Meer
Publicatiedatum: 29-09-2020

Inhoud

Begroting

Inhoud

Inleiding

In dit hoofdstuk geven wij een toelichting op de opbouw en samenhang van de verschillende onderdelen van de begroting van de gemeente Boxmeer en belangrijkste wetswijzigingen die van invloed zijn op de samenstelling van de begroting.

Begroting 2021

Opbouw van de begroting

De begroting is een wettelijk document dat vóór 15 november voorafgaande aan het begrotingsjaar moet zijn vastgesteld door de gemeenteraad. De begroting moet volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) een bepaald stramien hebben. Ze bestaat uit een beleidsbegroting en een financiële begroting. De beleidsbegroting is opgebouwd uit programma’s (het programmaplan) en zeven verplichte paragrafen. De financiële begroting bevat een overzicht van baten en lasten en geeft een uiteenzetting van de financiële positie.
De begroting 2021 van de gemeente Boxmeer is qua programma-opzet gelijk aan de begroting 2020. De begroting 2021 wordt zoals u van ons gewend bent digitaal gepresenteerd in
Financiën online.

 

Besluit Begroting en Verantwoording

De Gemeentewet schrijft voor dat elke gemeente jaarlijks begrotings- en verantwoordingsstukken moet opstellen. Het Besluit Begroting en Verantwoording bevat de regelgeving daarvoor met als doel het bevorderen van een verantwoord democratisch proces voor de gemeenteraad om keuzes te maken en vervolgens te kijken of en hoe het beleid is uitgevoerd en hoeveel middelen het heeft gekost. In 2016 is het BBV ingrijpend herzien ter versterking van de horizontale sturing door de gemeenteraad. Sindsdien zijn door de commissie BBV via Vraag & Antwoord en de notitie Raamwerk BBV verduidelijkingen gekomen ter bevordering van een eenduidige interpretatie van de regelgeving.
Sinds het opstellen van de begroting 2020 zijn door de commissie BBV twee geactualiseerde richtinggevende notities gepubliceerd over de volgende onderwerpen:

Er is in deze notities geen sprake van nieuwe beperkende regelgeving. De nieuwe notities bevatten met name veel uitleg en verduidelijking. De Notitie MVA bevat één belangrijke wijziging: het is niet langer toegestaan om bij onvoldoende financiële middelen een termijn van vier jaar te hanteren voor het vormen van de voorziening. Ook is het niet toegestaan om op die wijze een negatieve voorziening aan te vullen.

Op dit moment verstrekken accountants een controleverklaring met een oordeel inzake getrouwheid en rechtmatigheid bij de jaarrekening. Dit gaat veranderen.
Vanaf 1 januari 2021 moet het college van B&W zelf een verantwoording opnemen in de jaarrekening over de rechtmatigheid van de relevante financiële beheershandelingen. De accountant zal toetsen of de jaarrekening (inclusief de rechtmatigheidsverantwoording) getrouw is. De commissie BBV heeft een standaardtekst opgesteld voor deze verantwoording, welke verplicht in de jaarrekening zal moeten worden opgenomen. In de Kadernota Rechtmatigheid geeft de commissie BBV haar visie over de invulling van het begrip rechtmatigheid. De betreffende Wijzigingswet zou met 1 jaar uitgesteld kunnen worden in verband met de corona-crisis. Dit onderwerp is opgepakt samen met de partnergemeenten in het kader van het herindelingsproces.

 

Begrotingscirculaire 2020

Op 17 april 2020 is van de Provincie de begrotingscirculaire 2020 ontvangen. Uitgangspunt voor de beoordeling van de begroting 2021 is het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtskader (GTK 2020). Op 2 juli 2019 heeft GS van de Provincie Noord-Brabant het nieuwe GTK 2020 vastgesteld. Het GTK 2020 is een gezamenlijk product van de 12 provincies om een uniforme uitoefening van het financieel toezicht te bevorderen. In dit toezichtkader is de wijze vastgelegd waarop, binnen de wettelijke kaders, aan het financieel toezicht invulling wordt gegeven.

In de Begrotingscirculaire 2020 geeft de Provincie op basis van actualiteit onderwerpen mee die voor de begroting 2021 van belang zijn.

  1. Inzicht in de structurele begrotingspositie. Om vast te kunnen stellen dat er sprake is van structureel evenwicht, is het belangrijk dat er inzicht bestaat, welke baten en lasten incidenteel zijn. In de Notitie structurele en incidentele baten en lasten van de Commissie BBV is hiervoor een algemeen kader opgenomen. Naar het oordeel van de Provincie is deze notitie te algemeen en wilde men voor 1 juli 2020 met een aanvullende handreiking komen. Door de corona-crisis is dit uitgesteld. Wel zal de Provincie bij het begrotingsonderzoek 2021 extra aandacht besteden aan het overzicht van incidentele baten en lasten en het overzicht mutaties reserves.
  2. Kapitaallasten nieuwe investeringen. Op 23 juni 2020 heeft de Provincie een handreiking kapitaallasten nieuwe (her)investeringen gepubliceerd. Met deze handreiking wordt beoogd meer duidelijkheid te geven over de manier waarop de toezichthouder de ramingen van kapitaallasten in de begroting beoordeeld. Het BBV bepaalt dat vanaf het moment van gereedkomen van de investering er sprake is van slijtage, hetgeen de verwachte gebruiksduur beperkt en waarop de afschrijving moet worden afgestemd. Voor het beoordelen van de realiteit door de toezichthouder is het van belang dat door de gemeente wordt aangetoond dat de gemeente de volledige kapitaallasten kan dragen binnen een structureel en reëel sluitende (meerjaren)begroting. De toezichthouder hanteert hierbij de volgende uitgangspunten: -Als er bij vaststelling van de begroting nog geen moment van gereedkomen bekend is, dan is reëel om ervan uit te gaan dat de investering halverwege het jaar gereedkomt. De kapitaallasten beoordeelt de toezichthouder als reëel als (ten minste) 50% van de kapitaallasten in het jaar van de investering als structurele last is meegenomen. -Indien er sprake is van een concreet moment van gereedkomen, dan kan die datum worden gehanteerd als datum op basis waarvan de kapitaallasten in de begroting worden meegenomen als structurele last. De gemeente Boxmeer hanteerde tot en met 2020 het uitgangspunt om 100% van de kapitaallasten structureel te ramen en onder de incidentele baten voor het 1e jaar een voordeel onderuitputting kapitaallasten 75% als incidenteel voordeel te ramen. Wij hebben mede met het oog op uniformering van het financiële beleid met de herindelingspartners besloten om met ingang van de begroting 2021 de richtlijn van de provincie te volgen en de kapitaallasten van de nieuwe investering in het eerste jaar voor 50% structureel te ramen en in de volgende jaren volledig. 
  3. Onderhoud kapitaalgoederen. Kapitaalgoederen vertegenwoordigen een groot deel van het kapitaal van een gemeente. Het gaat dan vooral om zaken als wegen, riolering, gemeentelijke gebouwen en openbaar groen. Het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen kost de gemeente jaarlijks veel geld. Het is dan ook van belang dat deze kapitaalgoederen goed worden onderhouden, zodat ze zo lang mogelijk kunnen bijdragen aan het doel waarvoor zij zijn aangeschaft. Het onderhoud van de kapitaalgoederen heeft dan ook extra aandacht van de toezichthouder bij de beoordeling van de begroting. Op 10 juli 2020 heeft de provincie een handreiking onderhoud kapitaalgoederen gepubliceerd. Hiermee wordt beoogd duidelijkheid te geven over de manier waarop de toezichthouder de ramingen voor het onderhoud van kapitaalgoederen in de begroting beoordeeld. De gemeente Boxmeer voldoet aan de in de handreiking genoemde eisen.

Overigens valt de gemeente Boxmeer na vaststelling van het herindelingsontwerp door de gemeenteraad op 28 oktober 2019 automatisch onder het preventief financieel toezicht krachtens artikel 21 Arhi.

 

Richtlijn ramen extra middelen jeugdzorg in de begroting en meerjarenraming

De circulaire Gemeentefonds is grondslag voor het opnemen van bedragen aan de algemene uitkering uit het gemeentefonds in de begroting en meerjarenraming. In de meicirculaire 2019 zijn extra middelen opgenomen voor de jaren 2019, 2020 en 2021 van respectievelijk € 400 miljoen (2019) en € 300 miljoen (2020 en 2021). In deze richtlijn wordt aangegeven door de toezichthouder hoe hiermee begrotingstechnisch mee moet worden omgegaan.

  1. De extra middelen jeugdzorg voor de jaren 2019 tot en met 2021, die onderdeel uitmaken van de algemene uitkering, worden als structureel dekkingsmiddel aangemerkt;
  2. Voor de jaren 2022 en 2023 kan door de gemeente een stelpost “Uitkomst onderzoek jeugdzorg” geraamd worden: per gemeente maximaal naar rato van de € 300 miljoen (in 2021) (Boxmeer € 403.341);
  3. Deze stelpost “Uitkomst onderzoek jeugdzorg” kan als structureel meegenomen worden;
  4. Voorwaarde is dat daarnaast de gemeente tevens zelf maatregelen neemt in het kader van de kosten. Gemeenten spelen immers zelf ook een actieve rol in de transformatie en daarmee ook in het kunnen beperken van de uitgaven.

 

Algemene Uitkering

De meicirculaire 2020 is bepalend voor de ramingen over de uitkeringsjaren 2021 tot en met 2024. Bij memo van 17 juni 2020 hebben wij u nader geïnformeerd over de gevolgen van de meicirculaire. Voor een specificatie van de berekening kunt u klikken op deze link.

Onderstaand wordt nog nader ingegaan op een aantal onderwerpen.

Herijking verdeling gemeentefonds

In juni 2018 heeft de minister van Binnenlandse Zaken aan de Tweede Kamer gemeld te werken aan een herziening van het totale gemeentefonds per 2021. Met deze herziening van het gemeentefonds wordt onder meer beoogd om de vastgestelde knelpunten in de verdeling van de middelen voor het sociaal domein op te lossen. Veranderingen in het takenpakket en de context waarin gemeenten werken geven aanleiding om ook de rest van het gemeentefonds opnieuw te bezien. Dit gebeurt binnen de uitgangspunten van de Financiële Verhoudingswet. Het eerste onderzoek voor de herijking van het gemeentefonds heeft plaatsgevonden van maart 2019 tot en met januari 2020. Dit heeft voor veel onrust gezorgd bij met name de (kleinere) plattelandsgemeenten. Er vindt in 2020 een aanvullend onderzoek plaats, waarvan de resultaten in de 2e helft van 2020 bekend moeten zijn. Vanaf 2022 wordt de nieuwe verdeling, afhankelijk van de besluitvorming doorgevoerd.

BTW-compensatiefonds

Het BTW-compensatiefonds is een fonds waaruit gemeenten worden gecompenseerd voor een belangrijk deel van de door hen betaalde btw. Als gemeenten diensten of goederen extern inkopen, betalen zij daarover btw. In tegenstelling tot bedrijven kunnen zij die btw niet terugvorderen van de Belastingdienst. Extern ingekochte diensten zijn daarom al snel duurder dan intern uitgevoerde activiteiten. Sinds 2003 kunnen gemeenten en provincies met het btw-compensatiefonds (grotendeels) de btw terugvragen die ze hebben betaald over uitbesteed werk. Door de instelling van het btw-compensatiefonds wordt een aantal knelpunten die uit de btw-wetgeving voortvloeien, opgelost. Het fonds werkt met een plafond. Als het plafond wordt overschreden komt het verschil ten laste van het gemeentefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond komt het verschil ten gunste van het gemeentefonds. Veel gemeenten hebben in het verleden de ruimte onder het plafond structureel geraamd. De afgelopen periode is door het Ministerie van BZK benut om in afstemming met de VNG en provinciale toezichthouders een advies hierover op te stellen. Gezien de onzekerheid over de toekomstige ontwikkeling van de ruimte onder het plafond wordt geadviseerd om voorzichtigheid in acht te nemen. Als er een raming wordt opgenomen mag die maximaal gebaseerd zijn op de meest recente, gerealiseerde ruimte onder het plafond. In onze gemeente hebben wij gekozen voor de meest voorzichtige strategie door geen raming op te nemen.

 

Overzicht Programma's en Thema's 2021

 

Programma

Thema

0.

Bestuur en ondersteuning

Bestuurszaken

 

 

Burgerzaken en Verkiezingen

 

 

Bedrijfsvoering

 

 

Bestuurlijke vernieuwing en Kernendemocratie

1.

Veiligheid

Openbare orde, Veiligheid en Ondermijning

 

 

Brandweer en crisisbestrijding

2.

Openbare Werken

Werk in uitvoering

3.

Economische en ruimtelijke ontwikkeling

Economie en Vestigingsklimaat

 

 

Ruimtelijke ordening en Volkshuisvesting

 

 

Recreatie en Toerisme

4.

Financiën

Planning en Control

 

 

WOZ/Belastingen

5.

Leefbaarheid

Onderwijs

 

 

Welzijn

 

 

Sport

 

 

Kunst en Cultuur

6.

Sociale zaken en werkgelegenheid

Jeugd

 

 

Inkomensvoorzieningen

 

 

Participatie

 

 

Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO)

7.

Duurzaamheid en klimaatadaptatie

Duurzaamheid en Milieu

 

 

Klimaat en Riolering

 

 

Afval en Circulaire economie

8.

Vergunningen, toezicht en handhaving

Vergunningverlening, toezicht en Handhaving (VTH) Omgevingsrecht

 

 

Implementatie Omgevingswet