Meer
Publicatiedatum: 07-08-2018

Inhoud

Programma onderdelen

Programma 5 - Leefbaarheid

Programma 5 - Leefbaarheid

Portefeuillehouder: W.A.G.M. Hendriks - van Haren

Thema Onderwijs

Wat willen we bereiken?

Wat mag het kosten?

Exploitatie Rekening 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022
Lasten 3.367.580 3.740.819 2.956.673 2.937.160 2.933.660 2.910.909
Baten 128.671 107.059 108.800 108.800 108.800 108.800

Wat mag het kosten (gedetailleerd)?

Exploitatie Rekening 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022
Lasten
411010 Salarissen 189.266 157.412 98.350 98.350 98.350 98.350
421105 OZB 167.580 146.160 150.860 150.860 150.860 150.860
421107 Waterschapsbelasting 913 0 0 0 0 0
421109 Reinigingsheffing 141 0 0 0 0 0
421110 Rioolrechten 294 0 0 0 0 0
434120 Leerlingenvervoer: verg. vervoerskst. 478.275 576.500 525.500 525.500 525.500 525.500
438308 Waterverbruik 180 0 0 0 0 0
438314 Gebouwelijk onderhoud (buitenkant) 79.500 437.200 21.200 21.200 21.200 21.200
438316 Inventaris klein 950 0 0 0 0 0
438320 Groen: onderhoud 628 0 0 0 0 0
438326 Huren: lasten 47.666 51.700 51.700 51.700 51.700 51.700
438328 Verzekeringen: lasten 71.086 69.330 69.330 69.330 69.330 69.330
438398 Uitbestede werkzaamheden: overige 0 500 500 500 500 500
438399 Goederen en diensten: overig 10.969 33.000 33.000 33.000 33.000 33.000
443299 Ink.overdr: Gemeenten 260 500 500 500 500 500
443399 Inkomensoverdrachten - Gem. Regelingen 66.128 64.677 66.618 66.618 66.618 66.618
443699 Ink.overdr: overige overheden 59.896 58.000 58.000 58.000 58.000 58.000
443899 Inkomensoverdrachten - Overigen 63.439 214.243 139.318 155.553 171.788 171.788
474020 Kapitaallasten 2.130.409 1.931.597 1.741.798 1.706.049 1.686.315 1.663.563
Totaal Lasten 3.367.580 3.740.819 2.956.673 2.937.160 2.933.660 2.910.909
Baten
836110 Huurontvangsten 50.314 23.330 50.230 50.230 50.230 50.230
843130 Rijksbijdragen uitvoering regelingen 70.609 73.729 52.570 52.570 52.570 52.570
843820 LL vervoer: bijdrage 5.663 10.000 6.000 6.000 6.000 6.000
843898 Ov. schadeloosstellingen 2.085 0 0 0 0 0
Totaal Baten 128.671 107.059 108.800 108.800 108.800 108.800

Thema Welzijn

Wat willen we bereiken?

Bevorderen van de inrichting en het instandhouden van multifunctionele accommodaties.

Het realiseren van erkenning en integrale samenwerking, afstemming en ondersteuning op praktisch, educatief en informatief/adviserend gebied ten behoeve van de mantelzorger.

Iedereen kan volwaardig deelnemen aan de samenleving ondanks gezondheidsklachten en/of sociaal functioneren waarbij “wederkerigheid” een belangrijker begrip zal worden.

Inwoners geven, op basis van goede randvoorwaarden door de gemeente, zelf inhoud aan hun welzijn, het welbevinden en de leefbaarheid van hun woonomgeving door hiervoor initiatieven en verantwoordelijkheid te nemen.

Met inzet van de eigen kracht en het eigen netwerk van burgers en daar waar nodig met de maatschappelijke partners zorgen voor een sluitend netwerk rondom de (kwetsbare) burgers.

Wat mag het kosten?

Exploitatie Rekening 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022
Lasten 2.316.251 2.159.748 2.239.282 2.250.079 2.239.140 2.236.905
Baten 218.904 221.314 221.334 214.334 214.334 214.334

Wat mag het kosten (gedetailleerd)?

Exploitatie Rekening 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022
Lasten
421105 OZB 12.361 18.000 19.000 19.000 19.000 19.000
421107 Waterschapsbelasting 2.388 0 0 0 0 0
421109 Reinigingsheffing 129 0 0 0 0 0
421110 Rioolrechten 1.859 0 0 0 0 0
421199 Overige lokale belastingen 0 13.275 12.400 12.400 12.400 12.400
435130 Inhuur overig 18.050 0 0 0 0 0
438010 Electriciteitsverbruik 3.489 3.200 3.200 3.200 3.200 3.200
438030 Gasverbruik 4.149 5.585 5.585 5.585 5.585 5.585
438308 Waterverbruik 245 0 0 0 0 0
438314 Gebouwelijk onderhoud (buitenkant) 108.787 60.500 56.500 91.800 91.800 91.800
438316 Inventaris klein 0 600 600 600 600 600
438326 Huren: lasten 2.845 2.600 2.600 2.600 2.600 2.600
438328 Verzekeringen: lasten 13.108 13.212 13.112 13.112 13.112 13.112
438399 Goederen en diensten: overig 357.302 237.017 243.017 220.877 220.877 220.877
443699 Ink.overdr: overige overheden 1.006.286 980.985 1.053.202 1.053.202 1.053.202 1.053.202
443899 Inkomensoverdrachten - Overigen 587.677 599.706 623.105 623.105 623.105 623.105
474020 Kapitaallasten 197.576 225.068 206.961 204.598 193.659 191.424
Totaal Lasten 2.316.251 2.159.748 2.239.282 2.250.079 2.239.140 2.236.905
Baten
836110 Huurontvangsten 208.940 208.940 208.960 208.960 208.960 208.960
837099 Leges en overige niet gesp. gem. rechten 2.964 5.000 5.000 5.000 5.000 5.000
838999 Overige goederen en diensten 7.000 7.000 7.000 0 0 0
861015 Aflos.langl.leningen 0 374 374 374 374 374
Totaal Baten 218.904 221.314 221.334 214.334 214.334 214.334

Thema Sport

Wat willen we bereiken?

Wat mag het kosten?

Exploitatie Rekening 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022
Lasten 1.543.635 1.458.937 1.386.852 1.390.434 1.386.422 1.382.509
Baten 37.888 41.702 41.702 41.701 41.701 41.701

Wat mag het kosten (gedetailleerd)?

Exploitatie Rekening 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022
Lasten
411010 Salarissen 37.435 33.977 31.183 31.183 31.183 31.183
421105 OZB 68.499 47.000 49.000 49.000 49.000 49.000
421107 Waterschapsbelasting 1.753 1 1 1 1 1
421109 Reinigingsheffing 141 0 0 0 0 0
421110 Rioolrechten 1.076 0 0 0 0 0
421111 Motorrijtuigenbelasting 122 141 141 141 141 141
421199 Overige lokale belastingen 0 19.660 21.660 21.660 21.660 21.660
435120 Inhuur IBN personeel 532 0 0 0 0 0
438010 Electriciteitsverbruik 4.197 2.815 2.815 2.814 2.814 2.814
438030 Gasverbruik 4.260 5.809 5.809 5.808 5.808 5.808
438040 Brandstofverbruik 447 814 814 814 814 814
438304 Klein materieel: aankoop en onderhoud 18 31 31 28 28 28
438308 Waterverbruik 391 501 501 501 501 501
438310 Verbruiksgoederen 25 21 21 20 20 20
438314 Gebouwelijk onderhoud (buitenkant) 133.216 93.500 48.000 57.800 57.800 57.800
438316 Inventaris klein 22.422 16.300 16.300 16.300 16.300 16.300
438318 Beheerskosten, personeel derden 15.653 14.000 14.000 14.000 14.000 14.000
438320 Groen: onderhoud 10.527 0 0 0 0 0
438322 (Vracht-)autos rijdend materieel: onde 933 1.133 1.133 1.133 1.133 1.133
438326 Huren: lasten 0 3 3 3 3 3
438328 Verzekeringen: lasten 8.075 7.211 7.211 7.211 7.211 7.211
438330 Telefoon- en telefax-kosten 445 624 624 622 622 622
438397 Onderhoudswerkzaamheden: overige 94 43 43 39 39 39
438398 Uitbestede werkzaamheden: overige 4 6 6 6 6 6
438399 Goederen en diensten: overig 17.172 13.016 5.516 5.515 5.515 5.515
442120 Commerc.exploitant. 176.936 180.000 183.810 183.810 183.810 183.810
443899 Inkomensoverdrachten - Overigen 759.497 577.435 586.560 586.560 586.560 586.560
474020 Kapitaallasten 279.765 444.896 411.671 405.466 401.454 397.541
Totaal Lasten 1.543.635 1.458.937 1.386.852 1.390.434 1.386.422 1.382.509
Baten
833020 Erfpacht 16.520 18.700 18.700 18.700 18.700 18.700
836110 Huurontvangsten 11.182 12.002 12.002 12.001 12.001 12.001
836115 Onderwijs: gebruiksverg. sportacc. 8.154 11.000 11.000 11.000 11.000 11.000
838020 Diensten: vergoeding in kosten 1 0 0 0 0 0
838999 Overige goederen en diensten 2.025 0 0 0 0 0
843898 Ov. schadeloosstellingen 6 0 0 0 0 0
Totaal Baten 37.888 41.702 41.702 41.701 41.701 41.701

Thema Kunst en Cultuur

Wat willen we bereiken?

Wat mag het kosten?

Exploitatie Rekening 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022
Lasten 1.548.234 1.428.619 1.439.831 1.376.019 1.375.032 1.351.777
Baten 149.890 44.228 44.228 44.228 44.228 44.228

Wat mag het kosten (gedetailleerd)?

Exploitatie Rekening 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022
Lasten
411010 Salarissen 101.828 95.469 81.678 81.678 81.678 81.678
421105 OZB 6.052 0 0 0 0 0
421107 Waterschapsbelasting 1.294 0 0 0 0 0
421110 Rioolrechten 196 0 0 0 0 0
421199 Overige lokale belastingen 0 5.820 6.820 6.820 6.820 6.820
438010 Electriciteitsverbruik 2.150 1.600 1.600 1.600 1.600 1.600
438302 Abonnementen contributies 385 420 420 420 420 420
438308 Waterverbruik 164 100 100 100 100 100
438314 Gebouwelijk onderhoud (buitenkant) 192.215 94.000 132.500 72.890 72.890 72.890
438316 Inventaris klein 709 0 0 0 0 0
438328 Verzekeringen: lasten 10.163 15.465 15.465 15.465 15.465 15.465
438330 Telefoon- en telefax-kosten 0 1.000 1.000 1.000 1.000 1.000
438390 Verg. commissies (excl. Raadsleden) 1.204 2.100 2.100 2.100 2.100 2.100
438397 Onderhoudswerkzaamheden: overige 1.816 2.043 2.043 2.043 2.043 2.043
438399 Goederen en diensten: overig 14.567 10.500 10.500 10.500 10.500 10.500
438999 Overige energie 0 350 350 350 350 350
443699 Ink.overdr: overige overheden 630.299 605.118 605.118 605.118 605.118 605.118
443899 Inkomensoverdrachten - Overigen 478.504 505.725 496.225 496.225 496.225 496.225
474020 Kapitaallasten 106.690 88.909 83.911 79.710 78.723 55.468
Totaal Lasten 1.548.234 1.428.619 1.439.831 1.376.019 1.375.032 1.351.777
Baten
836110 Huurontvangsten 114.592 30.000 30.000 30.000 30.000 30.000
843499 Ink.overdr: Provincies 14.233 14.228 14.228 14.228 14.228 14.228
843690 Ink.overdr: Overig 21.025 0 0 0 0 0
843898 Ov. schadeloosstellingen 41 0 0 0 0 0
Totaal Baten 149.890 44.228 44.228 44.228 44.228 44.228

Verbonden partijen

Gemeenschappelijke regeling voor het toezicht op het openbaar onderwijs

Doel:

Het gemeenschappelijk orgaan coördineert en oefent de bevoegdheden uit als bedoeld in artikel 48 Wet primair onderwijs en in de statuten van de stichting, met uitzondering van de opheffing van de scholen.   

Ontwikkelingen:

De gemeenschappelijke regeling toezicht openbaar onderwijs is in 2016 aangepast aan de op 1 januari 2015 gewijzigde gemeenschappelijke regeling. Artikel 13 van de per 1 januari 2015 gewijzigde WGR bepaalde het volgende: “Het algemeen bestuur van een openbaar lichaam, ingesteld bij een regeling die uitsluitend is getroffen door raden, bestaat uit leden die door de raad uit zijn midden, met uitzondering van de voorzitter, worden aangewezen. En artikel 15 bepaalde vervolgens dat dit artikel op de samenstelling van het gemeenschappelijk orgaan van overeenkomstige toepassing is. Dit leidde er toe dat wethouders met ingang van 1 januari 2016 geen deel meer mochten uitmaken van het gemeenschappelijk orgaan en dat dit gemeenschappelijk orgaan nog uitsluitend gevormd kon worden door raadsleden. De gemeenschappelijke regeling moest dus worden aangepast. Binnen de Wet Gemeenschappelijke Regeling is gezocht naar een manier om de zeggenschap van gemeenten te behouden met daarbij een zo min mogelijke wijziging van de huidige constructie omdat de jaren hiervoor hebben bewezen dat dit voor zowel de Stichting Invitare openbaar onderwijs als de gemeenten een goed werkbare oplossing is, mede omdat wethouders “dicht” bij de materie zitten. De deelnemende gemeenten hebben gekozen voor het aanwijzen van een centrumgemeente (gemeente Cuijk) met een adviserende rol voor de wethouders.

Ga naar "Paragraaf Verbonden Partijen"

GGD Hart voor Brabant

Doel

De GGD heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de openbare gezondheidszorg.

Realisatie doel:

De activiteiten van de GGD bestaan uit een basispakket, bestaande uit de wettelijk verplichte taken uit de Wet publieke gezondheid en de plustaken, zijnde diensten die een gemeente afneemt boven het basispakket. De Inspectie voor de Gezondheidszorg toetst het beleid van de gemeenten en GGD en het aanbod en bereik van hun interventies. Daarnaast kijkt zij naar de adviesrol van de GGD bij gemeentelijke besluiten en het gezondheidsbeleid.

Ontwikkelingen:

Gemeenten zijn tevreden over de regionale indeling van de GGD-organisatie: de GGD is echt dichterbij gekomen. Het contact en de samenwerking is verder verbeterd, met gemeenten en met partners. De GGD zal deze voordelen versterken door de regiomanagers een nog steviger rol te geven in dat contact.

Beleidsvoornemens:

De speerpunten voor 2019 zijn: de klant centraal, verbinden met het veld en vernieuwen. Meer concreet werkt de GGD aan de volgende doelen en resultaten voor 2019:

Preventie

  • De focus komt meer te liggen bij kwetsbare ouderen.
  • Vernieuwen van het basispakket jeugdgezondheidszorg.

Gezonde omgeving

  • Speciale aandacht voor de Omgevingswet. Hoe neem je gezondheid vanaf het begin mee in ruimtelijke plannen en hoe betrek je daarbij de bewoner en gebruiker van die omgeving.
  • Actueel blijft de gezondheidsbescherming. Denk hierbij aan zoönosen of nieuwe infectieziekten.

Inzicht

  • ledere inwoner is regisseur van zijn eigen gezondheid en welzijn. Daarom worden inwoners meer betrokken bij onderzoeken en krijgen terugkoppeling van de resultaten.

Ga naar "Paragraaf Verbonden Partijen"

Regionaal Bureau Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten Noordoost Brabant

Doel:

Uitvoering van de Leerplichtwet en de wettelijke aanpak van voortijdige schoolverlaten. Vanaf 1 augustus 2016 heeft het RBL BNO ook een signalerende taak voor jongeren die niet in staat zijn een startkwalificatie te halen.

Realisatie doel:

Het RBL BNO heeft in de afgelopen jaren goede resultaten bereikt. Landelijk gezien behoort RBL BNO tot de regio’s met het laagste percentage voortijdig schoolverlaters. Dit komt mede door de geïntegreerde aanpak van leerplicht en voortijdig schoolverlaten, de systematische aandacht voor professionalisering en scholing van medewerkers en de goede samenwerking met scholen en andere ketenpartners.

Ontwikkelingen:

Tot voor kort was de belangrijkste taak van het RBL BNO het voorkomen van voortijdig schoolverlaten zonder startkwalificatie (=diploma op minimaal niveau MBO-2). Voor sommige jongeren is het behalen van een startkwalificatie echter niet haalbaar; dit geldt vooral voor leerlingen van VSO-scholen en van praktijkonderwijs. Met ingang van 1 augustus 2016 omvat de doelgroep van het RBL BNO ook deze kwetsbare jongeren. Taak is het monitoren van deze jongeren en door samenwerking met ketenpartners te bevorderen dat zij op een passende plek in arbeidsmarkt of dagbesteding terecht komen. Op 13 juni 2016 werd landelijk een thuiszitterspact gesloten, om het aantal thuiszitters verder terug te dringen. In nauwe afstemming met de samenwerkingsverbanden passend onderwijs wordt hiervoor een stappenplan opgesteld. Het RBL BNO gaat voort op de ingeslagen weg. Preventie blijft ook in 2019 een belangrijk onderdeel van de aanpak van het RBL BNO. Vooral de ouders en het onderwijs moeten zorgdragen voor een klimaat waarin schoolverzuim en schooluitval wordt voorkomen. Het RBL BNO spreekt hen waar nodig aan op deze verantwoordelijkheid.

Beleidsvoornemens:

In het Beleidsplan 2017-2020 is de missie van het RBL BNO vertaald in drie hoofdlijnen:

  1. Regio heeft landelijk gezien het laagste percentage nieuwe schoolverlaters;
  2. Geen enkel leerplichtig kind zit langer dan drie maanden thuis zonder passend aanbod van onderwijs en/of zorg;
  3. Alle jongeren die niet in staat zijn een startkwalificatie te behalen zijn in beeld en hebben een werkplek, dagbesteding of volgen traject naar werk of zorg.

Het RBL BNO wil vroegtijdig oorzaken van verzuim signaleren en vertalen naar verbeterpunten voor zichzelf, het onderwijs en andere ketenpartners.

Ga naar "Paragraaf Verbonden Partijen"

Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord

Doel:

Het openbaar lichaam heeft tot doel het leveren van ambulancezorg.

Realisatie doel:

Het bovengenoemde doel wordt binnen de wettelijke normen gehaald.

Ontwikkelingen en beleidsvoornemens:

  • Prestatiecontracten zorgverzekeraars. Conform de nieuwe bekostigingssystematiek voor de ambulancezorg, die in 2014 werd ingevoerd, is de te leveren beschikbaarheid de basis voor het te ontvangen budget en niet meer de te leveren productie. Het door de NZa aan de RAV toegekende budget is het maximumbudget waarover in het lokaal overleg met de zorgverzekeraars moet worden onderhandeld. Bij deze onderhandelingen worden door zorgverzekeraars en RAV jaarlijkse prestatieafspraken overeengekomen. Landelijk is door zorgverzekeraars afgesproken dat de laatste 2,5% van het initieel toegekende budget voor Spreiding en Beschikbaarheid afhankelijk wordt gesteld van vooraf overeengekomen prestaties. Het te realiseren percentage A1-overschrijdingen is hierbij landelijk de belangrijkste prestatie-indicator met 1,25% van de maximale korting van 2,5%. Voor de overige 1,25% worden per budgetjaar lokaal afspraken gemaakt.
  • Prestaties. Vanwege o.a. de forse volumegroei van de afgelopen jaren is de 95%-norm voor de meeste RAV’s in Nederland niet haalbaar. In 2017 werden het referentiekader Spreiding en beschikbaarheid herzien en de budgetten voor ambulancezorg opnieuw berekend. Zowel de RAV Midden- en West-Brabant als de RAV Brabant-Noord kreeg een verhoging van het budget. In samenwerking met de zorgverzekeraars zijn verbeterplannen uitgewerkt met als doel om op termijn de 15-minuten-norm te kunnen behalen. Er is een tijdsplanning gemaakt van de uit te voeren paraatheidsuitbreidingen, waardoor een stapsgewijze verbetering van de prestaties kan worden gerealiseerd. Na inzet van het totale beschikbare budget verwachten beide RAV’s 94,5% dekking te kunnen behalen. Een en ander valt of staat met het daadwerkelijk kunnen uitvoeren van de paraatheidsuitbreidingen, en dit is weer afhankelijk van het beschikbaar zijn van voldoende geschikt personeel.
  • Personeel. Het grote knelpunt in de paraatheidsuitbreiding is personeel. Er is een toenemend groot personeelstekort in de acute zorg, en het is inmiddels bijna onmogelijk om voldoende geschikt personeel te werven. De RAV Brabant MWN heeft daarom de komende jaren Personeelstekort als hoofdthema. Er zijn verschillende acties uitgezet om de instroom van nieuwe ambulanceverpleegkundigen te bevorderen. Daarnaast wordt er ingezet op duurzame inzetbaarheid van het zittende personeel, en wordt onderzocht hoe personeel zo efficiënt mogelijk kan worden ingezet. Instroomcriteria:  Er kan niet meer worden volstaan met werving van IC- en SEH-verpleegkundigen. Sinds het experimenteerartikel in 2017 van kracht werd zet de RAV Brabant MWN ook BMH-ers (Bachelor Medische Hulpverlening) in. Deze opleiding levert helaas niet genoeg afgestudeerden op om het probleem op te lossen. Daarom wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn om afgestudeerden van de HBO-V in te zetten. Op landelijk niveau wordt vanuit de sector gekeken of deze groep via zij-instroom kan worden opgenomen in de AMBAC-opleiding. Op regionaal niveau worden de mogelijkheden onderzocht van scholing op maat door een HBO-instelling in de regio. Differentiatie:  Het verder differentiëren van het besteld vervoer, in de vorm van het in het leven roepen van een BLS+ divisie, naast de reeds bestaande zorgambulance, zorgt voor een efficiëntere inzet van personeel. Bij een BLS+ ambulance kan worden volstaan met reguliere verpleegkundigen, waardoor er meer ALS-verpleegkundigen beschikbaar komen voor de acute zorg. Hiermee kan een ander deel van de arbeidsmarkt worden benut.
  • Kwaliteit van zorg. De huidige norm van 15 minuten responstijd wordt door VWS en zorgverzekeraars nog steeds als belangrijkste prestatie-indicator gezien, hoewel deze niet gebaseerd is op enige wetenschappelijke onderbouwing van de te behalen gezondheidswinst. Er zijn teveel factoren, gelegen buiten de ambulancezorg, die de te behalen gezondheidswinst gunstig of ongunstig kunnen beïnvloeden. Om die reden is de te behalen gezondheidswinst alleen te onderzoeken in de zorgketen. Een voorbeeld is het aantal patiënten met een acuut coronair syndroom, dat binnen 45 minuten wordt gepresenteerd voor een PCI-behandeling of het aantal patiënten met een CVA dat binnen 45 minuten wordt gepresenteerd voor trombolyse. De RAV gaat in overleg met de zorgpartners om te onderzoeken hoe de kwaliteit van zorg werkelijk kan worden verbeterd in de acute zorgketen. In dit kader heeft de minister van VWS onlangs de noodzaak onderstreept van inhoudelijke kwaliteitsindicatoren op basis waarvan de kwaliteit van de geleverde ambulancezorg door de individuele regionale ambulancevoorzieningen inzichtelijk kan worden gemaakt. Deze indicatoren, die in de afgelopen jaren ontwikkeld zijn door de sector zelf en sinds 2016 worden opgevraagd voor het rapport Ambulances in Zicht, zullen worden opgenomen in de nieuwe wetgeving voor ambulancezorg. Op deze manier kan in de toekomst meer aandacht komen voor de juiste kwaliteit van zorg, in plaats van alleen de tijdigheid te meten. Het ontwikkelen van inhoudelijke prestatie-indicatoren staat al jaren hoog op onze prioriteitenlijst. Als eerste RAV in Nederland startten wij in 2015 met het project Patiëntveiligheid van binnenuit, waarbij intercollegiale evaluatie van de geboden zorg plaatsvindt door zogenaamde zorgevaluatiebegeleiders (ZEB’ers). Deze manier van werken heeft inmiddels geresulteerd in meetbare verbetering van de geboden zorg. In 2019 zal er ook voor de ambulancechauffeurs een dergelijke evaluatie zijn gerealiseerd.
  • Tijdelijke Wet ambulancezorg. Dat de Tijdelijke Wet ambulancezorg al sinds 2013 van kracht is en onlangs zelfs werd verlengd tot 1 januari 2021, zegt genoeg over het gecompliceerde karakter van de problematiek rondom de ordening van de ambulancezorg. VWS heeft in 2017 onderzoek laten doen naar de mogelijke stelsels van ordening, maar op dit moment is hierin nog geen keuze gemaakt en het is dan ook nog niet duidelijk of er wel of geen aanbesteding zal gaan plaatsvinden. De RAV Brabant MWN houdt de ontwikkelingen nauw in de gaten om zich zo goed mogelijk te kunnen voorbereiden op wat er komen gaat. Het jaar 2019 zal in het teken staan van de laatste puntjes op de ‘i’: we willen voldoen aan alle voorwaarden genoemd in de beleidsregels voor de vergunningverlening. Zodat we, als het zover is, de beste kandidaat zijn voor het verzorgen van ambulancezorg in ons werkgebied. Maar we willen méér dan voldoen aan de eisen: we willen ons onderscheiden door te excelleren! Zoals we doen met het uitvoeren van ons project ‘Patiëntveiligheid van binnenuit’, een innovatieve manier om de patiëntenzorg te verbeteren door (intercollegiale) zorgevaluatie. En door het behouden van de ACE-status op het internationaal gerenommeerde uitvraagsysteem ProQA, bij zowel de meldkamer als Brabant-Noord als Midden- en West-Brabant.
  • Rechtsvorm. In de afgelopen jaren kwamen er vanuit de gemeenten veel vragen over de rechtsvorm van de RAV. Door gewijzigde wetgeving zijn zij immers verantwoordelijk voor een organisatie, die geen gemeentelijke taak (meer) uitvoert en waarbij de zeggenschap over beleid en financiering is belegd bij de minister van VWS en de zorgverzekeraars. Ook de RAV vroeg zich af of een GR de juiste rechtsvorm is om flexibel te zijn en optimaal te kunnen inspelen op alle komende ontwikkelingen. Uit onderzoek blijkt dat een stichting zonder winstoogmerk het beste voldoet aan de door het bestuur geformuleerde uitgangspunten en voorwaarden. Het omvormen van de huidige GR naar een stichting heeft echter forse financiële consequenties, o.a. vanwege de verplichte wisseling van pensioenfonds. Omdat er nog geen zekerheid is over welk stelsel voor ambulancezorg gekozen gaat worden, welke rechtsvorm daar het beste bij past én gezien de grote financiële consequenties, heeft het bestuur van de RAV er in 2017 voor gekozen om de landelijke ontwikkelingen af te wachten. Verwacht wordt dat er in 2019 meer duidelijkheid is over de toekomstige kaders. In dat geval zal de rechtsvorm van de RAV heroverwogen worden.
  • Landelijke meldkamerorganisatie (LMO). Het traject van de LMO heeft serieuze vertraging opgelopen, vanwege technische problemen rondom de opvolger van het communicatiesysteem C2000. De overstap naar het nieuwe systeem kan op zijn vroegst in 2018 gemaakt worden. Begin 2018 maakte de minister van J&V de nieuwe projectplanning bekend. Ingebruikname van de nieuwe meldkamer Oost-Brabant in Den Bosch wordt nu verwacht eind 2018. Voorwaarde is wel dat de door de minister begin 2018 afgegeven projectplanning wordt behaald. De nieuwbouw van de meldkamer te Bergen op Zoom, waar de MKA Midden- en West-Brabant samen gaat met de MKA Zeeland zal pas medio 2020 worden opgeleverd. Gezien de ontwikkelingen rondom de LMO en het onderzoek van VWS naar het optimale stelsel voor ambulancezorg is het niet ondenkbaar dat op langere termijn ook de RAV-regio’s te maken gaan krijgen met een van hogerhand opgelegde schaalvergroting. Deze ontwikkeling zal zeker een belangrijke rol spelen in de besluitvorming over de hierboven genoemde keuze voor een alternatieve rechtsvorm.

Ga naar "Paragraaf Verbonden Partijen"

Beleidsindicatoren

Beleidsindicatoren

 

Indicator

Bron

Eenheid

Periode

Gemeente Boxmeer

Nederland

 

Absoluut verzuim

Ingrado

Aantal per 1.000 inw. 5-18 jr

2017

 

1,62

1,82

 

Relatief verzuim

Ingrado

Aantal per 1.000 inw. 5-18 jr

2017

6,48

26,58

 

Vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsv-ers)

Ingrado

% deelnemers aan het VO en MBO onderwijs

2016

1,1

1,7

 

 Niet-wekelijkse sporters

 

Gezondheidsenquête (CBS, RIVM)

 

%

2016

41,2

48,7