-Hertogenbosch

Partijen

25 Brabantse gemeenten.

Openbaar belang

De GGD heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de openbare gezondheidszorg.

Bestuurlijk belang

De gemeente neemt deel in het Algemeen Bestuur via wethouder Hendriks. De gemeenschappelijke regeling GGD Hart voor Brabant is bij raadsbesluit van 7 september 2000 aangegaan met ingang van 1 januari 2001 en bij raadsbesluit van 27 juni 2013 voor het laatst gewijzigd.

Financieel belang

Bijdrage Boxmeer 2021 is begroot op € 997.585 (2020: € 963.085). De werkelijke kosten 2019 bedroegen €926.558.

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2018 € 10.147.000 / 31-12-2019 € 8.528.000.

E.V. per 01-01-2021 € 5.851.000 / 31-12-2021 € 5.516.000.

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2018 € 7.889.000 / 31-12-2019 € 8.371.000.

Financieel resultaat

De jaarrekening 2019 sluit met een positief saldo van € 152.000. Het begrote resultaat voor 2021 is € 0 (2020: € 0).

Risico’s

Zie eigen- en vreemd vermogen.

Rapportages

De begroting 2021 en de jaarrekening 2019 zijn vastgesteld in de collegevergadering van 12 mei 2020. De kadernota 2021 is behandeld in de collegevergadering van 21 januari 2020.

Euregio Rijn-Waal

Euregio Rijn-Waal

Vestigingsplaats

Kleve (Duitsland)

Partijen

Diverse gemeenten en andere publiekrechtelijke lichamen in de volgende gebieden: West-Veluwe, Arnhem-Nijmegen, Zuid- West Gelderland, Achterhoek, Noordoost Brabant, Noord-Limburg, Kreis Kleve, Kreis Wesel en Stadt Duisburg.

Openbaar belang

De Euregio Rijn-Waal wil met haar werk bijdragen aan de eenwording van Europa. Tegelijkertijd streven wij naar een sterke economische, sociale en maatschappelijke positie van deze regio. Dit doet de Euregio Rijn-Waal door het stimuleren en realiseren van grensoverschrijdende samenwerking in het Nederlands - Duitse grensgebied.

Bestuurlijk belang

Besluitvorming over deelname bij raadsbesluit van 26 mei 1993. Burgemeester van Soest is lid van het Dagelijks Bestuur.

Financieel belang

Bijdrage Boxmeer 2021 is begroot op € 7.500 (2020: € 7.500). De werkelijke kosten 2019 bedroegen € 7.425.

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2018 € 1.459.405 / 31-12-2019 € 1.650.555.

E.V. per 1-1-2020 € 1.468.000 / 31-12-2020 € 1.477.000 (begroot).

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2018 € 2.707.292 / 31-12-2019 € 3.614.739

V.V. per 1-1-2020 2.707.000 / 31-12-2020 € 2.707.000 (begroot).

Financieel resultaat

Het financieel resultaat voor 2019 is positief €192.469. Het begrote resultaat voor 2020 is € 0 (2019: € 0).

Risico’s

Zie eigen- en vreemd vermogen.

Rapportages

Onder nummer 2013/351 is het jaarverslag 2012 ter kennisname aan de gemeenteraad aangeboden.

Veiligheidsregio Brabant-Noord

Veiligheidsregio Brabant-Noord

Vestigingsplaats

’s-Hertogenbosch

Partijen

In de Veiligheidsregio Brabant-Noord wordt samengewerkt door 16 gemeenten, de brandweer, de geneeskundige hulpverleningsorganisatie (GHOR), de meldkamer en het openbaar ministerie.

Openbaar belang

Het behartigen van de belangen van een doelmatig georganiseerde en gecoördineerde, waar mogelijk integrale, uitvoering van de hulpverlening in het werkgebied en de voorbereiding daarop.

Bestuurlijk belang

De gemeente Boxmeer maakt deel uit van het Algemeen Bestuur en wordt vertegenwoordigd door burgemeester van Soest. Besluitvorming over deelname bij raadsbesluit van 18 mei 2006 per 1 juli 2006. Bij raadsbesluit van 10 december 2009 zijn alle lokale brandweertaken met ingang van 1-1-2011 opgedragen aan de Veiligheidsregio Brabant-Noord. De gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Noord is hiertoe gewijzigd. Vanwege een efficiënte bedrijfsvoering is de regeling bij raadsbesluit van 30 mei 2013 gewijzigd.

Financieel belang

Bijdrage Boxmeer 2021 is begroot op € 1.738.193 (2020: € 1.682.942). De werkelijke kosten 2019 bedroegen € 1.545.024.

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2018 € 9.963.000 / 31-12-2019 €10.432.000.

E.V. per 01-01-2021 € 8.013.104  / 31-12-2021 € 7.930.639.

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2018 € 28.122.000 / 31-12-2019 € 27.292.000.

Financieel resultaat

De jaarrekening 2019 sluit met een positief resultaat van € 1.258.000. Het begrote resultaat voor 2021 is € 0 (2020: € 0).

Risico’s

Zie eigen- en vreemd vermogen.

Rapportages

De begroting 2021 en de jaarrekening 2019 zijn vastgesteld in de collegevergadering van 12 mei 2020. De kadernota 2021 is behandeld in de collegevergadering van 21 januari 2020.

Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Noordoost

 

Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Noordoost

Vestigingsplaats

’s-Hertogenbosch

Partijen

Samenwerkingsverband met zorgpartners, justitiële partners en 16 gemeenten.

Openbaar belang

Per 1 januari 2019 zijn het voormalige Regionaal Veiligheidshuis Maas & Leijgraaf en het Veiligheidshuis ’s-Hertogenbosch e.o. gefuseerd tot het Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Noordoost. De activiteiten van het Zorg- en Veiligheidshuis bestaan uit het realiseren van de samenwerking tussen zorg- en welzijnspartners, gemeenten, politie en justitie op het terrein van huiselijk geweld, veelplegers, jeugd en nazorg/resocialisatie met het doel de regio leefbaarder te maken.

Bestuurlijk belang

Het dagelijks bestuur bestaat o.a. uit: 2 burgemeesters, 1 wethouder Maatschappelijke Zorg/Jeugd, 1 gemeentesecretaris en tevens 1 vertegenwoordiger van de beheerorganisatie 's-Hertogenbosch.

Financieel  belang

Jaarlijkse exploitatiebijdrage in de vorm van een bijdrage per inwoner. In geval van liquidatie zullen resterende kosten worden verdeeld. De begrote bijdrage 2021 is berekend op € 24.900.

Eigen vermogen

-

Vreemd vermogen

-

Financieel  resultaat

De jaarrekening 2019 sluit met een overschot van € 5.007. Het begrote resultaat 2021 is € 0 (2020: € 0).

Risico’s

-

Rapportages

De jaarrekening 2019 en de begroting 2021 zijn behandeld in de collegevergadering van 14 april 2020.

Bank Nederlandse Gemeenten

Bank Nederlandse Gemeenten

Vestigingsplaats

’s-Gravenhage

Partijen

Aandeelhouders zijn de Staat, Provincies en gemeenten. Het maatschappelijk aandelenkapitaal bestaat uit 100 miljoen aandelen van € 2,50 nominaal, waarvan 55.690.720 aandelen zijn geplaatst en volgestort.

Openbaar belang

BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.

Bestuurlijk belang

De aandeelhouders hebben zeggenschap in BNG via het stemrecht op de aandelen die zij bezitten (een stem per aandeel van € 2,50). Deelname aan Algemene Vergadering van Aandeelhouders door Burgemeester van Soest.

Financieel belang

De gemeente Boxmeer bezit 38.660 aandelen.  Achtergestelde schuld per 01-01-2019 €32 miljoen; Achtergestelde schuld per 31-12-2019 €33 miljoen.

Eigen vermogen

Eigen Vermogen per 01-01-2019 €4.991 miljoen; Eigen Vermogen per 31-12-2019 €4.887 miljoen.

Vreemd vermogen

Vreemd Vermogen per 01-01-2019 €132.518 miljoen; Vreemd Vermogen per 31-12-2019 €144.802 miljoen.

Financieel resultaat

De nettowinst over 2019 bedroeg €163 miljoen (2018: €337 miljoen). Aan de aandeelhouders wordt voorgesteld om 50% van de beschikbare winst na belasting uit te keren. Dit komt neer op een dividendbedrag van EUR 71 miljoen. Het dividend bedraagt EUR 1,27 per aandeel (2018: EUR 2,85 dividend per aandeel). 

Risico’s

Ons belangrijkste instrument blijft het verstrekken van financiering tegen lage prijzen aan onze kernklanten. Die lage prijzen vereisen een uitstekend risicoprofiel (de huidige ratings zijn AAA) zodat we financiering kunnen aantrekken tegen scherpe tarieven. Om het risicoprofiel en daarmee de lage prijzen ook de komende jaren te behouden is het noodzakelijk dat BNG Bank het volume beheerst van leningen die beslag leggen op het risicokapitaal van de bank (tot maximaal 10% van de leningenportefeuille). Wij maken daarom keuzes. De langlopende rentetarieven blijven een drukkend effect hebben op de ontwikkeling van het renteresultaat. Het coronavirus heeft vergaande maatschappelijke gevolgen, ook voor onze klanten. Wat dit voor de bank betekent is nu nog niet in te schatten. Een betrouwbare uitspraak over het resultaat financiële transacties is niet te geven. Daarom achten we het niet verantwoord een uitspraak te doen over de verwachte nettowinst 2020. Door de huidige renteomgeving is er meer concurrentie. We richten ons op het continu verbeteren van klant- en kredietprocessen. Dit betekent dat we blijven investeren in digitalisering, risicobeheersing en het voldoen aan toezicht en regelgeving. BNG Bank zal zich blijven richten op de publieke sector en het realiseren van maatschappelijke impact.

Rapportages

Op 16 april 2020 heeft de Algemene Vergadering van Aandeelhouders ingestemd met de jaarrekening 2019.

 

Brabant Water N.V.

Brabant Water N.V.

Vestigingsplaats

’s-Hertogenbosch

Partijen

Provincie Noord-Brabant en gemeenten.

Openbaar belang

Watervoorziening.

Bestuurlijk belang

Deelname aan Algemene Vergadering van Aandeelhouders door Burgemeester van Soest.

Financieel belang

Het maatschappelijk kapitaal bestaat uit 10.000.000 aandelen van € 0,10 nominaal. De aandelen luiden op naam en zijn in eigendom van gemeenten en Provincie. De gemeente Boxmeer heeft 26.786 aandelen.

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2018 €635.876.000 / 31-12-2019 €665.384.000.

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2018 €456.765.000 / 31-12-2019 €479.546.000.

Financieel resultaat

Het financieel resultaat over 2019 bedraagt €29.508.000.

Risico’s

Het huidige weerstandsvermogen stelt ons in staat om belangrijke financiële tegenvallers op te vangen zonder grote effecten op de continuïteit van de drinkwatervoorziening of de tarifering. Voorbeelden van mogelijke tegenvallers zijn de gevolgen van slechte klimatologische omstandigheden, toename van gewassenschade, een stijging van het aantal klanten dat overgaat op een eigen bron, stijgende energieprijzen of het niet langer kunnen beschikken over één of meerdere productielocaties. De kans dat al deze omstandigheden zich tegelijkertijd voordoen is overigens niet groot.

Rapportages

Op 19 juni 2020 heeft de Algemene Vergadering van Aandeelhouders ingestemd met de jaarrekening 2019.

Kleinschalig Collectief Vervoer Brabant-Noordoost

Kleinschalig Collectief Vervoer Brabant-Noordoost (Regiotaxi)

Vestigingsplaats

Oss

Partijen

Provincie Noord-Brabant en de gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer, Cuijk, Grave, Landerd, Mill en St. Hubert, Oss, Sint Anthonis, Meierijstad en Uden.

Openbaar belang

De samenwerkende partners streven een kwalitatief hoogwaardig stelsel van kleinschalig collectief vervoer na. Zij willen daarmee voorzien in de behoefte aan openbaar vervoer, de instandhouding en de verbetering van de bereikbaarheid van de kleine kernen en het aanbod van adequate en efficiënte vervoersvoorzieningen voor diverse doelgroepen.

Bestuurlijk belang

Deelname in het Algemeen Bestuur vindt plaats via wethouder Hendriks. Besluitvorming over deelname bij raadsbesluit van 8 april 2004.

Financieel belang

De beheers- en exploitatiekosten voor het Wmo-vervoer voor 2020 zijn:

-Bijdrage beheerskosten Boxmeer 2021 is begroot op €19.235 (2020: €19.235). De werkelijke kosten 2019 bedroegen €18.458.

-De exploitatiekosten (vervoerskosten), excl. Reizigersbijdrage, bedroegen voor Boxmeer in 2019 € 146.000.

-Cliënten betalen voor het reizen met de regiotaxi een eigen bijdrage. In 2019 betaalden cliënten een opstaptarief van €0,89 per rit en €0,18 per kilometer. Boxmeer heeft in 2019 een bedrag van € 18.938 aan reizigersbijdrage ontvangen.

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2017 € 1.190.974 / 31-12-2018 € 837.167.

Begroting 2020: per 1-1-2020 € 837.167 / per 31-12-2020 € 837.167.

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2017 € 620.833 / 31-12-2018 € 315.632.

Begroting 2020: per 1-1-2020 € 522.000 / per 31-12-2020 € 535.600.

Financieel resultaat

De jaarrekening 2018 sluit met een positief resultaat van € 64.210. Het begrote resultaat voor 2020 is € 0 (2019: € 0).

Risico’s

In het huidige contract is zoveel als mogelijk rekening gehouden met ontwikkelingen in het vervoer. Toch kunnen we financiële risico's niet geheel uitsluiten. (Externe) ontwikkelingen anders dan in bestek zijn opgenomen zijn niet altijd te voorzien. Daarnaast is de voormalige gemeente Schijndel tot de GR-KCV toegetreden.

Een ander risico is de onzekerheid over de financiële bijdrage van de Provincie. De samenwerkingsovereenkomst wordt niet verlengd. De projectsubsidie wordt in een andere vorm gegoten. Naar alle waarschijnlijkheid beslist de Provincie in de loop van 2019/2020 over een mogelijke projectsubsidie. Wanneer de projectsubsidie wegvalt of niet toereikend is, zullen nieuwe projecten doorberekend worden naar de gemeenten. Dit is ook het geval wanneer de bijdragen in de beheerkosten wegvallen.

Rapportages

De begroting 2021 en de jaarrekening 2019 zijn vastgesteld in de collegevergadering van 4 mei 2020. De kadernota 2021 is behandeld in de collegevergadering van 21 januari 2020.

 

Gemeenschappelijke regeling voor het toezicht op het openbaar onderwijs

Gemeenschappelijke regeling voor het toezicht op het openbaar onderwijs

Vestigingsplaats

Cuijk

Partijen

De gemeenten Bergen, Boxmeer, Cuijk, Gennep, Grave en Mill en Sint Hubert.

Openbaar belang

De doelstelling van het gemeenschappelijk orgaan is het coördineren en het uitoefenen van de bevoegdheden van de gemeenteraad als bedoeld in art. 48 van de Wet op het primair onderwijs en in de statuten van de stichting, met uitzondering van opheffing van de scholen. Dit komt neer op het behartigen van het belang van het openbaar onderwijs in voornoemde gemeenten.

Bestuurlijk belang

Het bestuur van het gemeenschappelijk orgaan wordt gevormd door de portefeuillehouders onderwijs. De gemeente Boxmeer wordt vertegenwoordigd door wethouder Hendriks. Besluitvorming over deelname bij raadsbesluit van 11 december 2003.

Financieel belang

Een bijdrage van € 270 per deelnemende gemeente per jaar voor de secretariaatskosten.

Eigen vermogen

N.v.t.

Vreemd vermogen

N.v.t.

Financieel resultaat

N.v.t.

Risico’s

N.v.t.

Rapportages

N.v.t.

Regionaal Bureau Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten Brabant

Regionaal Bureau Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten Brabant

Vestigingsplaats

Oss

Partijen

Gemeenten Boekel, Bernheze, Boxmeer, Cuijk, Grave, Landerd, Maasdonk, Mill en Sint Hubert, Oss, Sint Anthonis, Meierijstad en Uden.

Openbaar belang

De bestrijding van het voortijdig schoolverlaten en uitval op school zonder het behalen van een startkwalificatie vroegtijdig oppakken in samenwerking met de regionale ketenpartners onderwijs, jeugd, arbeidsmarkt en zorg.

Bestuurlijk belang

De portefeuillehouders Onderwijs en Educatie fungeren als algemeen bestuur. Wethouder Hendriks is lid. Bij besluit van 2 oktober 2008 heeft de gemeenteraad ingestemd met de regionalisering van de leerplicht. Als samenwerkingsvorm is gekozen voor de beperkte WGR/mandaatregeling conform art. 8 lid 3 WGR en de aanwijzing van de gemeente Oss als centrumgemeente. Het RBL is gestart op 1 augustus 2009.

Financieel belang

Bijdrage Boxmeer 2021 is begroot op € 68.618 (2020: € 66.618). De werkelijke kosten 2019 bedroegen € 66.618.

Eigen vermogen

Reserves per 31-12-2018 € 391.619 / 31-12-2019 € 350.380.

Vreemd vermogen

-

Financieel resultaat

De jaarrekening 2019 sluit af met een negatief saldo van € 41.239. Het begrote resultaat voor 2021 is € 0 (2020: € 0).

Risico’s

Zie eigen vermogen.

Rapportages

De begroting 2021 en de jaarrekening 2019 zijn vastgesteld in de collegevergadering van 4 mei 2020. De kadernota 2021 is behandeld in de collegevergadering van 21 januari 2020.

Ambtelijke Samenwerking gemeenten Boxmeer en Sint Anthonis

Ambtelijke Samenwerking gemeenten Boxmeer en Sint Anthonis

Vestigingsplaats

N.v.t.

Partijen

Gemeente Boxmeer en Gemeente Sint Anthonis

Openbaar belang

Vermindering kwetsbaarheid, verhoging professionalisering/ kwaliteitsverbetering en kostenbeheersing en waar mogelijk besparing.

Bestuurlijk belang

De colleges van Boxmeer en Sint Anthonis hebben besloten deze regeling vast te stellen. De gemeenteraad van Boxmeer heeft op 27 juni 2013 toestemming verleend. Ingangsdatum is 1 januari 2013.

Financieel belang

Voor elk van de aangewezen samenwerkingsverbanden is een Service Level Agreement opgesteld. M.b.t. de loonkosten geldt als uitgangspunt dat tijdens de eerste twee jaar van samenwerking alleen de loonkosten van de medewerkers die in dienst treden van de centrumgemeente worden verrekend. Vanaf het derde jaar vindt een herrekening plaats van de totale loonkosten van de betreffende afdeling en worden deze loonkosten verdeeld op grond van de verhouding 1/3 Sint Anthonis en 2/3 Boxmeer. M.i.v. 01-01-2016 vindt op alle 4 de taakgebieden de verdeling van de loonkosten plaats o.b.v. de verdeelsleutel 1/3 – 2/3.

Eigen vermogen

N.v.t.

Vreemd vermogen

N.v.t.

Financieel resultaat

N.v.t.

Risico’s

Opzegging van één of meerdere afzonderlijke samenwerkingsverbanden gebeurt met inachtneming van een opzeggingstermijn van 1 jaar.

Rapportages

Jaarlijks vindt door de aangewezen centrumgemeente een evaluatie ten behoeve van de colleges plaats van de geleverde diensten op basis van de vastgestelde SLA.

AgriFood Capital

AgriFood Capital (Regio Noordoost Brabant)

Vestigingsplaats

‘s-Hertogenbosch

Partijen

Gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer, Boxtel, Cuijk, Grave, Haaren, ’s-Hertogenbosch, Heusden, Landerd, Mill en Sint Hubert, Oss, Meierijstad, Sint Anthonis, Sint-Michielsgestel, Uden, Vught, Waterschappen AA en Maas en de Dommel.

Openbaar belang

Ontwikkelen regio tot een competitieve regio met een excellente arbeidsmarkt, sterke bedrijvigheid, betekenisvolle innovaties en een goed woon-, werk- en leefklimaat.

Bestuurlijk belang

Deelname in het Algemeen Bestuur vindt plaats via Burgemeester van Soest. Besluitvorming over deelname bij raadsbesluit van 3 juli 2014.

Financieel belang

Bijdrage Boxmeer 2020 is begroot op € 4 per inwoner (2019: € 4).

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2018 €184.794 / 31-12-2019 €92.538.

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2018 €1.193.740 / 31-12-2019 €1.464.703.

Financieel resultaat

De jaarrekening 2019 sluit met een positief saldo (voor bestemming) van €12.746. Het begrote resultaat voor 2021 is €0.

Risico’s

N.v.t.

Rapportages

De begroting 2021 is behandeld in de collegevergadering van 4 mei 2020. De jaarrekening 2018 is behandeld in de collegevergadering van 3 juni 2019.

Centrumregeling Jeugdhulp Noordoost Brabant

Centrumregeling Jeugdhulp Noordoost Brabant

Vestigingsplaats

’s-Hertogenbosch

Partijen

Gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer, Boxtel, Cuijk, Grave, Haaren, ’s-Hertogenbosch (centrumgemeente), Landerd, Meierijstad, Mill en Sint Hubert, Oss, Sint Anthonis, Sint-Michielsgestel, Uden en Vught.

Bestuurlijk belang

De portefeuillehouder jeugd van de centrumgemeente overlegt ten minste driemaal per jaar met de portefeuillehouders jeugd van de gastgemeenten in het RBO. Voor de gemeente Boxmeer is dat wethouder Hendriks.

Financieel belang

De kosten van de inkooporganisatie en wijze van risicoverdeling van inzet van jeugdzorgmiddelen maken geen deel uit van deze regeling. De centrumgemeente zal ze, na advies van het Regionaal Bestuurlijk Overleg Jeugd, voorlopig jaarlijks door de colleges van de gemeenten laten vaststellen.

Eigen vermogen

N.v.t.

Vreemd vermogen

N.v.t.

Financieel resultaat

N.v.t.

Risico’s

N.v.t.

Rapportages

N.v.t.

Centrumregeling Wmo Brabant Noordoost- oost

Centrumregeling Wmo Brabant Noordoost-oost

Vestigingsplaats

Oss

Partijen

Gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer, Cuijk, Grave, Landerd, Mill en St. Hubert, Oss (centrumgemeente), Sint Anthonis en Uden.

Bestuurlijk belang

De portefeuillehouder Wmo van de centrumgemeente overlegt ten minste driemaal per jaar met de portefeuillehouders Wmo van de gastgemeenten in het portefeuillehouders overleg Wmo. Voor de gemeente Boxmeer is dat wethouder Hendriks.

Financieel belang

De kosten van de inkooporganisatie en wijze van risicoverdeling van inzet van ondersteuning maken geen deel uit van deze regeling. De centrumgemeente legt deze kosten vast in het tweejarige inkoopplan. Dit plan zal iedere twee jaar, na advies van het portefeuillehouders overleg Wmo BNO,  ter vaststelling worden voorgelegd aan door de colleges van de gemeenten.

Eigen vermogen

N.v.t.

Vreemd vermogen

N.v.t.

Financieel resultaat

N.v.t.

Risico’s

N.v.t.

Rapportages

N.v.t.

Stichting Bureau Inkoop en Aanbestedingen Zuidoost-Brabant (Bizob)

Stichting Bureau Inkoop en Aanbestedingen Zuidoost-Brabant (Bizob)

Vestigingsplaats

Oirschot

Partijen

Bizob zet zich in voor ruim 30 gemeenten en organisaties als strategisch partner voor publieke inkoop en aanbestedingen. In nauwe samenwerking met de aangesloten partijen regelt Bizob inkoop, aanbestedingen, contractmanagement en – beheer voor het sociaal domein, openbare ruimte, bedrijfsvoering en ICT.

Bestuurlijk belang

Het Bestuur van de Stichting bestaat uit het aantal natuurlijke personen dat de uitkomst vormt van de navolgende berekening: a. ten eerste kent het Bestuur zoveel natuurlijke personen als er Gemeenten zijn, vermenigvuldigd met twee (2) zodat, indien er bijvoorbeeld vier (4) Clusters Gemeenten zijn, het Bestuur acht dergelijke leden kent.

Financieel belang

De kosten van Bizob worden per traject gecalculeerd en afgerekend. Daarnaast betaalt de Gemeente Boxmeer een vaste bijdrage.

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2018 €786.116 / 31-12-2019 €868.255.

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2018 €604.831 / 31-12-2018 €956.732.

Financieel resultaat

De jaarrekening 2019 sluit met een positief saldo van €401.499. Het begrote resultaat voor 2021 is €3.719 (2020: €7.959).

Risico’s

De aangesloten gemeenten zijn aansprakelijk voor eventuele tekorten.

Rapportages

N.v.t.

Grondbeleid

Algemeen

De paragraaf grondbeleid geeft de visie op het grondbeleid in relatie tot de wijze waarop wij werken aan de realisering van de doelstellingen van het programmaplan. Transparantie van het grondbeleid is om twee redenen van belang. In de eerste plaats vanwege het financiële belang en de risico’s en in de tweede plaats vanwege de relatie met de doelstellingen zoals aangegeven in de programma’s.

In de ruimtelijke ordening is het accent van toelating verschoven naar ontwikkelingsplanologie. Dat vergt veelal een voortrekkersrol van de gemeente, en dienen op basis van visie, ontwikkelingen mogelijk gemaakt te worden. Van de gemeente wordt daarbij een actieve rol verwacht, hetgeen zich ook doorvertaald naar door de gemeente te stellen randvoorwaarden en grondposities. Grondbeleid loopt daardoor, nog meer dan voorheen, parallel aan de overige sectorale doelstellingen. Grondbeleid dient één op één te lopen met het ruimtelijk ontwikkelingskader.

Het huidig beleid is opgenomen in de Grondnota 2020 die is vastgesteld op 2 juli 2020. De hoofdlijnen zijn de volgende:

  • De gemeente Boxmeer blijft een actieve grondpolitiek voeren met een verantwoorde risicoafweging;
  • Bij het vaststellen van grondprijzen wordt in principe uitgegaan van marktconforme grondprijzen, waarbij tevens wordt gekeken naar een benadering per complex;
  • De Regionale woningmarktstrategie, inclusief gemeentelijke bijlage is leidend voor de nog te ontwikkelen bouwlocaties en de te bouwen categorieën woningen.

 

Grondnota

Jaarlijks wordt via de Grondnota aan de raad een inzicht geboden in de ontwikkeling van woningbouwcomplexen en de terreinen voor vestiging van bedrijven in onze gemeente. In deze nota wordt tevens een uiteenzetting gedaan van de financiële positie van de Grondexploitatie waarbij voor de bepaling ervan rekening wordt gehouden met de risico’s verband houdende met de grondexploitaties. Verder worden daarin voorstellen gedaan tot vaststelling van grondprijzen en het beschikbaar stellen van (aanvullende) kredieten.

 

Financiële positie

In februari/maart 2020 zijn er voor zesentwintig complexen (woningbouw- en bedrijventerreinen) exploitatieramingen opgesteld. Het overzicht van de herziene exploitatieresultaten op basis van de calculaties ziet er als volgt uit:

Samenvattend overzicht van de resultaten van de herziene grondexploitatiebegrotingen

* ( ) = batig

Omschrijving complex Datum voltooiing Boekwaarde 1-1-2020 Eindwaarde resultaat Netto C.W. 1-1-2020
I. Woningbouw        
Boxmeer        
1. Steenstraat Zuid  31-12-2020   140.740 74.364 72.906
3. Pastoorsbiest  31-12-2020  (272.247) (197.147) (193.281)
4. Bakelgeert  31-12-2024  2.448.719 1.238.727 1.121.953
5. Hoek Steen-/Burg. Verkuijlstraat  31-12-2028  1.383.109 758.639 634.796
6. Maasbroeksche blokken afronding 1e fase  31-12-2021  (1.051.439) (1.365.373) (1.312.354)
7. Van Speijk  31-12-2021  10.161 (39.036) (37.520)
8. Voormalige school De Peppels  31-12-2020  185.901 278.017 272.566
9. Voormalige school 't Ogelijn  31-12-2020  563.088 601.760 589.961
11. Pilot De Kraai  31-12-2020  (1.889) 56.075 54.975
Beugen        
12. Sterckwijck (zie bedrijventerreinen)  31-12-      -
Rijkevoort        
14. Achter de Molen  31-12-2021  (780.677) (651.990) (626.672)
Vierlingsbeek        
16. Soetendaal 3e fase  31-12-2023  174.937 (157.655) (145.649)
17. Gemeentewerf  31-12-2023  389.710 257.372 237.772
Overloon        
18. Stevenbeekseweg  31-12-2022  154.614 (864.203) (814.358)
Oeffelt        
19. Hogehoek  31-12-2022  (15.395) (76.951) (72.512)
20. Brakels Eng 2  31-12-2026  48.928 (44.163) (38.446)
Maashees        
21. Achter de school  31-12-2026  197.847 (553.951) (482.248)
Groeningen        
22. Achter de kapel  31-12-2025  115.113 (282.136) (250.529)
Vortum-Mullem        
23. St. Cornelisstraat  31-12-2024  138.769 (220.068) (199.322)
24. Luinbeekweg  31-12-2027  1.047.575 278.190 237.432
Holthees        
25. Horstenweg  31-12-2023  668.400 314.065 290.148
Sambeek        
26. Catharinaklooster  31-12-2023  (283.886) (739.656) (683.328)
         
II. Bedrijventerreinen        
Boxmeer        
27. Uitbreiding Ind.terrein Saxe Gotha  31-12-2022  425.951 (668.756) (630.184)
Beugen        
28. Sterckwijck  31-12-2036  26.304.306 2.616.042 1.868.279
Rijkevoort        
29. Hoogeind afronding  31-12-2021  (197.369) (258.936) (248.881)
Totaal:   31.794.966 353.232 (354.496)

Samenvattend overzicht van de resultaten van de herziene opstalexploitatiebegrotingen

Omschrijving complex Datum voltooiing Boekwaarde 1-1-2020 Eindwaarde resultaat Netto C.W. 1-1-2020
2. Steenstraat Noord opstalexploitatie  31-12-2020  973.691 769.772 754.678
Totaal:   973.691 769.772 754.678

 

Voorzieningen

Bij de exploitatie van bouwgronden worden voorzieningen gevormd wegens in te schatten verliezen.

Voorzieningen per 01-01-2020 in verband met gecalculeerde verliezen in relatie tot actuele calculaties

Omschrijving complex Eindwaarde
 1. Steenstraat Zuid (Boxmeer) 74.364
 2. Steenstraat Noord opstalexploitatie (Boxmeer) 769.772
 4. Bakelgeert (Boxmeer) 1.238.727
 5. Hoek Steen-/Burg. Verkuijlstraat (Boxmeer) 758.639
 8. Voormalige school De Peppels (Boxmeer) 278.017
 9. Voormalige school 't Ogelijn (Boxmeer) 601.760
 11. Pilot De Kraai (Boxmeer) 56.075
 17. Gemeentewerf (Vierlingsbeek) 257.372
 24. Luinbeekweg (Vortum-Mullem) 278.190
 25. Horstenweg (Holthees) 314.065
 28. Sterckwijck (Beugen) 2.616.042
Totaal: 7.243.023

 

Risicoafdekking

De financiële positie van de Grondexploitatie kan als volgt worden weergegeven:

Samenvatting      
Saldo algemene reserve grondexploitatie per 31-12-2019   257.091 A
In ontwikkeling zijnde grondexploitaties      
Boekwaarde per 01-01-2020 31.794.966    
Tussentijdse winstneming 3.703.896    
Voorzieningen nadelig resultaat per 01-01-2020 -6.473.251    
Nog te maken kosten per 01-01-2020 16.265.834    
Totaal 45.291.445    
       
In ontwikkeling zijnde opstalexploitaties      
Boekwaarde per 01-01-2020 973.691    
Voorzieningen nadelig resultaat per 01-01-2020 -769.772    
Nog te maken kosten per 01-01-2020 61.881    
Totaal 265.800    
       
Totaal 45.557.245    
IFLO-Norm 10%    
Benodigde weerstandscapaciteit:   4.555.724 B

Bij het niet kunnen afdekken van werkelijke tekorten in de toekomst door de algemene reserve grondexploitatie (A-B), zal de algemene reserve van de algemene dienst worden ingezet.

 

Worst-case scenario’s

Voor het complex Sterckwijck zijn 3 worst-case scenario’s opgesteld.

Scenario Gewijzigde uitgangspunten ten opzichte van actuele exploitatie Resultaat
 Actueel   niet van toepassing  2.616.042
 I  • Verlaging opbrengsten 5%  4.425.581
 II  • De verkopen bedrijventerreinen vanaf 2021 t/m 2037 1,27 hectare per jaar
• Looptijd van 17 naar 19 jaar
• Extra kosten van 2x € 50.000 per jaar i.v.m. langere looptijd 
3.267.699

 III 

 • De verkopen bedrijventerreinen vanaf 2020 t/m 2039 1,14 hectare per jaar
• Looptijd van 17 naar 21 jaar
• Extra kosten van 4x € 50.000 per jaar i.v.m. langere looptijd 
3.957.833

Grafiek:

Geconcludeerd kan worden dat de uitkomsten van alle scenario’s buiten de benodigde weerstandscapaciteit van de actuele grondexploitatie Sterckwijck valt.

 

Verlaging grondprijzen

Tenslotte is voor alle lopende complexen in beeld gebracht wat de nadelige gevolgen zijn voor het totale eindresultaat en de te vormen voorzieningen voor nadelig saldi als de prijzen met een bepaald percentage worden verlaagd. Er is alleen rekening gehouden met wijzigingen in de prijzen. De verlaging van de resultaten bestaat naast de verlaging van de prijzen ook uit stijging van de rentelasten. Hieronder wordt een overzicht gegeven:

Grafiek:

Tabel:

Gevolgen verlaging prijzen  
%-verlaging prijzen Effect op resultaat Waarvan Voorziening nadelig saldi Mutatie voorziening t.o.v. 0.0%
Opbrengst Rente Totaal Woningbouwkavels Opstallen Bedrijventerreinen
Woningbouw                
0,0% - - - - - - 4.626.981 -
2,5% 348.143 10.515 358.658 352.013 6.645 - 4.775.833 148.852
5,0% 696.287 21.029 717.316 704.026 13.290 - 4.924.686 297.705
7,5% 1.044.430 31.544 1.075.974 1.056.039 19.935 - 5.095.398 468.417
10,0% 1.392.574 42.058 1.434.632 1.408.052 26.580 - 5.266.257 639.277
12,5% 1.740.717 52.573 1.793.290 1.760.065 33.225  - 5.437.117 810.137
15,0% 2.088.861 63.088 2.151.948 2.112.078 39.870 - 5.607.977 980.996
                 
Bedrijventerrein                
0,0% - - - - - - 2.616.042 -
2,5% 826.971 16.697 843.669 26.987 - 816.682 3.423.760 807.718
5,0% 1.653.943 33.395 1.687.337 53.974 - 1.633.364 4.231.478 1.615.436
7,5% 2.480.914 50.092 2.531.006 80.961 - 2.450.046 5.039.196 2.423.154
10,0% 3.307.885 66.790 3.374.675 107.947 - 3.266.727 5.846.914 3.230.871
12,5% 4.134.857 83.487 4.218.344 134.934 - 4.083.409 6.654.632 4.038.589
15,0% 4.961.828 100.184 5.062.012 161.921 - 4.900.091 7.462.349 4.846.307
                 
Totaal                
0,0% - - - - -  - 7.243.023 -
2,5% 1.175.115 27.212 1.202.327 379.000 6.645 816.682 8.199.593 956.570
5,0% 2.350.229 54.424 2.404.654 758.000 13.290 1.633.364 9.156.164 1.913.141
7,5% 3.525.344 81.636 3.606.980 1.137.000 19.935 2.450.046 10.134.593 2.891.570
10,0% 4.700.459 108.848 4.809.307 1.516.000 26.580 3.266.727 11.113.171 3.870.148
12,5% 5.875.574 136.060 6.011.634 1.894.999 33.225 4.083.409 12.091.749 4.848.726
15,0% 7.050.688 163.272 7.213.961  2.273.999 39.870 4.900.091 13.070.326 5.827.303