Meer
Publicatiedatum: 07-08-2018

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Overzicht lokale heffingen

Algemeen

Vanaf de begroting 2017 moet de gemeente in deze paragraaf een overzicht van baten en lasten opnemen voor de heffingen waarbij sprake is van het verhalen van kosten.

Regelgeving

De verplichting is bij besluit van 5 maart 2016 in het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten (BBV) opgenomen. De paragraaf betreffende de lokale heffingen cf. artikel 10, onderdeel c van het BBV bevat ten minste:

  1. de geraamde belastinginkomsten;
  2. het beleid ten aanzien van de lokale heffingen;
  3. een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd;
  4. een aanduiding van de lokale lastendruk;
  5. een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.

Naast de algemene uitkering uit het gemeentefonds en de specifieke uitkeringen van het Rijk zijn de lokale heffingen het belangrijkste deel van de gemeentelijke inkomsten. De lokale heffingen bestaan uit de gemeentelijke belastingen, rechten en retributies. Lokale heffingen worden onderscheiden in heffingen waarvan de besteding gebonden dan wel ongebonden is.

Ongebonden Lokale Heffingen

Ongebonden lokale heffingen (OZB, forensenbelasting, toeristenbelasting en reclamebelasting) worden tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend, omdat zij niet aan een inhoudelijk begrotingsprogramma zijn gerelateerd. De besteding is niet gebonden aan een bepaalde taak.

Exploitatie Rekening 2017 Begroting 2018 Begroting 2019
Baten
69311010 O.Z.B.: Gebruikersheffing 1.079.537 1.059.269 1.097.429
69321010 O.Z.B.: Eigenaarsheffing Woningen 3.399.584 3.415.529 3.521.234
69321012 O.Z.B.: Eigenaarsheffing Niet-Woningen 1.557.216 1.563.200 1.577.121
69341020 Riolering groene hoofdstructuur 1.023 1.023 1.023
69341025 Riolering Helderse Duinen 4.993 4.993 4.993
69341030 Riolering buitengebied Beugen 139 139 139
69341035 Campings / buitengebied 3.853 3.853 3.999
69351010 Woonforensenbelasting 46.642 47.500 46.500
69361010 Toeristenbelasting 295.167 250.000 265.000
69381010 Reclamebelasting 77.864 78.000 75.000
Totaal Baten 6.466.017 6.423.506 6.592.438

Gebonden Heffingen

Gebonden Heffingen zoals de afvalstoffenheffing en de rioolheffing, worden verantwoord op het betreffende programma en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend.

Exploitatie Rekening 2017 Begroting 2018 Begroting 2019
Baten
67251010 Afvalstoffenheffing 1.669.405 1.774.422 1.978.966
67251020 Reiniging 43.067 46.000 46.000
67261010 Rioolheffing: opbrengst 2.776.875 2.957.038 2.877.812
Totaal Baten 4.489.347 4.777.460 4.902.778

Leges en overige Heffingen

Voor het betalen van rechten en retributies verricht de gemeente diensten. De kosten van de gemeentelijke dienstverlening worden doorberekend in de tarieven. Door efficiënt te werken willen wij deze kosten zoveel mogelijk beperken. De kosten die wij maken worden, via het profijtbeginsel, zoveel mogelijk betaald door de gebruiker.

Exploitatie Rekening 2017 Begroting 2018 Begroting 2019
Baten
60038010 Leges APV, drank, stook e.a. vergunning 25.835 25.750 25.750
60041010 Leges: Burgerzaken 586.599 545.000 378.000
63103030 Terrassen-/standplaatsvergunningen 16.981 16.500 16.500
65604035 Kermis: staanplaatsvergoedingen 29.225 31.950 31.950
66621020 Parkeervergunningen 10.070 7.500 7.500
67321010 Begrafenisrechten 53.705 75.000 75.000
68103020 Leges aanpassingen bestemmingsplannen 76.074 35.000 35.000
68231010 Bouwvergunningen en welstandstoezicht: l 819.937 823.750 823.750
Totaal Baten 1.618.425 1.560.450 1.393.450

Beleid

Het Coalitieakkoord 2018-2022 is een akkoord dat op hoofdlijnen is opgesteld en geeft richting. Het laat ruimte voor nadere invulling en concretisering. Die kan tot stand worden gebracht tijdens een werkconferentie van de Raad en het College medio september/oktober van dit jaar. Dat zal leiden tot een raadsprogramma voor de komende 4 jaar dat tevens een basis legt voor de jaren ná 2022.

Deze paragraaf geeft inzicht in de hoogte en ontwikkeling van de lokale heffingen. Ook wordt een vergelijking gemaakt met gegevens van de Provincie Noord-Brabant. Tot de lokale lasten horen de belastingen, retributies evenals kwijtscheldingen.

In het coalitieakkoord 2018-2022 worden voor de lokale heffingen de volgende uitgangspunten gehanteerd:

      1. OZB stijgt niet meer dan het landelijk geldende inflatiepercentage .
      2. Afvalstoffenheffing is kostendekkend.
      3. Rioolheffing stijgt alleen als dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de onvermijdelijke en dringende aanpassingen als gevolg van klimaatverandering.

Verdere uitgangpunten betreffen:

Tarieven en Leges

Bij het opstellen van de tarieven en de leges wordt er in de gemeente Boxmeer gebruikt gemaakt van de handreiking Kostenonderbouwing uitgebracht door de VNG en de notitie Overhead. In deze notities wordt onderscheid gemaakt in directe lasten en indirecte lasten.

Uitgangspunt is dat de gemeente de integrale kosten via de heffingen in rekening kan brengen. Dat zijn de directe kosten vermeerderd met een redelijke opslag voor de overhead. Voor het bepalen van die redelijke overhead werd onder het oude BBV aangesloten bij de manier waarop in de begroting de overhead werd toegerekend. Door de wijziging in de voorschriften kan dat niet meer. De overhead kan alleen buiten de begroting om aan de tarieven worden toegerekend

De berekeningen van de tarieven en leges bestaan uit een tweetal onderdelen:

- directe lasten

De directe lasten zijn activiteiten die in een meer dan zijdelings verband staan met de zorgplichten of dienstverlening. Het zijn alle kosten die u kunt toerekenen buiten de lasten van de overhead (inclusief rente) en de btw.

Naast de taakvelden waar de centrale activiteiten van de heffing op staan, zijn er ondersteunende activiteiten. Die activiteiten hebben een verband met de taken waarvoor de heffing in rekening wordt gebracht.

- indirecte lasten

De indirecte lasten bestaan uit de overhead en de toe te rekenen btw. Voor beide geldt, dat de toerekening gebaseerd moet zijn op een beargumenteerde keuze.

In de notitie overhead geeft de commissie BBV een toelichting op de overhead in de nieuwe systematiek. Artikel I, tweede lid onder I van het wijzigingsbesluit definieert overhead als volgt: Overheadkosten: Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces

In het BBV zijn geen voorschriften opgenomen over hoe u de overhead aan de tarieven moet toerekenen. De keuze daarover is aan de gemeenteraad. De commissie BBV eist dat de gemeenteraad die keuze vastlegt. Formeel is dat als volgt geregeld:

Stellige uitspraak: Bij de berekening van de tarieven moet de methodiek voor de toerekening van overhead worden opgenomen in de financiële verordening. Stellige uitspraken van de commissie BBV zijn bindend voor de gemeente. Voor het vastleggen van de methodiek moet de verordening worden gewijzigd. Dat kan de gemeenteraad.

Op taakveld 0.4 staan de kosten van de overhead. De kosten van dit taakveld kunnen dus deels worden meegenomen in de tarieven. Voor alle duidelijkheid, niet in de begroting maar extracomptabel in het overzicht dat in de paragraaf lokale heffingen wordt opgenomen.

In de notitie overhead stelt de commissie BBV de eis dat de overhead op consistente wijze wordt toegerekend. Wij leggen die voorwaarde zo uit dat er één methodiek moet zijn voor alle heffingen; niet voor elke heffing een andere methodiek. Dat kan behoorlijke consequenties hebben voor de tarieven. De aard van de te verhalen kosten verschilt per heffing waardoor het aandeel van de overhead ook verschilt. Maar omdat de toerekening bij elke heffing op consistente (lees: dezelfde) wijze moet, kunnen de verschillen niet meer in de toerekening tot uiting worden gebracht. De commissie BBV geeft twee voorbeelden van methoden om de opslag voor de overhead te bepalen: 1. een methodiek gebaseerd op personeelslasten en 2. een op basis van de omvang van de taakvelden.

In Boxmeer is er gekozen voor Systematiek 1.

Een uitwerking van het voorbeeld personeelslasten ziet er, gesimplificeerd, als volgt uit:

((Personeelslasten taakveld)/ (totale personeelslasten alle taakvelden exclusief overhead)) x overhead = opslag taakveld

In deze benadering wordt de overhead volledig omgeslagen naar rato van de personele kosten. Om die systematiek ‘zuiver’ te houden, moet de bovenstaande formule worden gepreciseerd. Naast de personeelslasten moet ook de ‘inhuur derden’ meetellen in de berekening. Zonder die component zou de toerekening van overhead beïnvloed worden door de keuze of de activiteiten door eigen of door ingehuurd personeel worden gedaan.

De formule wordt dus: ((Personeelslasten taakveld + inhuur derden taakveld)/ (totale personeelslasten)).

De Heffingen worden onderverdeeld in:

Gebonden Lokale Heffingen

Afvalstoffenheffing

Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (Stb. 1994, 80). De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt geheven ter zake van het feitelijk gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt:

a. degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht feitelijk gebruik maakt van het perceel;

b. ingeval een gedeelte van een perceel voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.

Gelet op de huidige beleidslijn wordt uitgegaan van een 100 % kostendekkendheid van de reinigingsheffingen. De Bestuurscommissie Afval heeft besloten het tarief 2019 voor de blauwe opdrukzak te verhogen van €1,25 naar €1,50 in 2019.

De totale kosten Afvalstoffenheffing 2018 bedragen € 2.024..966. O.b.v. 12.100 aansluitingen houdt dat in een tarief van € 167,35. In het begrotingsjaar 2019 heeft geen storting in de voorziening plaatsgevonden. Daarnaast heeft er ook geen onttrekking uit de voorziening plaatsgevonden. In de Raad van 13 december 2018 worden de afzonderlijke belastingverordeningen 2019 door de Raad behandeld.

Rioolrecht

Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:

1. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en

2. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.

1. De belasting wordt geheven:

  1. van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel; en van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder te noemen: gebruikersdeel.

  2.  Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
  1. Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker aangemerkt:
  1. degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;
  2. ingeval een gedeelte van een perceel - niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4 - voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.

In het najaar van 2015 is het nieuwe Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2019 in uw raad behandeld. In de raad van 26 oktober 2017 heeft een actualisatie plaatsgevonden als  gevolg van de aanpak wateroverlast. In de raad van december 2017 zijn de tarieven allemaal opnieuw vastgesteld. In dit voorstel staat dat de rioolrechten vanaf 2019 stijgen met 3,6%  tot en met 2021 en daarna tot en met 2048 jaarlijks met 1,4%. Voor 2019 heeft er een storting in de voorziening riolering plaatsgevonden van €102.381.

In de Raad van 13 december 2018 worden de afzonderlijke belastingverordeningen 2019 door de Raad behandeld.

Afval
Overzicht in de begroting
Kosten taakveld incl omslagrente € 2.010.757,06
Inkomsten taakveld excl. heffingen € -482.931,00
Netto kosten taakveld € 1.527.826,06
Toe te rekenen kosten:
Overhead incl. omslagrente € 230.139,83
BTW € 267.000,00
€ 497.139,83
Totale kosten € 2.024.965,89
Opbrengst heffingen € -2.024.965,89
Dekking € - 100,00%
Rioolrecht
Overzicht in de begroting
Kosten taakveld incl omslagrente € 2.214.667,04
Inkomsten taakveld excl. heffingen € -112.627,64
Netto kosten taakveld € 2.102.039,40
Toe te rekenen kosten:
Overhead incl. omslagrente € 388.772,60
BTW € 387.000,00
€ 775.772,60
Totale kosten € 2.877.812,00
Opbrengst heffingen € -2.877.812,00
Dekking € - 100,00%
Leges

Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor:

  1. het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten;
  2. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument;

Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst of van de Nederlandse identiteitskaart of het reisdocument, dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht. De bevoegdheid tot het heffen van leges is vastgelegd in de Gemeentewet. Aan de legestarieven is het uitgangspunt verbonden, dat er kostendekkende tarieven aan ten grondslag liggen. In de raadsvergadering van 13 december 2018 zal een voorstel tot aanpassing van de legestarieven 2019 via de belastingverordening worden behandeld.

Voor een aantal tarieven geldt een landelijk maximum.

Wonen en Bouwen
Overzicht in de begroting
Kosten taakveld incl omslagrente € 496.825,92
Inkomsten taakveld excl. heffingen € -
Netto kosten taakveld € 496.825,92
Toe te rekenen kosten:
Overhead incl. omslagrente € 403.304,85
BTW € -
€ 403.304,85
Totale kosten € 900.130,77
Opbrengst heffingen € -821.250,00
Dekking € 78.880,77 91,24%
Burgerzaken
Overzicht in de begroting
Kosten taakveld incl omslagrente € 1.254.882,15
Inkomsten taakveld excl. heffingen € -
Netto kosten taakveld € 1.254.882,15
Toe te rekenen kosten:
Overhead incl. omslagrente € 678.886,17
BTW € -
€ 678.886,17
Totale kosten € 1.933.768,32
Opbrengst heffingen € -403.750,00
Dekking € 1.530.018,32 20,88%
Begraafrechten
Overzicht in de begroting
Kosten taakveld incl omslagrente € 147.103,57
Inkomsten taakveld excl. heffingen € -
Netto kosten taakveld € 147.103,57
Toe te rekenen kosten:
Overhead incl. omslagrente € 25.126,96
BTW € -
€ 25.126,96
Totale kosten € 172.230,53
Opbrengst heffingen € -75.000,00
Dekking € 97.230,53 43,55%
Bestemmingsplannen
Overzicht in de begroting
Kosten taakveld incl omslagrente € 11.948,33
Inkomsten taakveld excl. heffingen € -
Netto kosten taakveld € 11.948,33
Toe te rekenen kosten:
Overhead incl. omslagrente € 15.648,55
BTW € -
€ 15.648,55
Totale kosten € 27.596,88
Opbrengst heffingen € -35.000,00
Dekking € -7.403,12 126,83%

Belastingdruk

COELO Belastingdruk

  1. Gegevens 2018 betreffen het onderzoek van COELO inzake lokale lastendruk 2018.
  2. Reinigingsheffing: Op basis van 100% kostendekking bedraagt het tarief 2019 € 167,35 per aansluiting (2018 € 161 minus € 10 bijdrage uit de voorziening). Voor 2019 wordt vooralsnog er van uitgegaan dat er geen bijdrage uit de voorziening mogelijk is. Conform de begroting 2019 van BCA stijgt het zakkentarief  in 2019 van € 1,25 naar € 1,50.
  3. Rioolrecht: In de raadsvergadering van 26 oktober 2017 heeft de gemeenteraad ingestemd met de actualisatie van het kostendekkingsplan en aanpak wateroverlast. In dit kostendekkingsplan is opgenomen dat de rioolheffing voor 2018 met 3% stijgt, vervolgens vanaf 2019 tot en met 2021 met jaarlijks 3,6% en daarna tot en met 2048 jaarlijks met 1,4%.
  4. OZB: In het Coalitieakkoord staat dat de OZB niet meer stijgt dan het landelijke geldende inflatiepercentage. Afgelopen jaren is hiervoor de jaarmutatie consumentenprijsindex van juli van het CBS gebruikt. Voor 2018 bedraagt de CPI juli 2018 2,1%. Conform de Kadernota 2018 is voor 2019 een stijging van de OZB van 1,5% voorzien. Dit stijgingspercentage blijft dus binnen de CPI juli.

De lokale belastingdruk wordt gebaseerd op de COELO berekening 2018.

De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de lastendruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van de landelijk gemiddelde lastendruk.

  2018 Nederland 2018 Mutatie 2019 2019
Reinigingsheffing meerpersoonshuishouden: Tarief + 16 zakken 171 253 +11,7%  191
Rioolrecht 229 194 +3,6% 237
OZB 282 274 +1,5% 286
Totaal 682 721 +4,7% 714

Dit is de lastendruk van het begrotingsjaar (2019) ten opzichte van de landelijk gemiddelde lastendruk in het voorafgaande begrotingsjaar (2018) uitgedrukt in een percentage. https://www.waarstaatjegemeente.nl/dashboard/Besluit-Begroting-en-Verantwoording/

Belastingcapaciteit: 715/721 x100%=99,17%.

Kwijtschelding

De burger kan in aanmerking komen voor (gedeeltelijke) kwijtschelding van gemeentelijke belastingen wanneer hij of zij geen vermogen heeft en niet voldoende inkomen heeft om de gemeentelijke belastingen te kunnen betalen. De gemeente beoordeelt ieder verzoek om kwijtschelding apart op basis van de landelijke berekeningsgrondslag. Kwijtscheldingsregels zijn wettelijk vastgelegd in de Invorderingswet 1990, de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 en de Leidraad Invordering 2008. De gemeente Boxmeer heeft gekozen voor een ruime toepassing van kwijtschelding en hanteert de maximale kwijtscheldingsnorm van 100% van gemeentelijke belastingen Afvalstoffenheffing en Rioolrecht.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Aanwezige risico's

De gemeente Boxmeer heeft gekozen voor een systematische en cyclische aanpak bij risicomanagement.

De risico’s zijn in  juni 2018 opnieuw geïnventariseerd en beoordeeld op basis van stemming,  Dit resulteert in een vernieuwde top 10 met ingang van 2019. Deze stemming is tevens de basis voor de begroting 2019.  Hieronder worden de top 10 risico’s beschreven met inschatting van het financiële risico.

1 Financiële gevolgen Decentralisaties in het Sociale domein 2018

Financieel Risico: € 1.922.300

Toelichting:

De gemeenten zijn de eerstverantwoordelijke overheidslaag voor de onderwerpen werk, maatschappelijke ondersteuning en jeugdzorg. De gemeenten kregen per 1 januari 2015 op grond van de nieuwe WMO, Jeugdwet en Participatiewet deze brede integrale verantwoordelijkheid voor het sociale domein. De kern van de decentralisatieoperatie is onveranderd en is erop gericht dat de burger die het nodig heeft ondersteuning krijgt die aansluit bij zijn persoonlijke situatie en behoeften. Met de decentralisaties zijn grote bedragen gemoeid en de decentralisaties gaan gepaard met aanzienlijke ombuigings-taakstellingen. Vanaf de decentralisatie is er discussie geweest tussen rijksoverheid en gemeenten over de toereikendheid van de budgetten.  De budgetten per gemeente voor de gewijzigde taken zijn voor 2019  bekend geworden in de meicirculaire 2018.

Risico’s:

  1. Door een efficiencykorting wordt voor onvoldoende financiële compensatie gezorgd die past bij de over te hevelen taken;

  2. De verdeling van het macrobudget over de gemeenten sluit niet aan bij de spreiding van de kosten onder de gemeenten, met een mogelijke afwijking in zowel positieve als negatieve zin;
  3. Met de taakoverheveling wordt beleidsvrijheid van uitvoering te veel beperkt door van rijkswege opgelegde regels en verantwoordingstaken.

    Voor het onderdeel Werk zal een gedeelte van het risico terecht komen bij het Werkvoorzieningschap.

    De deelnemende gemeenten staan garant voor exploitatietekorten.

WMO

Vanaf 2019 komt er een abonnementstarief van € 17,50 per vier weken voor huishoudens die gebruik maken van de Wmo voorzieningen. Ontwikkelingen in het Wmo vervoer zijn een nieuwe aanbesteding per 2019 en de invoering in mei 2018 van een bindend OV-advies voor de reizigers die gebruik maken van de regiotaxi zonder Wmo-pas.  Mogelijk zal er door de invoering van het bindend OV advies meer beroep gedaan worden op de Wmo-pas.  Voor de toekomst zal er rekening gehouden moeten worden met een risico van € 441.015,- ongeveer 10% van begroting van de decentralisatie uitkering Sociaal Domein Wmo 2019 van € 4.410.151.

Transformatie Jeugdzorg

Met ingang van 1 januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de jeugdzorg. De inkoop van jeugdzorg (Zorg in Natura) gebeurt voor de gezamenlijke gemeenten in Brabant Noordoost door de gemeente ’s-Hertogenbosch.

In het Land van Cuijk wordt, voor wat betreft het Basisteam Centrum Jeugd en Gezin ( de toekenning van Zorg in Natura, Persoonsgebonden Budget, preventie en eerste lijnszorg ) , de financiële en administratieve werkprocessen en de beleidsmatige afstemming intensief samengewerkt. Daarvoor is door de gezamenlijk gemeenten in het Land van Cuijk een Dienst Verlenings Overeenkomst afgesloten (DVO).

Jeugdzorg wordt ingekocht op basis van het inkoopbesluit jeugdhulp 2017-2020.  Voor 2019 heeft inmiddels bijstelling plaatsgevonden van de beleidsuitgangspunten en het budgettair kader specialistische jeugdhulp Zorg In Natura (ZIN).  Hiervan is de gemeenteraad bij memo  d.d. 5 juni 2018 op de hoogte gesteld. Ook voor het jaar 2019 hebben we te maken met  een stijgende vraag naar jeugdhulp en vermindering van de inkomsten van het Rijk. Daarom houden wij blijvend rekening met het ingeschatte risico van 20%.  Voor de berekening van het risico wordt als uitgangspunt  het totaalbudget jeugdzorg  2019 zoals opgenomen in de meicirculaire 2018 van € 4.430.387 genomen.

Voor de gemeente Boxmeer komt dit neer op een risico van maximaal € 886.077.

Participatiewet

Met de invoering van de Participatiewet is er flink bezuinigd op de rijksbijdrage per Wsw-plek. De Rijksbijdrage per plek neemt af van € 25.900 in 2015 naar € 22.700 in 2020. Dit is een bedrag van € 3.200 per standaard eenheid (SE) . De gemeente Boxmeer beschikt over circa 186 SE (realisatie 2017) bij de sociale werkvoorziening. Het risico wordt hierdoor ingeschat op € 3.200 * 186 = € 595.200.

Met de inwerkingtreding van de Participatiewet zijn twee nieuwe doelgroepen naar de gemeenten overgekomen, te weten de Wajongers en de nieuwe SW.  De Participatiewet is nog steeds aan verandering onderhevig. De discussie over forfaitaire loonkostensubsidie en de loondispensatie is hier een  voorbeeld van.  Mogelijk dat in de loop van de tweede helft 2018 hierin duidelijkheid komt. Hierdoor is het ook voor 2019 onvoldoende in te schatten wat de gevolgen zijn.

2. Klimaatadaptatie

Financieel Risico: €  2.300.000

Toelichting:

Het risico dat de gemeente Boxmeer onverwachte financiële tegenvallers kent om maatregelen te treffen tegen de effecten van klimaatverandering. De financiële inschatting van het risico is gebaseerd op  de uitslag van de stemming  van de risico’s voor het onderdeel kans en effect.

Klimaatverandering heeft gevolgen voor mens, dier en milieu. Klimaatverandering heeft onder meer de volgende gevolgen:

  • Overstromingen door stijgende zeespiegel en extreem weer
  • Minder drinkwater beschikbaar door droogte
  • Onvoldoende zoet water door extreme droogte
  • Slechte oogsten door zout water
  • Te weinig koelwater voor elektriciteitscentrales
  • Meer algenbloei in zwemwater door hogere temperatuur
  • Biodiversiteit verandert door klimaatverandering

De noodzakelijkheid van een klimaatbestendige inrichting is zo langzamerhand zonneklaar. Door hoosbuien veroorzaakte schades en overlast ,  hoog oplopende temperaturen drukken iedereen, beheerders en bewoners, met de neus op de feiten. Voor gemeenten en waterschappen speelt nu vooral de vraag: wat zijn de opties en hoeveel kost het? Niet voor niets is op Prinsjesdag 2017, een separaat Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie verschenen.

3. Informatievoorziening

Financieel Risico: € 250.000

Toelichting:

Informatie dient beschikbaar en integer te zijn (informatie is juist, volledig en actueel) en niet in handen komen van derden die hiertoe niet zijn geautoriseerd (vertrouwelijkheid). De financiële inschatting van het risico is gebaseerd op  de loonsom  van functionarissen die nodig zijn om herstelwerkzaamheden uit te voeren. Het risico van te late, onjuiste of oneigenlijke informatieverstrekking aan haar inwoners, medewerkers en ander belanghebbende met als vervolg risico overtreding van de AWB, reputatieschade en indirecte financiële gevolgen.

4. Lagere Algemene Uitkering

Financieel Risico: €  400.600.

Toelichting:

De jaarlijkse groei van het gemeentefonds wordt bepaald door de normeringssystematiek. Dat betekent dat de jaarlijkse groei van het gemeentefonds is gekoppeld aan de groei van de rijksuitgaven. Extra uitgaven, bezuinigingen, mee- en tegenvallers op de rijksbegroting hebben in deze systematiek direct invloed op de omvang van het gemeentefonds.

Hoeveel geld de individuele gemeente uit het gemeentefonds ontvangt is afhankelijk van de kenmerken en belastingcapaciteit van de gemeente. Het achterblijven van bijvoorbeeld aantal inwoners, uitkeringsgerechtigden of woningen leidt tot een structureel tekort aan inkomsten. De algemene uitkering voor 2019 is op basis van de meicirculaire 2018  geraamd op € 35.817.600.

Voor het bepalen van het financieel risico wordt de behoedzaamheidsnorm gehanteerd. Op basis van informatie bij de meicirculaire 2019 schatten wij een korting in van 16 punten wat voor 2019 overeenkomt met een bedrag van €  400.600.

5. Personeel

Financieel Risico: € 830.330

Toelichting:

Het risico dat het personeelsbeheer uitkomsten heeft die de organisatie en of haar medewerkers kunnen schaden en of het risico dat gedrag of handelen van medewerkers die de organisatie kan schaden.

Hierbij zijn de volgende aspecten van belang:

  • onevenwichtige opbouw van het personeelsbestand(vergrijzing) €  38.675
  • gedrag op handelen van medewerkers die de organisatie kan schaden € 15.655
  • kennisverlies en stagnatie in dienstverlening als gevolg van langdurig verzuim/vergrijzing/ontslag 5,18 % van de loonkosten  € 4.908.087  is € 776.000.

6. Rampenbestrijding, crisisbeheersing

Financieel Risico: € 1.161.000.

Toelichting:

Gelet op de ligging van de Gemeente Boxmeer bij een rivier, snelwegen en een spoorlijn, de aanwezigheid van industrie en een vliegveld in de buurt wordt de kans op een ramp groter. Het financiële risico van de gevolgen van de ramp kan zeer groot zijn. Secundair is een politieke risico aanwezig van het niet goed uitvoeren van de crisisbeheersing. Ook weersomstandigheden kunnen leiden tot situaties waarin we bevolkingszorg moeten opstarten. De financiële inschatting van het risico is gebaseerd op  de uitslag van de stemming  van de risico’s voor het onderdeel kans en effect.

7. Contractenbeheer

Financieel Risico: € 50.000

Toelichting:

Het risico van contractenbeheer. Het risico van rechten en verplichtingen welke uit contracten en overeenkomsten voortvloeien (inkoop- en aanbestedingscontracten, huur en verhuurcontracten).

Het risico is bepaald op € 50.000 gebaseerd op 1,5 promille van de gemiddelde contractwaarde op jaarbasis (€ 37.000.000).

8. Treasury

Financieel Risico:   € 170.200

Toelichting:

Treasury (Liquiditeiten beleid en beheer)
Het risico dat de gemeente haar financiering te duur aantrekt, of te risicovol belegt.

De bepaling van het rente risico wordt vastgesteld op 1 % van het begrote financieringstekort 2019 van € 17.020.776 is € 170.200.

9. Grondvoorraad

Financieel Risico: € 5.815.600

Toelichting:

  • Gemeente Boxmeer kent onverwachte financiële tegenvallers en/of kan haar beleid niet realiseren.
  • Gronden niet verkocht kunnen worden

In de Grondnota 2018  is per complex een uitgebreide toelichting opgenomen, waarbij de risico’s worden toegelicht. Daarbij zijn de volgende risico’s te onderscheiden:

Marktrisico’s, risico’s m.b.t. planologische procedure, planschaderisico, risico’s archeologie, procesrisico m.b.t. afwikkeling overeenkomsten, aanbestedingsrisico’s, afzetrisico’s.

Ten opzichte van de Grondnota 2017 is de financiële positie gewijzigd. Dit resulteert in de volgende berekening: de  boekwaarde van de  in ontwikkeling zijnde grondexploitaties bedraagt  op 1-1-2018  € 38.572.015, de tussentijdse winstneming van € 1.534.021.  De nog te maken kosten van de in ontwikkeling zijnde grondexploitaties per 1-1-2018 zijn geraamd op in totaal € 21.457.339.

De voorziening nadelig resultaat per 01-01-2017 is € 3.407.503.  De totale kosten bedragen € 58.155.872.

Conform de IFLO-norm bedraagt het risico grondexploitatie 10% van € 58.155.872  is € 5.815.600. 

10. Juridische Claims

Financieel Risico: € 690.000

Toelichting:

Het risico van juridische claims als gevolg van onrechtmatig genomen besluiten. De financiële inschatting van het risico is gebaseerd op  de uitslag van de stemming  van de risico’s voor het onderdeel kans en effect.

Totaal van de top 10 risico's

Het totaal van de top 10 risico’s bedraagt € 13.590.030

Naast de top 10 risico’s zijn er nog 11 risico’s in kaart gebracht. Op basis van de risico-inventarisatie en actualisatie is dit risico bepaald op € 2.535.600.

Daarnaast zijn er risico’s bepaald die niet nader zijn uitgewerkt. Voor deze risico’s berekenen wij 1% van de hierboven berekende risico’s.

Het totaal van de risico inventarisatie (top tien plus overige risico’s) bedraagt € 16.286.886.

Beschikbare weerstandscapaciteit

De beschikbare weerstandscapaciteit omvat de financiële middelen en mogelijkheden van de gemeente Boxmeer om financiële tegenvallers als gevolg van risico’s op te vangen zonder het bestaande beleid te hoeven aan te passen.

Het BBV maakt onderscheid tussen incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Door de Rekenkamer Rotterdam is in 2011 een nadere definitie geformuleerd van het begrip weerstandscapaciteit. Wij gebruiken  deze definitie reeds een aantal jaren voor de bepaling van de weerstandscapaciteit:

1.      De structurele weerstandscapaciteit heeft betrekking op het vermogen om onverwachte tegenvallers structureel in de lopende begroting op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande taken. De middelen die dat vermogen bepalen zijn:

a.      de resterende (onbenutte) belastingcapaciteit;

b.      bezuinigingsmogelijkheden (voor zover niet meegenomen in de begroting en meerjarenramingen);

c.      cumulatief geraamde onvoorziene uitgaven.

2.      De incidentele weerstandscapaciteit heeft betrekking op het vermogen om onverwachte tegenvallers incidenteel

in de begroting op te vangen, zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van taken op het geldende niveau. De middelen die dat vermogen bepalen zijn:

a.      de algemene reserve en de reserves waaraan de raad een bestemming heeft gegeven die kan worden gewijzigd (bestemmingsreserves);

b.      de in de begroting opgenomen ramingen voor onvoorziene uitgaven voor zover hier nog geen bestemming aan is gegeven;

c.      de stille reserves, voor zover deze op korte termijn materieel te maken zijn (reserves waarvan de omvang en/ of bestaan niet uit de balans blijkt, voortkomend uit de onderwaardering van activa of overwaardering van schulden bij het volgen van normale waarderingsmethoden).

Reserves maken onderdeel uit van de beschikbare weerstandscapaciteit. De algemene reserve is vrij aanwendbaar voor nieuw beleid. Bestemmingsreserves zijn daarentegen reserves waar de raad een bepaalde bestemming aan  heeft gegeven. Bij een aantal bestemmingsreserves is weliswaar sprake van een vastgelegde toekomstige onttrekking, maar er bestaat op dit moment nog geen verplichting. De raad heeft dan ook bij die reserves de mogelijkheid om de bestemming van deze reserves te wijzigen.

Voor de gemeente Boxmeer geldt dit voor de bestemmingsreserves waarvoor géén structurele onttrekkingen worden geraamd.

In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de weerstandscapaciteit van de gemeente Boxmeer op 1 januari 2019 (x € 1.000).

Weerstandscapaciteit structureel Bedrag
1. Belastingcapaciteit 1.990.737
2. Bezuinigingsmogelijkheden 0
3. Onvoorzien structureel 142.500
4. Begrotingscapaciteit 34.636
Weerstandscapaciteit incidenteel  
5. Algemene Reserves 14.285.125
6. Bestemmingsreserve 5.355.074
7. Onvoorzien incidenteel  
8. Stille Reserves 20.687.500
Weerstandscapaciteit Totaal 42.495.572

Toelichting:

  1. Belastingcapaciteit: de Financiële-verhoudingswet bepaalt dat de eigen inkomsten van de gemeente, wil zij in aanmerking komen voor een aanvullende uitkering op basis van artikel 12 Fvw, een bepaald redelijk peil dient te hebben. De eigen inkomsten bestaan hierbij uit de OZB, de rioolheffingen en de afvalstoffenheffingen. De laatste twee zijn in Boxmeer kostendekkend. Het percentage van de WOZ-waarde voor toelating tot artikel 12 is voor het jaar 2019 vastgesteld op 0,1905%. Het werkelijke gemiddelde percentage 2018 (meetpunt) van de gemeente  Boxmeer komt uit op 0,1455%. Dit betekent een ruimte van 0,045% afgezet tegen de totale waarde 2018 van  € 4.423.861.000 (waarde woningen en  waarde niet woningen eigenaar+waarde niet woningen gebruiker) = € 1.990.737.

  2. Bezuinigingsmogelijkheden: de in de Kadernota geformuleerde bezuinigingsvoorstellen zijn verwerkt in de begroting 2019. Aangezien er door het college geen verdere bezuinigingsmogelijkheden zijn geformuleerd, wordt dit onderdeel op nihil geraamd.

  3. De post onvoorzien is in de begroting 2019 geraamd op structureel € 142.500.
  4. Het overschot 2019 ad. € 34.636  wordt eveneens toegevoegd aan de post onvoorzien.
  5. Algemene reserves: de algemene reserve bedraagt per 1-1-2019 € 14.028.034, de algemene reserve grondbedrijf bedraagt per 1-1-2019 € 257.091, is totaal € 14.285.125.
  6. Bestemmingsreserves: de bestemmingsreserves bedragen per 1-1-2019 in totaal € 21.830.287. Van deze reserves worden de reserves Nieuwbouw gemeentehuis, HNG Zero-couponlening, Duurzaamheid, Hoogkoor, onderhoud Gebouwen, Huisvesting Onderwijs en Reserve Reconstructie Buitengebied conform de voorschriften ingezet als structureel dekkingsmiddel in de begroting 2019. Deze reserves bedragen per 1-1-2019 €16.475.213 . Derhalve kan de raad in principe een bedrag van € 5.355.074 herbestemmen zonder gevolgen voor de exploitatie.
  7. Stille reserves: op dit moment heeft de gemeente Boxmeer 625 hectare landbouwgrond in vaste pacht (6-jarige pacht) uitgegeven. De waarde van deze grond is ongeveer € 2,75/m2. Dat komt neer op een waarde van €.187.500. In korte pacht (jaarlijkse pacht) heeft de gemeente op dit moment 100 hectare. Deze grond heeft een wat hogere waarde van ongeveer €3,50/m2. Dit komt neer op een waarde van € 3.500.000. In totaal € 20.687.500. De prijzen per m2 zijn afgeleid van een vrije verkoopprijs van landbouwgrond van € 6/m2 en gebaseerd op reële marktprijzen. Gezien de geringe verhandelbaarheid van de overige gemeentelijke eigendommen (exclusief grondbedrijf) en de aantasting van het functioneren van de gemeente bij verkoop van die eigendommen (bijvoorbeeld gebouwen), is besloten deze eigendommen niet mee te nemen in de berekening van de stille reserves.

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit.

Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit / Benodigde weerstandscapaciteit.  

Voor Boxmeer betekent dit voor 1 januari 2019 een ratio van 42.496/16.287=2,61

Om de ratio voor het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen maken wij gebruik van onderstaande waarderingstabel die in samenwerking tussen de Universiteit van Twente en het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement is opgesteld.

 

Waardering

Ratio

Betekenis

A

> 2,0

Uitstekend

B

1,4 – 2,0

Ruim voldoende

C

1,0 – 1,4

Voldoende

D

0,8 – 1,0

Matig

E

0,6 – 0,8

Onvoldoende

F

< 0,6

Ruim onvoldoende

 

Gegeven de ratio van   betekent dit voor Boxmeer dat het weerstandsvermogen uitstekend is. Ten opzichte van 2018  is de ratio van de weerstandcapaciteit licht afgenomen met 0,36 (2,97 in 2018) met name vanwege de nieuwe risico-inventarisatie per 1 januari 2019.

De nieuwe risico’s Klimaatadaptie en Rampenbestrijding/crisisbeheersing dragen met name bij aan een stijging van de benodigde weerstandscapaciteit.

Let wel: De rapportage omtrent het weerstandsvermogen is een momentopname. Nieuwe projecten, economische ontwikkelingen en investeringsbeslissingen kunnen het risicoprofiel negatief of positief beïnvloeden waardoor het weerstandsvermogen een andere waardering krijgt.

Kengetallen financiële positie

Een deugdelijke en transparante begroting is in het belang van de horizontale controle door de raad op de financiële positie van de gemeente. Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen  van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van de gemeente. 

Om dit te bereiken is het BBV bij besluit van 15 mei 2015 gewijzigd, waarbij is voorgeschreven dat de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing de volgende kengetallen bevat: netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte geldleningen, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit.

Het college dient vervolgens een beoordeling te geven van de kengetallen in hun onderlinge verhouding in relatie tot de financiële positie. De wijze van berekening en presentatie is vastgelegd in een ministeriële regeling d.d. 9 juli 2015.

Kengetallen Rekening 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022
Netto schuldquote 1,24 1,30 1,37 1,24 1,10 0,96
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 1,18 1,24 1,31 1,19 1,04 0,90
Solvabiliteitsratio 0,28 0,25 0,26 0,28 0,30 0,32
Structurele exploitatieruimte 0,07 0,01 0,01 0,01 0,02 0,02
Grondexploitatie 0,56 0,55 0,56 0,48 0,4 0,33
Belastingcapaciteit 0,97 1,01 0,99      

Beoordeling financiële positie

In de toelichting op het Besluit tot wijziging van het BBV wordt terecht opgemerkt dat een afzonderlijk kengetal nog weinig zegt over hoe de financiële positie moet worden beoordeeld. De kengetallen zullen altijd in hun samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie van de gemeente.

Netto schuldquote/ netto schuldquote exclusief verstrekte leningen

De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om een inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in – als exclusief doorgeleende gelden weergegeven.

Solvabiliteitsratio

Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente.

Grondexploitatie

Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Bij de beoordeling van de schuldquote is het van belang om de beoordelen of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project is uitgevoerd.

Structurele exploitatieruimte

Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van leningen) te dekken.

Belastingcapaciteit

De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller kan worden bijgestuurd in de eigen inkomsten. De belastingcapaciteit van de gemeente wordt berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t te vergelijken met het landelijk gemiddelde in jaar t-1 en uit te drukken in een percentage.

Financiële positie gemeente Boxmeer

Zoals reeds eerder vermeld is de schuldquote van de gemeente Boxmeer hoog. De toename van dit kengetal t.o.v. 2018 wordt veroorzaakt door toename van de netto vlottende schuld. Dit als gevolg van aflossing van langlopende leningen en door afname van de totale baten als gevolg van gewijzigde voorschriften grondexploitatie. Beide oorzaken zijn technisch van aard en zullen bij de rekeningcijfers geen rol spelen. Het effect van de verstrekte leningen is in Boxmeer beperkt. Wel heeft de grondexploitatie (grondvoorraad) een grote invloed op de schuldquote. Aangezien verliezen reeds genomen zijn en de waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop, loopt de gemeente op dit onderdeel relatief gering risico en kan de grondexploitatie in belangrijke mate bijdragen aan de verlaging van de schuld. Het positieve kengetal Structurele exploitatieruimte laat zien dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder rente en aflossing) te dekken. De solvabiliteitsratio ligt iets onder het landelijke gemiddelde. Er is voldoende ruimte om een negatieve ontwikkeling bij de grondexploitatie op te vangen zonder dat dit invloed heeft op de exploitatieruimte. Het kengetal belastingcapaciteit laat zien dat de Boxmeerse tarieven onder het landelijke gemiddelde zitten en er een potentiële ruimte aanwezig is. Wij concluderen dat de ontwikkeling van de financiële positie van de gemeente Boxmeer positief is. Wel is het zaak hierop alert te blijven en te blijven streven naar:

  • Het structureel sluitend houden van de begrotingen;
  • Verlaging van de schuldenlast;
  • De reservepositie stabiliseren en zo mogelijk versterken;
  • De risico’s van de grondexploitaties en projecten te beheersen en verkleinen.

Onderhoud kapitaalgoederen

Algemeen

De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen geeft een dwarsdoorsnede van de begroting. Lasten van onderhoud komen op diverse programma’s voor. Met het onderhoud van kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Indien er bedragen worden genoemd is dit exclusief de personele component. Een helder en volledig beeld is van belang voor een goed inzicht in de financiële positie.

Het betreft onderhoud van kapitaalgoederen voor:

  • Wegen
  • Openbare verlichting
  • Groen
  • Riolering / water
  • Gebouwen

Per onderdeel wordt ingegaan op de volgende zaken:

  1. het beleidskader
  2. de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties
  3. de vertaling van de financiële consequenties in de begroting

Wegen

 1.      Het actuele en vigerende beleidskader:

Het in 2011 opgestelde IBOR-beleidsplan (Integraal Beheer Openbare Ruimte) voor technisch en verzorgend onderhoud van wegen en groen. In dit plan zijn 4 eindbeelden en/of beheerbeelden beschreven. De hoogste kwaliteit is A+ en de laagste is C. Zowel wegen als groen worden onderhouden/verzorgd op basis van een vastgesteld beeld, dat is kwaliteit B. De verzorging (vegen en onkruidbestrijding) van de verhardingen geschiedt nog steeds op kwaliteit B. Uit de laatste inspectie (najaar 2017) gebleken dat de technische kwaliteit van de verhardingen ligt op het vastgestelde niveau B.

 

2.      De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties zijn:

a.       1,05 miljoen voor onderhoud, waarvan € 100.000 voor klein onderhoud;

b.       € 209.900 voor verzorging.

 

3.      De vertaling van de financiële consequenties in de begroting:

a.       Voor wegen is in de exploitatie begroting een bedrag beschikbaar van € 443.000 voor groot/klein onderhoud. Deze post is gesplitst in € 343.000 voor groot onderhoud en € 100.000 voor klein onderhoud. Tevens zal in 2019 € 615.000 voor reconstructie wegen in het investeringsschema worden vrijgemaakt. Dit is conform de door de raad vastgestelde beheerstrategie voor wegen.

b.       Voor het schoonhouden van de verharde openbare ruimte is € 209.900 opgenomen.

Openbare verlichting

1. Het actuele en vigerende beleidskader:
Het Beleidsplan Openbare Verlichting 2016-2025 is in 2016 geactualiseerd voor de periode 2016-2025. De beleidskeuzes hebben hoofdzakelijk betrekking op het vernieuwen en verduurzamen van de verlichting middels het vervangen van verouderde armaturen door omvorming naar LED-verlichting alsmede het dimmen van de verlichting in de nachtelijke uren volgens een bepaald dimregime.

2. de uit het beleidskader 2016-2025 voortvloeiende financiële consequenties voor 2019 zijn:
a. onderhoudskosten:
- energiekosten € 106.000
- klein onderhoud € 37.000 (t.b.v. het herstellen van vernielingen en het opheffen van storingen)
- storting voorziening € 41.000 (t.b.v. schilderen en remplace)
- schadeverhaal € 7.000
b. investeringen (armaturen en lichtmasten) € 85.000

3. de vertaling van de financiële consequenties in de begroting 2019:

a. onderhoudskosten:
- energiekosten € 108.000
- klein onderhoud € 37.000 (t.b.v. het herstellen van vernielingen en het opheffen van storingen)
- storting voorziening € 41.000 (t.b.v. schilderen en remplace)
- schadeverhaal € 7.000
b. investeringen (armaturen en lichtmasten): € 85.000

- Lampen en armaturen
Net zoals in de voorbije beleidsperiode is het voornemen om in begrotingsjaar 2019 armaturen ouder dan 25 jaar, alsmede de armaturen met niet energiezuinige lampen (zoals SOX-armaturen), te vervangen door LED-verlichting met dimmer. Deze activiteit komt ten laste van reeds eerder beschikbaar gesteld investeringskrediet.

- Lichtmasten
Veel lichtmasten zijn al 50 tot 60 jaar oud, dit betekent dat deze theoretisch op de korte termijn vervangen dienen te worden. In de praktijk blijkt echter dat de meeste lichtmasten nog in een redelijke staat verkeren. Er worden dan ook maar zeer beperkt lichtmasten vervangen.

- De gemeente Boxmeer confirmeert zich aan de Nederlandse Praktijk Richtlijn (NPR 13291:2017 (ter vervanging “Richtlijn voor Openbare Verlichting ROVL-2011”) van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV) alsmede met de geldende NEN-normen voor elektriciteitsinstallaties. Er is geen achterstallig onderhoud met betrekking tot de openbare verlichting.

Groen

1. de actuele en vigerende beleidskaders zijn:
- het IBOR-beleidsplan (Integraal Beheer Openbare Ruimte) dat in 2011 is opgesteld voor technisch en verzorgend onderhoud van wegen en groen. In dit plan zijn 4 eindbeelden en/of beheerbeelden beschreven.
De hoogste kwaliteit is A+ en de laagste is C (Kwaliteitscatalogus Openbare ruimte (CROW). Net zoals bij de wegen wordt het groen onderhouden/verzorgd op basis van het vastgesteld beeldkwaliteitsniveau B. Kwaliteitsniveau B is opgenomen in het groenonderhoudsbestek 2014-2018.
- Bosbeleidsplan 2014 – 2024: jaarlijks wordt er vanuit het beleidsplan een werkplan opgesteld, dat gebaseerd is op het vigerende beleid, beheer en wetgeving. Op basis van de in het werkplan opgenomen hoeveelheden is de verwachting dat de inkomsten van de houtoogst de komende jaren fluctueren. De raad heeft eerder aangegeven meer beleving in de bossen te willen hebben. Er wordt een losloopgebied voor honden gerealiseerd. Naast het stellen van handhaafbare regels worden er ook parkeervoorzieningen in de bossen gemaakt. Ook het ontwikkelen van natuurlijke paden past in dit beleid. Als laatste wordt in de buurt van de uitkijktoren uitvoering gegeven aan de uitleeffunctie.
- Boombeheer: de bomen worden beheerd conform het Boombeheerplan 2016-2025. In 2019 wordt € 116.000 geïnvesteerd in het vervangen van bomen in de Museumlaan te Overloon. Jaarlijks wordt er door de afdeling een inspectie-, snoei- en onderhoudsplan opgesteld.
- Bermbeheer: Bermen langs gebiedsontsluitingswegen worden gemaaid, het maaisel wordt afgevoerd (verschralingsbeheer). Bermen van de overige wegen worden geklepeld, dit maaisel wordt niet afgevoerd.
- Slootbeheer: Alle schouw- en bermsloten, met watervoerende functie, worden jaarlijks geveegd waarbij het veegsel wordt afgevoerd (B en C waterlopen).
- Landschapsbeheer: dit betreft het groen buiten de bebouwde kom; Met de UNESCO MAB nominatie voor het Maasheggengebied, ontstaat er door alle partijen werkzaam in het gebied een nieuw elan. Dit gestuurd vanuit het Uitvoeringsprogramma Noordelijke Maasvallei. Een onderdeel hiervan is kavelruil, waarbij hagen
kunnen worden verplaatst en nieuwe hagen kunnen worden aangeplant. Ook komt cultuurhistorie terug in de vorm van het terugbrengen van historische hekken met veldnamen. Het streven is te komen tot een éénduidig gestructureerd beheer voor het gehele gebied.
- Speelvoorzieningen (deze zijn een onderdeel van het IBOR-beleidsplan): maandelijks worden alle voorzieningen gecontroleerd en onderhouden zodat ze voldoen aan de regels van het attractiebesluit. In 2019 wordt € 30.000 geïnvesteerd in het vervangen van speelvoorzieningen.

2. de vertaling van de financiële consequenties in de exploitatiebegroting 2019:

- groenbeleid inclusief het maaien van gazons € 765.200
- bosbeheer € 58.500
- landschapsbeheer € 60.900
- bomenbeheer € 46.000
- bermbeheer (maaien) € 91.800
- slootbeheer € 94.000
- beheer speelvoorzieningen € 13.000

Riolering / Water

1. het actuele en vigerende beleidskader:
het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2019 (vastgesteld eind 2015) inclusief gemeentelijke wateropgave.

2. de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties zijn:
a. 0,71 miljoen euro voor onderhoud (voornamelijk klein onderhoud, onderzoekskosten stroomkosten en rioolinspectie van het gehele rioolstelsel);
b. 0,46 miljoen euro voor investeringen (vervangingen, groot onderhoud gemalen en IBA’s).

3. de vertaling van de financiële consequenties in de begroting:
a. in de begroting is voor onderhoud, conform het VGRP, voor het jaar 2019 0,71 miljoen euro opgenomen. Om de onderhoudskosten te stabiliseren, mogelijk te verminderen, is de focus gericht op a) meer samen met zowel het waterschap als de aanliggende gemeenten en b) op innovatie en onderzoek;
b. Voor 2019 zijn er vooralsnog, vanwege de goede kwaliteit, weinig nieuwe investeringen opgenomen, behalve voor het renoveren van drukrioleringsgemalen en reparaties voortvloeiend uit de algehele inspectie. Daarvoor is 456.000 euro opgenomen. Vanwege de enorme wateroverlast in 2016, in diverse kernen, is een masterplan Water in voorbereiding. In het najaar van 2017 is het voorstel betreffende de actualisatie kostendekkingsplan en aanpak wateroverlast vastgesteld door de raad. De financiële consequenties zullen in het riooltarief verwerkt dienen te worden. Voor 2019 is een extra investering van € 2.100.000 voor het oplossen van wateroverlast opgenomen.

Gebouwen

Gemeentelijke accommodaties

1. Actueel beleidskader:
In 2012 is het meerjarig onderhoudsplan (MOP) voor alle gemeentelijke accommodaties geactualiseerd voor de jaren 2012 tot 2022. In fases worden de MOP’s van gemeentelijke accommodaties bijgesteld en geactualiseerd.

2. Het van toepassing zijnde kwaliteitsniveau:
Het aangegeven onderhoud is noodzakelijk voor de instandhouding van de accommodaties. Het MOP is een planningsinstrument. Per jaar wordt bekeken welke onderhoud het meest dringend dan wel noodzakelijk is. Deze prioritering wordt jaarlijks vastgelegd binnen het onderhoudsbudget op de kostenplaats gebouwen.

3. De vertaling van de financiële consequenties in de begroting:

In de begroting 2019 is er een bedrag van € 270.000 opgenomen voor het onderhoud. De reserve Gebouwen onderhoud is groot per 01-01-2018 € 110.712.

Financiering

Algemeen

De Wet financiering decentrale overheden (Wet FIDO) stelt regels aan de financieringsfunctie van gemeenten en biedt een kader voor de beheersing van de risico’s die uit deze functie voortvloeien.

Voor de gemeente Boxmeer is deze regelgeving vertaald in een ‘treasurystatuut’ dat door de gemeenteraad is vastgesteld op 22 april 2015. In dit statuut is de bestuurlijke infrastructuur voor de uitvoering van de treasuryfunctie vastgelegd.

In het treasurystatuut worden allereerst het begrippenkader en de doelstellingen van de treasuryfunctie geformuleerd. Deze worden vervolgens geconcretiseerd voor verschillende deelgebieden van treasury: risicobeheer, gemeentefinanciering en kasbeheer. Daarna worden de organisatorische randvoorwaarden van de treasuryfunctie weergegeven. Daarbij ligt het accent op de helderheid betreffende de verdeling van de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Tot slot worden de uitgangspunten vastgelegd voor de informatie die noodzakelijk is om het gehele proces beheersbaar en meetbaar te maken en te houden.

Financieringsbeleid

Het financieringsbeleid is er op gericht om zo lang mogelijk de uitgaven met “kort geld” te financieren en pas vaste leningen aan te trekken wanneer dat noodzakelijk is. Wij streven er naar de benodigde leningen tegen zo laag mogelijke kosten aan te trekken en tegelijkertijd de renterisico’s te beheersen. Door een goede liquiditeitenraming proberen we dit zo goed mogelijk in beeld te brengen. De liquiditeitsbehoefte in onze gemeente gedurende de periode 2019 t/m 2022 wordt in belangrijke mate bepaald door de geplande investeringen.

Schatkistbankieren

Op basis de Wet Verplicht schatkistbankieren zijn decentrale overheden (o.a. gemeenten) verplicht om hun overtollige middelen in de schatkist bij het ministerie van Financiën aan te houden. Dit houdt in dat geld en vermogen niet bij banken en instellingen buiten de schatkist mogen worden gehouden. Overtollige middelen mogen alleen in rekeningcourant en via deposito's bij de schatkist worden aangehouden of onderling worden uitgeleend aan andere decentrale overheden.

Rente ontwikkelingen

Eén van de belangrijke externe ontwikkelingen waarmee rekening gehouden moet worden binnen het treasurybeleid is de renteontwikkeling. We maken daarbij onderscheid tussen de korte rente (looptijd <1 jaar) en de lange rente (looptijd >1 jaar). Het rentepercentage bij een eventueel (berekend) financieringstekort per 1 januari van het begrotingsjaar wordt tijdens het opstellen van de begroting bepaald.  Uit oogpunt van voorzichtigheid houden wij het tarief voor korte rente op 1%. Voor wat betreft de kapitaalmarktrente verwachten wij geen opwaartse uitbraak op korte termijn. Voor de langlopende leningen gaan we in de begroting uit van de percentages waarvoor de leningen ook daadwerkelijk zijn afgesloten.

Risicobeheer

Onder risico’s worden zowel renterisico’s (van vaste schuld en vlottende schuld) als kredietrisico’s, liquiditeitenrisico’s en koersrisico’s verstaan. De Wet financiering decentrale overheden (Wet FIDO) geeft een aantal verplichte elementen aan die het risico beperken. In het door de raad vastgestelde Treasurystatuut wordt aangegeven hoe de gemeente Boxmeer deze wet in de praktijk toepast. Het doel van dit statuut is, naast het beperken van deze risico’s, het verhogen van een slagvaardig beleid bij het aantrekken respectievelijk het uitzetten van gelden. Een belangrijke eis uit de Wet FIDO is dat de uitvoering van de treasuryfunctie uitsluitend de publieke taak dient en dat het beheer prudent (voorzichtig) dient te zijn. De gemeente Boxmeer heeft geen beleggingen die niet in het verlengde van de publieke taak liggen.

Koersrisico's

De koersrisico’s van de gemeente zijn zeer beperkt omdat uitsluitend middelen worden uitgezet bij de schatkist of bij andere overheden. Dit gebeurt in vastrentende waarden. Vastrentende waarden garanderen dat op de einddatum de nominale waarde wordt uitgekeerd.  Op de einddatum is dus geen sprake van koersrisico’s.

Kredietrisico

De gemeente gaat leningen aan, zet middelen uit en verleent garanties uitsluitend ten behoeve van de publieke taak. Uitzettingen geschieden uitsluitend aan tegenpartijen die aan de in het treasurystatuut genoemde eisen voor kredietwaardigheid voldoen. Daardoor worden kredietrisico’s beperkt.

Renterisico’s

Bij de inwerkingtreding van de Wet FIDO is het begrip ‘renterisiconorm’ ingevoerd.

De renterisiconorm beoogt een zodanige opbouw van de leningenportefeuille, dat het renterisico uit hoofde van renteaanpassing en herfinanciering van leningen wordt beperkt.

Uitgangspunt hierbij is om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen. De wettelijk vastgestelde renterisiconorm van 20% houdt in dat in enig jaar de aflossing van de lange schuld niet hoger mag zijn dan 20% van het begrotingstotaal.

Uit de berekening van de huidige renterisiconorm, zoals hieronder weergegeven, blijkt dat de gemeente voor het  jaar 2019 geen renterisico loopt.

In 2020 wordt naar verwachting de renterisiconorm overschreden. Er is hier sprake van een eenmalige overschrijding. Formeel gezien moet de gemeente Boxmeer hiervoor een ontheffingsverzoek indienen bij de Provincie. De Provincie heeft aangegeven dat in het geval van een verwachte overschrijding van de renterisiconorm in 2020 dit pas aan de orde is bij het indienen van de begroting 2020

Modelstaat B (Renterisico vaste schuld over de jaren 2019 t/m 2022
Stap Variabelen renterisico(norm) Jaar T: Jaar T+1: Jaar T+2: Jaar T+3:
    2019 2020 2021 2022
1 Renteherzieningen 0 0 0 0
2 Aflossingen 13.197.447 14.997.447 6.157.447 11.084.842
3 Renterisico (1 + 2) 13.197.447 14.997.447 6.157.447 11.084.842
4 Renterisiconorm 13.654.930 13.391.431 13.382.691 13.393.577
5a = 4 > 3 Ruimte onder renterisiconorm 457.483   7.225.244 2.308.735
5b = 3 > 4 Overschrijding renterisiconorm   1.606.016    
           
Berekening         
renterisiconorm          
4a Begrotingstotaal jaar T 68.274.650 66.957.156 66.913.453 66.967.885
4b Percentage regeling 20 20 20 20,00
4 = 4a x 4b / 100 Renterisiconorm 13.654.930 13.391.431 13.382.691 13.393.577
(van alleen jaar T)

 

Renteschema

De commissie BBV heeft in 2017 een rentenotitie uitgebracht waarin men adviseert om het renteschema uit deze notitie op te nemen in de financieringsparagraaf. In onderstaand overzicht wordt hierdoor o.a. inzicht gegeven in rentelasten en het renteresultaat.

Rente-omslagberekening:    
Externe rentelasten         
-korte financiering       153.739
-lange financiering       1.690.350
-rentebaten       -90.058
        1.754.031
Rente grondexploitatie   -694.013  
Rente projectfinanciering   0  
        -694.013
Saldo door te rekenen externe rente     1.060.018
Rente voorzieningen       0
Aan taakvelden toe te rekenen rente     1.060.018
Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente   1.411.644
Rente resultaat       351.626

Kasgeldlimiet

Om de directe gevolgen van een snelle rentestijging te beperken is in de wet FIDO de kasgeldlimiet opgenomen. Dit houdt in dat de gemeente haar financieringsbehoefte voor een beperkt bedrag met kort geld (looptijd < 1 jaar) mag financieren. De norm is in de wet gesteld op 8,5% van het begrotingstotaal aan lasten bij aanvang van het jaar. Voor Boxmeer bedraagt de limiet voor 2019 € 5.803.000.

Op begrotingsbasis wordt er (technisch gezien) vanuit gegaan dat nog een bedrag van ongeveer 17 miljoen gefinancierd moet worden. De ervaring vanuit de afgelopen jaren leert dat de op begrotingsbasis berekende financieringsbehoefte vaak afwijkt van de werkelijke behoefte aan financieringsmiddelen in de loop van het begrotingsjaar. Dit heeft te maken met het tijdstip van uitvoering van voorgenomen investeringen. Op basis van bij te houden ontwikkelingen, rekening houdend met de lopende investeringen, nieuwe op stapel staande investeringen en te verwachte baten wordt steeds een afweging gemaakt of en zo ja tot welk niveau en op welke termijn vaste financieringsmiddelen moeten worden aangetrokken.

Verstrekte geldleningen

Bij de verstrekte geldleningen loopt de gemeente Boxmeer kredietrisico’s. De beheersing van dit risico wordt vooral vormgegeven door terughoudendheid bij het aangaan van nieuwe leningen. Verder neemt in de tijd de hoofdsom en dus ook het risico van doorgeleende gelden af, door aflossingen. In onderstaand schema ziet u een samengevat overzicht van de verstrekte geldleningen.

Verstrekte geldleningen

Bedrag

Stand per 1 januari 2019

1.697.839

Reguliere  aflossingen

90.455

Stand per 31 december 2019

1.607.384

 

 

Opgenomen geldleningen

Het is natuurlijk ook van uitermate groot belang zicht te hebben op de samenstelling, de grootte en de rentegevoeligheid van de opgenomen leningen. Voor een uitgebreide specificatie verwijzen wij u naar de staat van opgenomen geldleningen zoals opgenomen in het bijlageboek. In onderstaand schema ziet u een samengevat overzicht van de opgenomen geldleningen.

Opgenomen   geldleningen

Bedrag

Stand per 1 januari 2019

77.202.009

Reguliere  aflossingen

13.197.447

Stand per 31 december 2019

64.004.562

Relatiebeheer

Het betalingsverkeer is  tot en met 31 december 2019  in hoofdzaak geconcentreerd bij de plaatselijke Rabobank. Daarnaast vervult de NV Bank voor Nederlandse Gemeenten een kleine (verplichte) rol in het betalingsverkeer.

Bedrijfsvoering

Algemeen

Inleiding

De bedrijfsvoering bestaat uit de onderdelen personeel, organisatie, ICT, (interne) communicatie, juridische control, financiën en huisvesting. Bedrijfsvoering houdt ook in het waarborgen van rechtmatig, doelmatig en doeltreffend beleid en beheer. De paragraaf dient inzicht te geven in de stand van zaken en de beleidsvoornemens inzake de bedrijfsvoering met het oog op de uitvoering van de programma’s en het programmaplan. In het jaar 2019 is de begroting ook raadpleegbaar en benaderbaar via een zogenaamde “begroting online”. Daarmee zal de toegankelijkheid en de raadpleegbaarheid toenemen.

Actualisering

De wereld verandert. Wetgeving verandert, de samenleving verandert. Allemaal ingrediënten die het noodzakelijk maakten om de actualiseringsnota uit 2008 te herijken. Dat is, zoals u bij de behandeling van de kadernota 2016 hebt ervaren, een intensief proces geworden, waarbij er door de organisatie o.a. gekeken is naar alle veranderende wetgeving, maar er ook gekeken is, vanuit bestuurskundige optiek, naar de organisatiemodellen en met name de opmaat voor de regiegemeente (participatie) en de daarbij horende ambtenaar 3.0.

Voor het jaar 2019 ligt de focus op de verdere implementatie van deze actualiseringsnota 2016. Naar aanleiding van de raadsdiscussie tijdens de kadernota zal er in 2019 extra ingezet worden op het zorgloket, duurzaamheid, toezicht en wettelijke vereisten zoals de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de ENSIA single-audit systematiek. We blijven, ondanks de uitbreidingen, als organisatie slank en efficiënt georganiseerd.

Personeel

In 2019 is het voornemen om een talentprogramma voor “young en senior potentials” te starten. Dit alles in het kader van “boeien en binden” van personeel in het licht van een toenemende concurrerende arbeidsmarkt.  En om zo op tijd te kunnen anticiperen op de uitstroom van de generatie “baby-boomers” en de opvolging van een aantal bepalende posities gedurende de komende 5 jaar. Verder blijft de medewerkerstevredenheid, de opleidingsbehoefte en het ziekteverzuim een vast onderdeel van de reguliere P-gesprekken met de medewerkers. Waarbij het streven onveranderd gericht blijft op het creëren van een gezonde en plezierige werkomgeving voor onze medewerkers.

Dienstverlening

De ingezette lijn met betrekking tot de dienstverlening wordt doorgezet. Binnen de beschikbare financiële en formatieve ruimte zijn de openingstijden, als gevolg van het werken op afspraak, sterk verruimd en voor iedereen helder. Dienstverlening op ieder onderdeel zoals transactioneel (balie), schriftelijk (post) of de producten- en dienstencatalogus (internet) blijft ook voor 2019 een speerpunt van beleid.

Taakveld 0.4 Overhead

Huisvesting:

In 2019  zitten we al weer 9 jaar in ons huidige gemeentehuis. Vanwege toename van taken met name vanuit het sociaal domein, jeugdzorg èn de uitvoering van deze taken voor de 2 gemeenten Boxmeer en Sint Anthonis is de huisvestingssituatie onder druk komen te staan.  In 2018 hebben we daarom de commerciële ruimtes aan de Steenstraat 103 en 105 (± 561 bvo) als kantoorruimte voor het  totale Sociaal Domein in gebruik genomen.

Eind 2018 zal er een besluit worden genomen om de samenwerking met Sint Anthonis uit te breiden met de functies van de (digitale) documentaire informatie voorziening.  De huisvesting van dit team kan binnen de bestaande huisvestingssituatie worden opgevangen.

Verder zal de vrijkomende ruimte (voorheen afdeling Sociale Zaken) ingezet worden door enerzijds de mogelijke uitbreiding binnen de documentaire informatievoorziening anderzijds zal Toezicht en Handhaving, inclusief BOA’s, Straatcoaches en werkplekken Politie en de afdeling Vergunningen beter op elkaar afgestemd worden zodat er nog integraler gewerkt kan worden binnen dit domein.

Inkoop en aanbesteding:

In 2018 is in navolging van de overige gemeenten Land van Cuijk een kwaliteitsimpuls gegevens aan Inkoop en Aanbesteding door aansluiting bij BIZOB . (Bureau Inkoop en Aanbesteding Zuid Oost-Brabant). In 2019 zal deze kwaliteitsimpuls zichtbaar worden.

Zaakgericht werken:

Vanaf 2017 is de organisatie, naast de reeds in gang gezette digitalisering, steeds meer zaakgericht gaan werken. Hiervoor wordt de applicatie “Join” ingezet welke door alle LvC-gemeenten gebruikt wordt. Het grote voordeel van zaakgericht werken is, dat alle documenten, contacten en andere stukken m.b.t. één zaak bij elkaar zitten (dus een totaalbeeld).  Vanaf 2018 wordt in fasen toegewerkt naar “digitale overheid 2020 via aansluiting bij het GDI (Generieke Digitale Infrastructuur).

In 2019 zal ook ons KCC, het klachten en meldingen systeem en het Sociaaldomein  hierbij aansluiten. 

Informatieveiligheid / Gegevensbescherming:

In 2015 is het informatieveiligheidsbeleid vastgesteld, alsmede een meerjaren uitvoeringsplan. Vanaf 2016 is in jaarschijven de uitvoering hiervan ter hand genomen. In 2018  is  fase 3 ter hand genomen en voldoen we aan de wettelijke verplichtingen van de AVG. De gegevensbescherming en privacy is opgepakt in samenwerking met de gemeente Sint Anthonis.  Vanaf 2019 wordt de gemeenteraad middels de Planning en Controlcyclus hierin meegenomen. 

Informatieveiligheid wordt vaak verward met Cybercriminaliteit. Het voorkomen en bestrijden van cybercriminaliteit is een onderdeel van ons informatieveiligheidsbeleid. Informatieveiligheid is derhalve veel meer dan dat. Met informatieveiligheid bedoelen we het totale spectrum (preventieve) maatregelen, handelingen, autorisaties en gedrag gericht op beveiliging van (gemeentelijke) en overheidsinformatie, alsmede de privacy bescherming van onze inwoners en bedrijven in onze organisatie en in relatie met onze organisatie.

Beide gemeentes sluiten zich hiervoor ook aan bij de landelijke acties en aanbestedingen middels GGI-veilig van VNG realisatie. (Gemeentelijke Gemeenschappelijke Infrastructuur – Veilig).

De jaarlijkse ENSIA audit geeft de stand van zaken rondom al deze veiligheidsaspecten weer.

Informatisering en automatisering:

In 2018 is een meer jaren beleid gericht op informatisering en automatisering opgesteld en in een werkbijeenkomst met uw Raad afgestemd. Dit beleid geeft een beeld van de ontwikkelingen op dit gebied voor de komende 4 jaar vanaf 2018.

Verbonden partijen

Algemeen

Vanwege bestuurlijke, beleidsmatige en/of financiële belangen en mogelijke dito risico’s is het gewenst dat in de begroting en jaarstukken aandacht wordt besteed aan derde rechtspersonen, waarmee de gemeente een bestuurlijke en financiële band heeft. Dat zijn deelnemingen (vennootschappen), gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en verenigingen. Het is niet de bedoeling te rapporteren over alle partijen waarmee de gemeente op enigerlei wijze verbonden is. Het criterium is daarom gelegd bij die partijen waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Onder bestuurlijk belang (artikel 1 lid d BBV) wordt verstaan: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Met een financieel belang (artikel 1 lid c BBV) wordt bedoeld: een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is als de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt.

Voor de begroting 2019 zijn ten aanzien van verbonden partijen de volgende zaken te melden:

Algemeen

De besturen van de gemeenschappelijke regelingen in Noordoost Brabant en de deelnemende gemeenten hebben afspraken gemaakt om te komen tot een betere afstemming over de jaarlijkse financiële beleidscyclus. Bij brief van 14 juni 2018 van de gemeente Oss is de planning 2019 tussen de gemeenten en 10 samenwerkingsverbanden vastgelegd. Daarnaast is binnen de regio een adoptieregeling afgesproken, waarbij een klein team van ambtenaren de kadernota, de begroting en de jaarrekening analyseert voor de andere deelnemende gemeenten en daartoe een conceptvoorstel opstelt. Dit heeft er toe geleid dat de diverse kadernota’s zijn behandeld in de gemeenteraadsvergadering van 28 maart 2018.

Voor de visie op en de beleidsvoornemens omtrent de verbonden partij verwijzen wij naar het betreffende programma.

Overzicht verbonden partijen

Verbonden partij

Programma

Gemeenschappelijke regeling

Vennootschappen en coöperaties

Stichtingen en verenigingen

Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN)

8

X

 

 

Bestuurscommissie Afvalinzameling Land van Cuijk en Boekel

7

X

 

 

Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant

6

X

 

 

Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC)

0

X

 

 

GGD Hart voor Brabant

5

X

 

 

Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord

5

X

 

 

Euregio  Rijn-Waal

0

 

 

X

Veiligheidsregio Brabant-Noord

1

X

 

 

Bank Nederlandse Gemeenten

4

 

X

 

Brabant Water N.V.

7

 

X

 

Kleinschalig Collectief Vervoer Brabant-Noordoost

6

X

 

 

Gemeenschappelijke regeling voor het toezicht op het openbaar onderwijs

5

X

 

 

Regionaal Bureau Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten  Brabant

5

X

 

 

Stichting Beheer en Exploitatie Regionaal Veiligheidshuis Maas en Leijgraaf

1

 

 

X

Ambtelijke Samenwerking gemeenten Boxmeer en Sint Anthonis

0

X

 

 

AgriFood Capital

0

 

 

X

Centrumregeling Jeugdhulp Noordoost Brabant

6

X

 

 

Centrumregeling Wmo Brabant Noordoost- oost

6

X

 

 

 

Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN)

Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN)

Vestigingsplaats

’s-Hertogenbosch

Partijen

Provincie Noord-Brabant en de gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer, Boxtel, Cuijk, Grave, Haaren, Landerd, Mill en Sint Hubert, Oss, ’s-Hertogenbosch, Sint Anthonis, Sint-Michielsgestel, Uden, Vught en Meierijstad.

Openbaar  belang

Het openbaar lichaam is ingesteld om ten behoeve van de deelnemers taken uit te voeren op het gebied van de fysieke leefomgeving en om als verlengstuk van het lokaal en provinciaal bestuur een bijdrage te leveren aan een leefbare en veilige werk- en leefomgeving van de regio Brabant Noordoost.

Bestuurlijk belang

De Gemeente Boxmeer maakt deel uit van het Algemeen Bestuur en wordt vertegenwoordigd door wethouder Stevens.

Financieel  belang

Bijdrage Boxmeer 2019 is begroot op € 1.490.035 (2018: € 1.532.736). De werkelijke kosten over 2017 bedroegen

€ 1.449.993 (inclusief BCA).

Eigen vermogen

E.V. per 1-1-2016 € 8.233.000 / 31-12-2016 € 7.077.000 (inclusief BCA).

Vreemd vermogen

V.V. per 1-1-2016 € 20.280.000 / 31-12-2016 € 18.219.000 (inclusief BCA).

Financieel  resultaat

Het resultaat van de jaarrekening 2016 ODBN is na onttrekkingen en dotaties aan reserves is € 757.000 nadelig (inclusief BCA). Het resultaat van de begroting 2018 ODBN inclusief BCA is na onttrekkingen en dotaties aan reserves € 27.000 voordelig.

Risico’s

Het niet realiseren van de voorgenomen bezuinigingen door de ODBN.

Rapportages

De jaarrekening 2016 en de begroting 2018 zijn behandeld in de collegevergadering van 6 juli 2017. De Kadernota 2019 is behandeld in de collegevergadering van 6 februari 2018.

 

Bestuurscommissie Afvalinzameling Land van Cuijk en Boekel

Bestuurscommissie Afvalinzameling Land van Cuijk en Boekel (BCA)

Vestigingsplaats

Cuijk

Partijen

ODBN en gemeenten Boxmeer, Cuijk, Grave, Sint Anthonis, Mill en Sint Hubert en Boekel.

Bestuurlijk belang

De Omgevingsdienst Brabant-Noord (ODBN) is op 1 september 2013 van start gegaan als rechtsopvolger van het RMB. De BCA gaat op grond van artikel 21 lid 3 van de nieuwe gemeenschappelijke regeling op in de ODBN. Namens de gemeente Boxmeer is wethouder Stevens lid van de bestuurscommissie.

Financieel  belang

Zie ODBN.

Eigen vermogen

Zie ODBN.

Vreemd vermogen

Zie ODBN.

Financieel  resultaat

Zie ODBN.

Risico’s

De kosten afvalverwerking worden voor 100% doorberekend in de tarieven reinigingsrechten.

Rapportages

Zie ODBN.

 

Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant

Werkvoorzieningschap  Noordoost-Brabant

Vestigingsplaats

Oss

Partijen

Gemeenten Boekel, Boxmeer, Cuijk, Grave, Bernheze, Landerd, Mill en Sint Hubert, Oss, Sint Anthonis, Uden en Meierijstad.

Openbaar  belang

Verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet sociale werkvoorzieningen in de regio. Het openbaar lichaam verzorgt de administratie en gebruikt voor plaatsing van kandidaten haar eigen uitvoeringsorganisatie (IBN-Holding B.V.).

Bestuurlijk belang

De gemeente Boxmeer maakt via wethouder Hendriks deel uit van het Algemeen en Dagelijks Bestuur. Het Werkvoorzieningschap kent een Algemeen Bestuur en een Dagelijks Bestuur. Het Algemeen Bestuur bestaat uit elf leden uit de deelnemende gemeenten. Het Dagelijks Bestuur bestaat momenteel uit zeven leden. Zes leden worden aangewezen door en uit het Algemeen Bestuur, waarbij elke deelregio (Oss/Maasland, Uden/Veghel en Land van Cuijk) twee leden voordraagt. De voorzitter van de Raad van Commissarissen van IBN is eveneens lid van het Dagelijks Bestuur. In de afgelopen jaren is het meerdere keren voorgekomen dat er per deelregio binnen het gebied van het Werkvoorzieningschap meer leden van het Algemeen Bestuur zitting wilden nemen in het Dagelijks Bestuur dan dat er zetels beschikbaar waren. Binnen de 3 deelregio’s is deze behoefte gepeild. De afzonderlijke deelregio’s hebben vervolgens ingestemd met uitbreiding van het aantal leden van

het Dagelijks Bestuur om zo meer gemeenten de gelegenheid te bieden om bestuurlijke verantwoordelijkheid te dragen op het niveau van het Dagelijks Bestuur.

Financieel  belang

Bijdrage in de exploitatie voor bestuurskosten is voor 2019 geraamd op € 7.310 (begroot 2018 € 7.310). De werkelijke bijdrage 2017 bedroeg € 7.516. Het aandeel van de gemeente Boxmeer in de AGR is per 31-12-2017 € 495.900.

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2016: € 27.592.900 / 31-12-2017 € 27.047.800.

Begroting 2019: per 1-1-2019 € 27.047.800 / per 31-12-19 € 27.047.800.

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2016: € 3.097.400 / 31-12-2017 € 3.968.700.

Begroting 2019: per 1-1-2019 € 3.968.700 / per 31-12-19 € 3.968.700.

Financieel  resultaat

Het bedrijfsresultaat 2017 van het Werkvoorzieningschap (WVS) is € 0. De kosten worden gedekt uit de gemeentelijke bijdrage en een bijdrage van IBN. Het begrote resultaat voor 2019 is € 0 (2018: € 0).

Risico’s

De materiële uitvoering van de WSW is opgedragen aan de 100% deelneming IBN-Holding B.V. In een sociaaleconomisch contract zijn de wederzijdse rechten en verplichtingen vastgelegd. De bevoegdheden van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders worden uitgeoefend door het Algemeen Bestuur van het Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant. De bedrijfsvoeringrisico’s zijn hiermee indirect voor de deelnemende gemeenten.

Rapportages

De jaarrekening 2017 en de begroting 2019 zijn behandeld in de collegevergadering van 24 april 2018.

 

Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC)

Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC)

Vestigingsplaats

’s-Hertogenbosch

Partijen

Het Rijk, 14 gemeenten en 2 waterschappen.

Openbaar  belang

Het BHIC heeft als doel het behartigen van de belangen van de deelnemende partijen bij alle aangelegenheden betreffende de archiefbescheiden en collecties in rijksarchiefbewaarplaats in de Provincie Noord-Brabant en de archiefbewaarplaatsen van de deelnemende gemeenten en waterschappen.

Bestuurlijk belang

Het bestuur bestaat uit 3 vertegenwoordigers van het Rijk en 3 vertegenwoordigers van de aangesloten gemeenten en waterschappen.

Financieel  belang

Bijdrage Boxmeer 2019 is begroot op € 104.800 (2018: € 104.800). De werkelijke kosten 2017 bedroegen € 99.074.

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2016 € 2.906.805 / 31-12-2017 € 3.818.059.

Begroting 2019: per 1-1-2019 € 514.000 / per 31-12-2019 € 514.000.

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2016 € 2.880.888 / 31-12-2017 € 2.474.301.

Begroting 2019: per 1-1-2019 € 2.384.000 / per 31-12-2019 € 2.234.000

Financieel  resultaat

De jaarrekening 2017 sluit met een overschot van € 53.964. Het begrote resultaat 2019 is € 0 (2018: € 0).

Risico’s

Zie eigen- en vreemd vermogen.

Rapportages

De jaarrekening 2017 en de begroting 2019 zijn behandeld in de collegevergadering van 15 mei 2018.

 

GGD Hart voor Brabant

GGD Hart voor Brabant

Vestigingsplaats

’s-Hertogenbosch

Partijen

25 Brabantse gemeenten.

Openbaar  belang

De GGD heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de openbare gezondheidszorg.

Bestuurlijk belang

De gemeente neemt deel in het Algemeen Bestuur via wethouder Hendriks. De gemeenschappelijke regeling GGD Hart voor Brabant is bij raadsbesluit van 7 september 2000 aangegaan met ingang van 1 januari 2001 en bij raadsbesluit van 27 juni 2013 voor het laatst gewijzigd.

Financieel  belang

Bijdrage Boxmeer 2019 is begroot op € 879.236 (2018: € 846.653). De werkelijke kosten 2017 bedroegen € 813.804.

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2016 € 11.087.000 / 31-12-2017 € 10.756.000.

Begroting 2019: per 1-1-2019 € 9.276.000 / per 31-12-2019 € 8.666.000.

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2016 € 10.334.000 / 31-12-2017 € 8.902.000.

Financieel  resultaat

De jaarrekening 2017 sluit met een positief saldo van € 330.000. Het begrote resultaat voor 2019 is € 0 (2018: € 0).

Risico’s

Zie eigen- en vreemd vermogen.

Rapportages

De begroting 2019 en de jaarrekening 2017 zijn vastgesteld in de collegevergadering van 22 mei 2018.

Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord

 

Regionale  Ambulancevoorziening  Brabant  Midden-West-Noord

Vestigingsplaats

’s-Hertogenbosch

Partijen

43 gemeenten in Noord-Brabant.

Openbaar  belang

Het verlenen of doen verlenen van ambulancezorg die tijdig ter plaatse is.

Bestuurlijk belang

Deelname aan het Algemeen Bestuur via wethouder Hendriks. Besluitvorming over deelname bij raadsbesluit van 28 april 2005. Gewijzigde GR bij raadsbesluit van 20 december 2007. Bij besluit van 1 oktober 2009 heeft de gemeenteraad ingestemd met een wijziging van de gemeenschappelijke regeling inzake het Dagelijks Bestuur.

Financieel  belang

Vanaf het begrotingsjaar 2012 wordt geen gemeentelijke bijdrage meer gevraagd. Het Rijk en de Zorgverzekeraars financieren de RAV nu voor 100%. In principe zijn de deelnemende gemeenten nog wel mederisicodrager.

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2016 € 12.569.000 / 31-12-2017 € 13.036.000.

Begroting 2019: per 1-1-2019 € 13.036.000 / per 31-12-2019 € 12.925.000.

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2016 € 21.192.000 / 31-12-2017 € 27.307.000.

Begroting 2019: per 1-1-2019 € 21.593.000 / per 31-12-2019 € 30.593.000.

Financieel  resultaat

Het saldo van baten en lasten bedraagt over 2017 positief € 473.000 . Het begrote resultaat voor 2019 is € 0 (2018: € 0).

Risico’s

Externe ontwikkelingen zoals rijks bezuinigingen en/of kostensaneringen bij de zorgverzekeraars kunnen leiden tot een (hogere) gemeentelijke bijdrage.

Rapportages

De begroting 2019 en de jaarrekening 2017 zijn vastgesteld in de collegevergadering van 22 mei 2018.

 

Euregio Rijn-Waal

Euregio Rijn-Waal

Vestigingsplaats

Kleve (Duitsland)

Partijen

Diverse gemeenten en andere publiekrechtelijke lichamen in de volgende gebieden: West-Veluwe, Arnhem-Nijmegen, Zuid- West Gelderland, Achterhoek, Noordoost Brabant, Noord-Limburg, Kreis Kleve, Kreis Wesel en Stadt Duisburg.

Openbaar  belang

De Euregio Rijn-Waal wil met haar werk bijdragen aan de eenwording van Europa. Tegelijkertijd streven wij naar een sterke economische, sociale en maatschappelijke positie van deze regio. Dit doet de Euregio Rijn-Waal door het stimuleren en realiseren van grensoverschrijdende samenwerking in het Nederlands - Duitse grensgebied.

Bestuurlijk belang

Besluitvorming over deelname bij raadsbesluit van 26 mei 1993. Burgemeester van Soest is lid van het Dagelijks Bestuur.

Financieel  belang

Bijdrage Boxmeer 2019 is begroot op € 7.500 (2018: € 7.500). De werkelijke kosten 2017 bedroegen € 7.325.

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2016 € 1.315.072 / 31-12-2017 € 1.460.210.

E.V. per 1-1-2019 € 1.331.000 / 31-12-2019 € 1.332.000 (begroot).

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2016 € 2.424.385 / 31-12-2017 € 2.453.102.

V.V. per 1-1-2019 2.424.000 / 31-12-2018 € 2.425.000 (begroot).

Financieel  resultaat

Het financieel resultaat voor 2017 is positief € 145.143. Het begrote resultaat voor 2019 is € 0 (2018: € 0).

Risico’s

Zie eigen- en vreemd vermogen.

Rapportages

Onder nummer 2013/351 is het jaarverslag 2012 ter kennisname aan de gemeenteraad aangeboden.

Veiligheidsregio Brabant-Noord

Veiligheidsregio Brabant-Noord

Vestigingsplaats

’s-Hertogenbosch

Partijen

De Veiligheidsregio Brabant-Noord omvat Brandweer Brabant-Noord, de Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen Brabant-Noord en het Gemeenschappelijk Meldcentrum Brabant-Noord. In de veiligheidsregio werken 16 gemeenten, de GGD en de Politie Brabant-Noord samen. Voorts werken ook het Waterschap Aa en Maas, het Waterschap De Dommel en het Regionaal Militair Commando-Zuid in de veiligheidsregio samen.

Openbaar  belang

Het behartigen van de belangen van een doelmatig georganiseerde en gecoördineerde, waar mogelijk integrale, uitvoering van de hulpverlening in het werkgebied en de voorbereiding daarop.

Bestuurlijk belang

De gemeente Boxmeer maakt deel uit van het Algemeen Bestuur en wordt vertegenwoordigd door burgemeester van Soest. Besluitvorming over deelname bij raadsbesluit van 18 mei 2006 per 1 juli 2006. Bij raadsbesluit van 10 december 2009 zijn alle lokale brandweertaken met ingang van 1-1-2011 opgedragen aan de Veiligheidsregio Brabant-Noord. De gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Noord is hiertoe gewijzigd.

Financieel  belang

Bijdrage Boxmeer 2019 is begroot op € 1.547.744 (2018: € 1.420.543). De werkelijke kosten 2017 bedroegen € 1.388.579.

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2016 € 9.468.000 / 31-12-2017 €9.927.000.

Begroting 2019: per 1-1-2019 € 6.555.310 / per 31-12-2019 € 6.192.876.

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2016 € 26.776.000 / 31-12-2017 € 24.246.000.

Financieel  resultaat

De jaarrekening 2017 sluit met een positief resultaat van € 970.000. Het begrote resultaat voor 2019 is € 0 (2018: € 0).

Risico’s

Zie eigen- en vreemd vermogen.

Rapportages

De begroting 2019 en de jaarrekening 2017 zijn vastgesteld in de collegevergadering van 15 mei 2018.

Bank Nederlandse Gemeenten

Bank Nederlandse Gemeenten

Vestigingsplaats

’s-Gravenhage

Partijen

Aandeelhouders zijn de Staat, Provincies en gemeenten. Het maatschappelijk aandelenkapitaal bestaat uit 100 miljoen aandelen van € 2,50 nominaal, waarvan 55.690.720 aandelen zijn geplaatst en volgestort.

Openbaar  belang

BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.

Bestuurlijk belang

De aandeelhouders hebben zeggenschap in BNG via het stemrecht op de aandelen die zij bezitten (een stem per aandeel van € 2,50). Deelname aan Algemene Vergadering van Aandeelhouders door Burgemeester van Soest.

Financieel  belang

De gemeente Boxmeer bezit 38.660 aandelen. Achtergestelde schuld per 01-01-2017 € 31 miljoen; Achtergestelde schuld per 31-12-2017 € 31 miljoen.

Eigen vermogen

Eigen Vermogen per 01-01-2017 € 4.486 miljoen; Eigen Vermogen per 31-12-2017 € 4.953 miljoen.

Vreemd vermogen

Vreemd Vermogen per 01-01-2017 € 149.514 miljoen; Vreemd Vermogen per 31-12-2017 € 135.072 miljoen.

Financieel  resultaat

De nettowinst over 2017 bedroeg € 393 miljoen (2016: € 369 miljoen).

De dividenduitkering 2017 bedroeg € 2,53 per aandeel (2016: € 1,64 per aandeel).

Risico’s

Met ingang van 1 januari 2018 dient BNG Bank haar balans en resultatenrekening te rapporteren conform de nieuwe standaard voor financiële instrumenten (IFRS 9). Op basis van de huidige inzichten zal de overgang naar de beginbalans conform de nieuwe standaard leiden tot een daling van het eigen vermogen van ongeveer EUR 270 miljoen, vooral veroorzaakt door aanpassingen in het kader van hedge accounting. Ruim EUR 170 miljoen betreft een daling van de cashflow hedge reserve. Omdat deze reserve geen onderdeel uitmaakt van het Tier 1-vermogen, zijn de effecten voor de Tier 1-ratio en de leverage ratio relatief beperkt. Het renteresultaat zal in 2018 naar verwachting uitkomen binnen een bandbreedte van EUR 390 tot EUR 440 miljoen. Een betrouwbare verwachting van de ongerealiseerde resultaten binnen het resultaat financiële transacties is niet te geven als gevolg van de onvoorspelbare bewegingen op de financiële markten. De bank acht het daarom niet verantwoord een uitspraak te doen over de verwachte nettowinst 2018.

Rapportages

Op 20 april 2018 heeft de Algemene Vergadering van Aandeelhouders ingestemd met de jaarrekening 2017.

Brabant Water N.V.

Brabant Water N.V.

Vestigingsplaats

’s-Hertogenbosch

Partijen

Provincie Noord-Brabant en gemeenten.

Openbaar  belang

Watervoorziening.

Bestuurlijk belang

Deelname aan Algemene Vergadering van Aandeelhouders door Burgemeester van Soest.

Financieel  belang

Het maatschappelijk kapitaal bestaat uit 10.000.000 aandelen van € 0,10 nominaal. De aandelen luiden op naam en zijn in eigendom van gemeenten en Provincie. De gemeente Boxmeer heeft 26.786 aandelen.

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2015 € 524.465.000 / 31-12-2016 € 560.451.000

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2015 € 397.332.000 / 31-12-2016 € 399.576.000

Financieel  resultaat

Het financieel resultaat over 2016 bedraagt € 35.987.000.

Risico’s

Brabant Water streeft een gezonde financiële huishouding na. Het risicobereidheid op dit gebied is afgeleid van het financieel sturingskader. Voor risico`s die kunnen leiden tot overschrijding of het niet behalen van de tolerantiegrenzen, worden steeds passende maatregelen genomen.

Kleinschalig Collectief Vervoer Brabant-Noordoost

Kleinschalig Collectief Vervoer Brabant-Noordoost (Regiotaxi)

Vestigingsplaats

Oss

Partijen

Provincie Noord-Brabant en de gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer, Cuijk, Grave, Landerd, Mill en St. Hubert, Oss, Sint Anthonis, Meierijstad en Uden.

Openbaar  belang

De samenwerkende partners streven een kwalitatief hoogwaardig stelsel van kleinschalig collectief vervoer na. Zij willen daarmee voorzien in de behoefte aan openbaar vervoer, de instandhouding en de verbetering van de bereikbaarheid van de kleine kernen en het aanbod van adequate en efficiënte vervoersvoorzieningen voor diverse doelgroepen.

Bestuurlijk belang

Deelname in het Algemeen Bestuur vindt plaats via wethouder Hendriks. Besluitvorming over deelname bij raadsbesluit van 8 april 2004.

Financieel  belang

De beheers- en exploitatiekosten voor het Wmo-vervoer voor 2019 zijn:

-Beheerskosten € 19.235 De begrote kosten 2018 bedragen € 19.235. De werkelijke kosten over 2017 bedragen € 17.890.

-Exploitatiekosten Wmo 2017 € 0,65 per zone (2016 € 0,65)

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2016 € 871.416 / 31-12-2017 € 1.233.901.

Begroting 2019: per 31-12-19 € 871.000.

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2016 € 592.293 / 31-12-2017 € 319.962.

Begroting 2019: per 31-12-19 € 1.415.000

Financieel  resultaat

De jaarrekening 2017 sluit met een tekort van € 20.706. Het begrote resultaat voor 2019 is € 0 (2018: € 0).

Risico’s

Zie eigen- en vreemd vermogen.

Rapportages

De begroting 2019 en de jaarrekening 2017 zijn vastgesteld in de collegevergadering van 8 mei 2018.

Gemeenschappelijke regeling voor het toezicht op het openbaar onderwijs

Gemeenschappelijke regeling voor het toezicht op het openbaar onderwijs

Vestigingsplaats

Cuijk

Partijen

De gemeenten Bergen, Boxmeer, Cuijk, Gennep, Grave en Mill en Sint Hubert.

Openbaar  belang

De doelstelling van het gemeenschappelijk orgaan is het coördineren en het uitoefenen van de bevoegdheden van de gemeenteraad als bedoeld in art. 48 van de Wet op het primair onderwijs en in de statuten van de stichting, met

uitzondering van opheffing van de scholen. Dit komt neer op het behartigen van het belang van het openbaar onderwijs in voornoemde gemeenten.

Bestuurlijk belang

Het bestuur van het gemeenschappelijk orgaan wordt gevormd door de portefeuillehouders onderwijs. De gemeente Boxmeer wordt vertegenwoordigd door wethouder Hendriks. Besluitvorming over deelname bij raadsbesluit van 11 december 2003.

Financieel  belang

Een bijdrage van € 250 per deelnemende gemeente per jaar voor de secretariaatskosten.

Eigen vermogen

N.v.t.

Vreemd vermogen

N.v.t.

Financieel  resultaat

N.v.t.

Risico’s

N.v.t.

Rapportages

N.v.t.

Regionaal Bureau Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten Brabant

Regionaal Bureau Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten Brabant

Vestigingsplaats

Oss

Partijen

Gemeenten Boekel, Bernheze, Boxmeer, Cuijk, Grave, Landerd, Maasdonk, Mill en Sint Hubert, Oss, Sint Anthonis, Meierijstand en Uden.

Openbaar  belang

De bestrijding van het voortijdig schoolverlaten en uitval op school zonder het behalen van een startkwalificatie vroegtijdig oppakken in samenwerking met de regionale ketenpartners onderwijs, jeugd, arbeidsmarkt en zorg.

Bestuurlijk belang

De portefeuillehouders Onderwijs en Educatie fungeren als algemeen bestuur. Wethouder Hendriks is lid. Bij besluit van 2 oktober 2008 heeft de gemeenteraad ingestemd met de regionalisering van de leerplicht. Als samenwerkingsvorm is gekozen voor de beperkte WGR/mandaatregeling conform art. 8 lid 3 WGR en de aanwijzing van de gemeente Oss als centrumgemeente. Het RBL is gestart op 1 augustus 2009.

Financieel  belang

Bijdrage Boxmeer 2019 is begroot op € 66.618 (2018: € 64.677). De werkelijke kosten 2017 bedroegen € 66.128.

Eigen vermogen

Reserves per 31-12-2016 € 137.609 / 31-12-2017 € 173.367.

Vreemd vermogen

-

Financieel  resultaat

De jaarrekening 2017 sluit af met een positief saldo van € 35.758. Het begrote resultaat voor 2019 is € 0 (2018: € 0).

Risico’s

Zie eigen vermogen.

Rapportages

De begroting 2019 en de jaarrekening 2017 zijn vastgesteld in de collegevergadering van 22 mei 2018.

Stichting Beheer en Exploitatie Regionaal Veiligheidshuis Maas en Leijgraaf

Stichting Beheer en Exploitatie Regionaal Veiligheidshuis Maas en Leijgraaf

Vestigingsplaats

Oss

Partijen

Gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer, Cuijk, Grave, Landerd, Mill en Sint Hubert, Oss, Sint Anthonis en Uden.

Openbaar  belang

Deze stichting is opgericht om een betere afstemming tussen partners op het terrein van veiligheid te bereiken (politie, gemeenten, openbaar ministerie en diverse welzijnsinstellingen) De meerwaarde van de samenwerking van organisaties op een fysieke locatie ligt in de sluitende aanpak van criminaliteit en overlast en de aanpak van de achterliggende problemen bij de betrokkenen. Door het bundelen van activiteiten ontstaat een compleet zicht op de situatie van daders, overlastgevers en slachtoffers, zodat het mogelijk wordt om gezamenlijk en geïntegreerd te handelen.

Bestuurlijk belang

Deelname in het bestuur via Burgemeester van Soest. Besluitvorming over deelname bij raadsbesluit van 15 maart 2007.

Financieel  belang

Bijdrage Boxmeer 2019 is begroot op € 18.900 (2018: € 18.900). De werkelijke kosten 2017 bedroegen €18.900.

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2016 € 183.856 / 31-12-2017 € 150.858.

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2016 € 60.500 / 31-12-2017 € 101.314.

Financieel  resultaat

De jaarrekening 2017 sluit met een negatief saldo van € 32.998. Het begrote resultaat voor 2019 is € 0 (2018: € 0).

Risico’s

Het RVML heeft een contractuele verplichting middels een vast parttime dienstverband. Verder kent het RVML geen langdurige contractuele verplichtingen.

Rapportages

De begroting 2019 en de jaarrekening 2017 zijn vastgesteld in de collegevergadering van 15 mei 2018.

Ambtelijke Samenwerking gemeenten Boxmeer en Sint Anthonis

Ambtelijke Samenwerking gemeenten Boxmeer en Sint Anthonis

Vestigingsplaats

N.v.t.

Partijen

Gemeente Boxmeer en Gemeente Sint Anthonis

Openbaar  belang

Vermindering kwetsbaarheid, verhoging professionalisering/ kwaliteitsverbetering en kostenbeheersing en waar mogelijk besparing.

Bestuurlijk belang

De colleges van Boxmeer en Sint Anthonis hebben besloten deze regeling vast te stellen. De gemeenteraad van Boxmeer heeft op 27 juni 2013 toestemming verleend. Ingangsdatum is 1 januari 2013.

Financieel  belang

Voor elk van de aangewezen samenwerkingsverbanden is een Service Level Agreement opgesteld. M.b.t. de loonkosten geldt als uitgangspunt dat tijdens de eerste twee jaar van samenwerking alleen de loonkosten van de medewerkers die in dienst treden van de centrumgemeente worden verrekend. Vanaf het derde jaar vindt een herrekening plaats van de totale loonkosten van de betreffende afdeling en worden deze loonkosten verdeeld op grond van de verhouding 1/3 Sint Anthonis en 2/3 Boxmeer. M.i.v. 01-01-2016 vindt op alle 4 de taakgebieden de verdeling van de loonkosten plaats o.b.v. de verdeelsleutel 1/3 – 2/3.

Eigen vermogen

N.v.t.

Vreemd vermogen

N.v.t.

Financieel  resultaat

N.v.t.

Risico’s

Opzegging van één of meerdere afzonderlijke samenwerkingsverbanden gebeurt met inachtneming van een opzeggingstermijn van 1 jaar.

Rapportages

Jaarlijks vindt door de aangewezen centrumgemeente een evaluatie ten behoeve van de colleges plaats van de geleverde diensten op basis van de vastgestelde SLA.

AgriFood Capital

AgriFood Capital (Regio Noordoost Brabant)

Vestigingsplaats

‘s-Hertogenbosch

Partijen

Gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer, Boxtel, Cuijk, Grave, Haaren, ’s-Hertogenbosch, Heusden, Landerd, Mill en Sint Hubert, Oss, Meierijstad, Sint Anthonis, Sint-Michielsgestel, Uden, Vught, Waterschappen AA en Maas en de Dommel.

Openbaar  belang

Ontwikkelen regio tot een competitieve regio met een excellente arbeidsmarkt, sterke bedrijvigheid, betekenisvolle innovaties en een goed woon-, werk- en leefklimaat.

Bestuurlijk belang

Deelname in het Algemeen Bestuur vindt plaats via Burgemeester van Soest. Besluitvorming over deelname bij raadsbesluit van 3 juli 2014.

Financieel  belang

Bijdrage Boxmeer 2019 is begroot op € 4 per inwoner (2018: € 4).

Eigen vermogen

E.V. per 31-12-2015 € -90.106 / 31-12-2016 € 333.303.

Vreemd vermogen

V.V. per 31-12-2015 € 2.270.904 / 31-12-2016 € 2.076.263.

Financieel  resultaat

De jaarrekening 2016 sluit met een positief saldo van € 423.409. Het begrote resultaat voor 2019 is € 0 (2018: € 0).

Risico’s

N.v.t.

Rapportages

De begroting 2019 is behandeld in de collegevergadering van 22 mei 2018.

Centrumregeling Jeugdhulp Noordoost Brabant 2015

Centrumregeling Jeugdhulp Noordoost Brabant 2015

Vestigingsplaats

’s-Hertogenbosch

Partijen

Gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer, Boxtel, Cuijk, Grave, Haaren, ’s-Hertogenbosch (centrumgemeente), Landerd, Mill en Sint Hubert, Oss, Schijndel, Sint Anthonis, Sint-Michielsgestel, Sint-Oedenrode, Uden, Veghel en Vught.

Bestuurlijk belang

De portefeuillehouder jeugd van de centrumgemeente overlegt ten minste driemaal per jaar met de portefeuillehouders jeugd van de gastgemeenten in het RBO. Voor de gemeente Boxmeer is dat wethouder Hendriks.

Financieel  belang

De kosten van de inkooporganisatie en wijze van risicoverdeling van inzet van jeugdzorgmiddelen maken geen deel uit van deze regeling. De centrumgemeente zal ze, na advies van het Regionaal Bestuurlijk Overleg Jeugd, voorlopig jaarlijks door de colleges van de gemeenten laten vaststellen.

Eigen vermogen

N.v.t.

Vreemd vermogen

N.v.t.

Financieel  resultaat

N.v.t.

Risico’s

N.v.t.

Rapportages

N.v.t.

Centrumregeling Wmo Brabant Noordoost- oost 2015

Centrumregeling Wmo Brabant Noordoost-oost 2015

Vestigingsplaats

Oss

Partijen

Gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer, Cuijk, Grave, Landerd, Maasdonk, Mill en St. Hubert, Oss (centrumgemeente), Sint Anthonis, Uden en Veghel.

Bestuurlijk belang

De portefeuillehouder Wmo van de centrumgemeente overlegt ten minste driemaal per jaar met de portefeuillehouders Wmo van de gastgemeenten in het portefeuillehouders overleg Wmo. Voor de gemeente Boxmeer is dat wethouder Hendriks.

Financieel  belang

De kosten van de inkooporganisatie en wijze van risicoverdeling van inzet van ondersteuning maken geen deel uit van deze regeling. De centrumgemeente zal deze kosten, na advies van het portefeuillehouders overleg Wmo, voorlopig jaarlijks  door de colleges van de gemeenten laten vaststellen.

Eigen vermogen

N.v.t.

Vreemd vermogen

N.v.t.

Financieel  resultaat

N.v.t.

Risico’s

N.v.t.

Rapportages

N.v.t.

Grondbeleid

Algemeen

De paragraaf grondbeleid geeft de visie op het grondbeleid in relatie tot de wijze waarop wij werken aan de realisering van de doelstellingen van het programmaplan. Transparantie van het grondbeleid is om twee redenen van belang. In de eerste plaats vanwege het financiële belang en de risico’s en in de tweede plaats vanwege de relatie met de doelstellingen zoals aangegeven in de programma’s.

In de ruimtelijke ordening is het accent van toelating verschoven naar ontwikkelingsplanologie. Dat vergt veelal een voortrekkersrol van de gemeente, en dienen op basis van visie, ontwikkelingen mogelijk gemaakt te worden. Van de gemeente wordt daarbij een actieve rol verwacht, hetgeen zich ook doorvertaald naar door de gemeente te stellen randvoorwaarden en grondposities. Grondbeleid loopt daardoor, nog meer dan voorheen, parallel aan de overige sectorale doelstellingen. Grondbeleid dient één op één te lopen met het ruimtelijk ontwikkelingskader.

Het huidig beleid is opgenomen in de Grondnota 2018 die is vastgesteld op 5 juli 2018. De hoofdlijnen zijn de volgende:

  • De gemeente Boxmeer blijft een actieve grondpolitiek voeren met een verantwoorde risicoafweging;
  • Bij het vaststellen van grondprijzen wordt in principe uitgegaan van marktconforme grondprijzen, waarbij tevens wordt gekeken naar een benadering per complex;
  • De Regionale woningmarktstrategie, inclusief gemeentelijke bijlage is leidend voor de nog te ontwikkelen bouwlocaties en de te bouwen categorieën woningen;
  • Op grond van het voorzichtigheidsprincipe mag tussentijdse winst op een bouwgrondcomplex pas worden gerealiseerd als daartoe voldoende zekerheid bestaat. Dit is met name het geval als alle kosten van een complex reeds geheel zijn gedekt door gerealiseerde verkopen en elke verkoop dus pure winst is.

Grondnota

Jaarlijks wordt via de Grondnota aan de raad een inzicht geboden in de ontwikkeling van woningbouwcomplexen en de terreinen voor vestiging van bedrijven in onze gemeente. In deze nota wordt tevens een uiteenzetting gedaan van de financiële positie van de Grondexploitatie waarbij voor de bepaling ervan rekening wordt gehouden met de risico’s verband houdende met de grondexploitaties. Verder worden daarin voorstellen gedaan tot vaststelling van grondprijzen en het beschikbaar stellen van (aanvullende) kredieten.

Financiële positie

In februari/maart 2018 zijn er voor zesentwintig complexen (woningbouw- en bedrijventerreinen) exploitatieramingen opgesteld. Het overzicht van de herziene exploitatieresultaten op basis van de calculaties ziet er als volgt uit:

Samenvattend overzicht van de resultaten van de herziene grondexploitatiebegrotingen:

Omschrijving complex Datum voltooiing Boekwaarde 1-1-2018 Eindwaarde resultaat Netto C.W.          1-1-2018
         
I. Woningbouw        
Boxmeer:        
1. Steenstraat Zuid 31-12-2020  €   2.224.815  €          -343  €                -324
3. Pastoorsbiest 31-12-2020  €        27.500  €   -171.987  €         -162.067
4. Bakelgeert 31-12-2022  €   1.648.387  €    492.180  €          445.783
5. Burgemeester Verkuijlstraat 31-12-2020  €      397.666  €    171.182  €          161.308
6. Maasbroeksche blokken afronding 1e fase 31-12-2020  €     -134.675  €   -707.019  €         -666.240
7. Van Speijk 31-12-2019  €             940  €     -51.320  €           -49.327
8. Voormalige school De Peppels 31-12-2018  €      297.366  €    237.070  €          232.421
9. Voormalige school 't Ogelijn 31-12-2019  €      878.161  €    544.204  €          523.072
Beugen:        
10. Sterckwijck (zie bedrijventerreinen) 31-12-      
11. Bougheim afronding 31-12-2018  €        42.130  €   -183.736  €         -180.134
Rijkevoort:        
12. Achter de Molen 31-12-2020  €     -276.493  €   -683.288  €         -643.877
Vierlingsbeek:        
13. Soetendaal 3e fase 31-12-2023  €      484.197  €   -205.638  €         -182.601
14. Gemeentewerf 31-12-2022  €      277.097  €      67.466  €            61.106
Overloon:        
15. Stevenbeekseweg 31-12-2022  €   1.689.538  €   -217.314  €         -196.828
Oeffelt:        
16. Hogehoek 31-12-2021  €      279.839  €     -95.234  €           -87.982
17. Brakels Eng 2 31-12-2024  €        43.063  €   -105.416  €           -91.771
Maashees:        
18. Achter de school 31-12-2025  €      161.224  €   -614.641  €         -524.590
Groeningen:        
19. Achter de kapel 31-12-2024  €      143.261  €   -304.266  €         -264.882
Vortum-Mullem:        
20. St. Cornelisstraat 31-12-2024  €      406.479  €   -172.540  €         -150.207
21. Luinbeekweg 31-12-2024  €   1.083.654  €    301.526  €          262.496
Holthees:        
22. Horstenweg 31-12-2021  €      800.572  €      49.616  €            45.837
Sambeek:        
23. Catharinaklooster 31-12-2023  €   1.066.595  €   -478.740  €         -425.108
         
II. Bedrijventerreinen        
Boxmeer:        
24. Uitbreiding Ind.terrein Saxe Gotha 31-12-2021  €      285.103  €   -322.613  €         -298.044
Beugen:        
25. Sterckwijck 31-12-2032  € 26.788.178  € 1.544.261  €       1.147.408
Rijkevoort:        
26. Hoogeind afronding 31-12-2020  €       -42.582  €     -18.798  €           -17.714
Totaal:    € 38.572.015  €   -925.388  €      -1.062.265

Samenvattend overzicht van de resultaten van de herziene opstalexploitatiebegrotingen

Omschrijving complex Datum voltooiing Boekwaarde       1-1-2018 Eindwaarde resultaat Netto C.W.          1-1-2018
         
2. Steenstraat Noord opstalexploitatie 31-12-2019 € 1.824.012 € 796.460 € 765.532
Totaal:   € 1.824.012 € 796.460 € 765.532

Voorzieningen

Bij de exploitatie van bouwgronden worden voorzieningen gevormd wegens in te schatten verliezen. Daarnaast worden er voorzieningen gevormd vanwege kosten die nog worden gemaakt bij de afwikkeling van een complex.

Omschrijving complex Eindwaarde
 2. Steenstraat Noord opstalexploitatie (Boxmeer)  €      796.460
 4. Bakelgeert (Boxmeer)  €      492.180
 5. Burgemeester Verkuijlstraat (Boxmeer)  €      171.182
 8. Voormalige school De Peppels (Boxmeer)  €      237.070
 9. Voormalige school 't Ogelijn (Boxmeer)  €      544.204
 14. Gemeentewerf (Vierlingsbeek)  €        67.466
 21. Luinbeekweg (Vortum-Mullem)  €      301.526
 22. Horstenweg (Holthees)  €        49.616
 25. Sterckwijck (Beugen)  €    1.544.261
Totaal:  €    4.203.963

Risicoafdekking

De financiële positie van de Grondexploitatie kan als volgt worden weergegeven:

Samenvatting financiële positie Grond- en opstalexploitatie
         
Saldo algemene reserve grondexploitatie per 31-12-2017       €     257.091 A
         
In ontwikkeling zijnde grondexploitaties:        
Boekwaarde per 01-01-2018  €  38.572.015      
Voorzieningen nadelig resultaat per 01-01-2018  €   -3.407.503      
Nog te maken kosten per 01-01-2018   €  21.457.339      
Totaal:    € 58.155.872    
         
In ontwikkeling zijnde opstalexploitaties:        
Boekwaarde per 01-01-2018  €    1.824.012      
Tussentijdse winstneming   €                   -          
Voorzieningen nadelig resultaat per 01-01-2018   €      -796.460      
Nog te maken kosten per 01-01-2018   €      -383.144      
Totaal:    € 644.408    
         
   Totaal:   € 58.800.280    
   IFLO-Norm:  10%    
 Benodigde weerstandscapaciteit:       € 5.880.028 B

Bij het niet kunnen afdekken van werkelijke tekorten in de toekomst door de algemene reserve grondexploitatie (A-B), zal de algemene reserve van de algemene dienst worden ingezet.

Worst-case scenario’s

Voor het complex Sterckwijck zijn 3 worst-case scenario’s opgesteld.

Scenario

Gewijzigde uitgangspunten ten opzichte van actuele exploitatie

Resultaat

Actueel

niet van toepassing

€1.544.261

I

• Verlaging opbrengsten 5%

€3.573.806

II

• De verkopen bedrijventerreinen gehele looptijd 1,5 hectare per jaar.
• Looptijd van 15 naar 17 jaar
• Extra kosten van 2x €50.000 per jaar ivm langere looptijd

€2.709.699

III

• De verkopen bedrijventerreinen gehele looptijd 1,3 hectare per jaar.
• Looptijd van 15 naar 20 jaar
• Extra kosten van 5x €50.000 per jaar ivm langere looptijd

€4.692.288

Geconcludeerd kan worden dat de uitkomsten van de scenario II binnen de benodigde weerstandscapaciteit van de actuele exploitatie valt. Scenario I en III vallen buiten de benodigde weerstandscapaciteit.

Verlaging grondprijzen

Tenslotte is voor alle lopende complexen in beeld gebracht wat de nadelige gevolgen zijn voor het totale eindresultaat en de te vormen voorzieningen voor nadelig saldi als de prijzen met een bepaald percentage worden verlaagd. Er is alleen rekening gehouden met wijzigingen in de prijzen. De verlaging van de resultaten bestaat naast de verlaging van de prijzen ook uit stijging van de rentelasten. Hieronder wordt een overzicht gegeven:

Gevolgen verlaging prijzen

(bedragen in euro's)

 

 

 

 

 

 

 

%-verlaging prijzen

Nadelig effect op resultaat

Waarvan

Voorziening nadelig saldi

Mutatie voorziening tov 0,0%

Opbrengst

Rente

Totaal

Woning-bouwkavels

Opstallen

Bedrijven-terreinen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Woningbouw

 

 

 

 

 

 

 

0,0%

0 0 0 0 0 0

2.659.702

0

2,5%

 623.880

 22.240

 646.119

 630.009

 16.110

0

2.901.960

242.258

5,0%

1.247.759

44.480

1.292.239

1.260.019

32.220

0

3.108.500

448.797

7,5%

1.871.639

66.720

1.938.358

1.890.028

48.331

0

3.454.697

794.995

10,0%

2.495.518

88.959

2.584.478

2.520.037

64.441

0

3.792.248

1.132.546

12,5%

3.119.398

111.199

3.230.597

3.150.046

80.551

0

4.135.526

1.475.824

15,0%

3.743.278

133.439

3.876.717

3.780.056

96.661

0

4.507.658

1.847.956

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bedrijventerrein

 

 

 

 

 

 

 

0,0%

0 0 0 0

0

0

1.544.261

0

2,5%

906.768

134.228

1.040.996

45.472

8.125

987.399

2.541.077

996.817

5,0%

1.813.537

268.455

2.081.992

90.944

16.250

1.974.798

3.537.894

1.993.633

7,5%

2.720.305

402.683

3.122.988

136.416

24.375

2.962.197

4.534.710

2.990.450

10,0%

3.627.073

536.911

4.163.984

181.888

32.500

3.949.596

5.531.527

3.987.266

12,5%

4.533.842

671.138

5.204.980

227.360

40.625

4.936.995

6.528.344

4.984.083

15,0%

5.440.610

805.366

6.245.976

272.832

48.750

5.924.394

7.525.160

5.980.900

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Totaal

 

 

 

 

 

 

 

 

0,0%

0

0

0

0

0

0

4.203.963

0

2,5%

1.530.648

156.468

1.687.116

675.481

24.235

987.399

5.443.038

1.239.074

5,0%

3.061.296

312.935

3.374.231

1.350.963

48.470

1.974.798

6.646.394

2.442.431

7,5%

4.591.944

469.403

5.061.347

2.026.444

72.706

2.962.197

7.989.408

3.785.445

10,0%

6.122.592

625.870

6.748.462

2.701.925

96.941

3.949.596

9.323.775

5.119.812

12,5%

7.653.240

782.338

8.435.578

3.377.407

121.176

4.936.995

10.663.870

6.459.907

15,0%

9.183.888

938.805

10.122.693

4.052.888

145.411

5.924.394

12.032.819

7.828.855